Maandag 30/11/2020

Het

Absolute wereldklasse voor

duiken en snorkelen

Betere

Belize

Weg van de prestigieuze resorts en overbevolkte stranden die dit populaire Centraal-Amerikaanse land telt, ligt een ander Belize. Het Belize van de weelderige regenwouden, prachtige Mayaruïnes en een ingewikkeld netwerk aan grotten dat glijdend op een binnenband kan worden verkend.

Door Dwight Garner

Als de wereld op bepaalde plaatsen zou eindigen", schreef Aldous Huxley in 1934, dan zou Belize -- toen nog bekend als Brits Honduras -- "zeker één van die plaatsen zijn. Het ligt niet op de weg van ergens naar ergens anders. Het heeft geen strategische waarde en is allesbehalve onbewoond."

Bijna 75 jaar later lijkt Belize nog altijd afgelegen. Het is iets kleiner dan België en toch staan er maar een handvol verkeerslichten. De tweebaansweg die het land in de lengte doorkruist is op vele plaatsen niet eens geasfalteerd. Als Huxley er nog was geweest en een aanhanger was van de Amerikaanse popcultuur, dan zou hij zeker besluiten dat Belize -- of toch het stuk dat langs de Caraïbische Zee ligt -- eindelijk ontdekt is. Het eerste seizoen van de Amerikaanse reality serie Temptation Island werd immers in Belize, meer bepaald op Ambergris Caye, opgenomen. Francis Ford Coppola, die even hip is voor zijn generatie als Sofia Coppola voor de hare, heeft er verschillende resorts geopend.

Er is een goede reden waarom de nog steeds grotendeels ongerepte stranden van Belize zich stilaan vullen met toeristen. Het land heeft immers het langste koraalrif van de westelijke hemisfeer, met honderden prachtige kleine eilandjes of cayes. Voor wie wil snorkelen of duiken is dit absolute wereldklasse. Maar er bestaat ook een ander Belize, dat mijn vrouw, ik en onze kinderen Harriet en Penn, 7 en 9 jaar oud, willen ontdekken: het weelderige decor vol regenwouden, Mayaruïnes, kleine dorpjes, ongerepte natuur en (tot groot plezier van onze kinderen) een doolhof van grotten dat drijvend op een binnenband al peddelend kan verkend worden.

We werden niet teleurgesteld toen we er eind mei waren. Trekken doorheen de natuur van Belize voelt echt aan als reizen en heeft weinig met toerisme te maken. Het land is er ook op gebrand om dat zo te houden. Nationale parken en natuurreservaten nemen de helft van Belizes 23.000 vierkante meter in. Je kan hier echt verloren lopen, zowel op de goede als op de slechte manier.

We landen in Belize City op een warme ochtend, hijsen onszelf in een huurwagen -- een verweerde zwarte Mitsubishi Outlander -- en zetten koers naar het westen, waar onze eerste bestemming ligt: een eco- en avontuurverblijf met de naam Ian Anderson's Caves Branch. Een mens merkt hier onmiddellijk op dat er echte armoede heerst in Belize. Op de weg vanaf de luchthaven passeren we hutten, barakken, kleine betonnen huisjes en kapotte auto's. De dichter Derek Walcott, een Nobelprijs laureaat uit St. Lucia, kan met recht en reden beschrijven hoe buitenlanders deze Caraïbische taferelen bekijken: 'Fotogenieke armoede! Postkaartmiserie!' Maar dat maakt de situatie niet minder echt of aangrijpend. Onze kinderen staren uit het raam, stiller dan ze in lange tijd geweest zijn.

Het bevolkingsaantal van Belize ligt iets onder de 300.000 man en een paar kilometer buiten Belize City beseffen we dat we echt in the middle of nowhere zitten, of er toch heel dicht tegen. Het landschap wordt snel intens groen, af en toe onderbroken door stoffige hutten of afgelegen vuurhaarden. Druk daar eens op de zoekknop van de autoradio en de elektronische nummertjes zullen blijven rondspringen. Beschaving bereikt de achterbuurten van Belize in de vorm van 'afkoelplaatsen' - zo noemen de Belizanen hun outdoor bars en restaurants, meestal met stoffige of betonnen vloeren. Het is op zo'n plek dat we voor het eerst geconfronteerd worden met Belize's onwaarschijnlijke tegenstellingen.

