Woensdag 22/05/2019

Jeugdzorg

‘Hier wordt de lingerie waarmee de tienermeisjes op sekssites stonden niet gewassen maar kapotgeknipt’

Saskia Van Nieuwenhove en een van de meisjes die ze in haar huis opvangt. Beeld Thomas Sweertvaegher

Anderhalf jaar geleden werd het huis van Saskia Van Nieuwenhove enigszins ‘en stoemelings’ een thuis voor slachtoffers van tienerpooiers. Vandaag is haar vzw Ne(s)t door de overheid erkend en krijgt ze subsidies. “Maar acht meisjes is het maximum. We moeten kleinschalig kunnen blijven. We zijn geen instelling.”

“Mamaaaaa, uw gsm!” Een meisje van 18 loopt een vrouw van 47 in de tuin tegemoet met een rinkelend kleinood. 

Het is een tafereel dat doet denken aan een gezin. Maar de realiteit is anders. Het meisje van 18 is niet de dochter van de vrouw van 47. Ze is een slachtoffer van tienerprostitutie dat door een jeugdrechter een jaar geleden een kamer in dit huis toegewezen kreeg. “Maar voor mij is Saskia een mama. Ze geeft me de liefde die ik nooit heb gekregen”, zegt Anna (*).

Saskia is Saskia Van Nieuwenhove. Vijftien jaar lang schreef ze als journalist over de jeugdzorg. In 2017 besliste ze te doen waar ze in zo veel artikels voor pleitte: een andere opvang voor kwetsbare jongeren organiseren.

“Ik ben gedwongen tot een carrièreswitch”, zegt ze. “Ik kon geen professionele afstand meer bewaren.” Het trieste lot van Jordy, de jongen die in een tentje in de Gentse Blaarmeersen stierf van ontbering, was de druppel. “Ik heb het hele verhaal van erg dichtbij gevolgd. Ik heb toen maanden om hulp gesmeekt. Met afstand. Maar een herhaling daarvan kon ik niet aan.” 

Dus besloot Van Nieuwenhove haar huis open te stellen voor een jong meisje dat net als Jordy geen dak meer boven haar hoofd had. “Daarna heeft de tamtam zijn werk gedaan.”

Ze telt met Anna hardop: dertien anderen heeft ze sindsdien opgevangen. Ze omschrijft ze als meisjes die in de streng beveiligde units voor slachtoffers van tienerpooiers hebben verbleven. Sommigen kregen daar of in gemeenschapsinstellingen het stempel ‘hulpweigerachtig’, omdat ze voortdurend wegliepen of agressief waren. “Er zijn er ook die een minuut na hun achttiende verjaardag op straat zijn beland. De veiligheidsmaatregel wordt dan opgeheven, en vanuit die gesloten settings vragen ze geen verlengde ambulante hulp.”

Van Nieuwenhove besloot van haar opvanginitiatief een vzw te maken. Onlangs werd Ne(s)t door de Vlaamse overheid erkend en kunnen er subsidies volgen. 

Belang van confrontatie

Toen de jeugdrechter Anna bij Van Nieuwenhove plaatste, dachten velen dat ze het niet zou aankunnen. Het meisje kon zo agressief worden dat ze in de rechtbank door vijf agenten moest worden omringd. Haar dagen in de instellingen bracht ze vaak door in een isolatiekamer. “Maar hier gaat het goed, hè mama?”

Vraag je diezelfde mama wat ze dan precies doet, dan zegt ze: niet gek veel. “Wat hier gebeurt, teert op wat ik in vijftien jaar tijd over de jeugdzorg te weten ben gekomen. Het belangrijkste vind ik dat de deur openstaat. Iedereen mag hier gaan en staan waar ze willen. We vertrekken vanuit vertrouwen.”

Bij vzw Ne(s)t gelden enkele simpele regels, zoals geen drugs en alcohol, niet op elkaars kamers na middernacht, om het uur sturen of je oké bent als je buitenshuis bent. “De strikte dagindeling die andere voorzieningen proberen op te leggen, werkt niet voor een grote groep van deze jongeren.” In het huis van Saskia staan twee meisjes ’s middags op. “We zijn kapot, omdat we zo veel klanten hebben ontvangen. Soms tien tot twintig per nacht”, zegt Anna. Ze zegt dat ze niet kan slapen ’s nachts. “Omdat ik dan begin terug te denken aan wat er allemaal gebeurd is.” 

De zes anderen zijn wel al wakker. Ze zijn met een netwerkfiguur op stap, bij familie of in therapie. 

Van Nieuwenhove vindt vrijheid belangrijk. “Je kunt kinderen niet jaren beveiligen en opsluiten en verwachten dat ze vanachter de muren iets leren over de wereld. Ik geloof in confrontatie. Je leert niet wie goed en slecht is als je de dialoog uit de weg gaat. Als ik denk dat het de foute richting uitgaat, zal ik het signaleren. Maar ik dring niets op.”

Anna, nog steeds in badjas, beaamt. “Ik wil de les niet gespeld worden en ga toch naar die jongen.” Een maand later zit ze met spijt. Waarom? Daar gaat ze niet dieper op in.

Vrijwilligers

Het meisje voelt zich gerespecteerd in Ne(s)t. “Ik kwam in een gesloten instelling terecht. Ik moest de isolatiecel in en daar mijn kleren uittrekken. Onderbroek, beha, alles. Om te kijken of ik geen drugs bij me had. Dat is heel confronterend. Dat doet me denken aan de klanten die ik had.” 

Ze vertelt hoe ze in Ne(s)t haar lingerie mocht kapotknippen. “Dat is de lingerie waarmee ze op sekssites als Afspraakjes.com en Redlights stond”, vult Van Nieuwenhove aan. “In sommige instellingen wassen ze die spullen en geven ze die aan de meisjes terug. Dat vind ik niet kunnen.”

