Zaterdag 31/07/2021

'Het woord boodschap maakt mij nerveus'

'Het is de bedoeling dat iedereen voor zichzelf iets anders meedraagt uit deze film. Indien het om een boodschap ging, dan zou ik het op een papiertje schrijven en het u gewoon zo meegeven.' Gelukkig heeft de Britse regisseur Sam Mendes geen papiertje geschreven, maar een briljante film gemaakt. American Beauty is een grimmige en grappige kroniek over seks en huwelijk, over ouders en kinderen, over carrière en ambitie, over schoonheid en begeerte, over ongelukkig leven en (misschien) gelukkig sterven.

Toen we de Britse regisseur Sam Mendes eind vorig jaar in Londen ontmoetten, was zijn debuutfilm American Beauty volop bezig aan zijn carrière in de Amerikaanse bioscopen. Een reeks laaiend enthousiaste recensies, waarin bijna stelselmatig benadrukt werd dat deze film wel een sterke Oscar-kandidaat moest worden, effende het pad. De drie Golden Globes (voor Beste Film, Beste Regie en Beste Scenario) die inmiddels aan American Beauty werden toegekend, wijzen inderdaad in die richting. De Oscar-nominaties van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences worden pas volgende week bekendgemaakt, maar Sam Mendes besefte maanden geleden al dat hij als een van de favorieten werd getipt.

"Ik ben erg ontgoocheld," probeert hij met een uitgestreken gezicht. Maar hij houdt het nauwelijks enkele seconden vol. "Nee, ik ben natuurlijk dolgelukkig," straalt hij. "Ik denk echt niet dat iemand dit soort Oscar-voorspellingen ook maar verwacht had toen we de film aan het maken waren. Geef toe, dit is niet meteen het genre van de modale Academy-film. Het is een donkere en vreemde film, de hoofdrol wordt niet gespeeld door Tom Hanks, er zijn geen historische kostuums en ook geen woestijnen. Hoe dan ook, ik voel mij erg geflatteerd en ik ben erg blij met dergelijke reacties, want dit betekent dat het publiek de film zal gaan bekijken en dat is eigenlijk het enige waar ik echt belang aan hecht."

Lester Burnham (rol van Kevin Spacey) is getrouwd met Carolyn (rol van Annette Bening), een vrouw met een eigen carrière in de vastgoedsector. Door de jaren heen is hun huwelijk (on)behoorlijk uitgehold en veel meer dan een mooi opgepoetste façade blijft er niet meer van overeind. Daarbij hoort ook de verzorgde voortuin waarin Carolyn haar rozen (onder andere de American Beauty-soort) koestert. Hun tienerdochter Jane (rol van Thora Birch) maakt haar groeipijnen door en heeft een bloedhekel aan haar beide ouders. Als Lester in deze omstandigheden kennismaakt met Angela (rol van Mena Suvari), het vriendinnetje van Jane, betekent zulks een soort epifanie, een openbaring van schoonheid en verlangen. Angela geniet van zijn onhandige belangstelling, maar voor Jane is het vooral een reden te meer om zich te ergeren aan haar sullige vader.

Vervolgens voltrekt zich een soort stroomversnelling. Lester die als journalist voor een vakblad in de reclamesector werkt, kapt op een drastische manier met zijn baan, vervuld van triomferend revanchisme. Hij doet, na een opmerking van Angela, zijn best om een beginnend buikje weg te werken en leert dankzij de mysterieuze buurjongen Ricky (rol van Wes Bentley) opnieuw de geneugten smaken van een marihuana-stickie. Thuis laat hij de totaal verbouwereerde Carolyn merken dat hij nog over een eigen wil en een eigen smaak beschikt. Zo staat er tot haar verbijstering plots een Pontiac Firebird 1970 voor de deur. Zijn laconieke verklaring: "De auto die ik altijd gewild heb en nu heb ik hem. Ik beslis!" Zoveel is duidelijk: Lester ondergaat een erg ingrijpende transformatie.

