Dinsdag 01/12/2020

Filipijnen

Hier in Manilla mag de politie alles. Je hebt er zo een kogel in je kop

Beeld EPA

De Filipijnen zijn in de greep van bruut geweld en machogedrag. Iedereen vreest president Dutertes doodseskaders. Wie durft tegen de president in te gaan?

Coco is op bezoek dus het moet vrijdag zijn. Zonder Coco zouden de dagen voor senator Leila de Lima niet van elkaar te onderscheiden zijn, maar gelukkig is er de vrijdag: de vaste bezoekdag van haar lievelingshond. Zelfs een zo'n klein ankerpunt in de week helpt om niet helemaal gek te worden, zegt ze. Gek worden is De Lima's grootste angst. "Het ergst is het na vijf uur, als het bezoek weg is. Dan ben ik helemaal alleen. Ik verzin van alles om bezig te blijven. Ik veeg de binnenplaats, geef de planten water, geef eten aan de zwerfkatten, ik lees papieren die mijn staf me heeft gebracht. En voor het naar bed gaan huil ik vaak. Ook dat helpt."

De Lima zit sinds 24 februari gevangen op het hoofdbureau van politie in Manilla. Zij is 'uit de weg geruimd', zegt zij zelf, omdat zij al jaren de hinderlijkste criticus van president Rodrigo Duterte is. Al in 2009 leidde zij een onderzoek naar de doden in de stad Davao, toen Duterte daar burgemeester was. En vorig jaar leidde zij de senaatscommissie die de nationale 'Oorlog tegen Drugs' onderzocht die Duterte, inmiddels president, had ontketend. Dat is haar dus duur komen te staan. Eerst werd zij weggewerkt als commissievoorzitter, wat meteen het einde van het onderzoek betekende, en in februari werd De Lima gearresteerd en aangeklaagd: zij zou geld van drugsbazen hebben aangenomen voor haar verkiezingscampagne.

Sindsdien zit zij in 'Camp Crame', zoals het hoofdbureau heet, waar zij haar eigen gevangenishoekje heeft: twee cellen en een binnenplaatsje met hoge muren, prikkeldraad en wat stoelen voor het bezoek. Dat bezoek wordt twee keer gefouilleerd voordat het naar binnen mag. Telefoons en opname-apparatuur worden afgepakt. Alleen een pen mag, maar ook die wordt aan een inspectie onderworpen en moet, eenmaal binnen, spaarzaam worden gebruikt: wie al te veel schrijft geeft zichzelf bloot als journalist.

Lamento

Zelfs haar gevangenneming kan De Lima niet tot zwijgen brengen: in haar cel schrijft zij dispatches. Op het chique briefpapier van de senaat krabbelt zij boodschappen, die door haar staf op het internet worden gezet. Als er bezoek is, is de Lima niet te stuiten. Uit haar mond komt spontaan een lang lamento. De aanklachten op grond waarvan zij hier zit zijn te gek voor woorden. De hele zaak tegen haar is niet meer dan een wraakactie van Rodrigo Duterte. Die man kan niet tegen kritiek. En hij weet dat hij fout zit. Hij heeft haar laten oppakken omdat zij hem niet met rust liet. "Dat begon al in Davao", zegt ze.

Als burgemeester van Davao zou Duterte het Davao Doodseskader in het leven hebben geroepen, een sinistere afdeling van de politie die carte blanche kreeg om criminelen, en vooral drugscriminelen, uit de weg te ruimen. Mensenrechtenorganisaties schatten dat in de stad onder Duterte zo'n 1.500 mensen zijn vermoord.

Toen Duterte aantrad als president kondigde hij een nationale oorlog tegen drugs af. Het land was volgens hem een 'narcostaat' geworden met 3,7 miljoen verslaafden, die hij met alle plezier persoonlijk zou doden, allemaal, zoals Hitler dat met de Joden had gedaan. Die laatste opmerking slikte hij na wereldwijd protest weer in, maar de boodschap bleef dezelfde. Het land zou met geweld worden bevrijd van drugscriminelen én -gebruikers.

