Zondag 18/04/2021

InterviewMichael en Michel Verschueren

‘Hij was een strenge vader: ik heb ooit als straf een week in een Roemeens hotel moeten werken’

null Beeld Marco Mertens
Beeld Marco Mertens

Negentig jaar oud is hij inmiddels, Michel Verschueren. Een groot feest was het niet, dat liet de gezondheid van ‘Mister Michel’ niet meer toe. Ook zijn levenswerk, RSC Anderlecht, heeft vroeger in betere vorm verkeerd. Gelukkig is zijn zoon Michael (50) er nog, die blijft geloven in een stralende toekomst van de club.

In feite heten vader en zoon Verschueren allebei Michel. Maar toen zoon werd geboren en vader zich naar de burgerlijke stand van Grimbergen begaf, een Vlaamse gemeente in de rand van Brussel, weigerde de dienstdoende ambtenaar een Franse naam te notuleren. Dus werd het Michael – niet op zijn Vlaams, maar op zijn Engels uit te spreken, want zo dwars zijn de Verschuerens wel.

Michel en Michael zijn twee totaal verschillende types. Wat hen bindt, is de liefde voor Royal Sporting Club Anderlecht. Michel Verschueren was er tussen 1980 en 2003 algemeen manager. Hij verwierf zijn plek in de legende als rechterhand van voorzitter Constant Vanden Stock. Michael Verschueren is een ondernemer die in 2018, als aandeelhouder, plotseling sportief manager werd. Hij bleef het anderhalf jaar. Intussen is hij de vertegenwoordiger van de kleine aandeelhouders die met eigenaar Marc Coucke bikkelen over de financiële toekomst van de club.

Michel en Michael Verschueren, Belgen pur sang, spreken even makkelijk Frans als Nederlands. Hun motto: ‘Anderlecht champion!’

Meneer Verschueren, moet ik u feliciteren of condoleren met uw negentigste verjaardag?

Michel: “Dat is geen groot feest meer, hè. Je viert als je twintig wordt, trouwt of een kind krijgt. Als je negentig wordt, tel je af. Maar ik mag niet klagen: ik voel me goed, ook al kan ik door corona niet meer naar het voetbal. Michael mag nog wel de wedstrijden bijwonen, ik niet. That’s life.

U bent altijd een monument van wilskracht geweest.

Michel: “Ik heb aan de universiteit van Leuven lichamelijke opvoeding gestudeerd. Ik maakte er ook deel uit van de ploeg keurturners: ik liep toen beter op mijn handen dan nu op mijn voeten. Maar dat heeft me gevormd: fysiek en mentaal. Het heeft mijn karakter gestaald.”

Was hij een strenge vader, Michael?

Michael: “Jazeker.”

Michel: “Héél streng.”

Michael: “Zo streng, dat bestaat vandaag niet meer. Sporten mocht ik zoveel als ik wilde. Maar ik moest goede schoolresultaten halen, want anders zag mijn weekend er niet zo fraai uit. En als ik uitging, moest ik vroeg thuis zijn. In mijn jeugd kleurde ik binnen de lijntjes.”

Toch was uw eerste jaar aan de universiteit geen meevaller.

Michael: “Dat is zacht uitgedrukt. (lacht)

Michel: “Michael had op het internaat van Melle gezeten, een formidabele school met een hoog niveau. Mijn vrouw reed hem daar elke week naartoe, ik had daar geen tijd voor. Maar op het einde van het zesde middelbaar vroeg ze of ik niet meekwam naar de prijsuitreiking. ‘Vooruit,’ zei ik, ‘voor één keer.’ Achteraf zei mijn vrouw: ‘Onze zoon wil naar de universiteit.’ Ik zeg: ‘Hij wil? Hij moet!’”

Michael: “Zoveel vrijheid was er bij ons.”

Michel: “Ik heb me laten overtuigen: hij mocht op kot naar Leuven. Maar ik had daar een vriend, een agent van de gerechtelijke politie. Die zei tegen mij: ‘Ik zal uw zoon in de gaten houden.’”

Michael: “Tijdens mijn eerste week in Leuven stond er elke ochtend een autootje voor mijn kot. Ik dacht: dat klopt hier niet. Ik heb de bestuurder voorgesteld samen een pint te gaan drinken. En dat is mijn copain geworden. (lacht)

Michel: “Maar aan het einde van het jaar was het noppes. Gevolg: krijgsraad bij ons thuis. Ik heb gezegd: ‘Het is afgelopen met het kotleven, manneke. Ge komt weer thuis wonen, en ge gaat op en af.’”

