Woensdag 12/08/2020

Het Wonderlijke Wedervaren van MAUD VANHAUWAERT

Elke week ontmoet Maud in de achterbuurten van haar geest een vooraanstaande persoon.

Derde Wereldoorlog

Terwijl deze week de meeste studenten hun boeken dichtklapten (sommigen wellicht met enig geweld, alsof ze genotvol een deur dichtsmeten), deed ik er eentje open. Ulysses, van James Joyce. Met dat boek ging ik op bedevaart. Niet naar Lourdes of Mekka. Wel naar Triëst, waar Joyce een tiental jaar van zijn leven doorbracht en waar jaarlijks mensen van overal ter wereld samenkomen om tijdens een seminarieweek over zijn werk te discussiëren.

Toen ik de andere deelnemers ontmoette, zag ik meteen: de meesten waren diehard 'Joyceans'. Er was zelfs een Bengaals meisje dat een voetnoot uit een geannoteerde versie van Ulysses op haar voeten had getatoeëerd. Ik had mij ingeschreven omdat het mij intrigeert, zo'n ontoegankelijk literair werk waarin zoveel lezers proberen binnen te breken. Ulysses zou na de Bijbel en de Odyssee het meest bestudeerde werk zijn in de literatuurwetenschap.

Een Joycean kan ik mezelf niet noemen. Ik voelde mij eerder een student slecht voorbereid op het examen. Ik weet de toeten van Ulysses. Toch vond ik het verrassend hoe makkelijk het was mee te discussiëren over een boek waarin ik slechts vluchtig langs de highlights was geraasd, als een dommige toerist. En als ik het even niet meer wist, kon ik nog altijd het boek van Pierre Bayard raadplegen, dat netjes in mijn rugzak zat: Hoe te praten over boeken die je niet hebt gelezen?

Tussen de seminaries door maakten we met zijn allen een begeleide wandeling in Triëst, langs alle plekken met herinneringen aan Joyce. Nu gaat het gebeuren, dacht ik. Op een onbewaakt moment zou James aan ons verschijnen. Plots zouden we een bleke gestalte zien trillen in de hitte, met hoed en wandelstok. De Joyceans zouden vol verrukking gillen; misschien viel het meisje met de voetnoottattoovoeten wel in zwijm. Zijn openbaring zou gepaard gaan met een, zoals Joyce dat noemde, 'epifanie'. Heel even zouden we een totaal inzicht krijgen, in het werk van de meester, en in de hele existentie. Onze geesten goddelijk verlicht.

Maar tijdens de wandeling gebeurde er niets verhevens. We zagen Joyce niet. De wereld bleef één dikke onontwarbare knoop. Ik zweette als een rund.

Iets later, het schemerde al, zat ik op een terrasje mijn dorst te lessen, en op mijn smartphone een paar nieuwssites te checken. Terreur in Tunesië. Gruwel van IS. Palliatief Griekenland. Het gevoel dat de Derde Wereldoorlog al is begonnen. Mijn duim zette vingerafdrukken op het scherm. Ik dacht: zo voelt het ook, alsof ik, louter al lezend, mezelf tot een verdachte maak. Want wordt wie leest niet medeverantwoordelijk?

In een theaterstuk van Tom Stoppard krijgt James Joyce de vraag wat hij deed tijdens De Groote Oorlog. Joyce antwoordt "I wrote 'Ulysses', what did you do?"

Wat zal ik antwoorden als men mij ooit vraagt wat ik deed, toen de wereld in een knoop lag, aan zoveel kanten aangetrokken? Deze week kom ik (mijn gezicht bleek, door mijn smartphone opgelicht) niet verder dan dit vage alibi:

I met people who read, or just like me pretend, to have read 'Ulysses'.

*

Maud Vanhauwaert (Veurne, 1984) is een Vlaamse dichteres, die ook furore maakt met haar performances. Met haar gedicht 'Er komt een vrouw naar mij toe' won ze onlangs de Publieksprijs Herman de Coninckprijs. Haar meest recente bundel: Wij zijn evenwijdig (2015)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234