Geen boodschap aan feiten

Dutertes cijfers zijn overtrokken. Het werkelijke aantal drugsgebruikers is volgens een officiëel regeringsonderzoek niet hoger dan 1,8 miljoen - en dat zijn niet allemaal verslaafden en evenmin misdadigers. Maar Duterte heeft geen boodschap aan feiten. Hij wil oorlog en die wordt nu op de hele Filipijnen gevoerd naar het model van Davao. Dat zou al aan meer dan achtduizend mensen het leven hebben gekost. Mensenrechtenorganisaties, buitenlandse regeringen en zelfs de Verenigde Naties kunnen als ze protesteren rekenen op een schoffering door Duterte. Hij kan dat doen, want hij weet zich volgens recente peilingen nog steeds gesteund door zo'n 80 procent van de bevolking. Het volk gelooft nog in hem.

Op de overvolle parkeerplaats, niet ver van senator De Lima's cel, is één plek leeg. Dat is de plek waar vorig jaar een Zuid-Koreaanse zakenman door politiemannen werd vermoord. De agenten waren uit geweest op losgeld. Zij haalden de man uit zijn huis omdat zij dat konden doen: in de oorlog tegen drugs is iedereen vogelvrij. Toen de zaak aan het licht kwam, moest Duterte een korte pauze in de 'oorlog' inlassen. Zelfs zijn aanhangers vonden toen dat hier een grens was overschreden. Agenten die tot dit soort dingen in staat zijn, mag je geen carte blanche geven. De oorlog werd kort daarna hervat.

De moord op de zakenman heeft voor De Lima duidelijk gemaakt dat in de Filipijnen niemand meer veilig is. Zijzelf is dat al helemaal niet. Ook de gevangenismuren kunnen haar niet beschermen. Zij wijst naar de ijzeren poort aan het eind van de binnenplaats. "Een moordcommando loopt hier zo naar binnen. Die paar bewakers zullen hen heus niet tegenhouden." Haar eten laat zij meebrengen door het bezoek, uit angst te worden vergiftigd. "Ik voel me niet veilig. Ik zal nooit veilig zijn."

"Als het mijn tijd is, is het mijn tijd, maar tot het zover is weiger ik mijn mond te houden. Zolang de moorden doorgaan, blijf ik vechten." Niet dat zij nu veel van dat gevecht verwacht. "Het aantal mensen dat met mij mee durft te vechten is klein. Het zijn er misschien minder dan tien. Wij zijn hier aan de verliezende hand."

"Dat de wereld ziet wat er hier gebeurt, is voor mij de enige troost", schrijft zij in een kleine, persoonlijke dispatch. Hoofdschuddend maar machteloos kijkt ook 'de wereld' naar de foto's van de Filipijnse doden: door het hoofd geschoten, achtergelaten op straat in een plas bloed, soms met een op een stuk karton geschreven waarschuwing: "Ik ben een drugspusher, word niet zoals ik."

Nooit de rijken

De Lima hoeft misschien niet zo bang te zijn: het zijn immers nooit de rijken die worden doodgeschoten. Eén blik op de doden in de krant bevestigt dat, en een bezoekje aan een van de begraafplaatsen van Manilla levert er de wrange beelden bij. Brede lanen worden omzoomd door villa's die de rijken voor hun verblijf in het hiernamaals hebben gebouwd. Alleen de echt rijken kunnen hier wat kopen, alle anderen moeten huren, en vechten om een plaatsje. En die plaatsjes worden kleiner naarmate de doden armer worden. Uiteindelijk moet je over de graven heen klauteren - omdat er geen paadjes meer zijn, ook die zijn gebruikt om er mensen te begraven.

Voor mensen zonder geld zijn zelfs de paadjes onbetaalbaar. Voor hen rest alleen nog de armenmuur, helemaal aan het eind van de begraafplaats. Het is een vochtige, beschimmelde muur waarin je voor vijf jaar een dichtgemetseld gat kunt huren. 'Appartment-style' is het eufemisme dat daarvoor is bedacht.

