Zondag 17/10/2021

Hij wilde dat ik met hem opliep

Arjen van Veelen maakt in zijn essayistisch getinte roman Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken een queeste naar Alexander de Grote. Het mondt uit in een eerbetoon aan zijn vroeggestorven vriend, de schrijver Thomas Blondeau (1978-2013).

Dat de romanvorm een huis met oneindig veel kamers en vertrekken is, daar kijken we sinds pakweg James Joyce niet echt meer van op. Auteurs kneden het genre naar eigen goeddunken en smokkelen steeds vaker essayistiek binnen. In het geval van Arjen van Veelen (°1980) verbaast dat allerminst. Van Veelen, columnist bij NRC Handelsblad, ontpopt zich sinds bijna een decennium als een kundig en schrander ontmantelaar van de hysterie van onze tijdgeest, onder meer in bundels als Over rusteloosheid (2010) en in En hier een plaatje van een kat (2013). Dat zijn eerste roman een mengeling van reisverhaal, elegie, rouwbulletin en historische queeste is, zat er ergens aan te komen.

In het autobiografische Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken volgen we een bevlogen jonge schrijver-journalist, die zich voorbereidt op een boek over Alexander de Grote. Sinds kort verblijft hij in het Amerikaanse Saint Louis, waar zijn vrouw (we herkennen Rosanne Hertzberger) werkzaam is als microbiologe. Hijzelf breekt niet veel potten. Zijn hoofd vult zich tegen wil en dank met herinneringen aan zijn in 2013 abrupt overleden vriend 'Tomas'. Ook een schrijver. Een die hij voor het eerst ontmoette in Leiden, waar hij dandyesk met een Mercedes rondtufte en hengelde naar zijn college-aantekeningen. Van meet af aan koestert de ik-verteller een grenzeloze bewondering voor de esprit en geestige eruditie van deze in Nederland aangespoelde West-Vlaming. 'En hij wilde dat ik met hem opliep. Als zijn wingman, zijn buddy, zijn boezemvriend? Als zijn drinkebroer, zijn Pancho?'

Landerigheid

Hoe moet de hoofdfiguur in het reine komen met zijn verdriet? Hij besluit zijn stationaire gedachten te verdrijven door te vertrekken naar Alexandrië. Om echt werk te maken van zijn onderzoek, onder meer door de tombe van Alexander de Grote te lokaliseren. En passant kan hij de drie boeken van Tomas bijzetten in de legendarische bibliotheek. Helaas. Ook in het stoffige en benauwende Alexandrie neemt de landerigheid de overhand en dwaalt zijn geest af naar Tomas.

Met het gemak van een begaafde jongleur schakelt Van Veelen in dit boek over en weer tussen royaal opgediste weetjes (van zijn stokpaardje internet tot fotografie en IS-filmpjes), archeologische theorieën en vele gloedvolle herinneringen aan zijn geïdealiseerde vriend. Voor hem voert hij een onvermoeibare bezweringsdans in woorden op.

Van Veelen is op zijn best als hij taboeloos maar altijd genereus zijn compagnon de route vangt in precieuze details en hilarische of kwetsbare scènes. Hij haalt Blondeau dichtbij, zonder pathos. Dat gebeurt met een delicaat pennetje van gouden inkt. Want Van Veelen kan verdomd goed schrijven. Moet je het hem aanwrijven dat hij daarbij zichzelf wegcijfert en blijft zwelgen in een onevenwichtige bewondering voor 'Tomas'?

Een echte roman - hoe breed je de term ook interpreteert - wil dit boek overigens slechts schoorvoetend worden. Van Veelen brengt bij momenten nogal vergezochte parallellieën en dwarsverbanden aan of dwingt ons in een compositorisch keurslijf. Al te demonstratief overstelpt hij ons in de essaygedeeltes met zijn scherpe geest. Toch schreef Van Veelen met dit boek het tot op heden meest geslaagde rouwportret over Thomas Blondeau en zijn jongensachtige bravoure.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234