Zondag 13/06/2021

Hilarisch debuut van Joshua Ferris over Amerikaanse bedrijfswereld in crisis

Door Marnix Verplancke

"De bezuinigingen begonnen in de hal, met de bloemen en de schalen met snoepjes." New York, voorjaar 2001, de dotcom-ballon is al een tijdje gebarsten en dat laat zich in alle branches voelen, ook in de advertentiebusiness. Er wordt bezuinigd, gerationaliseerd en geoptimaliseerd. Ieder woord is goed om niet te moeten zeggen dat er ontslagen vallen. Maar die vallen er wel degelijk, overal. Dit is de achtergrond van Zo kwamen we aan het eind, het knappe debuut van Joshua Ferris dat doet denken aan The Office en Douglas Couplands jPod en gaat over een reclamebureau dat stilaan zonder opdrachten valt, waardoor het personeel tijd te over heeft om zich bezig te houden met roddelen, grappen uithalen en stilletjes hopen dat zij niet de volgende zullen zijn die, om het ietwat cryptisch uit te drukken, "de Spaanse gang zullen maken".

Het personeel staat trouwens centraal in dit boek. Zij dragen de plot en bepalen met hun excentrieke karakters de sfeer. En het is een mooi zooitje samen. Zo is er Tom Mota, na zijn ontslag door de ex-collega's ook wel de hufter van het kantoor genoemd omdat hij een raar soort misdadige humor heeft. Zo stuurt hij in het geniep beledigende mails vanop de computer van anderen, waarna er gegarandeerd een heuse pantomime uitbreekt, plakt hij een broodje zalm achter de kast van een rivaal en neemt hij kleine snuisterijtjes weg uit de bureaus van anderen waardoor er een algemeen klimaat van achterdocht ontstaat. Blij toe dat die weg is, zou je denken, tot hij de inboedel van zijn ex te lijf gaat met een baseballbat en rare anarchistische mails begint rond te sturen. Dan halen sommige vrouwelijke ex-collega's het in hun hoofd dat hij terug zal keren om de bediendenversie van Columbine op te voeren.

Nogal wat reclamelui zouden liever ergens anders zitten, zo blijkt. Don schrijft bijvoorbeeld na de uren het ene filmscenario na het andere zonder dat er schot in zijn zaak komt. De zwarte Hank blijkt dan weer aan een roman te werken waar hij niet veel over kwijt wil en Dan schildert tijdens het weekend vissen. En dan is er nog Carl, die iedere middag zijn penne alla vodka eet. De arme man gaat zo gebukt onder de succesrijke chirurgencarrière van zijn vrouw dat hij er depressief van wordt, in het geniep de pillen van collega Janine begint te slikken - die nog maar net uit de put gekropen is na de moord op haar negenjarige dochtertje - en zichzelf bijna vergiftigt. Helemaal maf is Jim, een bijzonder herkenbaar en irritant personage, zoals we er allemaal wel eentje kennen, het type dat op een feestje opeens hardop zegt dat hij naar de wc moet en daar vol verwachting aan toevoegt: "Ben zo terug jongens. Even mijn zwager een hand geven." Wanneer hij op de gang iemand tegenkomt, krijgt die steevast: "Alles kits achter de rits?" als welkomstwoord, ook zijn vrouwelijke baas Lynn, voor wie trouwens helemaal niets kits is aangezien ze borstkanker heeft en een mastectomie moet ondergaan.

Met zo'n stelletje moet je al een kluns zijn om er niets van te bakken en dat is Ferris zeker niet. Hij weet de situationele humor aan elkaar te schrijven door een paar running gags, zoals de ellenlange verhalen van Benny, of de totempaal die deze van ex-collega Brizz erft en hem een paar honderd pagina's blijft achtervolgen, en kan het drama dat achter al die grappen verborgen ligt perfect beschrijven. Ongetwijfeld het sterkste hoofdstuk van het boek is dat waarin we Lynn volgen de avond voor haar operatie. De vrouw kan niet thuisblijven. Ze weet dat haar vriend Martin nog op zijn werk zit en gaat dus maar stappen en doelloos rondrijden met haar Saab. Tussendoor komen we alles te weten over haar relatie met Martin, hoe ze hem vertelde over het knobbeltje in haar borst, hoe hij haar daarop op een vriendelijke manier dumpte, en de vertwijfelde noodkreet die ze daarop slaakte: "Want de angst voor de dood die hakt erin, hoor. Die schuift je overtuigingen pardoes opzij en dompelt je in eenzaamheid."

Ferris weet je als lezer in zijn roman te zuigen en tegen het einde ben je bijna een collega van Tom, Jim en Carl geworden. Je voelt de bui hangen en opeens volgen de ontslagen elkaar vliegensvlug op. Er is geen ontsnappen aan, maar je weet inmiddels dat het in feite allemaal niet zo belangrijk is. Die job, zo beseffen alle personages uiteindelijk, is het niet waard om voor te sterven. Er is nog zoveel leven erbuiten. En door de combinatie van dit inzicht en de nooit aflatende humor krijgt Ferris' roman dan opeens een melancholisch elan over zich. Het waren harde tijden, die eerste dagen van september 2001, toen de deur finaal dichtging, maar wanneer ze er vier jaar later op terugkijken kunnen ze niet anders dan besluiten dat ze ook heerlijk onschuldig waren.

Met zo'n stelletje moet je al een kluns zijn om er niets van te bakken en dat is Ferris zeker niet

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234