Er is geen wetenschappelijke evidentie voor Van Nieuwenhoves methode. “Maar ik zie wel dat het voor deze meisjes een verschil maakt”, klinkt het. Van de dertien is er maar eentje die opnieuw de prostitutie in getrokken is. Een andere is naar een psychiatrische instelling verhuisd. “Sommige problemen, zoals automutilatie, kan ik niet aan.”

Van Nieuwenhove voelt zich gesterkt in wat ze doet. Niet alleen door de Vlaamse erkenning die ze nu krijgt. Ze kan ook rekenen op vijftien vrijwilligers – van pedagogen en psychologen die op hun vrije dag komen helpen tot hoge ambtenaren en rechters die tips geven. En, voor haar nog belangrijker: er zijn ook veel meisjes die op haar wachtlijst staan. “Acht is het maximum voor mij. We moeten kleinschalig kunnen blijven. We zijn geen instelling.”

Toch is het een komen en gaan van mensen. Stagiairs komen binnen, therapeuten gaan buiten. De pleegzoon komt kijken of iets gerepareerd moet, en straks wil een vriendin van een van de meisjes passeren. Iedereen verzamelt steevast rond een pakje Marlboro dat afwisselend op de salon- en de terrastafel ligt. “Ik kan me voorstellen dat mensen het moeilijk vinden om hier te wonen. Maar ik ben zelf een instellingskind”, zegt Van Nieuwenhove. “Ik ben het gewoon geen privéruimte te hebben.”

Maffiapraktijken

De vrijheid mag dan groot zijn, Van Nieuwenhove wil dat zo min mogelijk mensen weten waar Ne(s)t is. Omdat ze angst heeft dat de pooiers de weg naar haar en haar meisjes vinden. Ze benadrukt dat het om pooiers gaat, niet loverboys. “De meesten van de 28 meisjes die ik ken, hebben hun hart niet aan iemand verloren. Het gaat vaak om echte maffiapraktijken. Ze screenen op kwetsbare jongeren die niet op de steun van hun omgeving kunnen rekenen.”

Emma lijkt in dat plaatje te passen. Het is halftwaalf als de achttienjarige buitenkomt. Zwaar gemaquilleerd, haren in een strakke dot. Op haar joggingbroek heeft ze met secondelijm het embleem van Lacoste gekleefd. 

Het meisje verbleef lange tijd in instellingen, doorliep ook een deradicaliseringsprogramma. Telkens liep ze weg, volgens Van Nieuwenhove. Haar moeder keek niet naar haar om, haar vader werd uit zijn ouderlijke macht gezet. “Ze had geen adres meer, geen mutualiteit, geen kindergeld, geen identiteitskaart. We zijn overal gaan aankloppen om dat in orde te krijgen.” Emma haalt de schouders op: “Fuck da.”

In 2016 verschenen voor het eerst cijfers over tienerprostitutie in Vlaanderen. Ze kwamen van Child Focus, dat 37 meldingen ontving. Het aantal nam sindsdien alleen maar toe. Geschat wordt dat de effectieve meldingen wellicht maar 20 procent van het totaal aantal slachtoffers uitmaken. “Naar zijn gevoel heeft minister Jo Vandeurzen (CD&V) zijn verantwoordelijkheid genomen. Hij heeft geld vrijgemaakt voor de units, is met ontheemdingsprojecten gekomen en heeft experts aan tafel gebracht. Maar het is nog lang niet genoeg.”

Saskia Van Nieuwenhove. Beeld Thomas Sweertvaegher

Op haar Facebook laakt Van Nieuwenhove onder meer het feit dat daders van tienerprostitutie minder lang opgesloten worden dan hun slachtoffers. “Acht jaar effectief kregen drie daders in 2015. Voor mensenhandel van drie piepjonge meisjes. De heerschappen zaten welgeteld twee jaar en acht maanden achter de tralies. Twee van de drie piepjonge slachtoffers werden een langere periode beveiligd (opgesloten dus) dan hen. Meer dan drie jaar.”

Ook over erkenning en subsidies zal ze kritiek blijven uiten. “Ik denk dat mensen in de sector me eerder als vriend dan als vijand beschouwen. Sommigen zullen het lastig vinden dat ik het falende beleid aanstip, maar er zijn evenzeer mensen in de sector die zich daardoor gesterkt voelen. Ze durven dat alleen niet openbaar te uiten, uit angst erop aangesproken te worden.”

Wat wel verandert, zijn de verwachtingen die bij de 200.000 euro aan subsidies komen kijken. “Geld van de overheid wil vaak zeggen: overlegmomenten organiseren, een rapport per dag per meisje opstellen, afhandelingsplannen maken.”

Het is onder meer dat soort van ‘professionalisering’ die de jeugdzorg volgens haar op het foute spoor heeft gezet. “Maar daar zijn we gelukkig gehoord door het Agentschap Jongerenwelzijn. We hoeven met onze vzw geen dossiers en plannen op te stellen. We mogen 100 procent met de meisjes zelf bezig zijn.”

Dat wordt haar soms te veel, vult Anna aan. Van Nieuwenhove knikt. “Als ik hoor hoe een pooier de knie van een meisje met een hamer heeft verbrijzeld omdat ze geen klanten meer wilde doen, dan moet ik naar buiten om adem te happen. Ik vind dat ik emoties moet toelaten. Anders hou ik dit niet zeven dagen op zeven vol. Ik ben geen hulpverlener, en zal dat ook nooit zijn.”

(*) Uit veiligheidsoverwegingen gebruiken de meisjes in het artikel fictieve namen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.