Voor regisseur Sam Mendes was het vooral belangrijk dat het publiek niet de indruk zou krijgen dat American Beauty een specifiek waardeoordeel over de personages wilde opdringen. "Dit is geen moraliserende film, die je vertelt wat je moet denken. Het is wel een film met een 'spirituele' dimensie, met op het einde een bepaald gevoel van verlossing. Zelf vind ik het een open einde. American Beauty sluit eerder af met een vraagteken dan met een antwoord. Ik heb ook bewust geprobeerd om het standpunt van iedereen aan bod te laten komen, om duidelijk te maken dat het mogelijk moet zijn om met elkeen in dit verhaal mee te voelen. Ik wilde iedereen menselijk maken. Het was niet zomaar een zaak van goodies en baddies. Lester is weliswaar de 'held' van het verhaal, maar hij doet ook enkele verschrikkelijk slechte dingen: tegenover zijn vrouw, zijn dochter, zijn baas en tegenover zichzelf. Lester is in feite een antiheld. Ik denk dat America Beauty een meedogende film is geworden. Ik ben er niet aan begonnen met het idee dat ik beter en slimmer was dan iedereen in de film. Op die manier kon ik ook verhinderen dat de film neerbuigend zou worden. En alhoewel er zeker satirische elementen in zitten, wou ik van American Beauty niet alleen maar een satire maken, want dat impliceert dat men zich boven de anderen verheven voelt en dat men als regisseur de personages zomaar heen en weer kan schuiven als pionnen op een schaakbord. Want dat zijn ze niet. Wat de film met de personages doet, is laag na laag afpellen. En op het einde zijn het tastbare menselijke wezens geworden, met hun gebreken maar ook met hun... ja, elk met hun eigen schoonheid.

"Maar als men mij vraagt wat nu de boodschap is van deze film, tja... Het woord boodschap maakt mij nerveus, want het is de bedoeling dat iedereen voor zichzelf iets anders meedraagt uit deze film. Indien het om een boodschap ging, dan zou ik het op een papiertje schrijven en het u gewoon meegeven. Het gaat hier om een verhaal. De reden waarom de mensen de film in Amerika gaan bekijken - en ik hoop dat ze dat hier ook zullen doen -, is dat het een aangrijpend verhaal is, met boeiende personages, met grappige momenten. Je vergeet dat je in een bioscoop zit en je kijkt gewoon. De mensen gaan niet kijken omdat het een 'belangrijke' film zou zijn, met een of andere boodschap voor of over Amerika, maar wel omdat ze erdoor vermaakt of ontroerd worden. Dát moet de prioriteit zijn van elke verteller: een interessant verhaal. Als je zo'n verhaal vertelt, dan komen de mensen; doe je dat niet, dan komen ze niet."

Een Brits regisseur draait een Amerikaanse film: zijn die 'nationale' adjectieven hier op een of andere manier van belang geweest?

"Ik weet niet wat in een dergelijk verband beter dan wel slechter is. Ik heb wel de film gemaakt die ik wilde maken; daarover kan geen twijfel bestaan. Maar er zijn wel momenten geweest waarop ik dacht: 'Wat doe ik hier? Een Brits toneelregisseur die een film maakt over een Amerikaans gezin! Welk recht heb ik om een dergelijke film te draaien?' Maar ik heb mezelf getroost door te denken aan John Schlesinger die Midnight Cowboy gedraaid heeft, aan Polanski met Chinatown, aan Milos Forman met One Flew over the Cuckoo's Nest en The People vs. Larry Flynt, aan Peter Weir met The Truman Show, aan Ang Lee met The Ice Storm. Dat zijn allemaal niet-Amerikanen. Er moet dus wel iéts kloppen van de bewering dat de 'objectiviteit' van een Europeaan of een niet-Amerikaan die in de States een film komt maken, wel degelijk kan helpen. Dat stelde me gerust: het is mogelijk om als outsider iets te creëren dat misschien wel juister en waarheidsgetrouwer is. Neem bijvoorbeeld ook The Remains of the Day, een prachtige film waar de Englishness af druipt. Maar het scenario is gebaseerd op een boek van de Britse Japanner Kazuo Ishiguro, de film werd geregisseerd door de Amerikaan James Ivory en geproduceerd door de Indiër Ismail Merchant. Kortom, het feit een buitenstaander te zijn kan soms ook de sterkte uitmaken.

