Dinsdag 19/01/2021

'Hij stierf door chantage'

Documentairemakers Jan Antonissen en Dirk Van Nijverseel reconstrueren samen met hun collega Bart Matthijs vanavond in Belga Sport op Canvas de legende van Jacky Ickx. Voor De Morgen lichtten ze het bijzondere verhaal van Nina, de weduwe van Jochen Rindt, eruit.

Door Dirk Van Nijverseel en Jan Antonissen

Brussel l In 1970 beëindigde Jacky Ickx het formule 1-seizoen boven aan de eindrangschikking. Toch werd hij geen wereldkampioen omdat de Oostenrijker Jochen Rindt meer punten verzameld had. Nochtans was die eerder op het jaar op het circuit van Monza om het leven gekomen.

In de jaren zestig en zeventig was de formule 1 het wilde Westen op wielen: gemiddeld twee racers per seizoen stierven aan het stuur. In 1970 werd de wereldkampioen, de Oostenrijker Jochen Rindt, zelfs postuum gelauwerd. Zo ging dat toen in de wereld van de brullende motoren: racers bestreden elkaar op leven en dood in razende benzinebommen. Zoveel jaren later verwondert Nina Rindt, de weduwe van Jochen, zich nog altijd over de snelheid waarmee haar man uit haar leven is verdwenen. "De dood overkwam alleen andere racers."

Haar wespentaille heeft ze behouden. Haar looks ook. Nina Rindt, née Nina Lincoln, was een Fins topmodel toen ze Jochen Rindt leerde kennen. In haar prachtige villa, hoog boven het meer van Genève, wijst ze naar de ruige Alpentoppen die het raam vullen. Daar ergens moet de vonk overgeslagen zijn, op een skipiste. "Jochen kon goed skiën", zegt ze. "Tenminste: hij was snel. Hij ging ontzettend hard naar beneden, maar ik was wel beter." En ze lacht haar fijne lachje, dat de hele ochtend zal domineren.

"Waarom wordt een mens verliefd? Ik zou het niet kunnen zeggen. Mijn vader was ook een autocoureur, ik kende Jochen via hem. Maar ik heb Jochen niet ontmoet op het circuit. We waren allebei jong, we hielden van skiën, and he was a great guy. Dat is het zo ongeveer."

In 1964 debuteert Jochen Rindt - wilde haardos, atletische corpus - in de formule 1. Hij heeft de reputatie een Draufgänger te zijn. Een risicorijder, die meer dan eens in de loop van de race uitvalt. Klinkt het niet, dan botst het wel. Veel heeft Rindt in het leven toch niet meer te verliezen: een jaar na zijn geboorte zijn zijn ouders omgekomen bij een bombardement op Hamburg. Hij groeide op bij zijn grootvader in Graz.

"Jochen was wild", zegt Nina. "Mijn vader bekeek hem nogal meewarig. "Maak je maar geen zorgen om Rindt", zei hij altijd, "na enkele ronden valt hij gegarandeerd uit." En hij had gelijk.

"Jochen was snel, maar hij leefde niet voor zijn sport: hij ging veel stappen. Mijn vader versloeg hem meestal, ook al was hij een stuk ouder. Mijn vader was een amateur. Racen was zijn hobby, een dure hobby, maar hij kon niet zonder. Voor hem ging het om de snelheid, niet om de wagens. Bij de meeste racers is het net omgekeerd."

En bij Jochen? "Ik heb niet de kans gehad het hem te vragen. Na zijn dood wilde ik meer over zijn drijfveren te weten komen: waarom racete hij zo graag? Ik heb er urenlang met mijn vader over gepraat, maar toen was het al te laat. Als je jong bent, denk je niet na over wat je allemaal doet. Nu zeg ik: het was de snelheid die Jochen aantrok. Jochen was ook dol op mooie wagens, maar hij keek er niet naar om. Soms vergat hij de olie bij te vullen, en reed hij tot de motor ontplofte. Dat is meer dan eens gebeurd.

