Woensdag 24/07/2019

Seksueel geweld

"Hier, in het centrum, zit er tenminste geen man meer aan je lijf te morrelen"

Misbruikexperte Ines Keygnaert (r.) en forensisch verpleegster Barbara­ Standaert vangen een slachtoffer van seksueel geweld op in het UZ Gent. Beeld Tim Dirven

In vier maanden tijd vingen de Zorgcentra na Seksueel Geweld al 265 slachtoffers op. Veel meer dan verwacht. ‘Het toont alleen maar aan dat het ‘dark number’ nog hoger ligt dan vermoed’, stelt misbruikexperte Ines Keygnaert (UGent). Bevoegd staatssecretaris Zuhal Demir (N-VA) wil begin volgend jaar al drie nieuwe centra openen.

Een winterdag, 2017. Marie (31) zet ’s avonds het vuilnis buiten, als ze plotsklaps tegen een container wordt geduwd. Haar lichaam bevriest, de dader gaat zijn gang – “Je voelt het wel en je wilt wel vluchten, maar je kunt niks doen”. De volgende dag komt ze, via haar huisarts, aankloppen bij het Gentse centrum voor seksueel geweld. “Die hele dag is zo’n beetje aan mij voorbijgegaan”, blikt ze terug. “Ik was in shock. Ik hield mijn gevoel zoveel mogelijk afgesloten. Maar ze hebben mij hier wel op mijn gemak gesteld.”

Pilootproject

Marie is niet de enige die al op verhaal kwam in het centrum, verscholen tussen de torenhoge blokken van het UZ Gent. Met 77 meldingen van begin november tot eind februari nam het pilootproject een snelle start. Ook de twee andere centra, in Brussel (UMC Sint-Pieters) en Luik (CHU Liège), hadden het druk: zij kregen al 148 en 40 slachtoffers over de vloer. Alles samen 265 overlevers van seksueel geweld. “Veel meer dan we ooit hadden verwacht”, stelt experte Ines Keygnaert (UGent). “Het toont alleen maar aan dat het ‘dark number’ nog hoger ligt dan vermoed. Er zitten nog veel mensen thuis met hun verhaal.”

De drie zorgcentra zijn een proefproject van staatssecretaris voor Gelijke Kansen Zuhal Demir (N-VA), in samenwerking met de UGent. Opmerkelijk: verpleegkundigen, psychologen en zedeninspecteurs zitten er onder één dak. Slachtoffers moeten er maar één keer hun verhaal uit de doeken doen. Van die slachtoffers is één op de vier jonger dan achttien jaar. Zo’n 15 procent zijn mannen.

“We zagen al zowel kinderen, vrouwen, mannen als transgender slachtoffers”, vertelt forensisch verpleegkundige Barbara Standaert. “Een breed publiek, voor een breed probleem. Dan is het goed dat iedereen zijn weg lijkt te vinden naar ons. Ons jongste slachtoffertje was een kind van 2 jaar, bij wie vermoedens waren van seksueel misbruik door de vader. Zulke verhalen komen toch binnen, zeker als je de mama hoort verzuchten dat het kindje ‘dit weekend weer naar papa moet’. Ons oudste slachtoffer was een dame van 65 jaar. Ze zei zelf: ‘Waarom ik? Ik had zijn moeder kunnen zijn.’ Nee, niemand lijkt ervan gespaard.”

De Belgische cijfers liegen er dan ook niet om, met naar schatting 43.000 verkrachtingen per jaar, ofwel minstens honderd per dag. Dat het vreselijk lang heeft geduurd voor ons land zorgcentra kreeg, daarover waren alle experts het eens. Zo bestaan er in Nederland al sinds 2012 een tiental centra seksueel geweld, ook Denemarken sprong op de kar.

“Zelden heeft een proefproject zo snel bewezen dat de noodzaak eraan zo immens groot is”, stelt staatssecretaris Demir, aangegrepen door de eerste cijfers. “We hadden erop gerekend om in één jaar tijd 600 slachtoffers op te vangen, aan dit tempo zullen dat er 800 zijn. En we zien een exponentiële stijging per maand. Dus de kans is groot dat het alleen nog maar toeneemt. Het is droevig, weten dat er zoveel slachtoffers zijn. Maar het betekent ook dat we zoveel meer mensen de hulp bieden die ze nodig hebben.”

