Vrijdag 30/07/2021

Smet in Venetië

"Hier wil je rondwandelen, in Brussel wil je weglopen"

Pascal Smet op de architectuurbiënnale van Venetië.
Pascal Smet op de architectuurbiënnale van Venetië. "Mijn handen jeuken om de Grote Markt in Brussel aan te pakken."Beeld Thomas Sweertvaegher

"De architectuur in Brussel is eenheidsworst. We hebben nood aan iconische gebouwen." Dus trok Brussels minister Pascal Smet, samen met burgemeester Yvan Majeur en minister-president Rudi Vervoort, dit weekend naar de architectuurbiënnale in Venetië. Op zoek naar inspiratie en een gesprek met toparchitect Rem Koolhaas.

Een vloer die energie opwekt als je erover wandelt? "Dat is misschien nog een idee voor de Brusselse Grote Markt? Nee serieus, mijn handen jeuken om dat plein aan te pakken." Het is zaterdagmiddag. De rondleiding op de biënnale van Venetië is nog maar halfweg, of Pascal Smet (sp.a), Brussels minister van Openbare Werken, loopt al over van de ideeën.

"Als je Pascal laat doen, draait hij alle gebouwen om", zegt Brussels burgemeester Yvan Mayeur (PS).

"Mais enfin Yvan, in Parijs zagen ze die glazen kubus van het Louvre ook eerst totaal niet zitten. En kijk nu. Die kasseien op de Grote Markt zijn zo gewoon. Ik zou daar iets totaal anders mee doen."

Mayeur lacht: "Gelukkig is het de burgemeester die over de Grote Markt beslist."

Over één ding zijn de twee Brusselse politici het wel eens: op het vlak van architectuur heeft de Belgische hoofdstad nog een lange weg te gaan. "Er is nood aan meer durf en visie", zegt Mayeur. "Nu is er vooral middelmaat. We moeten de banaliteit overstijgen." Meteen de reden waarom ze op het laatste weekend van de architectuurbiënnale naar het Italiaanse Venetië zijn afgezakt, waar om de twee jaar landen uit heel de wereld in paviljoenen expo's over hun nationale architectuur houden.

Als een toerist in Venetië: minister Pascal Smet geniet van zoveel schoonheid, en droomt van een Belgische hoofdstad waar het even fijn toeven is. Beeld Thomas Sweertvaegher
Als een toerist in Venetië: minister Pascal Smet geniet van zoveel schoonheid, en droomt van een Belgische hoofdstad waar het even fijn toeven is.Beeld Thomas Sweertvaegher

"Vreemd? De biënnale is gewoon een ongelofelijke bron van inspiratie", vertelt Smet "Op tijd en stond moet je als politicus je blik verruimen." Ook Rudi Vervoort (PS), Brussels minister-president, is van de partij. "Deze trip is ook symbolisch", zegt hij. "Samenwerken tussen de verschillende beleidsniveaus was in het verleden, euh, moeilijk. Maar er is een nieuwe dynamiek. De tijd van dromen is voorbij, het is tijd voor actie."

Het drietal is alvast onder de indruk van de tentoonstelling in het Belgische paviljoen. Aan de hand van foto's en constructies tonen curatoren en architecten Bernard Dubois en Sarah Levy hoe inventief bewoners omgaan met beperkte ruimte. Hoe ze de indeling en leefbaarheid van hun woning totaal veranderen met kleine ingrepen.

"Brussel heeft meer nood aan jonge, dynamische talenten zoals Bernard en Sarah", vertelt Smet. "Nu heeft een handvol architecten, onder wie Jaspers-Eyers, het monopolie in de stad. Met eenheidsworst als resultaat. 'Jaspersville' noem ik Brussel soms. Nochtans: we hebben massa's goede jonge architecten, maar ze komen bij ons niet aan de bak." Vriendjespolitiek? "Deels, maar ook een gebrek aan visie. Dus trekken onze jonge beloften naar andere steden. Iemand als Julien De Smedt heeft de Holmenkollen-skischans in Oslo ontworpen en doet projecten in Kopenhagen, hier geraakt hij nergens. Doodjammer."

