Dinsdag 04/08/2020

Het 'zwakke geslacht'

'Grof gesteld houden we vrouwen binnenshuis omdat onze cultuur niet zo tuk is op gespierde vrouwen. Maar die stereotypen zijn aan het verdwijnen'

is een ijzersterke mythe

De Belgische olympische delegatie naar Sydney telt 32 vrouwen, het hoogste aantal ooit. Het zouden er nog veel meer kunnen zijn, oordeelt de Amerikaanse schrijfster Colette Dowling. In haar kersverse boek 'The Frailty Myth', dat in de atletiekwereld voor een verhit debat zorgt, wijt ze de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de topsport aan het culturele klimaat, aan media en mannen. 'Sport is de laatste plaats waar mannen hun lichaamssterkte en mannelijkheid kunnen bewijzen.' En dus moet de vrouw zich gedeisd houden.

Toegegeven, Dowling is een feministe. In het bij ons ook zeer succesvolle Het Assepoester Complex berispt ze vrouwen die hun leven doorbrengen met wachten op de prins op het witte paard. Met Bedoel je dat ik me niet zo hoef te voelen brak ze een lans voor de chemische behandeling van depressies. In haar nieuwe boek verenigt Dowling fysiologisch, biologisch en psychologisch onderzoek om aan te tonen dat vrouwen niet alleen even goed als mannen in staat zijn om uit te blinken in sport, maar dat het ook hun natuurlijke aanleg is om dat te doen.

Dat vrouwen desondanks niet massaal op het sportveld aanwezig zijn, wijt Dowling aan een samenzwering, met als hoofdschuldigen een cultuur van misogynie, ouders en leraars die toegeven aan man/vrouw-stereotypen en de media die vrouwen belonen als ze zich zwak en vrouwelijk gedragen en ze villen en hekelen als ze kracht tentoonspreiden.

"Vrouwen zijn van zoveel dingen in het leven buitensgesloten omwille van de frailty myth", schrijft ze. "Eerst geloofden we dat we zwak waren. Vervolgens begonnen we te vermoeden dat we dat niet waren, maar bleef men het ons wel voorhouden. Daarna begonnen we te bewijzen dat we het niet waren en werden we bespot omdat we sterk waren."

"Vrouwen hebben de afgelopen eeuw de ene horde na de andere genomen, en daarbij een demonstratie gegeven van buitengewone fysieke kracht en vaardigheden, maar nog altijd worden we afgeremd om géén andere reden dan dat we vrouwen zijn."

Het boek is een krachtige oproep naar de beide seksen toe om vrouwen niet langer te zien als het zwakke geslacht. De overtuiging dat vrouwelijk synoniem is voor zwak, argumenteert ze, heeft ongekende schade aangericht aan de gezondheid van vrouwen, hun zelfvertrouwen en hun sociale status.Voor haar is fysieke gelijkheid de echte final frontier voor de bevrijding van vrouwen.

Om haar argumenten kracht bij te zetten haalt Dowling onderzoek aan dat bewijst dat er geen biologische oorzaken bestaan die vrouwen van het sportveld houden. Ze haalt daarbij fel uit naar 19de-eeuwse dokters die volhielden dat 'zwakheid' bij vrouwen een natuurlijke toestand was, en dat sportbeoefening gevaarlijk was omdat het de baarmoeder zou kunnen verplaatsen.

Voor de puberteit intreedt, legt Dowling uit, zijn jongens groter noch sterker dan meisjes. En hoewel lange tijd aangenomen werd dat alleen jongens een spieren-bouwende opstoot van testosteron kenden tijdens de puberteit, blijkt hetzelfde te gebeuren bij meisjes. De moderne geneeskunde is zich daar al te zeer van bewust. Waarom, vraagt Dowling zich af, hebben vrouwen, gezien hun vermogen om zich atletisch te ontwikkelen, het dan bij koken, naaien of Barbies gehouden?

Dowling zegt dat het antwoord 'de cultuur' is en zal blijven. Zwakheid is vrouwen te lang aangepraat als typisch vrouwelijk. "Kracht heeft een vernietigend effect op de mannelijke identiteit. Om het verminderende gevoel van overwicht bij mannen te redden werden vrouwen aangemoedigd hun eigen fysieke ontwikkeling terug te schroeven." Ze gaat ervan uit dat de mannelijke psyche het de afgelopen eeuw hard te verduren heeft gehad; nadat eerst de machines de taken van mannen hebben overgenomen, eisen nu ook vrouwen massaal hun plek op de werkvloer op. Sport, zegt ze, is de laatste plaats waar mannen, niet langer vanzelfsprekend alleenheerser, hun lichaamssterkte en mannelijkheid kunnen bewijzen.