Michael: “Nee, je hebt me met Anderlecht op verplaatsing naar Roemenië gestuurd, waar ik voor straf een week lang in een hotel moest werken. Toen ik terugkwam, stond een busje van Anderlecht me op de luchthaven op te wachten. Het bracht me rechtstreeks naar het stadion, waar Constant Vanden Stock en papa een vergadering hadden belegd: zij aan de ene kant van de tafel, ik aan de andere kant. Mijn vader zei: ‘Awel, ketje, hebt ge ’t begrepen, of moet ik het nog eens uitleggen?’ Daarna ben ik in Brussel aan de VUB begonnen. Daar is het wel gelukt.”

Michel: “Ik ben trots op mijn zoon: hij maakt een mooie carrière. Niet alleen bij Anderlecht. In de privé heeft hij ook iets neergezet met Komito, zijn vastgoedmaatschappij: in Brussel heeft hij al vijf grote buildings gebouwd. De eerste in de Koloniënstraat: daar heeft hij een kantoor van de spoorwegen omgevormd tot een appartementsgebouw met dertien verdiepingen.”

Is hij goed in zijn vak omdat hij streng is opgevoed?

Michel: “Hij heeft ontegensprekelijk discipline.”

Waaraan merkt u dat?

Michel: “Ik krijg hem met moeite één keer per week aan de telefoon.”

Michael: “Drie keer. We facetimen minstens drie keer per week, maar hij vergeet nogal snel.”

Michel: “Hij is altijd druk bezig, van ’s morgens tot ’s avonds.”

Het is zoals met uw vader: vakantie bestaat niet?

Michael: “Dat is het verschil met mijn vader: hij nam nooit vakantie. Ik doe dat wel. In het weekend neem ik tijd om te sporten en naar het voetbal te gaan.”

Michel: “Ik gaf alles aan de club. Mijn vrouw is twintig jaar lang met mijn zoon en dochter naar de Côte d’Azur gereden, op vakantie. Ik zei altijd: ‘Je viens le weekend prochain.’

Michael: “Maar hij kwam niet.”

Michel: “Ik ben nooit geweest. Na twintig jaar hoorde mijn vrouw van een vriendin dat niemand ginds geloofde dat ze een man had. Ze is nooit meer naar Sainte-Maxime gegaan. Ze wilde niet meer.”

Hebt u daar spijt van?

Michel: “Ik besef dat ik er niet voldoende ben geweest voor hen. Pas op, als ik er moest zijn, was ik er wel.”

Michael: “Het was een andere tijd. Vandaag heeft succesvol ondernemen niets meer te maken met honderd uur per week kloppen. Een onderneming is succesvol als ze het goed doet, maar ook als ze aansluit bij de cultuur van de werknemers: mensen moeten elkaar iets gunnen. Ik ben, als leidinggevende, helemaal anders dan mijn vader: ik geef mijn mensen veel meer verantwoordelijkheid. Misschien te veel – is het daarom bij Anderlecht fout gelopen toen ik sportief manager was?”

null Beeld Marco Mertens
Beeld Marco Mertens

DE BUTLER

In tegenstelling tot uw zoon delegeerde u zelden bij Anderlecht, Michel.

Michel: “Mensen vergeten dat ik twee keer bij Anderlecht ben geweest. (opent een map met oude foto’s) Hier zie je me als physical trainer. In 1963 had Albert Roosens, de voorzitter van Anderlecht, gezien dat ik bij Eendracht Aalst nieuwe ideeën in de trainingsleer had geïntroduceerd: interval, weerstand, uithouding, powertraining – niemand kende dat in het voetbal. Trainen, dat was: rondjes lopen en een matchke spelen. Maar ik deed het toen al anders.

“Ik ben zes jaar lang physical trainer bij Anderlecht geweest. In 1969 vloog Norberto Höfling, de toenmalige trainer, aan de deur. In zijn plaats kwam Pierre Sinibaldi. Die zei: ‘Verschueren, het A-elftal is voor mij, de rest is voor jou.’ Ik heb hem gefeliciteerd, ik heb me op het bureau laten uitbetalen, en ik ben vertrokken. ’s Avonds kreeg ik telefoon van Roosens: ‘Verschueren, we gaan dat arrangeren.’ – ‘Nee,’ zei ik, ‘dat bestaat niet.’

