Dinsdag 19/01/2021

Hij stopt ermee, die rare vent met zijn stokje

Harry De Neus, The Nose, der Todsichere Riecher, de Opperknook... Harry Jongen. Kapitein van de Bergings- en Identificatiedienst van de Nederlandse Koninklijke Landmacht, maar bovenal meester-lijkenruiker met wereldfaam. Gewapend met prikstok en een bovenmatig ontwikkeld reukorgaan op zoek naar begraven dood. Duizenden lijken hielp hij vinden. Van Duitse soldaten tot An en Eefje. Speurhonden bogen het hoofd. 'Een lijk ruikt anders dan beton. Zo eenvoudig is het.' Vorige maand hing hij neus en prikstok aan de kapstok. Officieel althans.

PETER GORIS

Harry Jongen weet: brandnetels gedijen op menselijke resten. Noem het macaber, Jongen noemt het ervaring. Botten zijn rijk aan calcium en daarop tieren brandnetels nu eenmaal... Een lijk is uitstekende humus. Waar een lijkt ligt, is het gras groener. Er woekert onevenredig veel onkruid en de plantengroei is explosief gestegen. Het verstopte lijk wordt op een presenteerblad aangeboden.

Harry Jongen, schrijft zijn biograaf, volgt steeds hetzelfde stramien. Het terrein opnemen door de ogen van de moordenaar. Drie criteria. Een plek aan de rand van een open terrein, binnen tweehonderd meter van een verlaten maar begaanbaar pad en onevenredig veel plantengroei. "Zestig procent van een succes is observeren, redeneren, combineren", vertelt Jongen. "De rest is 30 procent prikken, de laatste 10 procent ruiken. Pas dan is er bevestiging."

Jongens prikstok. Drie heeft hij er. In verschillende lengten. Roestvrij staal. "1,45 meter is de langste. Ik heb hem zelf ontworpen. Stevig genoeg om in de grond te prikken, maar zo gemaakt dat hij gevoel kan doorgeven. Iedereen kan prikken, maar ik moet het in de handen voelen. Mijn stok is ook altijd dezelfde gebleven, mocht niet veranderen. Hij is een deel van mijn lichaam." Drie prikken heeft hij nodig. Een om te voelen of de structuur van de aardlagen bewogen heeft, of er gegraven is. Een tweede prik om het eventuele lijk te voelen. Een laatste om te ruiken.

Maximaal zestig, zeventig centimeter diep. Schuin in een hoek van 45 graden. In dezelfde hoek de prikstok terugtrekken. De lijklucht mag niet in de gleuf blijven hangen, moet op puntje van de stok blijven dansen. Geen foutenmarge. "Het heeft met concentratie te maken. Ik sluit me op zo'n moment helemaal af. Zoek de geur in mijn geheugen. Alles wat ik ooit geroken heb, zit erin. Een wortel van een den ruikt anders dan die van een beuk. Beton ruikt anders dan zand. Een bot anders dan vlees. De typische lijkgeur ontsnapt me nooit." Jongen heeft het altijd gezegd: "Als er een lijk ligt, weet ik het te vinden. Zo niet, dan hang ik mijn pet aan de kapstok."

De Neus wordt geboren in 1945 in het Zuid-Limburgse Schaesberg. Vader Jongen is 'Vastieger', chef-mijnopzichter in de steenkoolmijnen. Hij kruipt met houten prikstok op handen en voeten door mijngangen op zoek naar zwart goud en/of gevaar. De neus wordt doorgegeven van vader op zoon. In 1969, 24 jaar oud en beroepsmilitair, komt Harry Jongen bij de 'gravendienst', de Bergings- en Identificatiedienst (BID) van de Koninklijke Landmacht. Hij raakt gefascineerd door het zoeken naar lang verdwenen en begraven soldaten. Hij stort zich op de wereld van anatomie en osteologie, de kennis van de botten. Verdiept zich in het verteringsproces van lichamen, het openleggen van graven. Ontdekt zijn eigen reukvermogen en de prikstok. Razendsnel bouwt hij een ijzersterke reputatie op.

