Dinsdag 27/10/2020

Hier gebeurt het allemaal

Schrijversplekken spreken tot de verbeelding. Van de bevallingskamer van Dirk van Weelden tot het ondergrondse labo van Herman Brusselmans: alle halen ze de voyeur in ons naar boven.

In het huis tegenover dat waar ik ben opgegroeid, hing een plakkaat naast de deur: dat Edgar Allan Poe daar ooit geweest zou zijn. Een beetje verderop woonde een tijdlang Jef Geeraerts, die volgens de legende op een bepaald moment een leeuw in de tuin hield. Ik bedoel maar: van schrijvers (en beroemdheden in het algemeen) wordt goed bijgehouden waar ze zoal geleefd en gewoond hebben.

Waarom gaan er elk jaar zo'n half miljoen mensen op bedevaart naar het geboortehuis van Leonardo da Vinci of naar het huis waar Franz Kafka Het proces schreef? Waarom hangen er in zo veel restaurants foto's van de illustere gasten die ze over de vloer hebben gehad in innige omhelzing met de kok? Waarom is het aantrekkelijk om op hetzelfde toilet te zitten als waar popart-kunstenaar Keith Haring ooit iets heeft achtergelaten (een tekening op de deur)?

Een mogelijk antwoord: omdat het ons dichter brengt bij de magie. Ofwel door het hoge toppen scherende genie tot ons niveau te verlagen ('Einstein moest ook naar het toilet, Elvis at dezelfde pizza's als ik'). Ofwel door onszelf verwantschap met onze helden toe te dichten ('ik gebruik hetzelfde notitieboekje als dat van Picasso'). We willen in de buurt komen van de groten der aarde in de hoop dat een beetje sterrenstof op ons afgeeft.

Gebroken paardenhoef

Where the Magic Happens - Schrijverskamers komt tegemoet aan onze innerlijke voyeur. Het geeft de lezer inkijk in de werkplek van 45 'ronkende namen uit de Nederlandse en Vlaamse literatuur'. Waar schreven Saskia De Coster, Herman Brusselmans, Tom Lanoye en vele anderen hun boeken?

We krijgen van elke schrijver een foto van hun werkplek, zonder dat de schrijver zelf in beeld komt, maar wel mét hun begeleidende commentaar. We lezen over hun geloof en bijgeloof, hun schrijfgewoontes en ijzeren discipline, over de angst voor het witte blad en het gevecht met de muze.

Bij Kader Abdolah bijvoorbeeld staat er op zijn bureau 'een altaar van beeldjes die ik in mijn leven heb verzameld: een Egyptische hond met een slang tussen de poten, een boeddha uit India, een haantje, een tijger, een gebroken paardenhoef en een rozenkrans. Als ze er niet staan, kan ik niet werken. Ze horen bij mijn werkproces, ze vormen een wakend oog, het zijn symbolen van iets groots.'

Doodskist

Ook Tommy Wieringa is een sucker voor dat soort geluksbrengers. Hij omschrijft zichzelf als 'een spulletjesfetisjist met particuliere bijgeloofjes, waaronder de poppetjes op mijn pc-scherm; Ganesh helpt obstakels opruimen, verzekerde mijn moeder, het uiltje staat natuurlijk voor de wijsheid. God weet dat een schrijver die dingen nodig heeft."

Het staat in schril contrast met de secce, bijna steriele ruimtes waarin onder anderen Pieter Aspe of Herman Brusselmans opereren. Aspe noemt zijn eigen appartement 'van buiten lelijk en van binnen een schoendoos zonder ziel'. En voor Brusselmans moet zijn minimalistische loft 'strak, clean en gepoetst zijn'. Ze doet dan ook denken aan een ondergronds laboratorium waar onderzoek wordt gedaan naar waterafstotende polymeren.