"Natuurlijk heb ik door deze ervaring ook enorm veel geleerd over Amerika. Ik heb anderhalf jaar nauw met Amerikanen samengewerkt; daar steek je sowieso al veel van op. Ik heb ook zorgvuldig rondgekeken, duizenden foto's bekeken als mogelijke referenties voor de production design. Uiteraard was er ook het hele leerproces in verband met het filmmaken zelf. Dus ja, het moet zowat de meest verticale leercurve uit mijn hele leven geweest zijn.

"Maar films maken in Amerika is nooit een onderdeel geweest van een soort carrièreplanning. Ik heb nooit gezegd: 'Ik wil ooit een film gaan draaien in L.A.' Men heeft mij gewoon dit prachtige scenario opgestuurd en ik dacht dat ik het wel zou aankunnen. Ik speelde al enkele jaren met het idee om eens een film te regisseren en ik kreeg zo nu en dan een scenario toegestuurd, maar aangezien ik het geluk had om in het theater actief te zijn, kon ik rustig wachten tot ik iets aangeboden kreeg dat mij echt beviel. Gebeurde dat niet, dan kon ik nog altijd een toneelstuk regisseren. Een dergelijke situatie maakt het leven een stuk makkelijker. En hoe het nu verder moet? Ik denk dat ik nu misschien hier in Engeland een film zal maken. Ik blijf hier in ieder geval wonen, want ik heb geen zin om naar Amerika te verhuizen."

Vooraleer als filmregisseur te debuteren met American Beauty had de 34-jarige Sam Mendes (geboren in Londen uit een Portugese vader, die zelf op Trinidad geboren was) naam gemaakt als het nieuwe wonderkind van het Britse theater. Hij vestigde zijn reputatie onder meer met de revival van de musical-klassieker Cabaret (eerst in Londen en daarna op Broadway) en door het feit dat hij Nicole Kidman uit de kleren liet gaan in het toneelstuk The Blue Room van David Hare. Eerder regisseerde Mendes ook het toneelstuk The Rise and Fall of Little Voice, met Jane Horrocks in de titelrol, die dat daarna opnieuw zou doen in de filmversie Little Voice (geregisseerd door Mark Herman).

Het voor een film kunnen samenwerken met een getalenteerd theatermaker omschreef Kevin Spacey, zelf een gepassioneerd toneelacteur, als het beste van twee werelden. "Bij films gebeurt het vaak dat je moet werken met iemand die absoluut geen benul heeft van wat hij tegen acteurs moet zeggen, die niet begrijpt hoe een verhaal ontwikkeld moet worden of hoe er voor de personages een bepaalde spanningsboog gecreëerd moet worden. Ik word bijvoorbeeld gek als ik op de set merk hoe de regisseur niet naar de acteurs, maar de hele tijd naar zijn monitor zit te kijken. Niet zo bij Sam. Die zit, op het ergerlijke af (grinnikend), meestal vlak naast of onder de camera. Ik wist dus dat er op de set iemand aanwezig was die de hele tijd, elke dag, elk moment aandachtig zou toekijken om ervoor te zorgen dat ik mij, scène na scène, op het juiste traject bevond."

Van zijn kant is Sam Mendes niet te beroerd om het compliment uitgebreid te retourneren: "Mijn stijl om met acteurs te werken heb ik uiteraard in het theater ontwikkeld. Het is in feite niet eens een stijl, het is gewoon de manier waarop ik graag werk. Bij deze film heb ik veel geluk gehad omdat ik kon samenwerken met een groep intelligente en vakbekwame acteurs, en dat is lang niet altijd het geval. Soms heb je te maken met acteurs die je echt moet leiden, die je bij wijze van spreken bij het handje moet nemen om ze ergens doorheen te loodsen. Ik ben trouwens geen leraar, ik kan niemand leren hoe te acteren. Ik kan er alleen maar uit halen wat erin zit. Als ik voel dat het aanwezig is, kan ik het ontwikkelen en uitbreiden. En het dan weer afzwakken, voor de camera. Minder, steeds minder."

