Zaterdag 22/01/2022

Het Wonderlijke Wedervaren van MAUD VANHAUWAERT

Elke week ontmoet Maud in de achterbuurten van haar geest een vooraanstaande persoon.

Ik vind het al vrij ongemakkelijk om samen met een van mijn 'woonblokgenoten' in een lift te staan. (Of hoe noem je mensen met wie je een perceeltje deelt, ook al ken je vaak niet eens hun naam?) Maar wat ik nog vervelender vind, is om samen in een lift te staan terwijl ik net mijn vuilniszakken naar beneden breng. Meestal ga ik pas naar beneden als ik mezelf ervan heb verzekerd dat de meeste zakken al buiten staan, en dat de kans dus eerder klein is dat ik iemand zal tegenkomen in de lift. Vanuit mijn raam houd ik de situatie nauwlettend in het oog. Maar het onverhoopte blijft natuurlijk mogelijk. Het idee alleen al. Dat iemand een liftbeurt lang in de walm moet staan van het vuilnis dat ik een week lang heb vergaard. (De vergelijking met een toiletbeurt maakt u zelf maar.)

Ik ben ook altijd bang dat ik iets verkeerd heb gedaan. Dat ik toch niet goed sorteerde, dat men drankkartonnen zal zien schemeren onder het uitgerekte plastic van de witte restafvalzak. Of dat de zak, door het overtollige gewicht, plots gaat scheuren en lekken, en dat er dan een zurige substantie op het tapijtje van de lift druppelt, of erger nog: op de schoenen van zo'n woonblokgenoot.

Vorige week was ik opgelucht toen ik alleen in de lift stond. Met een zekere triomf zwierde ik mijn twee restafvalzakken op de stoep. Ik wilde alweer naar binnen gaan, toen ik plots iets hoorde ritselen. Ik keek om en zag dat er een vuilniszak rechtstond. Toen ik beter keek, zag ik dat het een man was die zich met vuilniszakken had gecamoufleerd. Ik herkende zijn gezicht vanuit de krant. De Griekse premier, Alexis Tsipras!

Ik stelde mij verdekt op achter een brievenbus en zag hoe Tsipras een van mijn vuilniszakken opentrok, en er van alles uitgraaide. Plots keek hij mij aan, recht in de ogen. Ik weet niet wie zich het meest betrapt voelde. Om de spanning wat te breken, besloot ik om naar hem toe te stappen en mij even voor te stellen. Ik zei ook dat hij misschien beter in de vuilniszak van een ander kon kijken, omdat hij bij mij niet veel interessants zou vinden. Hij keek echter nauwelijks op en bleef onverstoord voortgrabbelen.

Ik wist mezelf geen houding te geven en begon dan maar, een beetje verontschuldigend, uit te leggen waar alles vandaan kwam. "Op dit kartonnetje lag een plakje Noord-Atlantische zalm. Oh, en met dit doekje veegde ik de braakbal op van mijn kat." Hoe meer ik begon te vertellen over de oorsprong van mijn vuilnis, hoe meer ik mij verantwoordelijk voelde. Ik had, ten opzichte van Tsipras, toch wel een autoriteit over dit vuilnis. Het was tenslotte míjn vuilnis.

Toen Tsipras uiteindelijk rechtstond, met een leeg blikje kattenvoer dat hij kennelijk wilde meenemen, vond ik dat toch eigenlijk niet kunnen. "Dat is mijn potje", riposteerde ik, "dat neem je niet zomaar mee. Wie denkt u wel dat u bent!" Ik probeerde het blikje uit zijn handen te rukken - de scherpe randen sneden in mijn vingers, de zure geur van restjes natte kattenbrokken deed mij kokhalzen - maar Tsipras liet niet los.

Zo stonden we daar, hardnekkig trekkend, toen de vuilniskar aanreed. Eindelijk versterking, dacht ik. Maar toen een vuilnisman van de kar sprong, zakte de spannende geweldscène in als een te heet geblazen soufflé. De vuilnisman wees naar het potje, en zei lijzig: "Mevrouwtje, dat moest eigenlijk bij het PMD."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234