"Hey, O.K., wil je er zo eentje?", vraagt de mouwloze barman. In zijn handen houdt hij een klein flesje gekoelde Guinness Foreign Extra Stout -- een Belizaanse favoriet. Ze omschrijven het daar als 'short, dark and lovely'. Guinness in de tropen? Dit is echter niet het enige Britse element dat we opmerken. Queen Elizabeth II staart ons namelijk aan vanop Belize' briefgeld. Engels is er de officiële taal. En zou dat echt de merknaam zijn van de sigaretten die men hier rookt? Ja, het blijkt zo te zijn: Colonial Light. Hoewel Belize in Centraal-Amerika ligt, onder Yucatan, met Mexico in het noorden en Guatemala in het zuiden en westen, toch was het gedurende meer dan honderd jaar een Britse kolonie. Het verkreeg pas de volledige onafhankelijkheid in 1981. De bevolking hier? Een bedwelmende mix: je hoort hier Creools, Spaans en Garifuna (Indiaans-Afrikaans) spreken. Maar er blijven meer dan een paar sporen achter van het koloniale tijdperk, wat je nog meer doet vermoeden dat Belize aan een milde vorm van culturele schizofrenie lijdt.

Die toestand zet zich ook door in de plaatselijke keuken, of beter gezegd, in het ontbreken ervan. De lunch op deze 'afkoelplaats' bestaat uit rijst en bonen, gevulde kip, wat min of meer een nationaal gerecht kan genoemd worden. We eten dan ook een hele week varianten op diezelfde schotel. Maar goed dat de kinderen er wel van houden. Vers, plaatselijk eten is (en dat hebben ze vooral aan de Britten te danken) moeilijk te vinden in Belize. De kust mag zich dan wel over 380 kilometer uitstrekken, een vis vinden die niet diepbevroren is, is bijna onmogelijk. Overal zijn er sinaasappelboomgaarden en de trucks boordevol sinaasappelen razen angstaanjagend snel voorbij op de kleine wegen. En toch krijgen we alleen een flauw sinaasappelconcentraat bij het ontbijt én bij de rum. Proberen om lokale ingrediënten te pakken krijgen in Belize, het lijkt alsof je illegale drugs probeert te kopen. Dit wordt grappig genoeg al aangehaald in het boek van Richard Will, Home Cooking in the Global Village. Hij schrijft: 'Je moet de juiste personen kennen en geduldig zijn. Het hele gedoe proberen te versnellen, heeft geen zin.' Ik snap al snel waarom Marie Sharp hier een nationale held is. De Belizaanse keuken zou immers nog minder voorstellen zonder haar wortel-en-pepersaus. Het kleine witte flesje prijkt op bijna elke restauranttafel. Het is de beste pikante saus die ik ooit heb geproefd; niet te flauw en niet te pikant, maar erg smaakvol. (Als je maar één ding oppikt uit dit artikel, laat het dan dit zijn: bestel een flesje online.)

Het is een paar uur rijden naar Ian Ander-son's Caves Branch, dat langs de Hummingbird Highway ligt. We komen er aan in de namiddag en onze eerste indruk is, eerlijk gezegd, niet echt goed. De plek ziet er verlaten uit. En door het warme weer en de droogte is de rivier die doorheen het gebied loopt, volledig verdwenen. Wat overblijft is een stoffige rivierbedding vol stenen.

Onze behoefte om snel ergens af te koelen, brengt een miraculeuze ontdekking met zich mee. Ongeveer een kilometer van de lodge leidt een klein, verlaten pad ons naar beneden, naar een klein zoetwatermeertje dat bekend staat als de Blue Hole. Het is een van de mooiste plekken die ik ooit heb gezien. Een turkooiskleurige zwemput die wordt gevoed door een koele ondergrondse rivier en omringd door rotsen en de jungle. Er is niemand te zien en we blijven er een heerlijk uur lang in het verkoelende water plonsen.

