Zondag 12/07/2020

Hij speelde Max in De Kat, agent Jos Smeets in Langs de Kade en Georges in Wittekerke. Hij had grote en kleine rollen in talloze theaterstukken, tv-series en films. Als mijnheer Leonard, de uit pauzes en stiltes opgetrokken directeur in Oud België, heeft Arnold Willems goud te pakken. ‘Een godsgeschenk’, noemt hij het zelf, ‘een soort vervulling’. Een gesprek met iemand die dan misschien wel fin-de-carrière is, maar nog lang niet van plan is te stoppen: ‘Een acteur ben je voor het leven’

‘En, weet u nu genoeg over mij” zegt Arnold Willems na het gesprek. Twijfelend, dubbend. “Hebt u hier iets aan?”, klinkt het later. Of ik zijn hobby’s niet hoef te weten? “Niet dat ik die heb” lacht hij. “Of wat mijn favoriete muziek is? Jazz, Tom Waits, ja ik ben een grote fan van Tom Waits”. Nee dus, zijn hobby’s of muziekkeuzes doen even niet terzake. Toch niet na dit ontmoeten tussen ons, intens, aarzelend af en toe, maar diep. Opvallend hoe Willems tijdens het gesprek soms schichtig rondom zich kijkt als wil hij zich even onzichtbaar maken. Niet dat het lukt met die taal en dat timbre bij hem. Willems is taal, warme bas, zonder veel coloratuur, én van de articulerende school. Niet dat Willems zich afsluit. Stilte is gewoon een component van hem, liever een pauze in een gedachtegang dan zinloos geklepper. Een toeval of net niet dat het personage dat hij in Oud België vertolkt, mijnheer Leonard, ook uit pauzes, stiltes, veronderstellingen en een portie afstand is opgetrokken.Arnold Willems: “En ondoorgrondelijk blijft. Hij kan of wil zich niet prijsgeven. Terwijl deze man zo rijk is vanbinnen, zo veel meemaakte maar er vooral het zwijgen toe doet.”U moet dus het woordloze spelen. Terwijl een acteur van uw generatie het toch van taal en declameren heeft. Hoe doet u dit? Willems: “Intuïtief. Ergens diep in mij werd iets aangesproken wat ik ken. Op de set matchte dat met de manier waarop regisseur Indra Siera het allemaal aanpakte. Dat was ronduit subliem. Het werkte heel inspirerend. Een acteur heeft soms het gevoel dat hij een personage op tien manieren kan spelen en dan dubt hij de hele tijd maar over welke manier de juiste is. Dat had ik bij Léonard dus niet, onder meer dankzij Indra. Hoe hij het klimaat schiep, een sfeer installeerde, magie maakte, waardoor alles als vanzelf samen kwam. Het is misschien een detail, maar niettemin betekenisvol: Indra heeft niet één keer ‘actie’ geroepen. Set klaar, technisch alles oké en ineens zei Indra: ‘Arnold, op uw tempo’ of ‘wanneer jij wilt’. Daarop werd het stil, begon het te lopen, zonder die ‘klap’. Ook zonder de koele ‘cut’ nadien. We bepaalden zelf tijd en ritme, we gleden de scènes in en weer uit. Het was zo vanzelfsprekend.”U spreekt met grote liefde over dit ‘product’. Het heeft een snaar geraakt in u?“Het was voor mij een beetje een godsgeschenk. Ik ben uiteraard fin-de-carrière. Daar valt niet aan te ontkomen. Volgende maand achtenzeventig. Een jong aanstormend talent kan je me moeilijk noemen en toch is hier iets gebeurd in deze rol, in deze reeks. Ik heb dat inderdaad gevoeld.”Het lijkt alsof er nu pas een compartiment in u geopend is, wat we niet echt vermoedden bij u.“Het kan zijn dat het grote publiek dat minder kent van mij. Maar weet je, je moet het mogen doen. Daarover gaat het. Ik ben na mijn pensioenleeftijd een beetje uitgebold. Ik deed nog een tijdlang dat personage, Georges, in Wittekerke. Dan was het gedaan voor mij, zo leek het. Tot dit kwam uit de hemel vallen.”Ik hoorde dat toen u op de auditie verscheen en ‘uw ding deed’ men meteen zei ‘we hebben ‘m, onze Leonard’.