Woensdag 04/08/2021

'Het wordt hoog tijd voor een entertainmentbeleid'

cultuurbeleid

stefaan de ruyck verontrust over cultuurpopulistisch discours

Stefaan De Ruyck, zakelijk leider van het Toneelhuis en voorzitter van de Vlaamse Directies voor Podiumkunsten, is sterk verontrust door het cultuurpopulistische discours dat, zeker na de publicatie van Gust Demeyers Manifest van een cultuurpopulist vorige week, weer hardnekkig de kop lijkt op te steken. 'Het is een discours dat de waarheid geweld aandoet', aldus De Ruyck, die zelfs een aantal persoonlijke voorstellen klaar heeft om de situatie bij te stellen.

Antwerpen

Van onze medewerker

Tom Rummens

Het eerste, en misschien wel meest in het oog springende, is de installatie van een degelijk entertainmentbeleid. De Ruyck: "De laatste jaren worden vaak subsidies geclaimd door organisaties die eigenlijk niet met kunst bezig zijn en dat ook niet ambiëren, maar die geen andere uitweg hebben dan zich tot de pot voor kunstsubsidies te richten. De strategie die daarbij nogal systematisch gehanteerd wordt, bestaat erin de gesubsidieerde sector te belagen met van de pot gerukte clichés en karikaturen. Het is een dovemansgesprek en daar wordt niemand beter van.

"Ik denk dat het zinnig en haalbaar zou zijn om daar op beleidsniveau een mouw aan te passen, namelijk door voor die zogenaamde 'vrije sector' een apart beleid te voorzien. Want het is toch opvallend: we hebben een kunstenbeleid, een sociaal-cultureel beleid, maar geen entertainmentbeleid. Nu grijpen die mensen dus vaak naar het kunstenbeleid, wat begrijpelijk is, maar waardoor de discussie verzuurt. Omdat die organisaties bezig zijn met andere dingen en niet kunnen aarden binnen het decreet voor de podiumkunsten."

De Ruyck denkt voor zo'n regeling niet alleen aan de commerciële producenten als Studio 100 of Music Hall: "Ik denk ook aan circussen, musical, misschien moet er ook cabaret bij. De overheid zal voor zichzelf moeten uitmaken welke baat zij erbij heeft die initiatieven te ondersteunen en welke tools ze daarvoor zal gebruiken. Rechtstreekse subsidiëring zoals bij de kunsten is wellicht niet de aangewezen weg. Laat me wel vooral duidelijk zeggen dat dit een idee is en geen concreet voorstel. Maar op termijn kunnen hiermee volgens mij een aantal tendensen gekeerd worden waarvan op dit moment iedereen alleen maar slechter wordt."

Ook binnen de huidige gesubsidieerde podiumkunstensector ziet De Ruyck mogelijke verbeteringen. "Het nieuwe kunstendecreet dat momenteel wordt voorbereid is een zeer cruciale stap in het globale cultuurbeleid. We staan voor een breuk. In het begin van de jaren tachtig waren de grote theaterhuizen vastgeroest. Het interessante werk werd dan ook gemaakt vanuit de marge. Later barstte die marge dan weer uit haar voegen en gingen de grote huizen zich herprofileren. Kijk naar de KVS/de Bottelarij en Het Toneelhuis, twee voorbeelden van grote instellingen die er toch in geslaagd zijn zich te herprofileren op een manier die nauw aansluit bij wat er in de sector gebeurt."

"Ik denk dat op dit moment een nieuwe herprofilering van het landschap nodig is. Ik wil zeker geen artistiek oordeel vellen, maar ik denk dat we dringend moeten nadenken over de noodzaak van al die aparte organisaties die tegenwoordig professioneel met podiumkunsten bezig zijn. Het zijn er veel: 14 kunstencentra, 9 dansgezelschappen, 5 muziektheaters en 37 teksttheatergezelschappen. Ik vraag me af of er links en rechts geen herenigingen en fusies mogelijk zijn. De markt zit zo overvol dat sommige projectgroepen het tegenwoordig al moeilijk hebben om de decretaal vastgestelde vijf voorstellingen van een productie te spelen."

