Dinsdag 22/06/2021

‘Hij leefde te graag om te sterven’

“Op 21 augustus 2010 om 7.15 uur fluisterde hij me haast onhoorbaar zijn laatste woorden toe: ‘Ik hoop dat het de goede kant uitgaat’”, schrijft Demyttenaere. Uitstel was geen optie toen hem gevraagd werd de biografie van Jef Ulburghs te schrijven. Voorjaar 2010 was dat. Demyttenaere, auteur van onder meer boeken over het Belgische gevangeniswezen en van een kerktrilogie, sprak in mei en juni dagelijks met Ulburghs af. “Stipt om 16 uur. Dat waardeerde Jef. Was ik tien minuten te vroeg, dan wachtte ik tien minuten. Hij nam plaats in zijn zetel en begon te vertellen. Elke dag haalde hij zijn schriftje boven, ’s avonds had hij nagedacht over het gesprek van de vorige dag en telkens had hij wat aanvullingen. Jef was een gewoontebeest.” Beknopt zegt zijn curriculum: Limburger, priester, pionier van het buurtopbouwwerk, bezieler van de Wereldscholen, gemeenteraadslid en Europees parlementslid voor de SP, senator en lid van de Vlaamse Raad voor Agalev. Maar vooral: man van de basis. Altijd.

Uw boek heet Tedere dwarsligger, maar Ulburghs zegt zelf: ‘Ik heb het rebelleren moeten leren’.

“Hij werd heel beschermd grootgebracht. Zijn oudere broer was rebels, Jef eerst niet. Tot hij geconfronteerd werd met jaargenoten die met zwartomrande ogen terugkeerden van de mijn. Dat werkte als een rode lap op een stier. Hij zag ook de coöperatie van zijn vader, een soort aan- en verkoopvereniging voor kleine boeren. Later werd hij lid van de Equipe Sociale, waar priesters-arbeiders gevormd werden. En de figuur van Jozef Cardijn (bezieler van de Katholieke Arbeidersjeugd, RVP). Dat vormde hem.”

Hij noemt zichzelf een sociologisch priester, eerder dan iemand met een spirituele roeping.

“Heel typerend is dat hij in een zeer arme parochie tewerkgesteld wilde worden. Dat werd Berleur, een gat in Wallonië, een rood en antiklerikaal nest, waar hij niet welkom was. Een vrouw zei hem letterlijk: we hebben u niet nodig. Hij is meteen vertrokken, maar enkele dagen later keerde hij toch terug. En stelde toen een voorbeeld: een gratis lading steenkool die hem thuis werd geleverd, weigerde hij. Hij wilde niet de zoveelste priester met een voorkeursbehandeling zijn. Zo werd hij aanvaard. Jef was nen echten.”

Een die regelmatig met zijn oversten in de clinch ging. Bijna onbegrijpelijk dat hij lid bleef van die kerk.

“Hij lag vooral met het ACV en het ABVV overhoop. Voor hen was hij te progressief. Het bisdom liet hem vaak doen. Tot hij de politiek in wou. Toen schreef de Limburgse bisschop Heusschen een brief waarin hij hem uitdrukkelijk verbood dat te doen. Ulburghs heeft nooit geantwoord. Zo zette hij de bisschop uit de wind en kon hij toch doen wat hij wilde. Ze namen zijn parochie af, maar hij richtte zich op de Italiaanse gemeenschap in Limburg en hing daardoor rechtstreeks van Rome af. Eigenlijk bleef hij toch altijd goeie contacten onderhouden met de drie Limburgse bisschoppen. Ik vind het dus niet eens zo vreemd dat hij priester is gebleven, ook al heeft hij me verteld dat hij het niet eens was met het celibaat. Jef kreeg veel aandacht van vrouwen. (lacht) Hij zei ook: ‘fysiek heb ik me aan het celibaat gehouden, in gedachten niet altijd’.”

Centraal in Ulburghs’ leven lijkt me zijn strijd voor de gewone man. Eerst in Limburg, nadien in Europa. Hij had ook contacten met Yasser Arafat. Was Limburg te klein?

