Vrijdag 18/06/2021

PortretDidier Lamkel Zé

‘Hij lost een geweldig probleem van de Belgische competitie op: nooit meer verveling’

null Beeld BELGA
Beeld BELGA

Didier Lamkel Zé: de voor- en achternaam zijn het enige aan hem dat echt rijmt. Zé (24) is de buitenissige vagebond, de uitzondering op elke wet, het gedicht zonder metrum. Maar ook: de man die Antwerp FC nu al drie seizoenen op rij met elk doelpunt plezier, punten en pecunia oplevert. In de Belgische competitie is hij het felst besproken, en het minst begrepen. Een poging, dan maar: het woord is aan de verdediging: een mentor, een ex-ploegmaat en een vriend.

“Hij komt hier binnen, pakt zijn Fanta, en dan doen we ons dagelijks klapke. En op geen enkel moment ben ik dan aan het praten met een enfant terrible, een bad boy of een rotverwend kind. Neen, er staat dan gewoon een sympathieke gast voor mij. Wat zeg ik: een crème van een kerel.” Eric Pillin poneert het in krokant Antwerps vanachter de toonbank van dagbladhandel Geysbrecht, zijn winkel op nauwelijks 50 meter van de Bosuil: Didier Lamkel Zé leeft helemaal niet in een melkwegstelsel ver van hier.

Pillin: “Hij stond eens bij mij in de winkel toen een kleine jongen wat verlegen bleef ronddraaien. Didier sprak die jongen aan. Bleek dat hij heel graag een handtekening wilde, maar het niet durfde te vragen. Dat gastje liep vervolgens naar huis, haalde daar z’n truitje van den Antwerp, en kwam rood aangelopen terug. Didier had intussen rustig gewacht. Hij handtekende dat truitje, met ook nog een persoonlijke boodschap erbij. Wel, dát is Lamkel Zé. Ik krijg ook een ander soort voetballers in mijn winkel, hoor. Gasten die 3 meter boven de grond zweven, en gewone stervelingen niet meer zien. Didier is daar het absolute tegendeel van.”

In de zomer van 2018 belandt Zé bij Antwerp – hij komt over van het Franse Niort FC. Aanvankelijk speelt de Kameroener vooral bij de beloften. “Ik was kapitein, en bovendien de enige die Frans sprak”, vertelt Nando Nöstlinger, nu onder contract bij het Nederlandse RKC Waalwijk, en nog altijd goed bevriend met Zé. “Als vanzelf werd ik dus diegene die Didier een beetje opving en wegwijs maakte.”

Nöstlinger: “We speelden met de beloften tegen NAC Breda, en hij maakte zijn debuut. Het grappige was dat hij Antwerp ongeveer 1 miljoen euro gekost had, maar dat niemand echt wist wat zijn positie was. Hij werd toen uitgespeeld op de zes of de acht (centraal op het middenveld, red.). En daar deed hij het goed – je kunt Didier overal zetten – maar zijn grootste kwaliteiten liggen natuurlijk in de aanval. Die snelheid van ’m!

“In die eerste week hield hij zich gedeisd. Maar zodra hij zijn nieuwe omgeving een beetje kende, viel alle reserve weg en werd hij helemaal zichzelf. Zoals we ’m kennen, ja: speels, eigenzinnig, heel aanwezig. Zijn voetbalhonger viel ook op. Hij trok zijn neus niet op voor wedstrijden bij de beloften. Neen, hij wilde spelen, zoveel mogelijk.”

Aanvankelijk tekent László Bölöni, dan de trainer van Antwerp, zijn plannen uit zónder een centrale rol voor Lamkel Zé, maar daar komt in de winter al verandering in. Nog voor Nieuwjaar krijgt de aanvaller zijn kans in het eerste elftal, en serveert hij opwinding op de Bosuil: snelle flitsen, opwindende acties, grappen vertellen met een bal. En: goals. Tegelijk zijn er de eerste relletjes. In een halfjaar tijd pakt Zé twee keer rood, telkens tegen Standard, en slaat hij ploegmaat Jelle Van Damme op training– eens goed klappen lijkt bij Zé meerdere betekenissen te kunnen hebben.

