Zondag 15/09/2019

Het wonder van Fukushima: de Energiewende

Vijf jaar geleden legde een kernramp in Fukushima Japan plat. Mens en milieu zullen nog lange tijd de gevolgen dragen. Dichter bij huis is er ook een positief gevolg: Duitsland zegde kernenergie vaarwel en ging vol voor hernieuwbare energie. Voor wie het niet gelooft: negen mythes over de Energiewende ontkracht.

Kernenergie vaarwel zeggen en toch de CO2-uitstoot laten dalen? Het lijkt een fabeltje. Maar de Duitsers doen het nu al vijf jaar, en leveren de wereld daarmee het meest hoopvolle en concrete effect van de Japanse ramp.

In Japan zelf gingen alle 48 kerncentrales na die gruwelijke 11 maart lange tijd dicht. Ondertussen draait het land op 4 centrales die weer open zijn en is er een aanhoudende strijd tussen overheid en industrie, die er opnieuw veel meer willen openen, en burgers, die kerncentrales sinds het drama in Fukushima voor geen haar meer vertrouwen. Niet zelden verwijzen Japanse burgers die, zeer on-Japans, protestmarsen blijven organiseren, naar de Energiewende in Duitsland. Die bewijst dat een land wel kan draaien op onder meer biomassa en wind- en zonne-energie, zonder kernenergie.

Plannen voor zo'n omslag zijn bij onze oosterburen al een half jaar voor de ramp in Japan op tafel gelegd. Maar door het nucleaire drama in Fukushima kregen die voorstellen met grote vaart en steun wettelijke goedkeuring. Concreet werd beslist alle kerncentrales te sluiten tegen 2022 en volop voor groene energie te kiezen, zodat de CO2-uitstoot tegen 2050 met 80 procent daalt en hernieuwbare energie tegen die tijd 60 procent van de energiemix uitmaakt.

'Duur, onpopulair en slecht voor het milieu', meenden velen. Maar het plan werd ingezet en blijkt een succes.

"België kan hier zeker lessen uit trekken", zegt milieu-econoom Aviel Verbruggen (Universiteit Antwerpen). "De belangrijkste les: een industriële langetermijnplanning op basis van beleid dat ook lokaal verankerd zit. Duitse steden, lokale besturen en burgers staan mee in voor energieproductie, en dat maakt het model erg sterk. Ook het inzetten op technologische ontwikkeling is een slimme zet, want Duitsland is leider in groene-energietechnologie."

In vergelijking met gelijkaardige plannen in Europa blijkt het Duitse model ook het meest efficiënte. Verbruggen: "Vanuit het lokale niveau inzetten op zon en wind en kernenergie uitfaseren, werkt, terwijl de combinatie van groene energie met kernenergie niet werkt. Dat zie je in Groot-Brittannië, waar ze offshoreprojecten blijven combineren met kernenergie. Het probleem is dat die bronnen elkaars concurrent zijn en niet efficiënt naast elkaar kunnen groeien."

Toch zit er veel ruis op de communicatie over de Energiewende en circuleren heel wat misverstanden of regelrechte mythes over het Duitse recept. In een nieuw rapport zet Greenpeace op basis van een reeks studies de negen meest populaire mythes op een rij. Verbruggen is het grotendeels eens met die analyses.

'CO2-uitstoot stijgt'

Tussen 1990 en 2014 daalde de Duitse CO2-uitstoot met 26 procent. Daarmee deed het land beter dan de Kyoto-doelstelling (21 procent). De sluiting van kerncentrales heeft dus niet geleid tot een stijging van de uitstoot, integendeel.

Tussen 2009 en 2013 is wel veel bruinkool gebruikt in Duitsland, en dat veroorzaakte een tijdelijke piek. Die heeft echter niets met de Energiewende te maken, maar alles met beslissingen eind jaren 90 en begin jaren 2000 om extra kolencentrales te bouwen. Sinds de Energiewende zijn er geen nieuwe kolencentrales gebouwd en in 2014 daalde de uitstoot opnieuw met 5 procent dankzij minder kolengebruik en meer hernieuwbare energie, die bruinkool van de troon stootte als belangrijkste energiebron.

"De sterke groei van hernieuwbare energie compenseert de kernuitstap ruimschoots", zegt Dimitri Pecia van denktank Agora Energiewende. In principe kan dat ook bij ons, meent Verbruggen. "Maar daarvoor is een langetermijnvisie nodig, en die is er niet."