“Intussen had Höfling bij Daring getekend. En hij wilde mij erbij. Zo heb ik vier jaar voor Daring gewerkt, en later nog eens zeven jaar voor de fusieclub RWDM, waar voorzitter Jean-Baptiste L’Ecluse me vroeg om algemeen manager te worden. Toen hij in de problemen kwam, zette ik mezelf weer in de markt. Ik was bijna rond met Standard, maar Constant Vanden Stock, de voorzitter van Anderlecht, had dat in de gaten. Na een vergadering met de Profliga stond hij opeens voor mij in de lift. Hij keek me recht in de ogen: ‘Verschueren, tu n’aurais jamais dû quitter Anderlecht – je had Anderlecht nooit mogen verlaten.’ Twee dagen later was het contract getekend.”

Michael: “Ons ma content: anders moest hij elke dag naar Luik. (lacht)

Michel: “Michael was minder content: hij voetbalde op dat moment bij de jeugd van RWDM, de ‘Boskamp-boys’.”

Michael: “De betere jeugdlichting van Molenbeek: ik was in hart en nieren een RWDM-boy. Toen mijn vader naar Anderlecht ging, was ik daar tegen. Ik heb dat ook tegen Constant gezegd.”

Michel: “Constant zei bij de ondertekening van mijn contract: ‘Uw zoon zal voortaan bij Anderlecht spelen.’ Maar Michael zei onmiddellijk: ‘Ik blijf bij Molenbeek.’”

Bent u bij Molenbeek gebleven?

Michael: “Niet zo lang: ik was nog kneedbaar. Je wordt supporter voor het leven tussen je 8ste en 12de. Ik was 9. En Anderlecht had veel succes: ik ben op het juiste moment geswitcht. Ik ben een paars-witte, maar ik koester nog altijd veel sympathie voor RWDM.”

Michel, u was jarenlang de rechterhand van voorzitter Constant Vanden Stock.

Michel: “Wij waren een perfect duo: Constant kende de zakenwereld én het voetbal. ‘Verschueren,’ zei hij, ‘ge zijt geen goedkope.’ – ‘Nee,’ zeg ik, ‘maar op mij kun je rekenen. Ik zal me nooit laten omkopen of geld pakken op een transfer.’ Ik heb nooit een frank gepakt, anders hou je het niet zo lang vol.”

Men noemde u ‘de butler van Constant’. Houdt u van die omschrijving?

Michel: “Heb ik geen probleem mee. Ik vond het mooi dat ik het vertrouwen van Constant genoot.

“Ik deed ook niets op eigen initiatief: ik legde alles altijd eerst aan hem voor. In het begin van de jaren 80 speelde Anderlecht nog met Belle-Vue (het bierbedrijf van de familie Vanden Stock, red.) als shirtsponsor. Ik zei tegen Constant: ‘Meneer Constant, daar zit meer in.’ Hij zei: ‘Verschueren, ge zijt pas binnen en ge gaat me al buitensmijten.’ Drie keer heb ik het hem gevraagd, voor ik een andere sponsor mocht gaan zoeken. In het geheim had ik natuurlijk al met de Generale Bank gesproken. En dat is een formidabel contract geweest, dat meer dan 25 jaar heeft standgehouden.

“Ook de verbouwing van het stadion, in de jaren 80 en 90, hebben we voor 100 procent zélf gefinancierd, door loges en businessseats te verhuren.”

Michael: “Jullie waren innovators.”

Michel: “Voorlopers!”

Michael: “Ik heb tribune 3 en 4 mee helpen bouwen. Drie zomers lang was ik maneuver: al die zware bakstenen heb ik naar boven gesleept. (lacht)

Kinderarbeid!

Michael: “(schudt het hoofd) Nee, ik was al 16.”

Michel: “Toen ik met de bouw van het stadion begon, zei Constant: ‘Verschueren, wie gaat dat betalen?’ Ik zeg: ‘We gaan de loges verhuren, voor 1 miljoen frank per jaar.’ ‘Dat is niet genoeg’, zei hij. Waarop ik: ‘Nee, maar we verhuren ze meteen voor drie jaar, met betaling op voorhand.’ Zijn frank viel direct. En in 1991 stond het stadion er.”