Emmanuel Mbankolo was de teammanager van de U23 van Kameroen toen Zé daar in 2016 debuteerde, en had altijd een goed contact met hem.

Mbankolo: “Die incidenten druppelden natuurlijk door tot in Kameroen. En in alle eerlijkheid: ik schrok daarvan. Want dat was helemaal niet de Didier die ik kende.

“Ook bij de gevalletjes die later nog zouden volgen, moet de frustratie het van Didier hebben overgenomen. Want Didier is net heel gevoelig. Van de momenten waarop hij zich als een wildebras gedroeg, zal hij zélf vast geschrokken zijn.”

Nöstlinger: “Hij kreeg het etiket van ruziemaker opgeplakt, maar het ligt toch genuanceerder. Didier begint pas de clown uit te hangen als iemand hem iets misdaan heeft. Hij zal nooit zélf ruzie zoeken. Hij is meerdere keren over de schreef gegaan, zeker, maar de eerste provocatie kwam nooit van hem.”

Pillin: “Hij is een makkelijk slachtoffer voor wat opgeklopte hetze, vind ik. Met Hans Vanaken vul je de kranten niet, hè. Fantastische voetballer, maar euh… Hoe zeg ik dat beleefd? Een beetje saai. Ja, als dan plots zo’n Lamkel Zé opduikt, een gast die briljant kan voetballen én bij wie er een hoekske af is... Dan stórten pers en publiek zich op zo’n jongen, hè.”

Nöstlinger: “Ik zei er weleens iets van. Dan probeerde ik hem duidelijk te maken dat het er misschien toch wat over was. Maar ik overdreef daar niet in: het is niet aan mij om de vader uit te hangen. Dat zou hij ook niet aanvaarden, trouwens: Didier is niet iemand die je zomaar kunt zeggen wat hij moet doen.”

Didier Lamkel Zé trekt de broek van Mehdi Carcela naar beneden in de wedstrijd tegen Standard. Beeld ELEVEN SPORTS
Didier Lamkel Zé trekt de broek van Mehdi Carcela naar beneden in de wedstrijd tegen Standard.Beeld ELEVEN SPORTS

Het sjabloon is gelegd en wordt driftig verder ingevuld: Zé laat zien dat hij een heerlijke voetballer is, maar werkt tegelijk ook aan een unieke verzameling voorvalletjes, incidenten en akkefietjes. Zo mist hij de eerste trainingen van het seizoen 2019-2020 – op Instagram, zijn openbaar dagboek, is te zien hoe Zé nog vrolijk vakantie viert. Hij wordt naar de B-kern verwezen en in augustus weer opgevist, en algauw hernieuwt hij zijn abonnement op de krantenkoppen. Eind augustus, in het Europese duel tegen AZ Alkmaar op de Heizel, scoort hij, en viert hij z’n feestje vervolgens in de tribune, met de supporters. Hij krijgt er zijn tweede gele kaart voor, moet naar de kant, en ziet Antwerp in de verlengingen schipbreuk lijden.

Het incident tegen AZ lijkt een kantelpunt te zijn: werd zijn frivole buiten de lijntjes kleuren door de aanhang van ‘The Great Old’ voordien nog goeddeels weggelachen als charmante rock-’n-roll, dan is hij nu écht te ver gegaan. Het supportershart kan wel wat gekkigheid verdragen, maar niet als ze een Europese uitschakeling tot gevolg heeft. Zeker als Zé even later op training ook nog eens op de vuist gaat met Sinan Bolat.

Twee maanden later is er evenwel opnieuw veel vergeven – met dank aan Eric Pillin.

Pillin: “Een vriend van mij had T-shirts laten maken. ‘Lamkel Ze Na Kalm’ stond erop, en ik had Didier er één bezorgd in de aanloop naar de wedstrijd tegen KV Kortrijk. Ik zei hem uitdrukkelijk: ‘Draag het onder je wedstrijdshirt. Als je scoort, trek dan je shirt naar boven. Maar trek het zeker niet uit, want dan krijg je geel. Zorg dat ons shirt goed zichtbaar is, en loop naar tribune 2, want daar zullen ze zot worden.’”

En zo geschiedt: Zé scoort, toont z’n shirt met het woordgrapje, en in de tribunes is alle woede weer even weggemasseerd.