“Dit verhaal ken ik niet. Ikzelf dacht toen: als ik dit mag doen, is alles rond. Niet alleen omdat het een prachtrol is op zich, maar ook omdat het in een schitterend scenario zit verweven, dat zo vele zaken verenigt: show, drama, comedy, tijdsbeeld. En dan heb je dat magisch realistische sausje dat men erover uitgiet.”Alles is rond, zegt u. Wat diende dan afgerond?“Ik kon me nog eens ‘zetten’. Ik had ook een beetje een kater van die laatste jaren Wittekerke. Veertien jaar heb ik daarin meegedraaid, in het begin heb ik me daar ook heel oké in gevoeld. Ik heb niets tegen een genre, ik vond het in aanvang een soap met kwaliteit. Maar naar het einde toe was het ding op, kapot gemaakt ook door de restyling van vtm. Maar toch wou ik meegaan tot het bittere einde en liefst zonder te veel gezichtsverlies. Ik was toen al ver over mijn pensioen en mijn houdbaarheidsdatum heen. Zolang ik kan werken, dacht ik, val ik niet in dat zwarte gat. Maar ik bleef een hongerig gevoel hebben, ik wou alle registers nog eens opentrekken en toen kwam dit, een soort vervulling.”Aangezien in uw diepste wezen weer iets is aangeboord, kan u nu toch moeilijk ‘stop’ zeggen, of wel?“Ik ben dat ook niet van plan. Laat maar komen, denk ik. Zo lang ik mentaal en fysiek mee kan, wil ik er voor gaan. Pas op, het is niet zo dat ik ineens iets ontdekte bij mezelf. Het zat er allemaal wel, maar het kreeg nu weer kans om naar buiten te komen. En dat is uitdagend. Ik hou van dit soort rollen. Karakterrollen. Ik ben trouwens nooit een jeune premier geweest, daar had ik de looks niet voor, noch de x-factor.”Voegt de rijpheid van het leven, het ouder worden mogelijkheden toe aan een acteur?“Misschien, en intussen wordt het emplooi ook dunner. Iemand van mijn type, mijn leeftijd, daar vind je geen massa’s van. Noem er mij vijf op die nog willen, nog kunnen. Mijn kansen om dit soort rollen te spelen wordt dus groter. Die figuur Leonard past me wel. Niet per se of niet alleen wegens de leeftijd, maar ook omdat die Leonard een beetje in mij zit. Ik ben net als hij een man van weinig woorden en bovendien een redelijke koppigaard. Koppig in positieve zin dan. Ik zal wat ik in mijn hoofd heb niet snel los laten.”U bent ook ongelooflijk trouw, aan een gedachte, een systeem: zo lang trouw geweest aan Wittekerke, jaren lang trouw gebleven aan de BRT waar u in het dramatisch gezelschap zat.“Inderdaad, mijn professionele leven was een aaneenschakeling van grote blokken. Het eerste blok was mijn radiotijd. Ik ben begonnen als radiopresentator, vroeger heette dat regisseur-omroeper, in de periode van Julien Put en Wim Van Gansbeke. Beiden wijlen. In 1959 begon ik op de radio. Ik heb toen tijdens mijn werk les gevolgd aan het conservatorium van Brussel. Ik wou al langer acteur worden, maar van thuis uit werd dat wat ingetoomd. Nochtans waren zowel mijn vader als moeder acteur, zij het op meer amateuristische basis. Zij vreesden echter voor de onzekerheid en zagen me liever een diploma behalen. Daarom heb ik eerst twee jaar Romaanse filologie gestudeerd. Daarna deed ik het examen voor de BRT en combineerde dat met die opleiding. Tja, koppigheid zeker? Ik ben toen ferm uit mijn pijp moeten komen. Ik had toen al een gezin, deed ochtenddiensten en trok daarna naar de les. Maar ik zeg dat niet met kapsones, zo van ‘kijk toch eens wat ik allemaal deed’. Nee hoor. Het was gewoon een harde tijd.”Mensen die u kennen, zeggen me dat u een legendarische bescheidenheid hebt, dat u zichzelf nooit zal bewieroken.