"Met de jaren is Jochen wel voorzichtiger geworden. Het ging hem dagen dat hij niet als een gek over het circuit hoefde te razen. Het verlies van enkele goede vrienden, Bruce McLaren en Piers Courage, had hem diep geraakt. Hij besefte plotseling dat het ook hem kon overkomen. Dan zei hij: 'Als ik dood ga, moet je de volgende dingen doen.' En dan somde hij de financiële maatregelen op die ik desgevallend moest nemen. Ik kon daar niet tegen. 'Hou er alsjeblieft over op', zei ik. Dat had ik zo geleerd: mijn vader praatte daar ook niet over. De dood was geen issue. De dood overkwam alleen andere racers."

Rindts carrière komt in een hogere versnelling als hij in 1969 het team van Jack Brabham verlaat: hij wordt de eerste niet-Brit in een cockpit van Lotus. Op het Amerikaanse circuit van Watkins Glenn wint hij zijn eerste Grote Prijs, mede dankzij zijn lichte wagen. "Light is right", zeggen ze bij Lotus.

"Jochen had twee mooie aanbiedingen", zegt Nina. "McLaren of Lotus. Hij had de keuze. Uiteindelijk werd het Lotus. Voor het geld, denk ik, en Lotus had de beste wagen. 'Dit is mijn grote kans om wereldkampioen te worden', zei hij.

"Lotus had snelle maar minder betrouwbare wagens, Jochen wist dat. Natuurlijk wist hij dat. Hij was zich zeer bewust van het risico dat hij nam, maar hij zou er wel mee om kunnen, dacht hij. In die tijd waren alle wagens gevaarlijk; er gebeurden zoveel zware ongevallen. Jochen vermoedde niet dat de Lotus gevaarlijker was dan andere wagens. En hij ging er ook vanuit dat hij Colin Chapman, de constructeur, wel zou kunnen overtuigen om de wagen solider en sterker te maken." Ze zwijgt en glimlacht. "Daarin heeft hij zich dus vergist."

Chapman was veranderd, zegt ze. Het jaar daarvoor, in 1968, was de legendarische Schotse gentleman driver Jim Clark in een formule 1-race omgekomen. Clark was de oogappel van Chapman. "Na het ongeval van Jim Clark heeft Chapman afstand genomen. Hij wilde geen hechte relatie meer met zijn coureurs. De relatie Rindt-Chapman was puur zakelijk.

"Chapman wilde winnen, en voor hem betekende dat: lichte wagens bouwen. Dat zulke wagens ook gevaarlijk waren, deed er niet toe. Een ongeval was brute pech. It was part of the game - and it was his game. Hij bepaalde de regels.

"Jochen en Chapman maakten vaak ruzie met elkaar, ook in mijn bijzijn. Chapman weigerde veiligheidsaanpassingen uit te voeren. Hij zei: 'Jij bent de coureur, ik ben de constructeur.' En hij deed gewoon zijn zin. Jochen had de keuze: of hij racete met een gevaarlijke wagen of hij racete niet. Dat maakte hem woest. En dat was misschien ook de bedoeling van Chapman. Als coureurs woest zijn, gaan ze pas echt hard. Constructeurs lokken conflicten uit om coureurs over de limiet te jagen.

"Voor constructeurs is het simpel: 'Coureurs moeten rijden, niet nadenken. Laat het denkwerk maar aan ons over." Coureurs zijn de jockeys van de formule 1: zij moeten uitvoeren wat hun wordt opgedragen.

Ook coureurs die wereldkampioen kunnen worden? "Chapman was overtuigd van Jochens kwaliteit. Anders had Jochen nooit voor hem mogen rijden en had hij hem ook nooit zoveel betaald. Jochen verdiende goed, al was het peanuts in vergelijking met wat coureurs tegenwoordig betaald krijgen. Maar Chapman was van het principe: 'Ik betaal jou goed, maar dan doe jij ook wat ik zeg.' Jochen was daar niet blij mee. Hij zag zichzelf als meer dan maar gewoon een autocoureur. Dat was de kern van het conflict. Alleen, Chapman was de baas, niet Jochen.'

Ze lucht haar hart over de formule 1-wereld van vandaag. Alles draait om geld, zegt ze, ook bij de coureurs. Terwijl die net horen te racen vanuit een innerlijke drive, hun passie, niet om het snelle gewin. "De formule 1 is een mannenwereld - ik zie er niet zo gauw een vrouw in meedraaien. Het gaat om passie en moed. Veel moed. En het kan ook geen kwaad om een beetje dom te zijn. Je bent het speeltje van de constructeurs: voor hun is het business. Voor de coureurs is het snelheid."