GOD IN FRANKRIJK

Bij de club is dan het besef gerijpt dat Didier Lamkel Zé een broos work in progress is. Om vat te krijgen op hem volstaat het niet om hem op regels, afspraken en common sense te wijzen. De clubleiding en de sportieve staf zoeken een ingang naar zijn hoofd, en daarvoor kan een denkbeeldig reisje naar Kameroen wonderen doen.

Mbankolo: “Al op jonge leeftijd deed Didier van zich spreken. Zijn naam zoemde rond in Kameroen: hij was een uitzonderlijk talent op de Ecole de Football Brasseries – de voetbalacademie in Douala. Hij speelde haast altijd bij een hogere leeftijdscategorie. Dat had met zijn immense talent te maken, en natuurlijk ook met zijn lengte – tussen zijn leeftijdsgenoten stak hij er letterlijk bovenuit. Er werd in die tijd geopperd dat hij het misschien ook als basketballer kon maken, maar dat was voor hem geen optie. Didier is van het voetbal, en van het voetbal alleen. Hij is gék op het spelletje.”

Zé groeit op in Bika, een klein dorpje. Tot zijn twaalfde leeft hij er in een gezin met nog zeven broers en zussen. Daarna verhuist hij naar de academie in Douala, op tien uur rijden van het dorp.

Mbankolo: “Die gigantische ommekeer in zijn jonge leven is cruciaal om Didier te begrijpen. Hij was twaalf en ging bij z’n ouders weg: dat is geen detail, hè. Zijn opvoeding werd grotendeels overgenomen door de mensen van de academie. Maar onvermijdelijk heeft hij zo dingen gemist. Dat moeten clubs in het achterhoofd houden: als je Didier aantrekt, krijg je in je kleedkamer geen mature man die het leven al helemaal in de vingers heeft. Neen, je krijgt iemand bij wie de opvoeding nog niet helemaal af is. Iemand die hunkert naar mensen die de vader- en de moederrol op zich willen nemen. Dat zullen clubs altijd moeten doen voor Didier: familietje spelen.”

Nöstlinger: “Het is makkelijk hè, als je in België opgegroeid bent en altijd de comfortabele warmte van je gezin rond je had, om dan iemand als Didier te verwijten dat hij alle kanten uitschiet. Maar je zou ook moeite kunnen doen om het te begrijpen: vanaf zijn twaalfde was Didier alleen. En natuurlijk proberen ze in zo’n academie de spelers iets van een opvoeding mee te geven, maar uiteindelijk draait het toch om voetbal, en zit je daar als individu in een groep van dertig spelers, en moet je elke dag weer tonen dat je de béste van die dertig bent. Want daar hangt je toekomst van af. Dat verhaal zou toch wat meer mogen meespelen in de beoordeling van Didier.”

Pillin: “We gaan daar te makkelijk aan voorbij. Kevin De Bruyne is ooit in een fantastisch pleeggezin opgevangen. Denk je dat hij anders ook zo’n stoïcijnse, verstandige topvoetballer was geworden?”

Nöstlinger: “Ik denk dat het voor Didier een harde periode was, daar op de academie, maar hij had wel één troef: van voetballen wordt hij gelukkig. Dat klinkt misschien logisch, maar het is een misverstand dat alle voetballers gek zijn op het spelletje. Er zijn er ook die het gewoon als een job zien, of als iets dat best wel leuk is – maar geen passie. Bij Didier is het écht, hij is verliefd op de bal. Dat heeft hem vast heel erg geholpen op de academie, ver weg van zijn ouders en zijn broers en zussen.”

Lamkel Zé neemt na zijn doelpunt in de derby tegen Beerschot plaats in de tribunes. ‘Als Ritchie De Laet zoiets doet, heeft hij een week later een standbeeld op de Bosuil.’ Beeld Photo News
Lamkel Zé neemt na zijn doelpunt in de derby tegen Beerschot plaats in de tribunes. ‘Als Ritchie De Laet zoiets doet, heeft hij een week later een standbeeld op de Bosuil.’Beeld Photo News

De definitieve ontworteling komt er als Zé op z’n achttiende in z’n eentje naar Europa trekt. Hij wordt ingelijfd door Lille OSC, en verhuist in 2016 naar Niort FC, waar hij een plaats in het eerste elftal verovert.