“Dat komt ook uit die BRT-periode voort, denk ik. Men verdroeg toen geen vedetten. De naam BV was nog niet uitgevonden, niemand van ons stond op de cover van een magazine. De BRT-leiding ontmoedigde zogenaamde frivoliteiten. Ik herinner me dat ik ooit de presentatie deed van een concert lichte muziek, met onder meer Ramses Shaffy en Liesbeth List. De dag nadien werd ik bij mijn baas op de BRT geroepen die me zei: ‘Arnold, je moet daarmee oppassen, dat is jouw job niet’. Alsof ik daardoor het beroep van acteur contamineerde. We waren dus geen publieke persoonlijkheden, werden amper herkend op straat. In stilte ons werk doen was wat verwacht werd. Nu, dat werk binnen het dramatisch gezelschap was prachtig, het was het kroonjuweel van de zender. Het hele Vlaamse theater had men daarvoor leeg geplunderd. Julien Schoenaerts, Marcel Hendrickx, Ward de Ravet, Dora van der Groen, Denise De Weerdt, al die grote namen zaten toen in dat gezelschap.”Waarmee we meteen op Oud België uitkomen. In deze tv-serie wordt eveneens verteld hoe de televisie uit het variététheater mensen wegplukte.“De vergelijking klopt. De theaters hebben het ook even moeilijk gehad, precies omdat bij hen artiesten werden weggehaald. Maar de BRT trok aan ons. We leerden daar veel, werden voor alles ingezet: radio, hoorspelen, tv-series, zelfs presentaties van programma’s zoals Echo.”Een veredeld interimbureau“Dat ons prachtopdrachten gaf en ons polyvalent maakte. We kregen wel nog de vrijheid om af en toe in het theater te spelen. Men wist dat het contact met de planken belangrijk was voor ons. Er zijn maar weinig kleine theaters waar ik niet gespeeld heb: de Korre, Arena in Gent, het BKT. Ik deed zowel de jeugdserie De Kat op tv als Pinter of Ionesco op scène. En ik gaf les later, daar waar Senne Rouffaer mij ooit aanstak met de toneelmicrobe: de academie van Mortsel. Ik heb Senne in Mortsel als leraar opgevolgd. En dat lesgeven heb ik ook 23 jaar gedaan.”Alweer die trouw, alweer een blok“Inderdaad en in die periode is de Warre (Borghmans, ML) bij mij gepasseerd op de academie. Vreemd genoeg was Oud België de eerste productie waarin wij samen speelden. We hebben dat gezegd tegen elkaar tijdens de opnames: ‘Eindelijk is het ons gelukt’. Het was zalig, de oude leermeester van vroeger met zijn intussen door de wol geverfde pupil. Pure herkenning. En zo tegengesteld in ons spel. De taterende Jack, vertolkt door Warre en de onuitgesproken Leonard. (zucht) Je voelt het hé, ik hou echt van die rol van Leonard. Ik vond ‘m zo boeiend. Je zet die figuur neer, ongedwongen en nadien vraag je jezelf af: waarom heeft het gewerkt, waarom scoort deze figuur, wat heb ik gedaan? Mijn besluit is dan: ik heb niets gedaan. Ik moest ook niets doen. Ik hoefde niet te spelen, te veruiterlijken, ik moest geen truukjes gebruiken. Het kwam vanzelf. Dankzij Indra. Want, ach, wat is een acteur? Dat is de mens die de droom van de regisseur waarmaakt. Toch?”Moet je ook je eigen dromen er niet in leggen?“Het moet passen.”Wat was uw droom als acteur dan?“Mensen raken, emotioneel raken. Heel simpel.”En na wat men u bijbracht op de oude BRT: niet verwaand worden, ‘geen complimenten maken’?“Dat typeert onze generatie acteurs een beetje, vrees ik. Het ego werd getemperd, we werden nooit deel van de merchandising. Alles was job, gedegen inzet. En wie uit dat gegeven vertrok, zoals ik op een bepaald moment deed, werd gek verklaard. Men heeft mij vele keren gek verklaard. Toen ik stopte met radio en mijn vaste benoeming bij de BRT opgaf om naar het dramatisch gezelschap ging waar met jaarcontracten werd gewerkt. Toen ik na jaren bij dat gezelschap vertrok om terug naar het theater te gaan, heeft men mij nog eens gek verklaard. Mijn chef zei toen: ‘Arnold, je verlaat de kooi met de gouden eieren’. Waarop ik zei: ‘Sorry’, maar misschien was het iets te veel kooi voor mij.’ Bon, ik vertrok naar het NTG voor nog eens een blok, zeven jaar, en dan heb ik nog een paar theatergezelschappen gedaan en ben ik nadien freelance geworden. Op latere leeftijd heb ik een beetje de omgekeerde weg afgelegd. Deels onbezonnen en deels koppig. En toen kwam daar de tv-reeks Langs de Kade, waar ik nog steeds met veel liefde op terug kijk.”Toen bent u ook voor jaren in ‘het uniform’ gehesen. Die van politieman, later in Wittekerke speelde u weer ‘polies’“Inderdaad. Ik heb wel even getwijfeld, zo van: politieman, is dat nu mijn lot of zo? (lacht) Maar toen dacht ik: ach, John Wayne heeft ook altijd cowboys gespeeld, en het publiek vond het goed zo. En na de soap was het ineens allemaal voorbij, zo leek het wel. Ik deed wel nog een paar rollen her en der. Er zijn weinig series denk ik waar ik niet even de neus aan het venster heb gestoken. Grote vervulling vond ik ook in een soloproductie voor Paljas Producties. Hoe Schoon was mijn school heette dat.”Waarin u een oud-directeur speelde die nostalgisch terugkeek op zijn leven. Een voorstudie van Leonard?“Beetje wel. Een mooie productie was het. En die rol heb ik met tussenpozen tien jaar graag gespeeld. Omdat het personage me zo dierbaar was. Was het een voorstudie? Achteraf gezien wel, maar wist ik veel dat dit nog zou dienen. Want, wat is een acteur? Die staat soms gewoon te wachten met in zijn achterhoofd ‘doe iets met mij’.”Op welke periodes kijkt u met het grootste genoegen terug?“Langs de Kade, en dit, Oud België. Heel bijzondere herinneringen heb ik ook aan Groenten uit Balen van Walter Van den Broeck. Omdat het zo levensecht en authentiek was. Je kent het verhaal, hé. Dat gaat over de staking in Vieille Montagne en over de ellende die dat teweegbracht in een huisgezin. De première van dat stuk hebben we ook in Balen zelf gespeeld. Die sfeer, ik heb dat nadien nooit meer meegemaakt. Daar zat geen uitgedost premièrepubliek voor ons. Nee, het waren de mensen van de fabriek die kwamen kijken, de betrokkenen, zij die effectief in de ellende zaten. We speelden in een onooglijk zaaltje met kachel in het midden en een toog opzij. Om zes uur nestelden de mensen zich al in hun stoelen met het idee van: hier krijgen ze ons niet meer weg want dit gaat over ons. Magische sfeer heerste er en tegelijk was het wat onbeholpen allemaal. Het voordoek ging niet goed open. Het publiek stopte niet met zichzelf te zijn. Als ze lachten, lachten ze zich leeg, ze wisten niet dat het spel verder moest gaan. Of ze herkenden personages en riepen de naam: ‘Oh, dat is den..’. Nooit eerder heb ik het meegemaakt, dat ik zo dicht bij de inhoud en bij de mensen zat. Die Groenten uit Balen hebben we toch zo’n honderd keer gespeeld. Ik heb hetzelfde stuk trouwens zelf eens geregisseerd in Mortsel, met mijn vader in zijn allerlaatste rol. Hij speelde de opa. Ontroerend hoor, je vader regisseren. De man die veel meegemaakt had in het leven, en die daar zo’n grote bijna kinderlijk inzet toonde. Zo van: zeg ik het goed zo, zoon. En die na de voorstelling zichzelf de hele tijd evalueerde: ‘Had ik niet beter dit gezegd of dat gedaan’. Heel gedisciplineerd was hij, op het fanatieke af. Ik moest hem soms kalmeren. Mijn vader was een beetje mijn voorloper: iets groter dan ik qua gestalte, maar zelfde stem en zelfde emplooi. Die vader had me het toneel binnengeloodst. Hij toerde met het Antwerps Volkstoneel en ik mocht als kleine gast af en toe mee, snoof de romantiek op, de geur van de schmink, het magische van de projectors.”Blijkbaar onvermijdelijk, dit begintracé. Ook Peter Van den Begin trok als kind mee met zijn vader naar het variété en dat vormde mee de grondslag voor zijn latere vak en ook voor de reeks Oud België.