Beeld EPA

Bijna zonder uitzondering rusten ze híér, de mannen die het afgelopen jaar zijn vermoord door de doodseskaders. Bening Tapao weet dat als geen ander. Hij begraaft ze. Hij heeft het druk. "Ik heb er net weer drie begraven. Drie jongens, van 16, 17 en 18. De moeder van die van 16 heeft me verteld wat er gebeurd is. Zij had haar jongen weggestuurd om iets te halen in de winkel. Hij vertrok, en even later hoorde zij drie schoten. En nu ligt hij hier."

Het zijn verhalen die niet eens meer de voorpagina's halen. Op zijn best voeden ze de statistieken van 'onopgeloste moorden' of 'uit de hand gelopen arrestaties' waarachter de politie deze executies wegstopt. Achtduizend arme sloebers die niemand mist, op hun familie na.

Per ongeluk

Elisa woont in een krot in Tondo, een van de armste wijken van Manilla. Ook Elisa's broer rust in de dodenmuur. Hij werd door de politie doodgeschoten omdat hij shabu gebruikte, methamfetamine. "Dat is niet goed, maar dat is toch geen reden hem zomaar dood te schieten?" Alle mannen in Tondo gebruiken drugs, zegt Elisa, ze hebben het nodig: "Zij hebben nachtdiensten, of jutten tussen het vuilnis, en ze gebruiken het om langer te kunnen doorwerken." Vooral deze mannen zijn sinds Dutertes aantreden een doelwit voor de moordbrigades.

Je bent in Manilla nooit ver verwijderd van een kogel in je kop. Het is een bijgedachte die zich moeilijk laat wegdenken. Zodra de duisternis valt, valt er in de arme delen van de stad een stilte waarin je je oren spitst, of je wilt of niet. Meestal gebeurt er niets, maar voor hetzelfde geld stopt er een brommer met twee mannen en krijgt iemand een nekschot. Of iemand wordt meegesleurd en later teruggevonden met ducttape om zijn doorboorde hoofd gewikkeld. Of iemand krijgt per ongeluk een kogel en wordt collateral damage.

'Collateral damage.' Arturo Lascañas gebruikt de term voor het eerst. Lascañas is een massamoordenaar. Zijn eerste dode was collateral damage, vertelt hij. "Ik zat een overvaller achterna, ik schoot, maar ik raakte een voorbijganger." Dan zegt hij het: 'collateral damage'. Hoe hij zich daarbij voelde? Hij stamelt, alsof hij zich geen raad weet met de vraag naar zijn gevoel: "Voelde ... Ik was, in feite ... was ik ... We hebben de zaak afgehandeld. Door te betalen. Als ik het goed heb hebben we de familie toen 3.000 pesos betaald. Ongeveer 60 euro."

Lascañas zit op een keukenstoel in een kamer in Singapore. Hij zit hier ondergedoken omdat hij zich in Manilla niet meer veilig voelde. Hij is een van de belangrijkste wapens in de strijd van Leila De Lima's handjevol strijders tegen Duterte. Lascañas was lid van het 'Davao Doods Eskader'. Bijna dertig jaar heeft hij voor Duterte gemoord, en nu wil hij zijn bezwaarde geweten ontlasten.

Toen Duterte in 1989 burgemeester van Davao werd en daar een 'Anti Crime Unit' oprichtte haalde hij Lascañas erbij. In die speciale unit werd Lascañas lid van een klein, nóg specialer team: het doodseskader. Dat kleine team maakte van het moorden een systeem, en zette daarmee in Davao de toon voor de doodseskaders die nu, sinds Dutertes presidentschap, in het hele land actief zijn. Lascañas: "Wij begonnen mensen neer te schieten vanaf de brommer, wij reden in tandems, dat was de eerste methode. Later ontvoerden we mensen, want als we informatie uit ze moesten halen, moesten we ze meenemen. We dumpten lichamen buiten de stad. Daarna kwam ook het karton, we wikkelden hun hoofden in inpaktape, staken mensen dood met messen. Dat is het."

Wij dachten dat wij de gemeenschap een dienst bewezen door uitschot te vermoorden, zegt hij. Maar dat veranderde gaandeweg: "We begonnen steeds meer voor geld te moorden, en steeds vaker waren de slachtoffers geen criminelen, maar politieke tegenstanders van burgemeester Rody."