Inspiratieloos

De politici mijmeren luidop over meer iconische gebouwen in hun stad. Door beloftevolle architecten uit eigen land, maar evengoed door grote internationale namen. Ankerpunten, zoals The Shard in Londen, waar mensen van ver al naartoe willen en zelfs betalen om zich over het uitzicht te verwonderen. Over de Brusselse poging tot nu toe, de Up-Sitetoren aan het Kanaal, is men duidelijk: "Inspiratieloos", zegt Smet. "Een gemiste kans. Als je bedenkt dat veel mensen enkel het Atomium kunnen opnoemen als je hen naar een belangrijk architecturaal gebouw in Brussel vraagt, weet je dat er iets moet veranderen."

Het is tijd voor het hoogtepunt van de trip: een ontmoeting met hoofdcurator van de biënnale Rem Koolhaas. De baas van het Office for Metropolitan Architecture (OMA) is een naam als een klok in architectuur, bekend voor ontwerpen als de Kunsthal in Rotterdam, de bibliotheek van Seattle en het hoofdkantoor van de Chinese televisie in Peking. De zeventigjarige Nederlandse architect is met OMA ook een van de vijf architectenbureaus die nog in de running zijn om straks het nieuwe gebouw van de VRT te ontwerpen.

Smet is in zijn nopjes dat hij de man zo ver heeft gekregen om de Brusselse delegatie een persoonlijke rondleiding te geven in het Centraal Paviljoen. "Zo'n grote naam. Ik ben enorm benieuwd welke mogelijkheden hij in Brussel ziet." Maar een half uurtje voor de start volgt een pijnlijke sms: Koolhaas heeft het te druk en zal de rondleiding overlaten aan zijn medewerkers. Er is enkel tijd voor een heel snelle lunch aan het water.

null Beeld Thomas Sweertvaegher
Beeld Thomas Sweertvaegher

"Ik vind Brussel een prettige stad en wil er in de nabije toekomst zelfs graag een kantoor, maar het is enorm moeilijk om er een project te verwezenlijken", vertelt Koolhaas terwijl de pasta vongole wordt geserveerd. Zijn plan om de Brusselse Wetstraat onder handen te nemen is blijkbaar recent nog afgeketst. Te ingrijpend, naar verluidt. "Brussel en Europa moeten net beter samenwerken. Brussel is de enige stad in Europa met een echte opdracht. Het moet de rol als hoofdstad van Europa écht opnemen. Ik ben optimistisch, maar zoals in veel landen en steden wordt het potentieel nu nog niet vervuld."

Smet verzekert hem snel dat er iemand in Brussel de taak krijgt om de relaties met Europa beter te onderhouden. Maar hoe hij ook aandringt, wat er concreet in Brussel op architecturaal vlak allemaal kan of moet veranderen, wil Koolhaas niet kwijt. "Ik heb een mening, maar een architect is niet iemand die met het vingertje moet wijzen", zegt de architect. "België bestaat bijna niet meer, Brussel is een speciale entiteit. Men moet trots zijn op die complexiteit. Kijk naar Venetië: eigenlijk is dat een onmogelijke stad. Dat maakt het voor een architect net razend interessant."

Hij neemt nog vlug een laatste hap van zijn visgerecht, en is al weer op weg naar de volgende afspraak. Smet kan zijn teleurstelling moeilijk wegsteken. "Een interessant man, maar ik had toch gehoopt dat hij meer over zijn visie op Brussel zou vertellen", zegt hij voor hij de medewerker van Koolhaas richting Centraal Paviljoen volgt.

De expo blijkt een onderzoek over het modernisme in de architectuur. Van de lelijkheid van kantoorgangen tot de evolutie van toiletten en de 'democratisering van het balkon'. Nogal conceptueel misschien om echt concrete inspiratie voor Brussel op te doen. Niet volgens Smet. "Inspiratie komt in alle vormen. Koolhaas heeft het bijvoorbeeld ook over het feit dat ook onze woningen en werkplaatsen meer en meer datagestuurd zijn, van de thermostaat tot vloeren die aangeven wanneer je erop loopt. En dat we misschien wat meer over de mogelijke gevolgen moeten nadenken. Toch razend interessant?"

