Zaterdag 20/04/2019

Lust & Liefde

‘Hij betaalde de rekening zonder te aarzelen. Dat zei alles over wie hij was’

Beeld rv

Na een verbroken relatie vindt Esther (29) het heerlijk in haar eentje. Tot op een avond op een terras in de stad met vriendinnen een vader van twee naast haar komt zitten. ‘Ik kreeg ineens ontzettende zin om hem aan te raken.’ 

Op oudejaarsavond 2017 zat ik in mijn eentje achter mijn bureau en schreef ik een brief aan mezelf. Ik had een  roerige tijd achter de rug, mijn relatie was ­verbroken en sinds kort woonde ik weer alleen. Mijn moeder vond het niks dat ik alleen wilde zijn op een moment dat iedereen zich omringt met familie. ‘Es, dan kom je maar bij ons hoor.’ Maar op een of andere manier vond ik het ­louterend om stil te staan bij het afgelopen jaar waarin ik mijn ex-vriend en mezelf pijn had gedaan door bij hem weg te gaan. 

Het was donker, behalve dat bureau stond er in mijn kleine kamer alleen een bed en een bank. Ik wachtte tot het twaalf uur was en opende het flesje champagne dat ik die middag gekocht had, dronk het leeg en ging naar bed. De volgende ­ochtend las ik wat ik geschreven had. Het waren woorden die me moed inspraken en uitdrukten hoe blij ik ondanks alles was met mijn besluit. In de maanden erop ­rommelde ik een beetje onbetekenend met diverse mannen, en lukte het me steeds beter mijn draai te vinden in mijn eentje. Ik nam me voor nooit meer voor iemand te kiezen die niet snapte wie ik was. Tot ik op eerste paasdag aan mijn schrijftafel opnieuw mijn gedachten noteerde en er ineens op mijn rug getikt werd. Ik veerde op, maar er stond niemand en toch was ik ervan overtuigd dat ik zojuist even dwingend was aangeraakt. Het was halfnegen ’s avonds, ik had mijn pyjama al aan, maar kleedde me weer aan en ging de deur uit. Ik had sterk het gevoel dat de onzichtbare pokende vinger mij naar buiten dreef.

Eenmaal in de stad liep ik wat rond en ineens zag ik wat vriendinnen op een terras. Ik schoof aan en we hadden het over de voordelen van alleen zijn. Ik zei: ‘Ik vind het heerlijk in mijn eentje, maar soms mis ik een goede vriend.’ Een van mijn vriendinnen antwoordde: ‘Kijk, daar komt hij net aan.’ Ze maakte een hoofdbeweging naar een kale man die schuin naast ons ging zitten. We lachten alle drie. De man bleek als enige in het bezit van een aansteker, en zo raakten we aan de praat. Eerst met zijn allen, later hij en ik samen. Hij vroeg wat ik deed en ik zei dat ik net mijn baan als docent had opgezegd om me helemaal te kunnen richten op mijn vak als beeldend kunstenaar. Hij antwoordde niet zoals anderen ‘Wat stoer’ of ‘Bijzonder’ en vroeg: ‘Hoe zichtbaar ben je?’ Een irritante vraag, vond ik, want over de praktische kant van mijn kunstenaarschap had ik nog niet nagedacht. Maar zoals wel vaker bij irritante vragenstellers, raakte ik geïntrigeerd. 

Telkens als hij me zijn aansteker gaf, raakten onze vingers elkaar. Hij vertelde met sprankelende blauwe ogen over zijn twee kinderen die het aller­belangrijkste voor hem waren, dat hij zich niet kon voorstellen dat er ooit een vrouw zou passen in zijn halve gezin. Toen hij tegen half twee opstond om af te rekenen en een aantal van het in de loop van de avond aanwassende groepje kennissen en vrienden niet bleek te hebben betaald, voldeed hij alles met een genereus gebaar. Samen liepen we de straat op en draaiden naar elkaar toe. We wilden net ­kussen toen de serveerster ons terugriep, de betaling was niet gelukt. We lachten, hij betaalde opnieuw en daarna kusten we alsnog.

Het bijzondere van een kennismaking is dat je zelden gegrepen wordt door wat iemand zegt, maar vooral door hoe iemand praat en zich gedraagt. Dat hij zonder aarzelen die rekening betaalde en met me meelachte was feitelijk niks bijzonders en toch zei het alles over wie hij was. Ik kreeg ineens ontzettende zin om hem aan te raken, met hem mee te gaan en sprong bij hem achterop op zijn fiets. We reden langs het ­glinsterende water, mijn handen verborg ik onder zijn trui. Het enige geluid dat we hoorden was een dronkaard en het gerammel van zijn bagage­drager. Eenmaal binnen toonde hij trots zijn huis dat nog kaal was van het net-gescheiden-zijn. Plotseling voelde ik me heel blij worden, het was of er iets in vervulling ging waar ik slechts vaag op had kunnen hopen. Dit was mijn man, ik had hem gewoon vanavond gevonden. Dat was wat de porrende vinger mij had willen laten zien. Maar in de dagen daarop zwol de oude vrees om me te binden toch weer aan. Ik begon het net fijn te krijgen in mijn eentje en nu alweer leverde ik me uit. Ik wist toch waar dit soort keuzes meestal op uitdraaien? In de ­winkel waar ik een paar dagen per week werk, kwam die dag een Italiaanse vrouw. Ze zocht iets wat we niet verkopen, keek me aan en zei: ‘Je bent een mooie vrouw, maar je hebt veel ­verdriet gehad om de liefde.’ Ik kon niet anders dan beamen. Daarna zei ze iets opmerkelijks: ‘Maar er staat nu een heel grote liefde voor je. Wees niet bang, dit keer is hij echt.’

Raar misschien, maar de woorden van deze onbekende raakten me zozeer dat ik mijn telefoon pakte om mijn nieuwe lief te laten weten hoeveel ik nu al van hem hield. Geen idee waartoe het zou leiden, schreef ik, maar ik wilde het zeker proberen. Sinds gisteren wonen we officieel samen. Nog zoiets: vanaf het moment dat hij mij een filmpje van zijn kinderen liet zien, hield ik van hen, hoewel ik meestal niet zoveel heb met klein grut. Het is niet dat alles vanzelf gaat, maar dat maakt het eigenlijk alleen maar echter. Ik denk vaak aan die vinger in mijn rug en zeg dan tegen hem: ‘Jij bent aan mij gegeven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.