Business

Het moorden werd meer een onderneming, de business of killing.' Ze kregen 400 euro voor een gewone dode, soms 800 en soms zelfs veel meer. De duurste dode was de populaire radiopersoonlijkheid Jun Puras Palla, een belangrijk criticus van Duterte. Voor hem kregen ze 3 miljoen pesos (60 duizend euro), "en een maand later gaf burgemeester Rody mij nog eens 1 miljoen, een extra bonus." Lascañas liet zelfs zijn twee eigen broers vermoorden om zijn absolute loyaliteit te bewijzen.

Zijn geweten werd ten slotte steeds zwaarder, zegt hij, en God begon te spreken. Hij zag vorig jaar zelfs een wit licht uit de hemel komen. Toen besloot hij te gaan biechten, eerst bij de nonnen, later bij de bisschop. Dat luchtte enorm op. Daarna vertelde hij zijn verhaal op een persconferentie, en daarna aan de Senaat. De Senaat hoonde hem weg. Zijn plotselinge 'bekering' maakte hem volgens de Duterte-getrouwe senatoren totaal onbetrouwbaar.

Nu hoopt Lacañas dat hij zijn verhaal nog eens voor een rechtbank zal kunnen doen. Die kans is aanwezig. Zijn getuigenis is onderdeel van de aanklacht van 77 pagina's die in april tegen Duterte is ingediend bij het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Die aanklacht is het werk van senator Antonio Trillanes, een van de drijvende krachten achter het kleine maar hardnekkige verzet tegen Duterte. Dat heeft in het Filipijnse congres zelfs even een impeachment-procedure tegen de president in gang gezet. Het Congres heeft dat voorstel natuurlijk meteen afgeschoten, maar Trillanes laat zich daardoor niet ontmoedigen: "Het zal Duterte nerveus maken. Hij kan hier niet tegen. Het stoort hem ontzettend en misschien begaat hij in zijn boosheid een fout. Dat is niet ondenkbaar. Wij kennen zijn psychologie."

Nieuwe realiteit

De kritiek krijgt nog weinig vat op Dutertes vuile oorlog. De Verenigde Naties zijn op de hoogte, de Europese Unie kijkt kritisch toe, maar op straat zijn de moorden de nieuwe realiteit van alledag geworden. Zij zijn de werkelijkheid waar niemand meer over praat. Angst heeft de Filipijnen de mond gesnoerd, zegt Trillanes: "Dit is Dutertes formule: eerst legt hij iedereen het zwijgen op en dan begint hij de leugen te verspreiden dat hij een paradijs heeft gecreëerd. Maar Davao City? Dat zou dan de veiligste stad van de Filipijnen zijn? Het is een van de plekken met de meeste moorden in het land! Toch beginnen de mensen het te geloven, zoals ook de Noord-Koreanen hun leider gaan geloven."

Dutertes formule lijkt wonderwel te werken, niet alleen in de Filipijnen. Donald Trump heeft hem geprezen en hem uitgenodigd naar het Witte Huis te komen. Een artikel in het internationale tijdschrift Forbes heeft lovende woorden voor het Manilla van Duterte: "Het is veiliger geworden op straat", schrijft de Forbes-journalist, want de 'rondhangende groepen voor de met graffiti vervuilde betonnen gebouwen' zijn er niet meer. "Diefstal, zakkenrollen en vooral drugshandel zijn opvallend minder geworden sinds het aantreden van president Rodrigo Duterte." Over de moorden zwijgt het artikel.

Dat is de reden waarom Leila de Lima vanuit haar cel blijft spreken. De moorden mogen niet vergeten worden, want zij richten meer schade aan dan alleen maar die doden: "De willekeurige executies maken de Filipijnen kapot. Ze zeggen dat zij de straten veiliger maken, maar dat is niet waar. Ze geven ons een verwrongen gevoel van veiligheid en stabiliteit. De psyche van het volk, en vooral die van de kinderen, wordt door de moorden aangetast. Wat voor toekomst zullen onze kinderen hebben? Een wereld met fake news en moorden? Wat is dat voor een wereld?"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234