Acupunctuur

De weg terug naar het hotel is even zoeken. Weinig steden waar verloren lopen zo makkelijk gaat als in Venetië, labyrint van kleine doodlopende straatjes. Bij Smet kan het de pret niet drukken. Integendeel. "Heerlijk, zo rondzwerven en elke keer een nieuw pleintje ontdekken. Venetië is echt ontworpen om in rond te wandelen. Brussel kan daar nog van leren. Op het Schumanplein wil je zo snel mogelijk weglopen, zo ongezellig. We moeten wandelen door de stad weer aangenaam maken."

Smet heeft net het boek Urban Acupuncture van Braziliaans politicus en architect Jaime Lerner uit, een werk waar hij tijdens het weekend meermaals uit citeert. "Urban acupuncture wil zeggen: door kleine ingrepen in een stad grote veranderingen teweegbrengen. Een buurt echt veranderen."

Al blijft het een moeilijke opdracht om een buurt 'op te waarderen' zonder dat projectontwikkelaars minder rijke oorspronkelijke buurtbewoners verdrijven. "Je moet gewoon een goede mix krijgen. Ik hou niet van getto's, arm noch rijk."

null Beeld Thomas Sweertvaegher
Beeld Thomas Sweertvaegher

De woorden van Koolhaas spoken nog door het hoofd. Maar oplossingen zoeken is moeilijker dan zeggen dat het beter moet. Het gezelschap pleit voor meer openbare oproepen voor nieuwe projecten zodat iedereen zijn idee kan inleveren, wat nu ook is gebeurd voor het VRT-gebouw. "We moeten druk op de bouwpromotoren uitoefenen dat het anders moet. De procedures moeten ook eenvoudiger en sneller", vindt Mayeur. "Een voorbeeld: een oorspronkelijk plan voor een nieuw administratief centrum voor de stad was eerder bedrukkend. Zo'n gebouw moet net transparantie uitstralen met grote ramen en deuren. Blijkt dat vanaf nul beginnen twee jaar extra kost. Te vaak zijn het ook tussenpersonen die belangrijke beslissingen maken. En we moeten ervoor zorgen dat men bij de Commissie voor Monumentenzorg en Landschappen en het Brussels Instituut voor Milieubeheer minder conservatief en dogmatisch werkt."

Vraag is of ook hun partijen geen schuld treft voor het jarenlange gebrek aan visie dat ze net aanklagen. "Het is geen kwestie van partijen, wel van bepaalde generaties die in een bepaald stramien denken. Het belangrijkste is dat er nu politieke wil is om de zaken aan te pakken." Mooie woorden, maar gaat het om een loze belofte of echte verandering? Was Smet in het verleden al niet eens Brussels minister, bevoegd voor Openbare Werken?

"Klopt. Helaas zijn veel dingen die ik toen in gang heb gestoken niet afgeraakt onder de vorige legislatuur. Of zijn ze blijven liggen. Maar zaken in gang steken is ook enorm belangrijk. Elke orkaan begint met de slag van een vlinder. Soms moeten dingen sneller, dat klopt, maar je mag je ook niet blindstaren op de korte termijn. Geen loze belofte: er liggen immers plannen klaar om tien stadsdelen in Brussel te vernieuwen."

Skatezone

De Kanaalzone wordt onder meer aangepakt, net als Thurn & Taxis en de omgeving aan de Ninoofsepoort. Daar komt onder meer een park en een nieuwe toren. Het plan om van De Brouckère en de Beurs, midden in het stadscentrum, één grote autovrije zone te maken, was al bekend. Nieuw is dat er ook veilige, gescheiden fietspaden komen langs de Kleine Ring en binnen de Vijfhoek.

Hij is ook volop op zoek naar een goede locatie voor een skatezone, verklapt hij even later op een terras op het San Marcoplein. "In crisistijd is het des te belangrijker om in te zetten op meer publieke ruimte. Mensen moeten kunnen ademen in een stad."

null Beeld Thomas Sweertvaegher
Beeld Thomas Sweertvaegher
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234