'Meer gebruik van steenkool en bruinkool'

Hernieuwbare energie leverde in 2014 meer dan een kwart van de Duitse stroombehoefte. Bruinkool kwam op de tweede plaats. Door de veel te lage CO2-prijs in het Europese emissiehandelssysteem zijn deze zwaar vervuilende kolen economisch interessanter dan bijvoorbeeld gas. Maar dit heeft dus niets met de kernuitstap te maken. Gelukkig daalt het kolengebruik en worden er al jaren geen nieuwe centrales meer gebouwd.

Verbruggen: "De centrales die eerder gebouwd zijn, laten zich nog een tijd gelden, zeker door de te lage CO2-prijs en omdat het Klimaatakkoord van Parijs op dat vlak te vaag blijft. Maar het is niet door de Energiewende dat er meer kolen zijn gebruikt."

'Energie onbetaalbaar'

De Duitse groothandelsprijzen voor elektriciteit staan op hun laagste peil in 12 jaar, dankzij de groei van hernieuwbare energie. Steeds goedkopere hernieuwbare energie duwt de duurdere fossiele brandstoffen uit de markt. Toch merken Duitse gezinnen hier maar weinig van. Dat komt doordat de energieleveranciers de lagere prijzen niet doorrekenen aan de kleine consument. Het meeste voordeel gaat naar grote bedrijven, energieleveranciers en buitenlandse afnemers. Leveranciers zagen tussen 2007 en 2009 hun winstmarge stijgen van 1,1 tot 8,2 procent.

Bovendien dragen de gezinnen de grootste ondersteuningskost voor hernieuwbare energie, terwijl de grootindustrie daar grotendeels van vrijgesteld is. Daardoor hebben de gezinnen de hoogste kilowattuurprijs in Europa. Omdat de Energiewende ook inzet op energiebesparing, ligt hun totale factuur wel lager dan wat bijvoorbeeld een gemiddeld Amerikaans gezin betaalt.

'Afhankelijk van subsidies'

De steun voor hernieuwbare energie neemt niet alleen jaar na jaar af, maar is ook een stuk lager dan die voor kolen en kernenergie. Die ontvingen de afgelopen 40 jaar bijna tien keer zo veel subsidies als zonne- en windenergie samen, namelijk 631 miljard euro tegenover 67 miljard.

Verbruggen: "Door de spectaculaire daling van de kosten voor hernieuwbare energie zal ook die steun steeds minder nodig zijn. Dat is het effect van een duidelijke keuze en van de technologische ontwikkeling, die tot steeds meer doorbraken leidt. Een wereldwijd succes is de prijs van zonne-energie die in Duitsland in korte tijd bijna zes keer lager werd, een historisch succes." Ondertussen zakt de prijs van fossiele en nucleaire energieopwekking niet.

'Slecht voor economie'

De sector van hernieuwbare energie stelt in Duitsland intussen 341.000 mensen te werk. Velen werken in de plaatsing en het onderhoud van zonnepanelen en windmolens: lokale jobs die niet kunnen worden gedelokaliseerd. Deels dankzij die jobs heeft Duitsland de economische crisis beter doorstaan dan andere landen.

Zonne- en windenergie deden de prijzen op de elektriciteitsmarkt met 32 procent dalen tussen 2010 en 2013, wat een opsteker is voor de Duitse industrie, net als de ontwikkeling van nieuwe opslagsystemen. Ook zijn kleine investeerders steeds meer in hernieuwbare energie gestapt, omdat lokaal aandeelhouderschap mogelijk werd.

"Een mooi voorbeeld van hoe duidelijke keuzes voordelen opleveren, is Siemens", stelt Verbruggen. "Dat besloot te stoppen met technologie voor kernenergie en is nu de grootste producent van windturbines op zee."

'Bevoorrading in gevaar'

Door de sterke groei van hernieuwbare energie produceert Duitsland momenteel meer stroom dan het zelf verbruikt en kan het dus uitvoeren naar andere landen en kernenergie verder afbouwen. De bevoorrading is meer dan verzekerd. Hernieuwbare energie werkt echter het best in combinatie met flexibele gasturbines en binnen een breed Europees energienet. Op dat vlak is er nog werk.

"Er moet worden overgestapt van centrales die permanent leveren naar zon en wind die op een ander ritme beschikbaar zijn. Dat is niet evident", weet Verbruggen. "Maar ook hier is het een kwestie van kiezen. En er is vooral overcapaciteit door al die hernieuwbare energie. Het moet een systeem worden waarin vastgelegd is wie op welk moment en tegen welke voorwaarden aan wie mag leveren.

"Daarin, en in opslagsystemen en slimme meters, moet worden geïnvesteerd. Maar studies tonen dat dit ook voor België goedkoper uitkomt dan het huidige systeem in stand houden."

