Maandag 16/12/2019

Israël

Hij was Palestijn, dus hij móést het meisje wel hebben verkracht

De nederzetting Modi’in Ikkit op de Westelijke Jordaanoever waar de verkrachting zou hebben plaatsgevonden. Beeld Reuters

Heel Israël had het erover: de Palestijnse man die een 7-jarig ultraorthodox meisje zou hebben verkracht. Rechtse politici wisten wel wat er met hem moest gebeuren. Tot het verhaal als een kaartenhuisje in elkaar viel.

Dit is geen pedofilie, dit is puur terrorisme, zei de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman. Net als de huidige ministers voor Transport en Onderwijs eiste hij de doodstraf.

Maar toen veranderde het verhaal. Sharon Afek, de hoogste militaire aanklager van het land, las in de media over de enorme gaten in het onderzoek en nam een uitzonderlijk besluit: voordat Mahmoud Qadusa berecht zou worden, moest het onderzoek nog eens onder de loep worden genomen. Een week later werd de zaak geseponeerd en kon de man naar huis. Er bleek geen enkele reden te zijn om hem te verdenken.

Het doet een beetje denken aan de Central Park Five waarover Netflix onlangs de serie When They See Us maakte: vijf donkere tieners die in 1989 onterecht werden veroordeeld voor de verkrachting van een witte vrouw. Natuurlijk zijn er grote verschillen. Zo is Qadusa uiteindelijk niet eens voor de rechter verschenen. Het gaat wel om dezelfde reflex: de politie ging er automatisch van uit dat de Palestijn schuldig moest zijn, en ondanks de absurde bewijsvoering ging de aanklager over tot vervolging.

“Deze zaak laat zien hoe het Israëlische juridische systeem tegen Palestijnen werkt”, zei Nashef Darwish, de advocaat van Qadusa. “Wij hebben geen kans op een eerlijk proces.”

Huilend en schreeuwend

Volgens de aanklacht leerde de 46-jarige Qadusa een klein meisje kennen op de ultraorthodoxe school waar hij als klusjesman werkte. Op een dag zou hij hebben gevraagd of ze mee wilde naar een huis een flink eind verderop in de nederzetting. Toen ze weigerde, zou Qadusa het huilende en schreeuwende kind met zich mee hebben gesleurd. In de woning zou hij het meisje met twee vrienden tegen de grond hebben gedrukt en verkracht. De twee andere mannen zouden daarbij luid hebben gelachen.

Het onderzoek werd geleid door de lokale politie van de nederzetting Modi’in Illit. Die heeft zich nooit afgevraagd hoe een Palestijnse man een krijsend Joods meisje ruim vijftien minuten lang door de nederzetting kon meetrekken, zonder dat dat iemand was opgevallen. De zaak was louter gebaseerd op de getuigenis van de 7-jarige: er waren geen getuigen, er was geen DNA-materiaal en geen medisch onderzoek door een arts om te bevestigen dat het kind daadwerkelijk was verkracht.

Toen de politie de datum van het incident vaststelde, bleek Qadusa een alibi te hebben: hij deed toen een paar klusjes bij een inwoner van de nederzetting. In de uiteindelijke aanklacht werd gesteld dat het meisje ‘ergens tussen februari en april’ was verkracht. Het kind had Qadusa ook niet uit zichzelf aangewezen, dat gebeurde pas op het schoolplein, toen iemand naar de Palestijn wees, en vroeg: “Hij is het zeker?”

Beeld Flash90

Verschillende rechten

“Het is ongelofelijk dat zo’n serieuze zaak zo slecht is onderzocht”, zegt Mordechai Kremnitzer, juridisch expert bij het Israel Democracy Institute. “Laat ik vooropstellen dat dit uitzonderlijk is. Maar tegelijkertijd, helaas, hebben Joden en Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever heel andere rechten.”

Zo wordt een Israëliër die in een nederzetting een misstap begaat vrijwel altijd berecht door een civiele rechtbank. Een Palestijn is geen ingezetene van de staat Israël en moet daardoor automatisch bij een militaire rechtbank voorkomen, ook als het gaat om bijvoorbeeld een winkeldiefstal of een snelheidsovertreding. 

En militaire rechtbanken hebben andere regels. Het begint er al mee dat een verdachte na arrestatie niet binnen 24 uur, maar binnen 48 uur moet worden voorgeleid en dat die hierna langer kan worden vastgehouden. En ook de setting draagt niet bij aan het vertrouwen: een Palestijn moet zich verantwoorden tegenover een rechter in een militair uniform, die een andere taal spreekt.

“Wij delen mensen die in hetzelfde gebied wonen in twee verschillende klassen in”, zegt Kremnitzer. “Dan is het haast onvermijdelijk dat zij ook verschillend worden beoordeeld. Dat geldt niet alleen voor de politie, die Palestijnen toch als vijand beschouwt, maar ook voor de aanklagers, rechters en het publiek. Het is niet moeilijk hen ervan te overtuigen dat een Palestijn in staat is tot vreselijke misdaden. Dat zagen we ook in de reacties van onze politici op Mahmoud Qadusa.”

Na 55 dagen in de cel te hebben gezeten, kon Qadusa zijn drie kinderen (van wie de jongste ook een meisje van 7 is) weer in de armen sluiten. In tranen vertelde hij de pers dat hij onschuldig was, en lachend nam hij de bloemen in ontvangst van Joodse vrienden uit de ultraorthodoxe nederzetting waar hij al zeven jaar werkte. 

De politie heeft gezworen het onderzoek naar de echte dader van de verkrachting voort te zetten. Nadat Qadusa was vrijgelaten, is de politie voor het eerst naar het huis van het slachtoffer gegaan om haar kleding mee te nemen voor DNA-onderzoek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234