Dinsdag 29/11/2022

'Het wordt zo spannend als mijn wetsuit'

Het stond onlangs in de notulen van burgemeester en schepenen van Sint-Niklaas, dat een filmploeg tien dagen aan de slag zou zijn in de buurt van de Vlasstraat. Ze zijn in die buurt aan het bouwen. Er komt een hele woonwijk. Maar die ene drassige zone blijft open. Meteen een troef voor potentiële kopers: met zicht op natuurgebied. Zolang ze er maar niet met de hond door moeten. Het is het bufferbekken van de Klapperbeek.

Op het fiets- en wandelpad tussen die bufferzone en de spoorweg naar Antwerpen zijn op de middag van 10 juni 45 mensen in de weer met kabels, camera's, kranen en ander materiaal. In het grootste geheim. Want niemand mag zien wat er hier gebeurt, ook al is het de bedoeling om het resultaat straks aan de hele wereld te laten zien. Dit is een gesloten filmset. Niemand komt er die niet gewenst is. En daar is een goeie reden voor: Hans Herbots verfilmt De behandeling van Mo Hayder en om niets van uw kijkgenot te bederven willen hij en zijn collega's beletten dat ook maar iets van het verhaal u ter ore en ter oge komt voor u in de zaal zit.

Alles wat we mogen weten is dat het om een policier gaat. In het begin van het verhaal valt een man binnen bij een koppel. Ze worden vastgebonden teruggevonden, maar... hun kind is verdwenen. En dan begint een klopjacht. Op wie? Zijn er meerdere verdachten? Is het een hij of een zij? Is het een bende? Wat zijn hun motieven? Allemaal vragen die onbeantwoord blijven tot u de film gezien hebt. Release: 29 januari 2014. Uitzonderlijk mogen we even meekijken, zij het met de nodige oogkleppen op.

Nadat scenarist Carl Joos net had gescoord met zijn bewerkingen van Dossier K. en The Broken Circle Breakdown, vroeg producer Peter Bouckaert hem langs zijn neus weg welk boek hij ooit tot filmscenario zou willen bewerken, mocht zijn keuze niet beperkt zijn door de kosten van de verfilmingsrechten. Joos aarzelde geen moment: The Treatment van de Britse vrouwelijke auteur Mo Hayder, een boek uit een reeks gruwelijke thrillers die opgehangen is aan de figuur van detective Jack Caffery. Gruwelijk, jawel. "Het moet een film worden die baadt in somberheid", zegt Herbots. "Maar er zitten lichtpunten in."

Hayder wil die film zien. Ze bleek gevleid door de Belgische interesse en wist uiteindelijk een klein rolletje te versieren voor haar dochter. Of dat haar vraagprijs heeft doen zakken, is niet bekend.

Altijd de juiste toon

De zon blaakt van zomerheid, die middag op de exclusieve set. Aan de ene kant van de spoorweg ligt een verkaveling, maar het is aan de andere kant dat de filmploeg bezig is. Je kijkt er uit op het waterlandschap dat er op het eerste gezicht droog bij ligt. Het eerste gezicht bedriegt. Als er 'stilte voor opnamen' wordt geroepen en 'geluid', 'camera' en vervolgens 'actie' zien we opeens twee mannen rennen door het landschap. Het water spat op. Eén man herkennen we: Geert Van Rampelberg. Vlak voordat dit magazine gedrukt werd, raakte hij gewond bij de opnamen maar bij dit setbezoek, enkele dagen eerder, is hij nog in topvorm. "Knokken om de rol te pakken te krijgen, heb ik niet moeten doen", lacht hij wanneer hij even tijd krijgt om op adem te komen - maar te weinig om te drogen. "Ik heb ze gewoon gekregen. Maar ik moet nú knokken."

Van Rampelberg is een acteur voor wie je geen superlatieven moet sparen. Zet hem in drama, komedie of actie neer, hij weet altijd de juiste toon te vatten. En hij heeft de looks. Deze eerste hoofdrol komt niets te vroeg. De sterrenstatus zal snel volgen. Al is hij sinds Tot altijd eigenlijk al opgeklommen tot de A-lijst van de Vlaamse acteurs. In de film van Nic Balthazar speelde hij de vriend en huisdokter, en voor die vertolking kreeg hij, en niet Koen De Graeve, enigszins verrassend de Ensor voor beste acteur van het jaar op het Filmfestival van Oostende.

