Vrijdag 23/10/2020

‘Hier stond mijn huis... Denk ik’

Iedereen wist dat het kon gebeuren, maar niemand dacht dat het zo verschroeiend zou zijn. Een maand geleden bulderde de vulkaan Merapi op het Indonesische eiland Java, vlak bij de toeristische stad Yogyakarta. Manggong was een van de dorpjes op de flank die volledig bedolven werden. Mensen, koeien, huizen, alles is verdwenen. De Morgen nam een kijkje en sprak met inwoner Sudik: ‘Ik wil verlost worden van al die trauma’s.’

Acht meter scheiden ons maar van het gehucht Manggong. Ongeveer twee keer de hoogte van een volwassen mangoboom. Sudik kijkt achterom en meet de afstand tot het uitgebrande geraamte van het vluchtelingenhuis. Dan kijkt hij naar voren en schat hoe ver hij van de landbouwschool van Cangkringan is, die de kleur heeft gekregen van de dikke laag as die erop is neergedaald. Dan wijst Sudik omlaag, naar het grijze slik onder zijn voeten. ‘Ik denk dat het hier was... Hier stond mijn huis... Denk ik...’

Manggong werd op 5 november bedolven onder een gloeiendhete laag as en stenen. De Merapi bulderde al dagen, op 4 november was het al bijna raak geweest. Maar die ene uitbarsting, in de nacht van 5 november, maakte een einde aan alle dromen van Sudik, en aan zijn geboortedorp Manggong. “Alleen de naam is nog over”, zegt de 39-jarige Sudik. “De naam en verder niks.” De mangobomen zijn verdwenen, net als drie oude mensen die te eigenwijs waren om te vertrekken, 170 huizen en honderden koeien. Alles is vermalen in die lawine van as en stenen, die in een razende vaart van de berg af donderde en de kleine groene vallei veranderde in een kale, dode vlakte.

Vrijwillig vertrek

Het huis van Sudik was net klaar. Acht jaar had hij eraan gebouwd. In september, net voor het einde van de vastenmaand, had hij de laatste tegels geplaatst. Het had het huis moeten worden waarin hij en zijn vrouw oud zouden worden, waar hun negenjarige zoontje zou opgroeien. “Maar God heeft misschien betere plannen met mij”, zegt Sudik berustend. Hij maakt met zijn mobiele telefoon een paar foto’s van de Merapi, die zich in deze vroege ochtend in zijn volle glorie laat zien. Uit de opengescheurde top van de berg dampt nog maar een onschuldige rookpluim, die een kaarsrechte witte streep door de blauwe lucht trekt.

Sudik maakt de foto’s “voor als ik hem ga missen”, zegt hij. Hij is hier geboren en opgegroeid. De berg was zijn thuis. Maar nu heeft hij hem verraden, en Sudik wil hier weg. Hij heeft zich opgegeven voor het ‘transmigratieprogramma’ van de overheid: hij wil met zijn familie ‘emigreren’ naar een ander eiland. Het programma voorziet in de reis, een stukje grond, zaaigoed, en een half jaar uitkering, om ver weg een nieuw bestaan op te bouwen.

Met het vrijwillige vertrekprogramma probeert de regering al tientallen jaren iets te doen aan de overbevolking van het eiland Java, maar nu lijkt het ook handig voor Merapivluchtelingen die in de vulkaanuitbarsting alles zijn kwijtgeraakt. Enkele honderden zijn er al vertrokken, de meesten naar Kalimantan, een onderbevolkte provincie op het eiland Borneo. Daar wil Sudik ook heen. Hij heeft zijn handtekening al gezet, en wacht nu op een oproep om te vertrekken, samen met zijn gezinnetje en acht andere familieleden.

Sudik twijfelt niet. “Ik ben alles kwijt. Mijn tuin, mijn huis. Ik heb hier niets meer”, zegt hij. Maar de belangrijkste drijfveer is de angst. “We zijn bang. Straks, over een paar jaar, kan dit weer gebeuren. Hier blijven, lijkt tijdverspilling. Ik wil niet dat mijn zoon straks een huis bouwt dat meteen weer wordt verwoest. Ik wil naar een plek zonder vulkaan, en zonder aardbevingen. Zodat we verlost worden van die trauma’s.”

Een paar honderd slachtoffers van de Merapi hebben dezelfde keuze gemaakt als hij. Enkele families zijn al vertrokken, de rest volgt in de loop van de komende maanden. Maar veruit de meeste mensen blijven het liefst op de berg waar ze zijn geboren en opgegroeid. Toen de autoriteiten bekendmaakten dat de berg weer veilig was, stroomde het voetbalstadion van Yogayakarta, waar de vluchtelingen waren opgevangen, leeg. Dinsdag waren er nog maar 3.674 van de tienduizenden vluchtelingen over. Negentig procent was naar de berg teruggekeerd, en begonnen met opruimen. Zoals Warji, wiens huis net aan de rand van de woestenij staat, 300 meter van de plaats waar Sudik denkt dat zijn huis stond. Warji heeft de was gedaan, de woonkamer al schoon gebezemd. “Ik wacht alleen nog op stroom. Als de lampen het weer doen, verhuis ik.”

Aan de rand van de aswoestenij begint dinsdagmiddag een groep reddingswerkers te graven. Ze dragen handschoenen tegen de hitte. De stenen die ze uit de grond halen, zijn gloeiend heet. De mannen zoeken naar lichamen. Op de plek waar ze graven, moeten een moeder en haar kind liggen. Dat zegt de man toch die de reddingswerkers de plek heeft gewezen, en die nu verbeten naar het graafwerk staat te kijken.

Uitzichtloos

Ook in het bedolven dorp van Sudik moeten nog lichamen liggen. Sudik weet van zeker drie mensen dat ze er nog waren toen de as hun huizen verpletterde. “Het waren oude mensen. Ze wilden niet weg”, zegt Sudik. Warji ervaarde hetzelfde. “Wij reden met de bromfiets naar beneden. Aan de rand van de weg zaten mensen. Zij zeiden: alles is goed, ons gebeurt niks. Ik heb ze niet meer gezien. Er zijn veel mensen verdwenen.”

Sudik doodt de tijd door mee te werken aan de bouw van barakken. De vluchtelingen die hun huizen kwijt zijn, zoals hij, hebben woonruimte nodig, want niemand weet hoe lang ze op een nieuw huis moeten wachten. De regering heeft huisvesting beloofd, maar niemand weet waar die huisvesting komt, en wanneer. De onzekerheid maakt het bestaan van de vluchtelingen nog uitzichtlozer. De ervaring, onder meer door de aardbeving van 2005, heeft geleerd dat het heel lang kan duren voor beloften van de regering worden ingelost.

Enkele honderden vluchtelingen demonstreerden vorige week maandag bij het kantoor van de gouverneur van Yogyakarta om duidelijkheid te eisen. Die kregen ze niet, dinsdag zaten ze weer in de catacomben van het voetbalstadion. “Tungguh aja”, zeggen ze. “We wachten het af.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234