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

IN DE GEVANGENIS

U hebt altijd voor een ander gewerkt, uw zoon werkt als ondernemer voor zichzelf. Hebt u spijt dat u dat niet hebt gedurfd?

Michel: “Ik heb altijd voor een baas gewerkt, maar ik heb nooit mijn ontslag gekregen. Ik heb altijd zelf beslist over mijn toekomst: ik ben zelf weggegaan in Aalst, Molenbeek en Anderlecht.”

Michael: “Ik had, als afgestudeerd econometrist, keuze zat: ik kon beginnen bij de Big Five (consultancybureaus, red.), verzekeraars, de beurs. Ik kreeg twintig aanbiedingen. Maar ik heb gekozen voor wat niemand verwachtte: zélf ondernemen. Samen met een vennoot ben ik meubels beginnen te importeren. De eerste jaren van mijn professionele leven heb ik doorgebracht in China, Vietnam, Brazilië en Argentinië. We hadden één unique selling proposition: onze prijs. Platte commerce.”

Wat dacht u daarvan, meneer Verschueren?

Michael: “Hij had het er in het begin wat lastig mee.”

Michel: “Ik was nerveus voor al die reizen en risico’s, dat geef ik toe.”

Michael: “Ik heb 500.000 frank geleend. Onze vennootschap was een zelfgebouwd hok in een magazijn in Gent. Met de rest van het geld hebben we een bestelwagen gekocht, waar we drie salons hebben ingeladen, om naar het zuiden van Italië te rijden. Daar hebben we onze modellen laten namaken tegen goedkopere prijzen. Hetzelfde hebben we gedaan met metalen bedden in Taiwan en China. Ons bedrijf is exponentieel gegroeid: na vier jaar haalden we al een omzet van 250 miljoen frank. Boem!

“We hebben in Destelbergen een magazijn van 6.000 vierkante meter gekocht, tjokvol meubels. Twee vrachtwagens ook, personeel, magazijniers. En pas toen heb ik mijn vader en Constant uitgenodigd voor een bedrijfsbezoek. (trots) Ze zijn geschrokken, mag ik wel zeggen.”

Michel: “Ik zag voor het eerst waarmee hij bezig was.”

Michael: “Hij had me elke dag in mijn Golfke naar het magazijn zien vertrekken. Opeens merkte hij dat het serieus was.”

Michel: “Vanaf toen heb ik hem met rust gelaten: ik moest hem echt niet meer leren zakendoen. Hij heeft het nu zo druk als ik vroeger. Als ik hem bel, krijg ik altijd hetzelfde antwoord: ‘I am in a call.’

U was ook altijd druk in de weer, voor de Vanden Stocks. U hebt zelfs uw hoofd voor hen op het kapblok gelegd. Toen Constant Vanden Stock in de zwartgeldaffaire onder verdenking stond, ging u in zijn plaats de gevangenis in. Bent u niet te ver gegaan?

Michel: “Hij apprecieerde dat ik een periode, waar ik zelf niets mee te maken had, op die manier verdedigde. Daar was hij erg erkentelijk voor.”

U was totaal toegewijd aan Anderlecht.

Michel: “Ik had het gevoel dat ik met Constant Vanden Stock een tweede vader had. Mijn vader had ik niet goed gekend. Tijdens de oorlog had hij in Frankrijk gediend. Toen hij naar huis kwam, was hij niet meer de oude: zijn gezondheid was om zeep. Hij leed aan zware astma. En later verloor hij zijn baan bij de bank. Het is niet goed met hem afgelopen.”

Michael: “Hij is vroeg gestorven.”

Michel: “Aan mijn eigen vader heb ik niet veel gehad, mijn broer Karel had een beter contact met hem (zwijgt). Le passé, c’est le passé, maar tussen Constant en mij klikte het.”

Michael: “Als hij van Anderlecht thuiskwam, belde hij meteen met Constant. Elke dag, een uur lang, op de vaste lijn: three sixty five.”

Michel: “Constant wist álles wat ik deed. Ik zal u een voorbeeld geven: de transfer van Juan Lozano, van de Washington Diplomats naar Anderlecht.”

Uw beste transfer.