Mbankolo: “Als het over Didier gaat, gaat het over zijn gekkigheden. Maar waarom wordt nooit eens verteld dat hij als achttienjarige in z’n eentje naar Frankrijk trok, en daar meteen aardde én presteerde? Dan ben je toch meer dan een ongeleid projectiel?”

Pillin: “In Frankrijk was Didier meteen God, en verdiende hij plots bakken geld. Maar hij werd niet begeleid. Dan krijg je toestanden, hè.”

Mbankolo: “Toen hij zijn contract ontbond bij Niort, kwamen er verschillende mooie voorstellen – uit Spanje, uit Portugal, zelfs uit Engeland. Maar hij koos dus voor België. Ik vond dat heel verstandig. Hij zat nog volop in zijn rijpingsproces, hij moest nog volwassen worden, en dus was het geen goed idee om in een competitie te gaan voetballen waar de druk immens is. Dat had hij zelf ook zo begrepen. In het dagelijkse leven is hij impulsief en wispelturig, maar bij het nemen van grote beslissingen vind ik hem net heel bedachtzaam.”

Pillin: “En zo zijn we dus weer bij z’n beginperiode bij Antwerp. Toen werd hij ook niet echt begeleid, geloof ik – met het gekende resultaat. Je kunt dat een flauw excuus noemen, maar toch: je ziet het bij zoveel voetballers die van een ander continent komen. Een jaar voor Lamkel Zé hadden we bij Antwerp Joaquín Ardaiz, een Uruguayaan. Die liep helemaal verloren, tot zijn familie naar hier kwam en hij weer nestwarmte voelde. Toen kwamen de goals.”

DE BROEK VAN CARCELA

Het huidige seizoen begint zoals het vorige: met Didier Lamkel Zé die niet komt opdagen voor de eerste training van nieuwe coach Ivan Leko. Hij wordt opnieuw naar de B-kern gestuurd, maar opgevist voor de bekerfinale, tegen Club Brugge. In het vereenzaamde Koning Boudewijnstadion – corona heeft intussen de tribunes doen leeglopen – helpt hij Antwerp aan een verdiende trofee. Daarna escaleert de boel weer, en drijft hij met een sliert van incidenten, gemiste trainingen en pinnige uitspraken Leko tot wanhoop. Zé valt uit de A-kern.

Pillin: “Didier was slecht omringd in die periode. Hij had toen een kameraad die ’m net iets te veel kwalijke ideeën influisterde. Die had ’m ook wijsgemaakt dat hij door de boel te saboteren een gratis transfer zou forceren. Onzin, natuurlijk: Didier moest gewoon voetballen, bij voorkeur bij Antwerp.”

Bij de fans lijkt het pleit definitief verloren voor Zé. Hij heeft rood en wit, de liefdevolle kleuren, net iets te vaak verraden. En dan helpt het niet om, zoals op 4 januari van dit jaar, in een shirt van RSC Anderlecht te komen aanzetten.

Pillin: “Dat shirt, ja. (schudt het hoofd) Toen heb ik hem een sms gestuurd: ‘Didier, qu’est-ce que tu fais maintenant?’ En vervolgens is hij een tijdje weggebleven uit de winkel. Hij voelde heus wel aan dat hij daarmee de barometer bij de supporters van ‘heel kwaad’ naar ‘absoluut woest’ had geduwd.

“En toch geldt ook hier dat het niet zo’n vileine provocatie was als iedereen wel dacht. Didier weet gewoon niet beter: dat shirt had hij gekregen van iemand van Anderlecht, één van z’n beste kameraden, en dan redeneert hij gewoon: ‘Leuk, dat doe ik vandaag aan.’ Denk je dat andere voetballers geen shirts van verschillende clubs in hun kast hebben liggen? Of niet eens naar een wedstrijd van de aartsvijand gaan kijken? Want dat was ook zoiets, natuurlijk: Lamkel Zé die plots in de tribune bij Beerschot zat. Véél spelers doen dat, maar zijn slim en zetten dat niet op Instagram.”