“Dat denk ik niet, Ulburghs wilde problemen in een globale context zien om ze te begrijpen. Denk globaal, handel lokaal, zei hij. Thuis koesterde hij het meest de medaille die hij van de mijnwerkers had gekregen. Die van de Leopoldsorde lag ergens in een kast. Hij koos altijd de kant van de zwaksten. Toen hij door de Koerden werd uitgenodigd, sliep hij bij hen in de tent. Zijn hotelkamer liet hij aan zijn tolk. Toen hij Europees Parlementslid werd, gooide hij zijn loon in een pot en betaalde er acht mensen mee.”

Wat is volgens u zijn grootste verwezenlijking?

“Wat hij betekend heeft voor gewone mensen. Zelf was hij het meest trots op de oprichting van zijn Wereldscholen, omdat het voor onderwijs stond dat niet vertrok vanuit een theoretisch model, maar vanuit de mensen. Maar door een gebrek aan structuur en leiding, haaks op wat die Wereldscholen wilden zijn, was het uiteindelijk gedoemd te mislukken.”

Sommigen zouden hem naïef noemen. U sprak hem in mei en juni, voor en na de verkiezingsperiode. Volgde Ulburghs dat nog?

“Hij volgde het zeker en ergerde zich verschrikkelijk. Hij begreep de stem van het volk niet. Zelf wilde hij de mensen die voor hem hadden gestemd echt vertegenwoordigen. Dat miste hij in deze generatie.

“Zijn rechtvaardigheidsgevoel leverde hem veel vrienden op, maar ook vijanden. Afgelopen zomer, aan het einde van zijn leven, had hij nog een dreigtelefoon gekregen. Hij vermoedde dat het met zijn standpunten tegen racisme te maken had.

“Zelf speelde hij altijd op de bal, nooit op de man. Behalve één keer, toen hij in zijn boek De eeuwige rebel uithaalde naar Marijke Van Hemeldonck, ex-Europarlementslid voor SP. Zij had hem een ‘roomse klerikaal’ genoemd, en dat zat heel diep. Nu had hij daar spijt van. Maar dat typeerde Jef op het einde, hij had van alles spijt.”

Hoe verklaart u die spijt?

“Ik ontmoette een zeer heldere geest in een erg fragiel lichaam. Als je niks meer kunt behalve schuifelen en zitten en als zelfs dat pijn doet, dan rest alleen de geest. Hij had een zee van tijd om alles te overschouwen. Hij was trots, maar hij had ook spijt. Hij had er spijt van dat hij niet nog meer voor anderen had gedaan. Hij had zelfs spijt van skireisjes die hij ter ontspanning had gedaan. Ik denk dat het typisch is voor iemand die veel betekend heeft.

“Op het einde herlas hij het Oude Testament om zijn eigen leven eraan te toetsen. Hij ergerde zich dood aan de zaak rond Vangheluwe, hij vond dat de paus op de knieën moest vallen om zich voor de hele kerk te verontschuldigen. Beschamend, wraakroepend vond hij het. En heel erg voor al die andere priesters die daardoor door het slijk werden gehaald.”

Tot slot: realiseerde hij zich de urgentie van uw interviews?

“Dat heeft hij niet beseft, denk ik. Hij keek heel erg uit naar dit boek. Jef had in de periode waarin ik hem sprak niet door dat het zo snel kon gaan. Half augustus is hij opgenomen in het ziekenhuis maar was de laatste anderhalve week weer thuis. Op 21 augustus heb ik hem voor het laatst gezien, de laatste volle zin die hij mij zei was: ‘Ik hoop dat het de goeie kant uitgaat’. Eerlijk, ik weet niet welke kant hij bedoelde.”

Hij ging niet graag dood.

“Neen, daarvoor leefde hij veel te graag. En hij was bang. Natuurlijk was hij gelovig, maar daarin zat ook voor hem twijfel. Hij hoopte in een toestand van gelukzaligheid terecht te komen. Maar hij was bang. Bang van de pijn. En bang om alleen te zijn.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234