In 1970 was Jochen Rindt ontegensprekelijk de snelste van het pak. Zijn Lotus Ford '72 is ingenieus en vooruitstrevend: er is geen houden aan de vliegende Oostenrijker. Hij wint in Monaco, Zandvoort, Clermont-Ferrand, Brands Hatch en Hockenheim. De wereldtitel ligt voor het grijpen. De enige coureur die hem nog enigszins verontrust, is onze landgenoot Jacky Ickx in zijn bloedrode Ferrari.

Nina maakt de veroveringstocht van op de eerste rij mee. Jochen en zij zijn onafscheidelijk. Als hij rondjes maalt op het circuit, zit zij in de pits, chronometer in de hand - een dankbaar slachtoffer voor de telelenzen van de wereldpers. "Het was hard werken, rondetijden opnemen: rekenen en cijferen, goochelen met tienden en honderdsten van een seconde. Je moest wel een beetje aanleg voor wiskunde hebben, maar het was leuk om die resultaten achteraf met de andere meisjes te vergelijken. Zo had je tenminste wat om handen.

"Ik was er altijd bij, niet omdat ik het zo graag deed, maar omdat ik anders mijn man niet zag. Jochen voelde zich ook rustig als ik in de buurt was. Het was een leuke tijd, met veel feestjes en plezier; de formule 1 was één grote familie. Je stond dicht bij elkaar."

In Zandvoort schiet Nina Rindt uit de pits als de omroeper bericht dat Piers Courage, haar mans beste vriend, tijdens de Grote Prijs van Nederland is gecrasht. Courage overleeft het ongeval niet. "Ik ging onmiddellijk naar Sally, Piers' vrouw: als vriendin was ik de enige die haar kon troosten. Of liever: de enige die op zo'n moment bij haar kon zijn. Praten heeft dan toch geen zin. We zijn onmiddellijk naar het hotel gereden en hebben daar gewacht tot de race voorbij was. Daarna zijn we teruggevlogen: Jochen, Sally en ikzelf.

"Jochen had in Zandvoort gewonnen! Ik snapte dat niet. Hoe kon hij nog een race winnen, nadat zijn vriend voor zijn ogen was omgekomen? Maar hij deed het gewoon. 'Het was mijn job', zei hij. Hij mocht niet opgeven. Zo zien coureurs dat. In een hoekje zitten huilen is ook geen oplossing: dat brengt niemand terug. Allicht kookte Jochen van binnen. Maar het is wat ik daarnet zei: van woede gaan goede coureurs harder rijden. Dat zal Jochen die dag ook vooruit gestuwd hebben.

"Sally heeft die zomer, samen met haar oudste zoon, veel tijd bij ons doorgebracht. Dat was best confronterend voor Jochen, die zo weinig mogelijk aan Piers probeerde te denken: hij zocht allerlei uitvluchten om niet met Sally en mezelf te moeten optrekken. Hij kon het niet aan. Maar dat is het leven."

In een documentaire van de Duitse televisie, opgenomen in die gedoemde zomer van 1970, spreekt Nina de hoop uit dat haar man stopt met racen. "De dood van Piers was een schok voor ons allebei. Jochen had overwogen ermee op te houden, maar racen was zijn lange leven. Hij kon het niet laten. 'Nee', zei hij. 'Ik wil nog enkele jaren doorgaan.' En ik accepteerde dat.

"Het is te zeggen: ik stelde hem eerst voor een ultimatum. 'Ik ga terug naar Finland', zei ik. 'Ik keer pas terug als jij stopt met racen.' Het maakte geen enkele indruk op hem. 'Dat meen je toch niet, Nina. Blijf gewoon bij me, en laat me racen.' En ik bleef. Hij had mij ook nodig, hij had geen familie."

Was hij van plan te stoppen als hij wereldkampioen werd? "Nee, er was geen deal tussen ons. Als hij wereldkampioen werd, was dat dé kans om veel geld te verdienen. Zo gaat dat: eerst word je wereldkampioen en daarna sla je er munt uit."