Van Rampelberg is Jack Caffery, of op zijn Vlaams: Nick Cafmeyer. Eigenlijk is hij ook de enige echte naam in de film. "Ik vond Geert in ieder geval de ideale man voor deze film", zegt Herbots. "Voor de andere rollen ben ik bewust op zoek gegaan naar acteurs die nog geen grote bekendheid genieten, zodat echt alles rond hem draait. En dat werkt. Ik heb veel heel goeie acteurs gevonden die weinig bekend zijn."

Die onbekende acteurs zijn niet zo onbekend: Laura Verlinden, Tibo Vandenborre, Johan Van Assche, Ingrid De Vos en Dominique Van Malder. Je plakt alleen niet meteen een gezicht op de namen. Net zoals bij Ina Geerts. Je kunt haar gezien hebben als de moeder in Bo of als die andere moeder die het kinderlijkje vond in Een ander zijn geluk. Geerts speelt Cafmeyers' commissaris, met wie hij af en toe in bed belandt.

"Zij is de enige met wie hij een soort connectie heeft. We zijn ook gewoon collega's, maar we hebben een goeie band", legt zij uit. Van Rampelberg vult aan en zwakt af : "Het zijn twee verdwaalde zielen. Af en toe slapen ze met elkaar. Niet uit liefde. Meer uit troost."

Als je haar al kent, moet je twee keer kijken om haar te herkennen. Normaal is ze blond, hier is ze zwart. "Een idee van Hans", zo zegt Geerts. "Hij vroeg al op de auditie: 'Zou je het zien zitten om je haar te kleuren?' Donker haar en heldere ogen, het is een speciale combinatie, hè."

Herbots: "In Vlaanderen spelen acteurs noodgedwongen in veel projecten tegelijk. Waardoor je niets kunt veranderen aan haarkleur of snit. Ik heb bij de gesprekken met de acteurs meteen gesteld dat ze zich volledig moesten kunnen vrijmaken. Zo kunnen we iets doen met hun fysiek wat anders niet kan. Wat altijd wel leuk is."

Looks én brains

Ina Geerts heeft zich gesmeten. Ze heeft zich grondig voorbereid op haar rol. "Ik ben met een van de commissarissen van de federale politie in Antwerpen gaan praten, en was onder de indruk. Die man is al zeker dertig jaar aan het werk en elke dag ziet hij een lijk. Zo'n mens verricht heel nuttig werk. Maar het moet hard zijn."

Van Rampelberg spartelt door de beek, en klimt de steile helling van het talud op, naar het pad langs de spoorweg, achter de goed in het vel zittende man aan op wie hij het gemunt heeft. Die slaat het weggetje af, richting voetgangers- en fietserstunnel onder de spoorweg, draait zich om, tilt een van de hekken op die de toegang tot de tunnel verhinderen en gooit het naar Van Rampelberg. Maar Geert is Action Jackson, vangt het hek op en gooit het aan de kant. Bij het induiken van de tunnel heeft hij de schurk al bij de lurven. Tenminste, we veronderstellen dat hij een schurk is. Wie weet wordt hij ten onrechte verdacht. Het moet tenslotte spannend worden. En 'cut' roept Hans Herbots, die van achter een kleine monitor de actie volgt.

Mooie man, die Herbots. Op zijn 43ste nog altijd de looks van een model. Geen wonder dat hij zijn leven deelt met Lien Van de Kelder. Zijn looks doen niets af van zijn brains. Nadat hij films en series als Falling, Windkracht 10, Verlengd weekend, Bo, Het goddelijke monster en The Spiral regisseerde, is het duidelijk dat hij stilaan klaar is voor dat meesterwerk. Hij heeft een aangeboren gezag. Verheft nooit zijn stem. Anderen praten gewoon stiller als hij zijn mond opent. Hij straalt zelfvertrouwen uit. Met zijn parcours verwacht je niets minder.

"Goh, dat gevoel van twijfel gaat nooit weg", spreekt hij onze veronderstelling tegen. "Elke film blijft uniek. Ik denk dat mensen vaak de onzekerheid onderschatten van iemand die iets probeert te maken. Zelfs acteurs die al heel veel bewezen hebben zijn nerveus, een paar minuten voor ze het podium op moeten. Die spanning is ook nodig om geconcentreerd te blijven."

Het is geen onzekerheid die we ruiken. Stinkend van het sop waar ze net doorheen geploeterd zijn en hijgend van de inspanning komen beide actiehelden op een van de monitoren kijken die bij de baas van het beeld, Director of Photography Frank van den Eeden, staan opgesteld. Gelukkig voor het filmpubliek wordt deze film niet met aroma geleverd. "Nog geen ratten gezien, nee. Ratten zoeken proper water", lacht Geert. Hij snakt naar adem. Precies lastig? "Ja, dat is intervallen, hè. Mijn koffiekoek kwam ervan naar boven."