De Kameroener heeft het definitief verkorven, dus. Of… toch weer niet? Want na de trainerswissel – Leko vertrekt, Franky Vercauteren komt – wordt Zé tóch weer naar de A-kern gehaald. Didier Lamkel Zé en Royal Antwerp FC: het is ingewikkeld. Permanent ingewikkeld. Onder Vercauteren begint het wel aardig te lopen met Zé: hij schittert op het veld, en maakt de belangrijkste goal die je bij Antwerp kunt maken – één in de stadsderby tegen Beerschot.

Pillin: “Na dat doelpunt liep hij naar de tribune en posteerde zich daar op een zitje. En hop, opnieuw zei heel België: ‘Allee, wat steekt hij nu weer uit?’ Maar als Ritchie De Laet zoiets doet, heeft hij een week later een standbeeld op de Bosuil.

“Weet je wat het is: als Didier zich oncollegiaal gedraagt of de kantjes ervan afloopt, dan moet hij daar inderdaad op aangesproken worden. Maar als hij gewoon z’n uitbundige zelve is, zou het geen kwaad kunnen als mensen daar gewoon eens om lachen, in plaats van er altijd zo’n drama van te maken. Relativeren, jongens! Heb je gezien hoe Didier in de wedstrijd tegen Standard de broek van Mehdi Carcela naar beneden trok? En heb je vervolgens ook gezien hoe Carcela daarop reageerde? Hij moest erom lachen, want hij ként Lamkel Zé, hij weet hoe je het best met hem omgaat, en vooral: hij beseft dat er zoiets bestaat als humor.”

Anno 2021 is het makkelijk om supporter te zijn van Antwerp FC, want de club is van krakkemikkig naar glorieus geëvolueerd, tindert met successen, en is nog slechts een paar zuchtjes verwijderd van de status van nieuwe oude reus. Maar het is ook moeilijk, want je moet een standpunt innemen over Didier Lamkel Zé. ‘Niemand staat boven de club’, is de consensus. En het ergert veel Antwerp-supporters dat Zé het beeld bepaalt, dat het voortdurend over een nukkige, egomane spits gaat, en niet over de club, over tribune 2, over de hypnotiserende kracht van stamnummer 1. Maar tegelijk is er de simpele vaststelling: Zé verkeert in bloedvorm, Zé levert goals en punten.

Pillin: “Er is zeker een tijd geweest dat veel supporters hem in de vijver voor het stadion wilden gooien. Maar die is voorbij. Hij kan hier weer rondlopen zonder over z’n schouder te moeten kijken. Het is stil water nu, een soort van gewapende vrede: veel supporters kunnen ’m niet vergeven, maar willen ’m tegelijk ook niet opgeven. En als ik naar de echt uitgesproken meningen kijk, dan schat ik: driekwart is voor, een kwart is tegen.”

Dezelfde precieuze kwestie zeurt door de kleedkamer. Een poos geleden moest er niet eens tussen de lijnen gelezen worden om te weten dat de ploegmaats van Zé ’m nooit meer iets fleurigs in hun vriendenboekje zouden laten tekenen. Zé moest zijn doelpunten alleen vieren.

Pillin: “Maar ook dat zie je weer veranderen. Ik vind het maar logisch. Niemand is verplicht om de beste vriend van Didier te worden, hè. Maar gewoon negentig minuten per week goed samenwerken: echt moeilijk kan dat niet zijn, toch? Als ze deze week de loonafrekening voor de maand februari krijgen, staan daar drie royale winstpremies op. Drie keer dankzij Didier, hè.”

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

NOOIT MEER SAAI

De zon gooit weer met goed goud over Didier Lamkel Zé, dus. Maar voor hoelang? Bij de clubleiding is er het vaste voornemen om de handleiding van de Kameroener nog nauwkeuriger te lezen. Niet uit altruïsme, natuurlijk, wel omdat er straks op de transfermarkt een jackpot te winnen valt – maar dan moet de genialiteit wel de overhand nemen op de gekte.

Pillin: “Mijn advies: besef dat Didier in wezen heel verlegen is.”

Mbankolo: “Absoluut waar: ik ken hem als een eerder timide jongen. En je hoeft geen groot psycholoog te zijn om in te zien dat hij net vanwege die verlegen aard zichzelf graag opblaast. Die hele cultus die hij rond zichzelf creëert: het is een theaterstuk, een komische uitvergroting van zichzelf, om zo niet te veel mensen toegang te geven tot zijn hart.”