Eén centrum per provincie

Het doel is dan ook één centrum per provincie, zo maakt Demir zich sterk. Deze zomer al start ze met de voorbereidingen om begin volgend jaar drie nieuwe centra te openen. Daarna volgen er nog. Verschillende ziekenhuizen, zoals het UZ Brussel, UZ Leuven, het UZ Antwerpen en ZNA, waren al vragende partij om een zorgcentrum te openen.

Een lentedag, 2015: AA Gent heeft daags voordien kampioen gespeeld, als Marie ’s middags een rondje gaat joggen in het Citadelpark. Terwijl ze staat te stretchen, sleurt een man haar de struiken in. Ze wordt brutaal verkracht. “De hulpverlening die ik toen kreeg, op de spoed, was dramatisch”, vertelt Marie, die helaas kan vergelijken. “Een mannelijke spoedarts en verpleger deden het complete lichamelijke onderzoek. Hier, in het centrum, zit er tenminste geen man meer aan je lijf te morrelen.”

Dat medische onderzoek verloopt in de nieuwe pilootcentra ook helemaal anders: “menselijker”, “niet zo vernederend”, “minder intrusief”. Gedaan met elk schaamhaartje uit te kammen, geen vaginale of anale spoelingen meer, in de hoop sperma te verzamelen. Wel werken de centra met ‘wissers’, wattenstaafjes om het DNA van daders te proberen sprokkelen.

Barbara Standaert: “Stel, een dader heeft aan de borsten van het slachtoffer gelikt, wat nog wel vaak voorkomt, en die vrouw heeft zich nog niet gedoucht, dan kunnen wij met zo’n wattenstaafje over de borst wrijven, in de hoop nog DNA te rapen. Als we gericht stalen willen afnemen, is het wel belangrijk om te weten waar er precies contact is geweest tussen dader en slachtoffer: was dat vaginaal, anaal, oraal? Hebben slachtoffers het moeilijk om daar vrijuit over te praten, dan laten we hen dit aanduiden op een tekening. Zo hoeven ze er niks bij te zeggen. Je hebt ook mensen die hier aankomen met een black-out. ‘Mijn broek was af, ik lag in het bed van een onbekende.’ In zo’n geval zullen we wel, met hun goedkeuring, op meerdere plaatsen wissers afnemen, volgens een standaard stappenplan.”

Na dat medisch onderzoek, op een tafel zoals bij de gynaecoloog, kunnen slachtoffers in het centrum douchen en iets anders aantrekken. Willen ze aangifte doen, dan komt de politie hen ter plaatse verhoren. Belangrijk: die zedeninspecteurs komen in burger, in een anonieme wagen. Standaert: “Vroeger was dat in uniform. De mensen waren op die manier twee keer slachtoffer. Je had dat moeten zien: ze zaten tussen twee gewapende agenten in de ziekenhuisgang, meestal aan het verloskwartier, omdat de gynaecoloog van wacht het onderzoek deed. Daar passeerde veel volk, iedereen bekeek hen als een halve crimineel.”

Het is opvallend hoeveel slachtoffers er daadwerkelijk klacht indienen, zo signaleren de cijfers. In alle centra samen legde al 66 procent van de slachtoffers bij hun aanmelding klacht neer, ook al kan dit nog tot een jaar na de feiten. In Gent zitten ze met 79 procent aan het hoogste aantal aangiftes. Ter vergelijking: in Nederland ligt dat cijfer op zo’n 40 procent.

“De zorgcentra moeten er ook voor zorgen dat er meer en beter bewijsmateriaal verzameld wordt”, stelt staatssecretaris Zuhal Demir. “Zo is een klacht beter onderbouwd, waardoor we hopen dat er minder vrijspraken komen. Wat toch ook belangrijk is voor slachtoffers.”