Boys en hun toys

Intussen heeft Frank het beeld teruggespoeld en zien ze hoe ze eruitzien op het scherm. Vuil. Dat is de bedoeling. Het beeld is indrukwekkend, dat was al van bij de eerste take het geval. Komt ook door de gigantische kraan die erbij gehaald is om de scène in te blikken. Een tuig met een uitschuifbare arm die vijftien meter de diepte of de hoogte ingaat. De kraan laat de scène net boven het water inzetten, om vervolgens mee op te klimmen op het talud en uiteindelijk de hoogte in te schieten. Zo voelen we ook de goederentrein voorbij razen boven de tunnel waarin het duo terechtgekomen is.

"Boys and their toys", zegt productieleider Guy De Lombaert, als we wijzen naar de Technocrane 500. "Het tuig, de camion die erbij komt, de man om het te bedienen, de kilometers, dat zal ons een 2.500. à 3.000 euro kosten voor een dag. Dat is duur speelgoed. En dat moet dus optimaal benut worden. Vandaar dat we een model op wielen genomen hebben. Straks staat het ook nog op twee plaatsen bij de beek opgesteld. En doordat die ene camera constant op de kraan gemonteerd blijft, hebben we nog een tweede camera moeten bijhuren voor de andere shots. Dus eigenlijk komt het totaalplaatje op 5.000 à 6.000 euro. Voor één dag. En op één post."

De camera's zijn Alexa's. Digitale camera's die nog licht vangen als jij en ik geen steek meer zien. En zo komen er dagelijks wel andere snufjes aan te pas. Extra manschappen, extra licht, attributen en rekwisieten. Reken 45 opnamedagen, met dagelijks sowieso een vaste kern van 40 à 50 man op de set. En dan spreken we nog lang niet van de intense voorbereiding en de lange afwerking van een film. Geen wonder dat ze nog zuinig moeten zijn met een begroting van zo'n drie miljoen euro.

Nog een geluk dat Geert Van Rampelberg op zijn lijn let. Dat scheelt mogelijk wat op het cateringbudget. Hij is veertien kilogram afgevallen. Al wil hij daar liever weinig ruchtbaarheid aan geven. Maar je ziet het gewoon. "Het lijkt alsof tegenwoordig iedereen voor een film fysiek wil veranderen. Ik wou Nick alleen maar strakker zien, omdat hij een energieke, bezeten, bezige, zoekende mens is, niet de bourgondiër die ik van nature ben." Op aanraden van schminkster Esther De Goey slaapt hij zo weinig mogelijk tijdens de opnamen. Om er bleek en afgeleefd uit te zien. "Cafmeyer is negen dagen in de weer in het verhaal en als je het leest, denk je: waar kan die mogelijk geslapen hebben? Een half uurtje in de auto, en hier en daar misschien nog een hazenslaapje. Dat doe ik ook. Als ik eens een scène niet moet draaien, leg ik me al eens voor een minuutje of twintig neer."

"Het is goed dat je die vermoeidheid voelt", zegt Herbots, wanneer hij de zoveelste take bekijkt van de scène waarin de twee schijnbaar met hun laatste krachten woekeren. "Ja, maar kun je wel even stoppen met hijgen in mijn nek?", lacht Van den Eeden in de richting van Van Rampelberg. De Nederlandse cameraman woont en werkt al zo lang in België dat je in zijn taal geen spoor meer voelt van de nationaliteit waarmee hij geboren is. Ook hij is alleen jubelgeluiden gewoon als zijn werk ter sprake komt. Wat hij in Swooni, The invader en de films van Fien Troch presteerde mag met de k van kunst benoemd worden.

Ook hier wordt het licht speciaal. "We hebben ervoor gekozen om vooral in de vooravond te draaien, zodat we echt maximaal het ondergaande, wegdeemsterende licht hebben. Het is een film die zich afspeelt tussen licht en donker", zegt Herbots. Tree of Life van Terrence Malick was op dat vlak een inspiratie. De ondergaande zon maakt die film heel melancholisch. En droevig. Ook hier hangt er een gevoel van gemis over het verhaal. En de bedoeling is om dat met licht te vertellen. Dat wegdeemsterende licht op een zomeravond doet me om de een of andere reden altijd aan mijn jeugd denken. Ik weet niet waarom."

En opnieuw en opnieuw

Herbots jaagt Van Rampelberg en de man die hij achterna zit keer op keer opnieuw naar beneden om hen weer door het riet te jagen, het talud te laten opklimmen en uiteindelijk elkaar te lijf te gaan. En nog eens. En nog eens. En nog eens. "Komaan," roept Herbots, "dat kan nog beter. Nogmaals!" Waarop Van Rampelberg droogweg repliceert: "Zeg, ik zal eens een beetje regisseren, loop jij eens tien keer die helling op." De droogkomische sneer, het maakt deel uit van wie hij is. Iets later zal hij ons toevertrouwen dat hij juist blij is dat Herbots altijd net dat ietsje meer uit hem wil halen. "Hij laat je je grenzen verleggen. Het kan de film alleen maar ten goede komen." Dus gaat hij net als zijn tegenstander zonder mopperen weer zo hard mogelijk omhoog. Boven vallen er harde klappen. Al doen de mannen elkaar geen pijn.

Alles is ingestudeerd. Dat bevestigt stuntcoördinator Olivier Bisback. Hij is op iedere Vlaamse filmset te vinden, zodra de actie qua sensatie de felle hoestbui overtreft: "Het lijkt alsof het ter plekke bedacht is, maar je kunt als het over veiligheid gaat niets aan het toeval overlaten. Je hebt ook gezien dat we soms protectiemateriaal gebruiken. Als ze schoppen, schoppen ze soms echt. Als ze slaan, slaan ze soms echt. Maar dan tegen stootkussens, die het 'slachtoffer' vasthoudt."

Bisback kan zijn enthousiasme niet intomen. "Je ziet aan alles dat dit een ambitieuze film is. Actiescènes die vijf minuten duren, zoals de achtervolging waar we nu aan werken, die zie je anders alleen in Amerikaanse films."

"Het is een actiescène die emoties moet onthullen", legt Herbots uit, terwijl hij nog eens beklemtoont dat hij geen actiefilm maakt, maar een psychologische thriller met een heel strakke spanningsboog. "Nick Cafmeyer tracht niet alleen de zaak op te lossen waaraan hij werkt, maar hij wordt ook geconfronteerd met een zaak uit zijn verleden. Het is bijna meer als Shame of Bad Lieutenant, waar een personage zijn pedalen verliest en moet worstelen om boven water te blijven. Daarom heb ik die intensiteit nodig. Als ik sneller zou moeten werken, dan zouden eerst de emoties sneuvelen. En dan krijg je inderdaad ordinaire actie. Nu zul je hopelijk actie zien die je raakt, die je ontroert."

Af en toe, in een ruim shot, dubbelt Bisback voor Geert Van Rampelberg. Maar het merendeel van de takes neemt Van Rampelberg voor zijn eigen rekening. Iedere keer delen hij en de schurk dezelfde klappen uit, iedere keer weer gooit de ene de andere tegen de muur, is er een van beiden die de andere op de grond smijt en schopt en is het weer dezelfde die op de zandberg belandt, in de tunnel, waar werkzaamheden aan de gang zijn - de reden waarom er dranghekken stonden. In het echt wordt er helemaal niet gewerkt. De zandberg is aangebracht, net als de rest van het werkmateriaal. Ook de graffiti zijn fake, zal blijken, wanneer ze na de opnamen in de tunnel door de setdresser en zijn team gewist worden.

De achtervolging begint bij de bouwwerf in de Vlasstraat. Hans Herbots wou tijdens die lange achtervolging niets aan het toeval overlaten: "Daarom hebben we hier ook zo lang gezocht naar een goeie locatie. Hier heb je én een bouwwerf én een stuk natuur én water én een tunnel én een spoorweg bij elkaar. En de ondergaande zon er nog eens bovenop", lacht hij.

Tunnelgevoel

Maar de tunnel moest wel zes meter verlengd worden. Dan vraag je je af of ze niet simpelweg een langere tunnel hadden kunnen zoeken. "Voor een tv-reeks zouden we dat doen", zegt Herbots. "Maar dat is het fijne aan film, dat het kan, dat je kunt zeggen: die tunnel is hier nu, we bouwen er een stuk aan. Dat is interessant. Dan kun je op zoek naar the next level. Nu is de tunnel donkerder, dreigender, en daardoor grimmiger."

Bij iedere take wordt de tunnel helemaal natgespoten door de setdresser. Een wetdown, heet zo'n spuitbeurt in het jargon. "Dat geeft mooiere reflecties en intensere scènes", legt Herbots uit. "In Amerikaanse films zie je dat altijd. Je stelt je daar geen vragen bij. Tot je er begint op te letten: tiens, waarom is dat hier nat? De lucht is toch blauw? Het werkt gewoon beter."