Michel: “Ik heb nog goede transfers gedaan, hè: Tomasz Radzinski en Jan Koller, dat was ook niet verkeerd. Maar Lozano was een verhaal apart. De Washington Diplomats waren failliet: alle spelers werden verkocht. Voor het afsluiten van de mercato in december krijg ik telefoon: Lozano was nog te koop voor 24 miljoen frank. Ik ga met dat voorstel naar Constant. Hij wijst het af: ‘Dat bedrag hebben we niet gebudgetteerd, Verschueren.’ Drie dagen later een nieuw voorstel: 18 miljoen frank. ‘Nee, Verschueren.’ Ik blijf nog drie dagen praten: 12 miljoen. Ik opnieuw naar Constant. ‘Pak ’m!’, zegt hij. (lacht) Ik mocht alles voorstellen, maar Constant besliste.”

VIRTUEEL FAILLIET

Wie is de beste voetballer die ooit voor Anderlecht heeft gespeeld?

Michel: “De story van Anderlecht begint met Jef Mermans. Maar de beste? Veel mensen zeggen: Rob Rensenbrink. Ik zeg: Lozano. Wat Rensenbrink deed met zijn linker, kon Lozano met twee voeten.”

Michael: “Ik zou zeggen: Paul Van Himst. Maar wat de moderne tijden betreft: I like the power of Romelu Lukaku. Jezus Christus, wat een fenomeen. Tegen hem wil je niet verdedigen, dat zegt Vincent (Kompany, red.) zelfs.”

Beste trainer?

Michel: “Tomislav Ivic. Hij wilde voetballen met de snelheid en de precisie van basketbal. Dat was ne pei, verdoeme: bezeten van voetbal.”

Michael: “Voor mij: Jean Dockx.”

De eeuwige T2.

Michael: “Lag fantastisch in de groep, had een grote technische bagage. Hij is ooit een half jaar T1 geweest, met Frank Vercauteren als assistent.”

Beste voorzitter?

Michel: “Constant, natuurlijk.”

Michael: “Joker.”

Beste match?

Michael: “De Europese kwalificatie in Barcelona, met Johan Cruijff als coach op de bank, en een doelpunt van Marc Van Der Linden in het slot.”

Michel: “Akkoord. Wij hebben Barcelona geklopt, Juventus, Real. Wij hebben drie Europese finales gespeeld. Hoeveel titels wij hebben gewonnen weet ik zelfs niet meer.”

Wat denkt u als u nu naar Anderlecht kijkt?

Michel: “Daar ga ik me niet over uitspreken.”

Michael: “Als hij me aan de telefoon vraagt: ‘Hoe lopen de onderhandelingen tussen de aandeelhouders?’, antwoord ik ook niet. (lacht)

Michel: “Ik kom meer van Marc Coucke te weten dan van hem.”

Anderlecht is virtueel failliet.

Michel: “Ze hebben problemen, net als iedereen. Barcelona, de club van Lionel Messi, heeft miljardenschulden. In de Europese Unie is één club gezond: Bayern München.”

En Club Brugge.

Michael: “En Genk en Gent. Sta me toe iets te zeggen over dat ‘virtuele faillissement’. Dat is een technische kwestie. Een club moet bovenal een sterke man achter zich hebben, zodat ze haar financiële engagementen kan nakomen. Zo’n man hebben we met Marc Coucke.

“De club lijdt nog onder engagementen uit het verleden. Stilaan lopen die af. We zouden wel weer Europees voetbal moeten spelen. Met een beetje geluk lukt het dit seizoen. En dan wil ik het nog wel eens zien: over twee jaar gaan wij weer de concurrentie met Club Brugge aan. Ik ben een heilige believer in het Kompany-project.”

“Het is tijd dat we de discussie over het financiële probleem van Anderlecht afronden. Neem het van mij aan: dat zal gebeuren – al weet ik nog niet wanneer. Kleine en grote aandeelhouders zullen een prima akkoord sluiten, omdat elke aandeelhouder, klein én groot, het goed meent met de club.”

Zolang dat akkoord er niet is, is er ook geen officiële voorzitter.

Michael: “Maakt niet uit. Wouter Vandenhaute is de facto al voorzitter sinds vorig seizoen. Een algemene vergadering moet dat besluit nog bekrachtigen, maar daar hoeft u niets achter te zoeken.”

Doet het pijn dat Club Brugge met voorsprong de grootste club van het land is?

Michel: “Constant en ik hebben de schoonste periode meegemaakt. Nu is het anders.”