Voor de fotografie deed debutant Sam Mendes een beroep op Hollywoodveteraan Conrad L. Hall, die indertijd een Oscar kreeg voor Butch Cassidy and the Sundance Kid en die ook de fotografie verzorgde van Marathon Man van John Schlesinger en Fat City van John Huston.

"Maanden voor we aan de opnamen begonnen, was ik al bezig met het storyboarden van de hele film. Toen ik dan met Conrad begon te werken, bleek dat die daar vreselijk blij mee was. Hij vond het zo'n opluchting om via die tekeningen over een soort blauwdruk te beschikken van wat de regisseur voor ogen stond, van hoe de film er uiteindelijk moest uitzien. Van zijn kant bracht hij zijn kennis, zijn vakmanschap en zijn jarenlange ervaring mee in verband met licht, filmband, lenzen en dieptescherpte. Maar de eigenlijke visualisering van de film was al veel eerder begonnen, bij het scenario. Toen ik dat voor het eerst las, zag ik meteen de beelden voor mij. Mijn eerste instinct was een visueel instinct. Ik zag de beelden die Alan Ball in zijn scenario beschreef en ik zag méér. Daarom wilde ik deze film dus ook maken."

Bij het begin van American Beauty heeft Lester Burnham ons via een off-screen commentaar al meegedeeld dat hij niet meer tot de levenden behoort. Net zoals in de Sunset Boulevard-klassieker van Billy Wilder uit 1950 wordt het filmverhaal ons in een flashback verteld door een man die blijkbaar vermoord werd, wat ons uiteraard nieuwsgierig maakt naar de omstandigheden en redenen van zijn dood. Dat zorgt voor het klassieke thrillerelement van de whodunit, maar hoewel American Beauty ons geregeld en met succes op het verkeerde been zet, is het uiteindelijk niet veel meer dan een alibi voor een even grimmige als grappige, even meeslepende als hartverscheurende kroniek over seks en huwelijk, over ouders en kinderen, over carrière en ambitie, over schoonheid en begeerte, over ongelukkig leven en (misschien) gelukkig sterven.

"Het zal wel duidelijk zijn dat ik het eens ben met wat deze film over schoonheid vertelt," glimlacht Sam Mendes als hem naar zijn eigen definitie van (American) Beauty gevraagd wordt. "Als ik het zelf zeg, klinkt het wellicht pretentieus. Het is dus beter dat ik het in de woorden van Ricky zeg, namelijk dat schoonheid overal om ons heen is, dat ze veel dichter bij is dan we ons meestal kunnen voorstellen, dat we ons niet mogen verliezen in schoonheidsidealen die ons opgedrongen en verkocht worden door de media en die toch alleen maar oppervlakkig zijn. En ja, Amerika doet dat. Amerika verkoopt ons de hele tijd dergelijke schijnidealen. Maar dat doet Engeland ook en, meer algemeen, het hele Westen. Mijn favoriete zin van het Ricky-personage is: 'Er is soms zoveel schoonheid in de wereld dat ik het gevoel krijg dat ik het niet aankan en dat mijn hart zal exploderen.' Zoals ik het nu zeg, klinkt het banaal. Maar zoals het in de film gezegd wordt, is het perfect."

TITEL: American Beauty. REGIE: Sam Mendes. SCENARIO: Alan Ball. FOTOGRAFIE: Conrad L. Hall. MUZIEK: Thomas Newman. PRODUCTIE: Bruce Cohen en Dan Jinks voor DreamWorks Pictures. VERTOLKING: Kevin Spacey, Annette Bening, Thora Birch, Wes Bentley, Mena Suvari, Peter Gallagher, Chris Cooper, Allison Janney, e.a. Verenigde Staten, 1999, kleur, 122 min. Gedistribueerd door UIP.

'Het is mogelijk om als outsider iets te creëren dat misschien wel juister en waarheidsgetrouwer is'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234