Iedere keer als het tweetal de tunnel induikt, moet er een goederentrein over rijden. Daarom zijn bij Infrabel speciaal de tabellen opgevraagd. Maar de Belgische spoorwegen en stiptheid, het zijn woorden die niet meer samen in een zin passen. Infrabel had vooraf gewaarschuwd dat het goederenverkeer altijd moet wijken voor de passagierstreinen. En dus is het wachten op de beloofde treinen. Herbots verbergt zijn zenuwen om zijn ploeg kalm te houden. Guy De Lombaert klampt hem even aan: "Toch niet te lang wachten op de juiste trein, Hans. Of je krijgt vandaag niet alles gedaan." Maar Hans wacht. En er komen enkele treinen. En dan gaat hij verder. De second unit, de tweede cameraploeg, zal straks nog wat beelden van treinen maken, zonder dat er constant 45 man moet wachten.

Op de set zijn ook enkele mannen van de POSA. Het is een strikt geheime politiedienst die wordt ingezet bij acties waarbij mensen vuurwapengevaarlijk of vluchtgevaarlijk zijn, legt Djigo uit, of als het om individuen gaat die al eerder geweld hebben gebruikt tegen andere politiediensten. Djigo is een codenaam. Tijdens operaties spreken ze elkaar uitsluitend aan met hun codenaam. Er zit er een bij die Fristi heet, omdat hij altijd Fristi drinkt.

De drie POSA-mannen zijn voor een dag gehuurd bij de politie. Met wapen en al. Mooi gebronsde mannen met afgetrainde lichamen en kortgeschoren haar. Alsof hun lijven deel uitmaken van het uniform. De wereld zal hun gezichten nooit te zien krijgen. Telkens als ze ergens in beeld komen moeten de mannen van de POSA een bivakmuts over hun hoofden trekken. Hier volgen ze Cafmeyer op de voet, samen met zijn vrouwelijke commissaris. Ze zijn er om een arrestatie uit te voeren en ze doen dat redelijk hardhandig. "In het echt breken ze bij zulke gelegenheden met graagte een armpje van een arrestant", lacht Van Rampelberg.

Na de maaltijd, geserveerd door een cateringdienst die even een pop-uprestaurant heeft uitgeplooid, moeten Van Rampelberg en zijn tegenspeler niet anders doen dan keer op keer door het moeras, het riet en de beek rennen. De warme douche en de verse kleren zijn vlug vergeten. Al dragen ze nu een wetsuit onder hun kostuums. De komiek in Van Rampelberg laat even een glimp van zijn surfpakje zien. Het spant over zijn lijf en dat is volgens hem "het bewijs dat het een spannende film wordt".

Bibberen in de wetsuit

Bij de eerste takes moeten ze nog droog en redelijk proper zijn - dan zijn er twee stagiairs met een vissersbroek aan, Jarno & Spits ofte Peppi & Kokki, die hen over de beekjes tillen. Maar na verloop van tijd duiken de acteurs ook de beken in en zijn ze doorweekt. Assistentes rennen er na iedere take naartoe met handdoeken, bekertjes drinkwater en badjassen. Overbodige luxe want Hans laat hen nauwelijks bekomen. Bibberend moeten ze verder.

Eigenlijk is het al pikdonker. En toch loopt Van den Eede nog te filmen zonder licht. "Het klopt dat er nu geen direct zonlicht meer is en dat het helemaal anders is, maar het past volledig in ons verloop. We beginnen deze sequentie met wat we hier in het moeras aan het doen zijn. De zon is onder, we hebben het hemellicht nog. In de film zal het dan ochtend zijn en moet de zon nog opkomen. De ontknoping hebben we gefilmd bij volle zonlicht. Na de montage zul je het gevoel hebben dat in die hele sequentie de zon aan het opkomen is."

Ze ziet nauwelijks nog wat ze schrijft, maar toch blijft scriptgirl Inez Van Watermeulen naarstig noteren. Ze staat altijd op de eerste rij en ze denkt dat het een goeie film wordt. "Ik heb echt al momenten gehad dat ik geëmotioneerd was en moest slikken. Het is een gevoel, maar ik zit al langer dan vandaag in het vak. Ik zie het ook aan de mensen rondom mij, we zijn gewoon met een goeie film bezig. En dat scenario is fantastisch. Het is een van de beste die ik gelezen heb. En ik heb er al heel veel gelezen in mijn loopbaan."

"Dank u wel mannen, dat was het voor vandaag", horen we Hans roepen. Zijn eerste assistent herhaalt het nog eens. "Dank u wel iedereen, einde draaidag. Mooie dingen gedaan."

Het is 22u45. Om 13 uur zijn ze gaan draaien. En dan waren sommigen al uren aan de slag. En morgen staan ze er weer. Het komt op geen uurtje als er passie mee gemoeid is.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234