“Tiens, inderdaad, ik had die link nog niet gelegd, maar het klopt. Kijk naar die kleine Eddy uit de reeks, het ventje dat de sfeer opslorpt, met souffleuse Germaine een band aangaat. Heel mooi, heel echt. En tegenover het verwonderde kind zit daar de oude man, Leonard, die ten koste van alles, gezondheid, privéleven, met groot geloof in de dingen, randje naïef en met de moed der wanhoop doordoet. Maar... tja, zich te pletter loopt.“U hebt zelf een letterlijke val gemaakt op de set, er was even geen mijnheer Leonard meer, toch geen Arnold Willems als Leonard. U draagt trouwens de tekenen, merk ik.“(Wijst naar de diepe jaap op zijn voorhoofd) Mooi litteken hé. Het gevolg van een ernstige val, aan het einde van de eerste opnameweek. Ik struikelde en werd gekatapulteerd tegen een taartenkoeler. Vreemd object overigens om tegen aan te vlammen, maar goed. Tijdens het vallen flitste door mijn hoofd: dit is het einde van mijnheer Leonard, het is mooi geweest. Maar een dik uur later stond ik terug op de set. En zonder hoofdpijn. Zou het een vorm van adrenaline kunnen zijn, dat je lichaam zegt: dit mag niet? Feit is dat ik daar stond, met die wonde, die op spoedgevallen niet genaaid maar dichtgelijmd werd. Daarover kon dan makkelijker make-up aangebracht worden.”Is het niet in het algemeen zo dat je voor elke serieuze rol een beetje pijn moet hebben gehad?“Misschien wel, en in mijn geval hield ik er een prachtig blijvend souvenir aan over. Kan ik net zoals een held voor de spiegel staan en zeggen: en deze is van Oud België. Het is misschien kinderachtig, maar ik ben er een beetje fier op. Deze productie kan ik nooit meer vergeten, ik draag ze mee, zichtbaar in mijn gezicht. De metafoor bijna van: een rol die je niet meer loslaat, want aan je verkleefd zit als een litteken.”Na zo’n lange en rijke carrière neem je wellicht figuren mee in de herinnering. Die Leonard zit daar bij?“Leonard is het opperhoofd. Af en toe werd gezegd: dit is het magnum opus van Willems. Nu, dat klinkt zwaar, magnum opus, maar het is wel een heel klein beetje waar natuurlijk. Ik herken ‘m, ik doorvoel ‘m. Ook ik heb moeten vechten in het leven, zoals iedereen trouwens. Ook ik heb ooit een hiaat gekend in mijn carrière. Ik heb ooit een collega gehad die na een tegenslag zelfmoord pleegde. Het zou in mijn hoofd niet opkomen, maar het bestaat kennelijk: mensen die onder die druk ten onder gaan. Wellicht spelen daarbij nog andere factoren. Maar soit. Ikzelf heb altijd vertrouwen gehad, ik heb altijd gezegd: dit kán niet, dit zet zichzelf weer recht. Ik geloofde in het effect van wendingen. Gelukkig heb ik nooit moeten bedelen, werd ik nooit opzijgeschoven. Het was even recul en dan weer weg. Dat is mijn grote verschil met Leonard. Ik heb geprobeerd en mezelf af en toe weer heruitgevonden.Is er nog een ultieme rol, droom, een grote betekenisvolle stilte die u wilt spelen?“De Vlaamse Silence of the Lambs? (lacht) Toevallig met mijn grote favoriet, Anthony Hopkins. Je vermoedt veel bij hem, terwijl hij nooit op effecten jaagt. Het is alsof die man niets doet als hij speelt. Het zit gewoon in hem. Ik denk dat als je ‘m op straat tegenkwam, je zou zeggen: is dat een acteur? Binnen in hem zit echter een hele wereld. Maar goed, de vraag was wat ik zelf nog zou willen spelen. Geen theater meer, dat zou ik fysiek misschien niet meer aankunnen, al droom je natuurlijk stilletjes om ooit het oertype te mogen vertolken. De King Lear . En voor de rest... (denkt lang na) Tja, nu zal je kunnen schrijven ‘en toen viel weer een stilte’. Kijk, ik mag niet ontevreden zijn over mijn carrière. Ik heb van alles geproefd. Tenzij (denkt na) misschien één keer nog een film? Je merkt het, het blijft onaf. Een acteur ben je toch voor het leven.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234