Pillin: “En hij blijft kinderlijk naïef.”

Mbankolo: “Als je hem niet beschermt, loopt hij door de wereld met zijn hart op een schoteltje: ‘Hier! Neem maar!’ Daar wordt makkelijk misbruik van gemaakt, hè. Ik geloof dat Didier nog volop aan het ontdekken is dat je soms een beetje op je hoede moet zijn.”

Nöstlinger: “Hij is één van de eerlijkste mensen die ik ken. Als je met hem praat, moet je niet eerst drie muren slopen. Neen, hij zegt wat hij denkt – of vaker nog: wat hij voelt – en hij is ook geïnteresseerd in wie jij bent. (glimlachje) Hij is ook gewoon heel grappig. En hij trekt zich niets aan van wat anderen denken of zeggen. Dat vind ik knap: hij is zo sterk in zijn hoofd. Het is ook de reden waarom hij na al die commotie nog altijd prima presteert: als hij die dingen in zijn hoofd zou laten kruipen, zou hij kraken.”

Toch blijft de vraag of er in een ploegsport wel ruimte is voor een speler die met een volgekribbeld boodschappenlijstje van do’s en don’ts komt.

Mbankolo: “Hij heeft een grote hang naar bevestiging, ja. Wanneer gaat het mis met Didier? Zodra hij zich niet gerespecteerd voelt. Als er schamper gedaan wordt over hem, als hij het gevoel heeft dat hij over het hoofd gezien wordt. Dan reageert hij heel emotioneel. Want dat is Didier, natuurlijk: een brok lillende emotie.

“Hij zal nooit schitteren onder een coach die al zijn spelers op gelijke voet behandelt. Moderne, succesvolle trainers begrijpen dat elke speler een handleiding heeft, en dat je die best eens kunt lezen. En bij Didier is dat zeker zo.”

Pillin: “Gill Swerts, de trainer van de beloften bij Antwerp, begrijpt dat. Als Didier weer eens naar de B-kern was verwezen, liet hij hem gewoon voetballen. Hij zei: ‘Trekt uw plan, Didier, en amuseer u.’ En dat werkt.”

Mbankolo: “Als je met Didier praat, moet je in het achterhoofd houden dat je het tegen een vat vol emoties hebt. Je moet niet proberen om die emoties te negeren, want dat werkt contraproductief. Nee, je moet hem bespelen: vertel Didier dat hij belangrijk is, dat je hem nodig hebt. Want dán floreert hij: als hij het gevoel heeft dat er op hem gerekend wordt. Als hij gelooft dat hij nodig is om het verschil te maken. Als er niemand meer is die hem beschermt en verdedigt, ben je ’m kwijt.”

Pillin: “En nog een laatste tip: erken zijn liefde voor het voetbal. Het is een beetje zoals met een kind en z’n speelgoed: geef Didier een bal, en hij is gelukkig. En omgekeerd: pak Didier de bal af, en hij is ongelukkig. Zo eenvoudig is het. Zet hem op een stuk gras, geef hem een bal en zo weinig mogelijk restricties, en hij is euforisch. En dan is hij naast het veld ook de liefste gast ter wereld.

“Het komt goed, hoor. De club begeleidt ’m nu heel nauwgezet, en sinds kort heeft hij ook een lief. (met licht glazige ogen) Een mooie vrouw, hoor, amai. En ik heb de indruk dat zij hem wat grenzen leert. En de rest, dat gebeurt wel op het veld. Veel te vaak wordt de kern van de zaak vergeten: dat Lamkel Zé een wonderlijke voetballer is.”

Nöstlinger: “Ik heb dit seizoen nog geen wedstrijd van Antwerp gezien waarin hij niet de beste van de ploeg was.”

Pillin: “Voilà, we zijn er. Had ik iets te zeggen op Antwerp, ik stuurde een paar dure spelers richting de uitgang, om Lamkel Zé een nieuw contract van drie jaar te geven. Daarna verkopen we ’m toch voor een kapitaal, en ondertussen is een geweldig probleem van de Belgische competitie opgelost: nooit meer verveling, nooit meer saaiheid.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234