'Ernstige problemen voor energienetwerk'

Betrouwbaarheid hangt niet af van de bron. Het Duitse stroomnetwerk is zowat het meest betrouwbare in Europa. Terwijl het aandeel van hernieuwbare energie de voorbije jaren enorm is gestegen, daalde het aantal stroomonderbrekingen jaar na jaar, zo blijkt uit een rapport voor 2014 van het Duitse Netwerkagentschap. In een Europese ranglijst van meest betrouwbare netwerken staat Duitsland dan ook bovenaan. Ook Spanje en Italië dreven hun hernieuwbare capaciteit op en doen het steeds beter.

Verbruggen: "Momenteel lukt het nog met de bestaande systemen. Maar hoe meer overcapaciteit dankzij hernieuwbare energie, hoe meer potentiële problemen voor de klassieke netwerken. Daar moeten de Duitsers op termijn meer aan doen, en dat moet ook op Europees niveau beter worden geconnecteerd. Maar zij denken er tenminste al over na en maakten een logische keuze. Wat nu bij ons gebeurt, is dat bij overcapaciteit bijvoorbeeld windturbines snel worden afgeschakeld, want dat is veel makkelijker dan kerncentrales stoppen. Maar dat benadeelt windenergie en illustreert dat beiden niet naast elkaar kunnen bestaan."

'Niet populair'

Er is, onder druk van industriële lobby's, geen politieke consensus. Maar uit een studie van consultancybedrijf PwC in maart vorig jaar blijkt dat 92 procent van de Duitse consumenten achter de Energiewende staat. De kernuitstap is de belangrijkste reden, gevolgd door verminderde afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Wel is er lokaal hier en daar protest tegen specifieke projecten, zoals transmissielijnen tussen noord en zuid.

Toch willen veel meer mensen een zonnepark of windmolen in hun achtertuin dan een kolen- of kerncentrale. Ook het sterke mede-eigenaarschap van burgers en gemeenten in hernieuwbare energiebronnen leidt, dankzij de extra inkomsten, tot een grotere aanvaarding. Bijna de helft (47 procent) van de hernieuwbare energiecapaciteit is in handen van burgers, gemeenten en coöperatieven. Dat is cruciaal voor het draagvlak.

'Louter Duits verhaal'

Het is niet overdreven om de opkomst van hernieuwbare energie in Duitsland spectaculair te noemen: van 9,4 procent van de elektriciteitsmix in 2004 naar 27,8 in 2014. Maar ook andere landen kiezen volop voor hernieuwbaar. Denemarken is wereldleider in windtechnologie, Italië bereikte de kaap van 30 procent hernieuwbare energie en Spanje zelfs bijna 40.

En het lijkt niet altijd zo, maar ook België heeft opties om een eigen versie van de Duitse Energiewende door te voeren, zo staat in rapporten en wordt bevestigd door Verbruggen. België kan de kerncentrales sluiten én de CO2-uitstoot naar beneden halen, zonder economische schade. Het is namelijk mogelijk om het aandeel kernenergie te vervangen door hernieuwbare energie, terwijl de bevoorrading elk uur van het jaar kan worden gegarandeerd door energiebesparing, een flexibelere vraag, energieopslag en een sterkere interconnectie met het buitenland. In de overgangsperiode zullen gascentrales nog moeten instaan voor een flexibele aanvulling op de productie van hernieuwbare energie. Tegen 2050 kan ons land in een Europees geïntegreerd netwerk voor 100 procent draaien op hernieuwbare energie.

Uit de studie Our Energy Future blijkt dat voor ons land een scenario met 54 procent hernieuwbare energie met een beperkt aandeel biomassa tegen 2030 minder subsidies vraagt dan een scenario met 29 procent hernieuwbare energie: 12,2 miljard tegenover 14 miljard euro. Elk jaar verlaat bovendien bijna 20 miljard euro ons grondgebied, naar landen die fossiele brandstoffen produceren. Door dat te investeren in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie zou er toegevoegde waarde worden gecreëerd in ons land.

De voorwaarden om er een even groot succes van te maken als bij de oosterburen zijn een ambitieus langetermijnproject, een transparant debat over de energieprijs, een billijke verdeling van de kosten en baten van de energietransitie en een volledige kernuitstap tegen 2025. Zo kunnen we tegen 2030 54 procent van onze elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energie halen. Wanneer de ondersteuningskost wordt gespreid over zowel kleine als grote verbruikers en er ook energie wordt bespaard, kan de stroomfactuur ook bij een groot aandeel van hernieuwbare energie betaalbaar blijven en worden meer lokale jobs gecreëerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234