Michael: “Bart Verhaeghe heeft als voorzitter bij Club Brugge de rebranding al negen jaar geleden ingezet. Bij Anderlecht waren we daar toen nog niet mee bezig: we zaten verstrikt in het stadiondossier, dat aansleepte en nergens toe leidde. Zo zijn we blijven stilstaan. Brugge doorbrak de sportieve hegemonie en ging over ons heen. Maar ik ga er niet mee akkoord dat Club Brugge weg is, dat we hen niet meer kunnen bijbenen.”

Michel: “Dat heb je in de voorbije weken wel gezien: twee keer uitgeschakeld, in de Europa League én de Beker van België.”

Hebt u daar plezier in?

Michael: “Ach nee, in Europees verband mag je niet blij zijn als een Belgische club eruit gaat.”

BAAS IN HET KOT

Deed het pijn toen u aan de kant werd geschoven als sportief manager, Michael?

Michael: “Laten we eerlijk zijn, het was niet de grootste successtory. Ik heb de tijd niet gekregen, oké, maar ik leg me daarbij neer.”

Michel: “Het lag ook aan de omstandigheden. Na een goede match was daar opeens corona.”

Michael: “Na drie goede matchen: 7-0, 7-1, 6-0.”

Michel: “Voilà, ze konden Play-off I nog halen, maar toen werd de competitie stilgelegd. Daardoor hebben ze die wijzigingen doorgevoerd.”

Michael: “Je zult van mij geen kwaad woord horen over het management van vandaag. Peter Verbeke (de huidige sportief manager, red.) is een grote versterking voor de club.”

U had minder voetbalknowhow?

Michael: “Peter heeft zeven jaar lang in het voetbal gewerkt, als scout en als sportmanager. Ik ben een generalist: ik ben bij Anderlecht begonnen om de club, naar het voorbeeld van Ajax, naar de Chinese en Amerikaanse markt te brengen. Door omstandigheden is het plan weggelegd, maar vroeg of laat diepen we het weer op. Voetbal globaliseert. Je moet je merk ook uitbouwen in het buitenland.”

Zat u, als sportief manager, op de verkeerde stoel?

Michael: “Ik heb de job aanvaard op voorwaarde dat er een technisch directeur naast me zou staan: Frank Arnesen. Zo doe ik het ook in mijn bedrijven: met competente mensen naast me. Ik heb een digitaal bedrijf aangestuurd, al ben ik zelf geen programmeur. Ik heb een medisch bedrijf aangestuurd, al ben ik zelf geen dokter. Maar eerlijk is eerlijk: Anderlecht heeft met Verbeke op die positie een betere oplossing dan met mij.”

U neemt Marc Coucke niets kwalijk?

Michael: “Ik blijf hem een geweldige ondernemer vinden.”

U hebt hem ook als kandidaat-overnemer aangebracht.

Michael: “Ik heb hem bij Anderlecht voorgesteld, maar daarmee houdt het ook op. Het overnameproces is correct gelopen. Alle kandidaat-overnemers mochten hun strategie anoniem voorstellen. De raad van bestuur heeft geoordeeld dat de strategie van Coucke de beste was.”

Michel: “Ik ben blij dat Marc Coucke ons heeft overgenomen. Liever een Belg aan het hoofd van Anderlecht dan een Rus, een Chinees of een Japannees.”

Michael had het daarnet nogal voorzichtig over ‘engagementen uit het verleden’, die zwaar op het budget van de club drukken. Als je het dossier-Football Leaks in De Standaard/Le Soir las, kon je slechts tot één conclusie komen: de makelaars hebben Anderlecht leeggezogen.

Michael: “(knikt) Dat is één van de pijnpunten.”

Michel: “Het is allemaal begonnen met het Bosman-arrest in 1995 (waardoor een speler een club transfervrij kan verlaten aan het eind van zijn contract, red.).”

Michael: “Dat klopt niet: Club Brugge, bijvoorbeeld, is níét leeggezogen. Anderlecht was te veel in handen van makelaars: we betaalden te veel commissie.”

Dat doen jullie nog altijd: het afgelopen jaar betaalde Anderlecht bijna evenveel aan makelaars als aan spelerslonen.

Michael: “Makelaars krijgen een fee voor het aanbrengen van een speler én een commissie op het salaris: als een speler een contract voor meerdere jaren tekent, betaal je als club verscheidene jaren commissie. Peter en ik hebben de normen voor commissies aanzienlijk naar beneden gehaald. Het resultaat zie je nog niet in het huidige boekjaar. Maar als de grote contracten uit het verleden aflopen, zal het verschil wel zichtbaar worden.”