Nu we ons verfrist hebben, zien we wat voor een unieke plek Anderson's eigenlijk is. De waarschuwing op Anderson's website blijkt terecht te zijn: "Ian Anderson's Caves Branch is geen sightseeing-plaats, noch een resort! Als je een resort zoekt dat is afgesloten van de jungle en haar omgeving, dan is dit niet de juiste plek." Omdat mijnheer Anderson vasthoudt aan avontuurlijk en duurzaam toerisme zoals ecotoerisme, en omdat hij de beste gidsen inhuurt, trekt hij een geïnteresseerd, internationaal en plezierig publiek aan. De maaltijden zijn gezamenlijk en de kamers variëren van goedkope hutten tot vrij luxueuze boomhutsuites. Die laatste zijn kamers aan de rand van de heuvel waar in het midden bomen doorheen groeien. Op aandringen van de kinderen kiezen we voor zo'n kamer. Ze willen immers aan hun vriendjes kunnen vertellen dat ze in een boom hebben geslapen, en wij willen dat trouwens ook. 's Avonds leggen de gidsen uit dat er ontelbare manieren zijn om het gebied te verkennen: jungletrektochten en trips naar de Mayaruïnes, kajaktochten, overlevingstochten en speleologie. We kiezen voor een tour doorheen de grotten en brengen zo de hele volgende dag door op binnenbanden, drijvend op het donkere koele water met mijnwerkerslampen op ons voorhoofd. Het is een surreële ervaring. Vleermuizen hangen vlak boven onze hoofden en de gidsen wijzen ons op grottekeningen en grote spinnen. Het is een memorabele dag, die nog meer de moeite wordt wanneer we af een 7,5 meter hoge rots in een diep natuurlijk meer springen.

Na een lange nacht praten, rum drinken en kaarten met de andere gasten, beseffen we dat de jungles van Belize geen goede plaats zijn om een kater te boven te komen. Het is er moeilijk slapen. De junglegeluiden beginnen al een hele tijd voor zonsopgang en bestaan uit huilende apen, kikkers, padden, toekans en cicades die samen een geluid maken dat we nog nooit eerder hebben gehoord. Hun symfonische aanval op onze slaap heeft veel weg van een elektronisch fragment uit Lou Reeds Metal Machine Music. Maar nu we toch vroeg wakker zijn, beslissen we een lange wandeling te maken. En zo wordt die uitgedroogde rivierbedding toch nog handig. We gebruiken hem als geïmproviseerde weg en volgen hem tot in de jungle. Daar leven uitzonderlijke dieren, waaronder gigantische gieren met roodgele koppen en een lijf bedekt met zwarte en grijze veren. Vanuit een hoge boom gooit een speels aapje een stuk fruit naar ons hoofd. We moeten de kinderen tegenhouden om iets terug te gooien.

Het is met tegenzin dat we na twee dagen Caves Branch moeten verlaten, maar we hebben twee nachten geboekt dicht bij Placencia, een populair stranddorp dat meer zuidwaarts ligt. Placencia blijkt een heel relaxed plaatsje te zijn. In de bars weerklinkt Amerikaanse countrymuziek en het bier is er goedkoop en overvloedig aanwezig. Verkopers trachten ons T-shirts met de leus 'You Better Belize It' aan te smeren. We blijven twee nachten in een nabijgelegen dorp dat Maya Beach heet, in een strandhut van hotel Green Parrot. We huren een gids en gaan 35 kilometer verder in de Caraïbische Zee snorkelen rond een onbewoond eilandje. In het heldere water rondom deze atol, die er trouwens uitziet als de gemiddelde screensaver, zien we haaien, barracuda's en inktvissen zwemmen. Ondertussen lopen we het soort zonnebrand op waardoor je zelfs weken later nog voorzichtig moet gaan zitten.

