Dinsdag 19/11/2019

HILDE VAN MIEGHEM

Het is avond. Ik moet wakker blijven want ik moet om 23:45 uur mijn dochter, haar man en mijn kleinkind gaan ophalen in Zaventem. Zij zijn een weekje naar de zon getrokken om de koude te ontvluchten en de batterijen weer wat op te laden om de volgende FC Bergman-uitputtingsslag het hoofd te bieden. Die slag duurt tot eind maart. Dan gaat hun nieuwe theaterproductie in première.

Ik ken ondertussen het hele werkproces en weet hoe naarmate de premièredatum nadert, de stress en de angst om te falen toenemen. Ik weet hoe ze dan tegenover de acteurs met wie ze werken rustig en schijnbaar zelfverzekerd de leiding blijven nemen, maar na de repetitie als trillende espenbladeren steun zoeken bij elkaar. En als dat niet meer werkt, bij mij.

Ik ben blij dat ze even wat zon en warmte gingen opzoeken. Terwijl ik naar de vlieghaven rijd, glimlach ik beaat voor me uit, denkend aan de hartverwarmende fotootjes die ik toegestuurd kreeg van mijn kleindochter in haar blote billetjes op het strand, lachend in de armen van vader of moeder, kruipend op een pittoresk plein waar ze op jacht ging achter duiven. Slapend onder een paraplu in de volle zon.

Ze heeft jouw neusje, sms'te mijn dochter onder een van de fotootjes, maar zelf zag ik een replica van de baby die mijn dochter was, 34 jaar geleden. Ik dook prompt mijn fotoalbums in om te kijken of ik me vergiste. Nee hoor, als twee druppels water. Niks mijn neus en dat is maar goed ook. Maar wel mijn mond. Dat mag.

Op de vlieghaven erger ik me dood omdat ik maar geen parkeerplaats vind. Ik ben duidelijk niet de enige die geliefden komt ophalen. Ik hol de aankomsthal in, bang dat ik te laat ben en ze daar staan te draaien met hun koffers en de slapende baby. Onnodige angst, de enigen die er staan te draaien zijn wachtende mensen. Ik sms mijn dochter: als je buitenkomt, sta ik rechts.

Ik kijk naar de vele wachtenden, diversiteit is nergens zo aanwezig als in een luchthaven. Alle mogelijke nationaliteiten. Ik kan weinig aflezen van hun gezichten. Ze wachten, meer niet. Vertrekken is zoveel leuker dan aankomen, bedenk ik. Dan voel je altijd een zekere opwinding, hier lijkt iedereen onbewogen en stil.

Maar dan gebeurt het, de schuifdeuren gaan open en reizigers druppelen de hal in. In een split second veranderen de wachtende gezichten. Ze beginnen te stralen, de ogen glanzen, de handen zwaaien.

Ik kijk vol ontroering hoe mensen elkaar begroeten, de innigheid waarmee ze elkaar om de hals vallen. Je kunt er een heel verleden uit aflezen. Sommigen kijken elkaar afwachtend, onzeker aan tot bij een van de twee een glimlach verschijnt en je de opluchting ziet bij de ander. De problemen zijn niet opgelost tijdens hun afwezigheid, maar de wil om ze op te lossen is wel groter geworden. Dat zie je gewoon.

Een oudere vrouw, gehuld in exotische gewaden, heeft de uitstraling van een koningin, bloedmooi is ze, haar grote zwarte ogen worden meren van liefde als ze haar familie ziet. Met acht zijn ze haar komen ophalen. Ze staan op geen meter van me af op het ogenblik dat ze elkaar omhelzen en het ontroert me hoe iedereen braaf zijn beurt afwacht om een knuffel en kus te krijgen van die oermoeder.

En dan zie ik een buggy verschijnen met daarachter mijn dochter en schoonzoon, ze kijken naar rechts en... hoe is het mogelijk, godverdomme, ik sta links. Weer heb ik me vergist. Met een stralende lach kijkt mijn dochter naar links en ziet me staan. Ik wist het, mama, zegt ze, ik wilde al meteen naar links kijken maar dacht, ik geef het op z'n minst een kans. Stel dat ze deze keer toch staat waar ze zei...! Beschaamd begin ik mezelf meteen uit te schelden voor dom en achterlijk, maar dat wordt gesmoord in de omarming en de kussen die ik krijg. Over de schouder van mijn dochter heen zie ik haar godenbaby liggen slapen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234