Elke schrijver heeft andere behoeftes. Midas Dekkers ziet zijn werkplek als 'het huisje dat bij de slak hoort'. Voor Dirk van Weelden die zijn intrek heeft genomen in een voormalige vrouwenkliniek is zijn werkplek 'een bevallingskamer', L.H. Wiener noemt de kleine ruimte in zijn schuur dan weer 'een doodskist, en net zo zacht en aangenaam'.

Elke schrijver schrijft zoals hij gebekt is. Sommigen hebben beweging nodig, anderen stilte, sommigen zijn opgeruimd, anderen sloddervossen. Je hebt de dag- en de nachtmensen, de realisten en de bijgelovigen, en net zoals de schrijvers onderling erg verschillen, is dat het geval met hun werkplek. Schrijven kan overal: op een boot, in een kloostercel, een woonwagen, een druk café of zelfs in een McDonald's.

Wat vertelt ons dan de inboedel? Naast de geluksbrengers zijn er uiteraard de notitieboekjes. Alsook héél véél Apple-computers. Hier en daar zijn er nog wat koppige schrijfmachine-adepten. Peter Terrin bijvoorbeeld, die telkens een andere schrijfmachine hanteert op maat van het verhaal waar hij aan bezig is. "In mijn roman Monte Carlo stond de klank en het ritme van de zinnen voorop (...), wat vroeg om een Italiaanse portable met verfijnd mechaniek. Nu tik ik op een kantoorbeest, een Remington, want het verhaal dat ik momenteel schrijf, moet vaart maken." Enkel de ganzenveer is in onbruik geraakt.

Where the magic happens past perfect in het winkelkarretje van de literatuurliefhebber die naast de liefde voor literatuur ook houdt van de bijzaken: de biografische anekdotes, de schrijftuigen, het werkproces.

Koffievlek

Maar toch heb ik hier en daar enkele bedenkingen. De aantrekkingskracht bij dit soort dingen is des te groter naarmate de naam van de beroemdheid in kwestie groter is of naargelang ze zelf voeding hebben gegeven aan de eigen mythe. Op dat gebied viel er vroeger toch meer te rapen bij een Reve, of Claus, of denk aan voornoemde leeuw van Jef Geeraerts. Geen leeuwen evenwel in dit boek, een koffievlek op het bureau is zowat het meest schokkende dat je hier tegenkomt.

Nog een bedenking: de keuze voor één beeld per werkplek heeft het voordeel van de duidelijkheid en uniformiteit, maar je mist er ook veel door. Als een schrijver het heeft over het uitzicht uit het raam, wil je dat zien. En als je de foto ziet van Kristien Hemmerechts' werkplek, lijkt het bijna alsof ze in een studentenkamer haar boeken schrijft, terwijl ze in werkelijkheid in een van de mooiste huizen van Zurenborg woont.

Bovenal vind ik het een misleidend boek. Het belooft indirect magie, maar geeft dat niet. Al die werkplekken, al die schrijverskamers zijn zo teleurstellend banaal, dat er van magie geen spoor is. Where the magic happens, maar nu even niet. Het is proberen iets onvatbaars als iemands genie te achterhalen en dan maar hopen dat je het in de schrijverskamer vindt. Dat is een beetje alsof je lichamen zou beginnen opensnijden op zoek naar 'de ziel'. Maar al wie al eens kniediep in het bloed en de botten heeft gestaan, weet dat daar geen ziel te bespeuren valt.

Het boek begint met een motto van Roald Dahl. 'And above all, watch with glittering eyes the whole world around you because the greatest secrets are always hidden in the most unlikely places.' / Kijk altijd met verwonderde ogen naar de wereld rondom je, want de grootste geheimen zijn verborgen op de meest onwaarschijnlijke plekken.

Ik denk dat Dahl het met me eens zou zijn dat de magie echter niet in schrijverskamers zit, maar in de boeken die ze schrijven.

Huib Afman, Where the Magic Happens-Schrijverskamers Lannoo, 192 p., 34,99 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234