Zondag 27/09/2020

AchtergrondVlaamse regering

‘Hij komt overal te laat’: nieuwe golf van kritiek op Wouter Beke

Minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V).Beeld ID/Bart Dewaele

Nu de tweede golf van het coronavirus over Vlaanderen spoelt, zwelt de kritiek op Vlaams minister Wouter Beke (CD&V) opnieuw aan. Net als in de eerste fase van de epidemie komen cruciale ingrepen te laat en staan elementaire beschermingsmechanismen niet op punt. ‘Dit wordt allemaal wel wat veel.’

Drie maanden nadat contacttracing onze eerste en beste verdediging tegen het coronavirus moest worden, staat het systeem nog altijd niet op punt. Het tijdig opsporen van nieuwe besmettingen moest ervoor zorgen dat ons land gespaard bleef van een tweede golf, of dat die tenminste zo lang mogelijk tegengehouden kon worden. In plaats daarvan zijn we nog voor het einde van de zomer alweer in een acute fase van de epidemie verzeild. In het hele land duiken besmettingshaarden op die niet op tijd geïdentificeerd en in de kiem gesmoord werden. In Antwerpen werd in allerijl een avondklok ingesteld om een nieuwe totale lockdown te vermijden.

Naar de verklaring daarvoor is het niet ver zoeken. Experts zijn het erover eens dat we na de lockdown te snel onze sociale contacten hervat hebben. Hoe meer contacten, hoe meer kansen het virus krijgt om van mens op mens over te springen. En door de gebrekkige contactopsporing zijn we er niet in geslaagd om die besmettingsketen onder controle te houden. Ook daar klinkt de kritiek van experts vernietigend.

“Dit wordt allemaal wel wat veel. We komen, alweer, te laat. Daar zijn geen excuses voor”, zegt Vlaams Parlementslid Björn Rzoska (Groen), voorzitter van een speciale parlementaire commissie voor het coronavirus. “Ik wil er nog inkomen dat we bij de eerste golf verrast werden door het virus, maar intussen moest de contacttracing al drie maanden in orde zijn. Dit is onaanvaardbaar.”

Grootste kwaad al geschied

Rzoska wil dat bevoegd minister Wouter Beke (CD&V) zich volgende week opnieuw komt verantwoorden in het parlement. Als welzijnsminister is hij immers verantwoordelijk voor het Vlaamse contactonderzoek. “Als de minister gevraagd wordt, zal hij naar het parlement komen”, zegt Bekes woordvoerder Steffen Van Roosbroeck.

De kritiek op Beke zwelt de jongste dagen opnieuw aan, nadat de minister al allesbehalve ongeschonden uit de eerste golf kwam. Talloze Vlaamse woon-zorgcentra transformeerden tot sterfhuizen waar één besmetting zich razendsnel verspreidde naar de andere bewoners. Tegen de tijd dat Beke vat op de zaak kreeg en ingreep, was het grootste kwaad al geschied. De helft van de Vlaamse coronadoden viel in een woon-zorgcentrum te betreuren. Beke komt overal te laat, wrijven zijn politieke tegenstanders hem aan.

“Er is ruimte voor verbetering”, zegt de woordvoerder van Beke. Maar de perceptie dat Beke verantwoordelijk is voor alle problemen, is niet fair, klinkt het. “Het is een verhaal met heel veel factoren en heel veel tussenstations. Een besmet persoon moet zich eerst laten testen, dat staal moet geanalyseerd worden; het labo moet het resultaat doorsturen naar Sciensano, dat vervolgens de nodige gegevens in de databank stopt. Elke vertraging onderweg betekent vertraging voor het contactonderzoek.”

Bovendien zijn de resultaten van de tracing nu, na een valse start, wél goed, vindt Van Roosbroeck. “Binnen 24 uur wordt voor 72 procent van de besmette personen de contactopsporing afgehandeld. Na drie dagen zit dat cijfer boven de 90 procent. Dat kan tellen. En er zijn nu eenmaal altijd mensen die je niet kan bereiken, bijvoorbeeld omdat ze met opzet foute gegevens achterlaten.”

Amper 20 speurders 

Toch valt niet te ontkennen dat het contactonderzoek van meet af aan te traag op gang kwam. De Nationale Veiligheidsraad besliste op 24 april dat de lockdown vanaf 4 mei gefaseerd afgebouwd zou worden. De GEES, de expertengroep die de exitstrategie moest voorbereiden, hamerde er in haar advies op dat de contacttracing op volle capaciteit moest kunnen draaien zodra de maatregelen versoepeld werden. Dat bleek niet het geval. Uiteindelijk had Vlaanderen pas op 11 mei voldoende contacttracers in dienst. Nochtans was al sinds februari geweten dat die speurders nodig zouden zijn. Toen beschikte de Vlaamse zorginspectie over amper 20 speurders – te weinig om het oprukkende coronavirus tegen te houden.

Minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V).Beeld Photo News

Sindsdien duiken er met de regelmaat van de klok verhalen op over hoe het identificeren en isoleren van besmette personen vierkant draait. Verscheidene maatregelen blijken vooral papieren tijgers. Wie in quarantaine moet, wordt bijvoorbeeld zo goed als niet gecontroleerd. En aangezien quarantaine voor veel mensen loonverlies inhoudt, is er weinig appetijt voor.

Sinds vorige week moeten café-uitbaters dan weer netjes bijhouden wie er allemaal bij hen binnen is geweest. Maar met die data wordt nagenoeg niets gedaan. Contactspeurders in de callcenters kunnen er niet mee aan de slag. Er wordt aan besmette personen niet eens gevraagd of ze op café zijn geweest, ook al is geweten dat cafés bij uitstek plaatsen zijn waar afstand houden moeilijk is. De reden: de vraag ‘bent u op café geweest’ staat niet in het script dat de telefonisten gebruiken, en in de software is geen vak voorzien om die informatie te noteren.

“Op zich is dat geen groot probleem. We vragen mensen met wie ze contact hebben gehad. Ook de contacten die iemand op café heeft gehad, kunnen dus in het gesprek naar boven komen”, zegt Joris Moonens, woordvoerder van het Vlaams Agentschap Zorg & Gezondheid, dat de contacttracers levert. Moonens erkent wel dat het nuttig kan zijn om er specifiek naar te vragen. “Die aanpassing is voor zeer binnenkort. We zullen mensen dan vragen of ze op bepaalde locaties zijn geweest.”

Gegevens tot op wijkniveau

Dit weekend krijgen de lokale besturen ook toegang tot een databank waarin besmettingsgegevens tot op wijkniveau geconsulteerd kunnen worden. Op die manier kan er gerichter ingegrepen worden. Die data zullen ongetwijfeld nuttig blijken om de verdere verspreiding van het virus in te dammen, maar het is ook een feit dat ze te laat komen. Antwerpen smeekte al langer om cijfers op microniveau, om besmettingsclusters te kunnen identificeren. Intussen swingt de epidemie in Antwerpen de pan uit.

Bovendien kampen ook die data wellicht nog met belangrijke hiaten. Volgens de cijfers van wetenschappelijk instituut Sciensano zijn er de voorbije week geen besmettingen gemeld in De Haan. Burgemeester Wilfried Vandaele (N-VA) zegt dat dat niet klopt. Hij heeft weet van minstens één besmetting in een instelling waar ook veel ouderen vertoeven. Maar omdat die persoon elders gedomicilieerd is, duikt die in de statistieken niet op in De Haan. Ook de waarnemend gouverneur van West-Vlaanderen, Anne Martens, vreest voor een vertekend beeld aan de kust, door de vele tweedeverblijvers.

Uit frustratie schieten intussen overal te lande lokale initiatieven voor contacttracing uit de grond. Maar die botsen vaak op een muur. Volgens betrokkenen is het vooral het Agentschap Zorg & Gezondheid dat weigerachtig staat tegenover die lokale projecten. De vrees bestaat dat er te veel dubbel werk wordt gedaan, of dat zowel de lokale als de centrale tracers dezelfde mensen bellen.

Lokale tracers 

Antwerps gemeenteraadslid Mie Branders (PVDA), die met Geneeskunde voor het Volk een eigen contacttracing op poten zette in Hoboken, ziet het anders: de lokale tracers zijn net veel beter geplaatst. “Er is maanden tijd verloren met de contacttracing, dus doen wij het zelf. Onze mensen zijn verbonden met de huisartsenpraktijk. Daardoor hebben mensen veel meer vertrouwen in hen dan in telefonisten uit een Brussels callcenter. Bovendien zijn onze vrijwilligers vertrouwd met de lokale gemeenschap, waardoor we veel beter weten waar mogelijke besmettingen gebeurd kunnen zijn.”

Bekes woordvoerder is het daarmee eens. “Het echte clusteronderzoek is makkelijker voor een lokaal bestuur. Dat geldt trouwens evengoed voor het opvolgen van quarantainemaatregelen. Daarom ook dat er nu gekeken wordt hoe de lokale besturen daarbij helpen.”

Al vindt Rzoska ook dat een zwaktebod. “Er wordt ongelooflijk veel tijd verloren, de minister en het Agentschap laten ontzetten veel steken vallen. En dan lonken ze naar God en klein Pierke om het op te lossen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234