Ook de Nederlandse recherche ontdekt De Neus. De zoektocht naar de beruchte contraspion Lindemans, alias King Kong, de slachtoffers van de bende van Venlo, de babylijkjes in Epe, de mysterieuze verdwijning van Hendrik van Ipenburg, het vermiste lichaam van Thea Kramer... De Neus en prikstok doen wonderen. "Hoeveel lijken er met mijn hulp zijn bovengehaald? Duizenden." Ook internationaal komt de erkenning. In oktober 1993 wordt Jongen in opdracht van de VN naar voormalig Joegoslavië gestuurd, op zoek naar oorlogsmisdaden. Een maand later heeft hij in Pakrac negentien lijken in negen graven ontdekt.

De ultieme uitdaging komt in 1996, in volle Dutroux-affaire. Een telefoontje van Joan De Winne, commandant van het Disaster Victim Identification-team (DVI). De Belgische speurders zoeken al weken naar sporen van An en Eefje. Jongen is erbij wanneer op 3 september in Jumet de lichamen worden gevonden van An en Eefje, verborgen onder een betonlaag. "Het is tegelijkertijd een hoogtepunt en een van de meest emotionele momenten in mijn carrière. Voordien was een dood lichaam voor mij een voorwerp. Een omhulsel waar de ziel uit verdwenen was. Het vinden van An en Eefje was een van die zeldzame momenten dat het beruchte knopje omzetten te moeilijk was."

Zijn biograaf: 'Eigenlijk valt zijn neus een beetje tegen. Hij ziet er, welbeschouwd, tamelijk normaal uit zelfs, om niet te zeggen: wat aan de kleine kant.

Hijzelf geeft toe: "Er is niet zoveel bijzonders aan mijn neus. Ik ruik ook niet beter dan een hond, bijvoorbeeld. Die heeft miljoenen reukcellen meer. Alleen heb ik ook een grotere portie verstand meegekregen, kan ik redeneren en ervaring opbouwen. In vergelijking met andere mensen ruik ik wel beter. Dat is een gave, maar kan af en toe ook enorm irritant zijn. Als de buren koken, ruik ik tot in detail wat er op tafel zal komen. Mensen zullen zich ook altijd wat beter verzorgen als ze in mijn buurt zijn. Liefde op het eerste gezicht is bij mij inderdaad misschien wel liefde op de eerste reuk. Het kan ook handig zijn. Als een van mijn zonen in zijn luier gepoept heeft, ruik ik dat meteen. En wijn proef ik niet met de tong maar met de neus. Maar ik probeer me zo weinig mogelijk op dagelijkse geuren te concentreren. Anders wordt het té. Verkouden? Ja, dat betekent rust."

De geur van lijken heeft Jongen nooit aan het wankelen gebracht. "Een geur wordt pas ondraaglijk als hij niet in de context past. De stank van een lijk bij een opgraving past in de context. Dan is de geur van bloemkool veel ondraaglijker. Als hij even blijft hangen, wordt het strontlucht. En die reuk past niet bij eten."

Op 1 september ging Harry Jongen vervroegd met pensioen. Slachtoffer van zijn eigen succes. Kwatongen binnen Defensie, Justitie en de media hadden de 'zelfingenomen bemoeial' uitgespuwd. Speurhonden juichten. "Nu start ik met mijn eigen bedrijfje. Grafruimingen, opzoekwerken, identificeren... Hetzelfde werk, maar dan privé. Mensen vinden me wel eens een lugubere man. Die 'rare vent met zijn stokje'. Ik ben nochtans een levensgenieter. Maar dan een die nuchter naar de dood kijkt. Ik accepteer de dood zoals ze is, een deel van het leven. Ik wil enkel absoluut niet begraven worden. Ik weet wat er zich onder de grond afspeelt, hoe een lichaam verteerd wordt. En dat is en blijft een bijzonder onsmakelijk en stinkend proces. Geef mij maar een crematie. Ik wil niet teruggevonden worden."

Het boek De Neus, het macabere vak van Harry Jongen van Hans van der Beeck wordt volgende week voorgesteld. Uitgeverij Prometheus / Standaard Uitgeverij, 156 pagina's, 510 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234