In september, voor de Grote Prijs van Italië, loopt de spanning tussen Jochen Rindt en constructeur Colin Chapman hoog op. Rindt maakt weer eens zijn beklag over de snelle maar onbetrouwbare Ford Lotus 72. De remleidingen deugen niet, volgens Rindt. Ze zijn hol en niet sterk genoeg - en ze zijn al enkele keren geknapt. "Laat me maar in de oude Ford Lotus 49 racen", zegt Rindt. Nina Rindt: "Oké, zeiden ze. De oude Lotus 49. Maar we komen in Monza aan, en in de vrachtwagen van Lotus staat alleen de Lotus 72 te blinken. 'Dat was de afspraak niet', zei Jochen. 'Je racet met de snelste wagen', zei Chapman. 'Of je racet niet.'

"Jochen was op een zucht van de wereldtitel, wat kon hij doen? Hij stond met zijn rug tegen de muur. Hij is ongelukkig naar de trainingsritten vertrokken, boos op Chapman, maar ik betwijfel of hij een slecht voorgevoel had. It was just another day at the races. We hebben ons nog gehaast, herinner ik me, er was zoveel volk in Monza."

Zo vertrekt Jochen Rindt, 28 jaar oud, voor de laatste keer in zijn Lotus 72, de wagen die hij niet vertrouwt. Chantage, zegt zijn vrouw. "It was blackmail and then he died." De remleidingen hadden het begeven.

Nina Rindt: "Helen, de vrouw van Jacky Stewart, heeft me als eerste opgevangen. Even later was mijn vader ook ter plekke. En Colin Chapman heeft ons, met zijn vrouw en kinderen, in zijn privéjet naar huis gevlogen." Hoe was dat? "Onwezenlijk, maar je bent zo van slag dat je vergeet wat zo'n man je aangedaan heeft." Op de luchthaven stond Sally, de vrouw van Piers Courage, haar op te wachten. "We hebben enkele maanden later in dit huis samen Kerstmis gevierd. Wij met onze kinderen, zonder onze mannen."

Na Jochen Rindts dood gaat het formule 1-circus verder, met nog drie Grote Prijzen in dat seizoen. De voorsprong van Rindt is zo groot dat hij alleen nog verslagen kan worden door Jacky Ickx, als die alle drie de resterende Grote Prijzen wint. Ickx wint twee keer. In Watkins Glen gaat hij de pits in door een benzinelek, waarvan kenners nog altijd beweren dat het een georganiseerd lek is, en hij eindigt tweede: weg wereldtitel. Ickx zou geen dode concurrent hebben willen kloppen.

Nina Rindt lacht. "Dat verhaal ken ik nog niet. Ik heb de formule 1, net na het overlijden van Jochen, ook niet meer gevolgd: ik ging er vanuit dat Jacky de titel wel zou krijgen. Nu, of het verhaal waar is of niet, het klinkt alleszins mooi, toch?

"Ik weet nog dat ik plotseling bericht kreeg dat ik de trofee in Parijs moest gaan ophalen. Dat zag ik echt niet zitten: zo ver reizen voor een trofee die niet mij maar Jochen toebehoorde. Ik dacht: 'Wat moet ik met die stomme trofee?' Maar Jacky Stewart liet niet af: 'Je móét gaan, Nina.' En hij had gelijk, soms moet je dingen tegen je zin doen, because it's the right thing to do. En nu vind ik het prachtig dat Jochen wereldkampioen formule 1 is geworden. Dan is hij toch niet voor niks gestorven, denk ik maar."

Vanavond, 20.50 uur, Canvas, Belga Sport: 'Het mirakel Jacky Ickx'

Nina Rindt:

Ik zei: 'Ik ga weg en keer pas terug als jij stopt met racen.' Het maakte geen enkele indruk op hem. 'Dat meen je toch niet, Nina. Blijf gewoon bij me, en laat me racen.' En ik bleef. Hij had mij ook nodig, hij had geen familie

Nina Rindt:

Jochen vertrouwde de remleidingen van zijn wagen niet en had gevraagd met een andere te rijden. De baas zei: 'Je racet met de snelste wagen of je racet niet'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234