Helpt klacht indienen bij de verwerking? Ines Keygnaert: “Voor velen is de uitspraak op het proces een verlichting. Maar je moet dan wel eerst door dat hele proces, je kunt het niet zomaar eventjes parkeren. Dat is best lastig. Toch is het nog veel moeilijker om te weten dat de dader nog effectief rondloopt en nog anderen kwaad kan doen, of jezelf opnieuw. Dat is een zware last om alleen te dragen. Als er daarentegen een maatschappelijke uitspraak komt – ‘Wij tolereren dit niet’ – sta je er toch minder alleen voor.”

Individueel probleem

Seksueel geweld komt zo vaak voor dat we er alert voor moeten zijn dat we allemaal wel een slachtoffer kennen, gaat Keygnaert verder. “Nu worden slachtoffers nog dikwijls gezien als een individueel probleem, terwijl het net een collectieve zaak is. Als we dat durven in te zien, zou het taboe er ook wat af vallen. Slachtoffers zouden ook weer sneller de draad kunnen oppikken.”

Op de sofa bij de psycholoog, aan de lavabo in het medisch kabinet, in de kamer voor het politieverhoor: overal in het Gentse zorgcentrum staan zakdoekjes klaar. “Er zijn momenten waarop ik emotioneel kraak”, vertelt Marie. “Dat gebeurt op straat, dat gebeurt thuis. Ik zie het spijtig genoeg ook nog in nachtmerries. Maar ik heb daar iets op gevonden: de laatste tijd slaap ik weer met mijn licht aan.”

Elke veertien dagen komt Marie nog in het centrum langs. Want al wie zich aanmeldt, heeft recht op gratis opvolging bij de psycholoog: soms tot twintig sessies. Sommigen, zoals Marie, gaan hier graag op in, anderen bedanken dan weer vriendelijk. Barbara Standaert: “Niet iedereen heeft achteraf evenveel nood aan een psycholoog. Veel hangt af van de ondersteuning in je omgeving, van je netwerk. Sommigen komen nog één keer terug en sluiten het daarna af, wetende dat ze altijd mogen langskomen.”

Het belangrijkste is, stelt Ines Keygnaert, dat je als slachtoffer zo snel mogelijk na de feiten wordt ondersteund en opgevolgd. Anders wordt het risico op gezondheidsproblemen en herhaling groter. Zo ving het centrum al wel meer volwassenen op die ook als kind zijn misbruikt, zoals Marie. Zij maakte zwaar misbruik mee, door haar vader. “Het moet zijn dat mannen met slechte bedoelingen die onzekerheid bij mij nog altijd opmerken. Precies door mijn verleden. Ook dat ‘bevriezen’ heeft er volgens mij mee te maken. Weet je, in het begin, als kind, verzette ik mij. Maar op een bepaald moment liet ik hem gewoon begaan, omdat het dan minder pijn deed. Want als ik wel tegenstribbelde, belandde ik meestal ook nog eens onderaan de trap.”

Dat ze wel waakzaam is nu, voegt Marie er nog aan toe. Maar ook: “Ze moeten nog maar mijn schouder vastnemen, of ik krimp al in elkaar.”

Ondersteuning

Herkenbaar, meent misbruikexperte Ines Keygnaert: “Als je geen goeie ondersteuning en zorg krijgt na seksueel geweld, dan kunnen je voelsprieten de kluts kwijtraken. Dan kun je niet of verkeerd reageren op gevaarlijke situaties, en kun je te heftig reageren op normale dingen. Slachtoffers overreageren dan onbewust op kleine prikkels die hen herinneren aan wat geweest is – een aanraking, een stem, een geur. Hoe langer zoiets in de hersenen ingebakken zit, hoe moeilijker het wordt om dat te herprogrammeren.”

Ze overleeft het wel, verzekert Marie, al was het weer doorbijten na die laatste feiten. “Drie uur lang heb ik onder de douche gestaan. Je voelt je zo vies en vuil. Maar na een tijdje slijt het wel. Je moet vooral een veiligheid inbouwen voor jezelf. Zonder nadenken het vuilnis buitenzetten, dat is nog niet voor direct.” 

Marie is een schuilnaam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden