Maandag 18/10/2021

Hier komt de Kansas Ranger

Het is een lange weg van de Prairie naar Parijs, maar Jeremy Scott was niet te stuiten in zijn opmars naar de hoofdstad van de mode. Vergeet cool Brittania, zegt hij. Nu zijn naam op ieders lippen ligt, zullen we maar aannemen dat hij het best weet.

Melanie Rickey/ Agnes Goyvaerts

Ik hoop dat de mensen niet denken dat ik knettergek ben," zegt Jeremy Scott doodernstig, terwijl zijn gouden tanden met vlijmscherpe vampierenpunten flikkeren en zijn wenkbrauwloze voorhoofd suggestief beweegt om totale onschuld te suggereren. Op zijn tanden lees je zijn naam J-E-R-E-M-Y, maar deze 24-jarige jongeheer uit Missouri zal hem niet lang meer moeten spellen. Voor 1998 is hij de nieuwe lieveling van de modewereld en ongetwijfeld iemand die nog van zich zal laten horen. Dit kan toe te schrijven zijn aan zijn uitzonderlijke talent - hij heeft twee keer na elkaar de titel veroverd van 'toekomstig topdesigner' bij de Vénus de la Mode, in maart en oktober in Parijs - of omdat hij een grote mond opzet en heel welomschreven opvattingen heeft, of misschien wel beide. Het is moeilijk om precies uit te maken hoe die dingen gaan, maar hoe dan ook, toen hij in oktober na zijn show in Parijs het podium opstormde en 'Vive l'avant-garde' riep, deed hij dat wel voor het juiste publiek, dat nota nam van zijn opvallende verschijning. Onder hen André Leon Talley, de invloedrijke (en fysiek imposante) stylist van onder andere Vanity Fair; Isabella Blow, muze en steunpilaar van Alexander McQueen; en Nicole Fischelis, ondervoorzitter van de belangrijke keten Saks Fifth Avenue, die wat ze noemde 'een fashion moment' had bij het zien van Scott's show. Zijn 'Rich White Women' collectie was volledig uitgevoerd in wit leder, witte jersey en een melkachtig geplooid polyamide, en was zo modern dat de boodschap in Parijs al snel de ronde deed: Jeremy Scott moet je gezien hebben."

Er werd vooral gesproken over de jersey T-shirts en jurken, die op verschillende manieren te dragen zijn. Over de wit lederen avondkleding, de sculpturale plooien en de opnieuw bewerkte versies van traditionele sportkleding. Zijn T-shirts zijn bijvoorbeeld erg slim. Als ze 'rechtop' worden gedragen, zien ze er ronduit vreemd uit, met twee extra armsgaten en een extra kraag boven het borstbeen. Maar na een snelle demonstratie wordt alles duidelijk: dit zijn twee kledingstukken in één: draai het 90 graden om en je hebt geen T-shirt met korte mouwen meer, maar een T-shirt zonder mouwen met de overbodige korte mouwen die voor en achter als olifantenslurfjes aan het lijfje bengelen. Het ziet er nog steeds een beetje vreemd uit, maar zo was dat aanvankelijk toch ook met de 'bumsters' (de superlage heupbroeken) van Alexander McQueen?

Scott trekt dit multifunctionele element door in een cocon-achtige kap, die vervolgens een artistieke drapage wordt op een jurk, en andere jersey kledingstukken die op vier of vijf manieren gedragen kunnen worden.

Lucille Lewin, die in Londen de Whistles-winkels heeft en die Jeremy Scott zal verkopen, zegt: "Deze kleren spreken de twee kanten van de vrouwelijke persoonlijkheid aan, zowel de extravagante als de relaxte. Dat is waarom ik ze gekocht heb." Sonja Noël, van Stijl in Brussel, ging ook kijken, maar sloeg niet toe. "Mijn zoontje vond het prachtig," zei ze, "hij zag overal Batman in, met die plissé soleils als capes, maar ik was niet overtuigd. Het was prachtig om naar te kijken, op engelachtige meisjes gepresenteerd, met heel glamoureuze kapsels , maar er zat weinig bij dat echt te dragen is. Als ik vergelijk met bijvoorbeeld Martin Margiela of Dirk Van Saene: die doen ook experimentele dingen, maar als ik bij hen in de showroom ga kijken, zie ik dat 90 procent van wat er hangt te dragen is, ook in het dagelijks leven. Met Jeremy Scott had ik het gevoel dat ik vaak bij Engelse ontwerpers heb: dat het allemaal berekend is op effect. Zeer goed gedaan hoor, maar met te weinig zin voor realiteit. "

Lucille Lewin hield vooral van het leder. Er zijn jumpsuits met blote schouders, een half mini/half pantalon met een mogelijke extra halve broekspijp (om met de verhoudingen te spelen, zegt Scott), en het sculpturale geplooide polyamide, waarmee 'vleugels' worden gecreëerd van de zijnaad van een lederen jumpsuit naar een ellebooglange handschoen. Zij viel ook voor de 'geen schoenen-schoenen', een hoge hak die met een doorzichtige band aan de voet wordt bevestigd, zodat het lijkt alsof er een hak heelkundig werd ingeplant.

Het begon allemaal toen Scott nog geen twee jaar geleden van het New Yorkse Pratt Institute naar Parijs kwam, gewapend met een modediploma, maar afkomstig van een veehouderij op de prairie nabij Kansas City, waar hij een fantasieleven leidde met zijn hoofd in modemagazines. Hij was - zegt hij zelf - een freak op school, het soort freak die voelde dat hij anders was dan de andere kinderen maar niet goed wist waarom. Na zijn korte verblijf in New York was Parijs in zijn geest de enige plaats waar je hoorde te zijn als je in de mode verder wou, en zonder een cent op zak kwam hij er aan in 1995. "Londen is te gesloten en het is niet het centrum van het mode-uiversum, zoals iedereen schijnt te denken. Parijs is de hoofdstad van de mode en de smeltkroes voor alles." Hij zegt het op een bijna verwijtende toon, alsof hij genoeg heeft van London en Cool Brittania. De waarheid is dat hij ergens wou zijn waar hij zou opvallen in de massa. "Parijs had iemand nodig zoals ik," zegt hij, en daarin heeft hij gelijk.

In Parijs heeft hij meteen geluk gehad. Al tijdens de eerste week van zijn verblijf tikte er iemand op zijn schouder, die de PR-man van Jean-Paul Gaultier bleek te zijn. "Ik vind je haar geweldig," zei die (Scott knipt sinds hij vijf was zijn haar zelf) en de Amerikaan werd prompt geïnviteerd voor een feestje waar hij 'de juiste' mensen ontmoette.

Van dan af leek Scotts weg naar de roem geplaveid. De mode-invloeden die hij heeft ondergaan zijn eerder simpel, zijn meningen niet. "Ik groeide op met sportkleding," zegt hij. "Ik draag nooit iets dat geen rits of drukknopen heeft." En inderdaad, wanneer we hem ontmoeten, draagt hij een westernhemd met drukknopen, een Levi's met rits en witte Nike's met een gouden 'swoosh'. Vanaf de hals, opwaarts , begint het minder gewoontjes te worden. Hij heeft gouden tanden, die 150 dollar per stuk hebben gekost, geschoren wenkbrauwen en haar dat extreem kort is vooraan en asymmetrisch achteraan. Maar na een tijdje lijkt dat alles, op Jeremy tenminste, perfect normaal.

Scott heeft al een stevige fanclub. In september hield hij een tentoonstelling bij Colette, dé winkel in Parijs waar de modeslachtoffers hun mosterd halen. Hij vroeg enkele van de beste modefotografen van het moment om zijn eerste collectie te interpreteren en bijna allemaal gingen ze op zijn voorstel in. Scott vindt dat modemagazines de ontwerpers te weinig mogelijkheden geven en daarom zei hij tegen de fotografen: ga jullie gang, ik geef je carte blanche. Dat deden ze, en ze schepten er plezier in.

Noem hem een witte raaf, of een modernist van de modernisten, of zelfs een pushy Amerikaanse knaap, en hij zal je niet tegenspreken. Maar noem hem vooral niet wat hij is: een in de grond lieve en lichtjes vreemde jongen die verliefd is op zijn muze, het model Devon, wiens naam hij me vraagt op zijn hand te schrijven. Hoe dan ook, zijn werk is gebaseerd op de nood om een nieuwe stem te laten horen in de modewereld, en om mensen die denken zoals hij rond zich te verzamelen.

Natuurlijk heeft hij niets te verliezen, nog niet, en dat bewijst hij met zijn boude uitspraken. Zoals: "Er is niemand die mij echt kan inspireren, alleen mijn eigen stijl vind ik sterk. Het enige huis waarvoor ik misschien zou willen werken is Pierre Cardin. Of zelfs Laura Ashley." En: "Wanneer mensen die andere mensen kopiëren dat beter doen dan degenen die ze kopiëren, dan zitten we met een probleem. Helmut Lang gelijkt op Calvin Klein gelijkt op Donna Karan... Op die manier is mode toch niet meer interessant."

Hij provoceert ook graag. Galliano noemt hij 'rommel', "omdat we dat allemaal al eerder hebben gezien. En wie heeft trouwens nog een mooie roze jurk nodig?" Alexander McQueen heeft volgens hem onvoldoende respect betoond voor het huis Givenchy, door het imago ervan verkeerd te interpreteren. Laten we hopen dat zijn tonnen warme lucht niet te veel haat opwekken. Laten we het maar toeschrijven aan jeugdige ambitie en een hoge graad van 21ste-eeuws denken. Alexander McQueen heeft het met zijn grote mond allemaal voor elkaar gekregen, dat zal Jeremy Scott dus ook wel klaarspelen.

Foto's Lisa Vanco

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234