En dat is ook waarom de frailty myth blijft leven, ondanks de grote sprongen voorwaarts die vrouwen het afgelopen decennium in de profsport hebben genomen. Mannen moeten vrouwen zwak houden - van het voetbalveld, uit de boksring - zodat ze zich sterk kunnen blijven voelen. Ze doen dit door kritiek te uiten op gespierde vrouwen, door te suggeren dat ze niet vrouwelijk zijn, of fluistercampagnes te lanceren over een vermoedelijke lesbische geaardheid.

Vooral tienermeisjes die opgroeien in een cultuur die superslanke modellen verheerlijkt als het ultieme in glamour, vrouwelijkheid en sex appeal, krijgen zeer snel de boodschap dat jongens niet van spieren en lichaamskracht houden. "Meisjes die spierkracht, macht of lijfelijkheid demonstreren terwijl ze met jongens omgaan, lopen het risico gemarginaliseerd te worden", waarschuwt Dowling. Volgens haar leren vaders hun zonen nog altijd de bal te vangen, terwijl ze hun dochters in de poppenhoek achterlaten. Maar, beweert ze, als ze meisjes onderrichten om te gooien, leren die dat even goed als jongens. Jongens gooien gewoon beter omdat ze van jongsaf getraind zijn.

De Amerikaanse Stacy Dragila, een grote kanshebster op goud in de relatief jonge discipline polsstokhoogspringen voor vrouwen, heeft in het begin vaak te horen gekregen dat vrouwen dat niet konden. Ze hadden daarvoor niet voldoende kracht in het bovenlichaam. Dowling benadrukt dat ze het wél kunnen. Als de cultuur maar rekening zou houden met biologische data en komaf maken met stereotypen. Sport, zegt ze, stimuleert bepaalde ontwikkelingen in de hersenen. Het is goed voor het zelfvertrouwen en zet een rem op zelfvernietigend gedrag bij jonge meisjes, zoals roken en drinken .

Je kunt een heel eind meegaan met Dowlings redenering. Het zal wel dat de wetenschap heeft aangetoond dat vrouwen inderdaad over aangeboren atletische vaardigheden beschikken. En het lijkt heel plausibel dat vrouwen geremd worden en zichzelf afremmen om zich te comformeren aan mannelijke ideeën van vrouwelijkheid. Denken we maar aan tennisster Dominique Van Roost die ooit in een interview toegaf dat ze nooit zulke spierballen zou willen als de zusjes Williams omdat ze er ook nog vrouwelijk wil uitzien. Ook al slaat ze daardoor de bal minder hard. Maar suggereren dat vrouwen meteen massaal aan American football gaan doen als mannen spierballen sexy zouden vinden, is misschien wat overdreven.

De Amerikaanse antropologe Helen Fisher argumenteert in haar boek The First Sex dat meisjes nooit zo door sport geobsedeerd zullen zijn omdat de evolutie hen voorbestemt om samen te werken, niet om met elkaar in competitie te gaan. Fisher juicht toe dat Dowling vrouwen ertoe aanzet om sport op het hoogste niveau te beoefenen, maar gelooft niet dat vrouwen massaal voor sport warm zullen lopen. "Er zullen meer vrouwen aan sport doen als de cultuur het aanvaardbaar maakt om atletisch te zijn, wat we nu zien gebeuren. Maar vrouwen zullen altijd de poppenhoek blijven opzoeken. Vrouwen worden in de eerste plaats aangetrokken door activiteiten waar koestering en samenwerking komt bij kijken, en mannen competitie. Dat is biologie en daar kun je niet omheen."

Een ander argument van Dowling dat de wenkbrauwen doet fronsen is haar oproep om de prestaties van vrouwen opnieuw te taxeren. Ze wil niet aanvaarden dat mannen betere atleten zijn omdat ze hoger springen en sneller lopen. Om echt te kunnen vergelijken, zo stelt ze, moet je rekening houden met het feit dat vrouwen kleiner zijn. "Dat klopt niet", oordeelt Richard Cotton, sportdokter en woordvoerder voor ACE, the American Council on Exercise. "Je kunt prestaties niet met afmetingen in verband brengen om uit te maken wie superieur is. Je kunt toch niet zomaar gaan beweren dat Florence Griffith op haar top sneller was dan Michael Johnson op de zijne, gewoon op basis van een rekenkundige bewerking met snelheid en afmetingen."

"Mannen zijn genetisch voorbestemd om sterker te zijn dan vrouwen. Venus Williams heeft spieren, maar ze zou Pete Sampras nooit kunnen verslaan." Maar volgens Cotton heeft Dowling het wel bij het rechte eind als ze beweert dat biologie vrouwen er niet van weerhoudt om te boksen of aan polsstokspringen te doen. "Vrouwen kunnen kracht ontwikkelen en beschikken over fantastische aletische talenten. En het klopt dat we ze binnenshuis houden omdat onze cultuur niet zo tuk is op gespierde vrouwen. Maar ik denk dat die stereotypen aan het verdwijnen zijn."

Hilde Sabbe Met dank aan Freddy Carremans

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234