Of zo'n regeling het niet moeilijk maakt voor jonge theatermakers. Zij raken in grote structuren immers het minst snel binnen. De Ruyck: "Ik bepleit vooreerst geen systeem waarin alleen de grote huizen nog overeind blijven. Dat zou inderdaad een erg gevaarlijke constellatie zijn. Maar grote structuren kunnen zich organiseren op een manier die voor jonge makers wel degelijk interessant kan zijn. In Studio Tokio (het tweede platform van Het Toneelhuis, waar werk van jonge makers wordt ontwikkeld en getoond, TR) zetten we vandaag veel meer jonge makers aan het werk dan vroeger mogelijk was met de Blauwe Maandag Cie.

"Ik pleit ten tweede voor een grotere pot voor projectsubsidies, zodat zelfs meer jonge makers aan de slag kunnen. Alleen vind ik het jammer dat een deel van dat projectsubsidiegeld gebruikt moet worden om vzw's op te richten en draaiende te houden. Er zijn genoeg grote huizen en die kunnen de organisatorische kant van de zaak perfect op zich nemen. Als daarbinnen een jonge theatermaker zijn eigen artistieke subsidiegeld gekregen heeft, kun je toch moeilijk volhouden dat die niet voldoende kansen krijgt?

"Het is trouwens ook duidelijk dat het de theaters zelf zijn, en niet meer in eerste instantie de kunstencentra, die die taak op zich moeten nemen. Zeker in het kader van het kunstendecreet, waarover nu gediscussieerd wordt (in dat kunstendecreet worden alle kunsten onder één decreet geplaatst, er komt dus geen apart podiumkunstendecreet meer, TR). De kunstencentra zullen zich dus veel meer interdisciplinair moeten gaan profileren."

Ook het idee van de herschikking van het bestaande podiumkunstenlandschap situeert De Ruyck in zijn repliek op het cultuurpopulistische discours. "Door de onnodige versnippering tegen te gaan krijg je duidelijke structuren en ontzenuw je inderdaad een groot stuk van het populistische discours, ook al is dat een vals discours."

Stefaan De Ruyck wil met zijn voorstellen niet anticiperen op een eventuele verlaging van de subsidies voor de podiumkunsten. De Ruyck: "Het is waar dat de podiumkunsten in het nieuwe decreet relatief minder zwaar gaan wegen dan voorheen. Maar het zou zeer dom zijn om nu een verlaging van de podiumkunstensubsidies te bepleiten. Trouwens, zelfs bij een status-quo ga je er in feite op achteruit. De kostprijs voor een organisatie stijgt sneller dan dat de index stijgt. In elk geval: de eerste prioriteit bestaat erin de sector en het beleid een nieuwe impuls te geven."

Over de demarche van professor Gust De Meyer, die op dit moment keet schopt met zijn Manifest van een cultuurpopulist, waarin hij pleit voor een afschaffing van de subsidies, voor het volledig doorrekenen van de kostprijs van een zitje naar het publiek, en voor de invoering van cultuurbonnen, is De Ruyck kort: "Ik heb het boek nog niet gelezen, want het ligt nog niet in de winkel. De man is een slecht marketeer: hij promoot een product dat niet beschikbaar is. Maar als ik mag geloven wat erover in de kranten wordt geschreven, kan ik alleen maar zeggen dat het gewoon een belachelijk idee is. Stel dat Het Toneelhuis, bijvoorbeeld, geen subsidies zou krijgen. Dan kost een zitje hier algauw tot 80 euro. Je mag de mensen dan nog honderden cultuurbons geven: ze zullen niet komen omdat dat systeem van waardebonnen gewoon vernederend is. Alleen wie die hoge inkomprijs kan betalen zal nog opdagen en dan pas krijg je een ongezien en niet te verantwoorden elitarisme."

"Bovendien zou het landschap ontzettend verarmen. Welk huis zal nog investeren in jong talent of risicoproducties als je weet dat die waarschijnlijk verlies draaien? Geen een. En dan zwijgen we nog over de sociale ramp die De Meyers voorstel zou genereren.

"Wanneer gaan we trouwens het debat eens serieus voeren, met echte cijfers? De drie stadstheaters samen (KVS/de Bottelarij, Het Publiekstheater en Het Toneelhuis, TR) trekken jaarlijks 250.000 bezoekers. Dat is misschien een relatief cijfer, maar het is toch waanzinnig dat men dat dan 'elitair' gaat noemen? Veel mensen hangen al te graag het beeld op dat er in de gesubsidieerde theaterzalen maar vijftien mensen zitten. Het spijt me voor wie het graag anders wil voorstellen maar dat verhaal strookt niet met de feiten."

'Er zijn te veel organisaties met podiumkunst bezig. Zijn er geen fusies mogelijk?'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234