Een voorbeeld uit Football Leaks: Youri Tielemans ging naar Monaco voor 26 miljoen euro. 6 miljoen euro verdween in de zakken van zijn makelaar Christophe Henrotay. Dat is bijna 25 procent.

Michel: “Voor het Bosman-arrest waren de clubleiders baas in hun kot. Daarna is de invloed van makelaars toegenomen en in bepaalde kringen uit de hand gelopen.”

Michael: “Als sportief manager krijg je voorstellen van makelaars. Of course it happens, ook vandaag nog. Maar als je een transparant beleid voert, ga je daar niet op in.”

Michel: “Ik werkte indertijd met maximaal drie makelaars. Nu werken clubs met ik-weet-niet-hoeveel tussenpersonen. Zelfs bij de kadetten van Anderlecht (plus 12-jarigen, red.) heb je geen spelertjes meer zonder makelaar. Dat is niet gezond.”

Michael: “Het is tegen de wet: je kunt pas een officiële makelaar hebben als je een profcontract tekent. Daarvoor moet je 18 zijn.”

Michel: “Toch hebben die voetballertjes al mensen die hen vertegenwoordigen.”

Michael: “De FIFA (wereldvoetbalbond, red.) gaat dat regulariseren.”

Michael gelooft in de wederopstanding van Anderlecht. U ook, meneer Verschueren?

Michel: “Ik hoop het voor hem. Voor mij is het afgelopen. Ik heb me uit alles teruggetrokken, zelfs uit restaurant Saint-Guidon. Maar ik volg nog alles op de voet: ik lees vijf kranten per dag, voor het voetbal én de politiek.”

U hebt in 2018 de Open Vld-lijst nog geduwd.

Michel: “Voor Maggie De Block. 7.157 voorkeurstemmen heb ik gehaald. Met 100 meer was ik verkozen.”

Michael, u bent ook voor Open Vld opgekomen.

Michael: “Op een niet-verkiesbare plaats, bij de gemeenteraadsverkiezingen. Op lokaal vlak wil ik later nog iets voor de partij doen.”

Zijn jullie stamboekliberalen?

Michel: “Mijn broer, Karel Verschueren, was senator voor de socialisten. Maar laat ik u één ding zeggen: elke socialist eindigt als liberaal. (lacht)

Bent u, op uw 90ste, bang voor corona?

Michel: “Ik soigneer me. Ik verlaat het huis alleen om naar de bakker, de beenhouwer of de bank te gaan. Voor het overige zie ik geen mensen.”

U bent al twee keer door het oog van de naald gekropen.

Michel: “Tien jaar geleden was mijn vrouw ’s morgens vroeg vertrokken om inkopen te doen. Toen ze terugkeerde, lag ik tegen mijn gewoonte in nog altijd op bed: ik was in een coma gesukkeld. Acuut nierfalen had mijn hele lichaam vergiftigd: vijf dagen ben ik weggeweest. Dankzij het juiste antibioticum heb ik het alsnog gehaald.

“Vijf jaar geleden had ik een tumor op mijn dikke darm – gelukkig zonder uitzaaiingen. Dus ik ben oké. Ik help mijn vrouw zo veel mogelijk. Sinds haar auto-ongeval kan ze zich nog uitsluitend met een rollator verplaatsen. Ze heeft negentien dagen in een coma gelegen. Haar sterke Joegoslavische karakter heeft haar er doorheen gehaald. Michael heeft hetzelfde karakter.”

Verzorgt u haar?

Michel: “Ik doe wat ik kan. Eten maken kan ik niet, maar dat kan zij gelukkig nog wel.”

Michael: “Ze passen goed bij elkaar.”

Bent u een tevreden man?

Michel: “Mocht ik herbeginnen, ik zou wellicht hetzelfde doen.”

Gelooft u in een leven na dit leven?

Michel: “Daar denk ik niet aan.”

U weigert daarover na te denken?

Michel: “(neemt nog een foto uit de map) Kijk, Ivic, trainer bij Anderlecht. Dat is lang geleden.”

Michael, bent u naar Anderlecht gekomen voor uw vader?

Michael: “Ik ben verliefd geworden op Anderlecht. De club zit diep in mijn hart. Maar natuurlijk doe ik het ook voor hem.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234