Voor het diner trekken we op een avond naar Turtle Inn van de familie Coppola. Het is een rustig en aangenaam resort en het eten -- eindelijk verse vis! -- is erg lekker. We zijn blij dit eens te zien, maar even blij het opnieuw achter te laten. Het lijkt er immers vol te zitten met wannabe hip volk, het soort dat 's nachts nog met een zonnebril rondloopt in de hoop Sofia Coppola tegen het lijf te lopen, die hen dan uiteraard prompt zou vragen voor haar volgende film. Soms zijn de gelukkigste herinneringen aan een reis de minst verwachte. Zoals onze laatste nacht in Belize, in het Machaca Hill Lodge, een nieuw resort in het Toledodistrict vlakbij de grens met Guatemala. We zitten op de veranda van het uitzicht te genieten terwijl we watermeloencocktails drinken (ons geïmproviseerd alternatief voor het sinaasappelsap dat we nog altijd niet hebben gevonden). De zon in de verte is een rode vuurbal en we spelen gezelschapsspelletjes met de kinderen, oude Amerikaanse spelle-tjes uit de collectie van het resort. De zonsondergang, de cocktails, gelukkige kinderen, de wilde apen die op amper zes meter van ons in de bomen slingeren, en het geluid van de toekans, al deze dingen maken het moment onvergetelijk.

Er zijn redenen om je zorgen te maken om Belize. Door de opwarming van de aarde zijn sommige stukkken koraalrif helemaal wit gekleurd. En de recente ontdekking van olie in het land zouden een stormloop kunnen veroorzaken. Maar toch blijft Belize een van Huxley's einde-van-de-wereldplaatsen, waarvan de charme gewoon voor het grijpen ligt. n

Verblijf

* Het toeristische seizoen in Belize loopt ongeveer van december tot eind april, tijdens het droogteseizoen. De prijzen liggen dan hoger, vooral van midden december tot begin januari.

* Naar Belize reizen betekent vliegen naar Belize City, wat aangenaam is, maar ook potentieel chaotisch. Je reist dus best direct door naar je uiteindelijke bestemming. Als je toch in Belize City blijft, dan is het gebied rond Fort George een aanrader vanwege de geweldige uitzichten over de drukke haven.

* Een meer funky maar toch leuke optie is The Great House, een gerestaureerde mansion dicht bij het water. (13 Cork Street, 011-501/223-3400, www.greathousebelize.com). Een tweepersoonskamer kan vanaf 150 dollar. Het Radisson Fort George Hotel heeft ook verzorgde kamers en een uitzicht op de haven, vanaf 134 dollar. (2 Marine Parade, 011-501/223-3333, www.radisson.com/belizecitybz)

* Een simpele rit van twee uur vanuit Belize City brengt je naar Ian Anderson's Caves Branch Adventure Co. en Jungle Lodge (Hummingbird Highway, Mijl 42,5, www.cavesbranch.com). Het biedt een waaier aan accomodaties en prijzen, van boomhutsuites aan 195 dollar per nacht tot huisjes van slechts 15 dollar. De maaltijden zijn er 'family style' en een koopje aan 12 dollar voor het ontbijt of de lunch. Het diner kost 18 dollar. Het lokale Lighthouse Beer is uitstekend.

* Als je naar het strand van Placencia gaat, dan is het de moeite wat meer uit te geven en in Turtle Inn te verblijven. (011-501/824-4914, www.turtleinn.com). Met 25 kamers, gaande van 2.000 dollar voor het Francis Ford Coppola familiepaviljoen tot 355 dollar voor een hut met zicht op de tuin. Het is een geweldige plaats om te verblijven, maar je mist er wel de hippieachtige charme van Placencia zelf.

* Dicht bij Punta Gorda, in het zuidelike Toledodistrict, is Machaca Hill Lodge een goede keuze. (Big Hill Road: 011-501/722-0050, www.machacahill.com) Het heeft 12 elegante hutten met adembenemende uitzichten. Een tweepersoonskamer kan tijdens het hoogseizoen vanaf 210 dollar. Een maaltijdpakket, inclusief ontbijt, lunch, diner en hapjes, bedraagt 60 dollar per dag voor volwassenen en 30 dollar voor kinderen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234