Maandag 26/10/2020

'Het WK 2014? Natuurlijk. Wij zijn de beste, klaar'

Hij heet Dries Mertens (24) en meet 1m69. Dus als hij opvalt, is het echt wel omdat hij zo fantastisch kan voetballen. In de Eredivisie speelt Mertens zo goed dat de Nederlandse pers al enige tijd zijn naturalisatie bepleit. Hij zal er niet op ingaan, want hij houdt te veel van de Rode Duivels. Van de voetballers dan, niet van het voetbal. 'Leekens is er nu. Dus we zullen het met hem moeten doen.'

Dries Mertens vraagt een thee. Met honing en citroen. Vervolgens verontschuldigt hij zich bijna omdat hij zo veeleisend is. Ergens tussen twee vragen door zegt de topschutter van de Eredivisie het zelf: het is nog niet lang dat hij beseft dat hij er nu ook één is. Zo'n echte topvoetballer bij een echte topclub. "Vroeger overviel het me allemaal. Nu is de verwondering een beetje weg."

De houding is professioneel afstandelijk, maar af en toe transformeert hij nog eens tot sympathieke buurjongen. Dan valt het afgemeten Hollands voor beginners weg, en is hij opnieuw ergens in Leuven. Lang duurt dat meestal niet, want meteen is er het besef: dit hoort niet aan de top. Als een echte prof is hij ruim te laat op de afspraak. Niet erg, want het is gezellig in de kantine van oefencomplex 'De Herdgang'. Soep van de dag: prei. Discussie van de dag: de 2-0-nederlaag van PSV in de topper tegen Feyenoord.

De man aan de bar vroeg net aan zijn buurman: 'En waar zat Driesje in feite zondag?'

Dries Mertens: (verveeld) "Zo. Wat bedoel je daarmee?"

Hij bedoelt wellicht dat je tegen Feyenoord onopvallend was. En dat onopvallend voor jou niet goed genoeg meer is.

"Dat geldt voor de hele ploeg. Als PSV niet wint, heeft iedereen slecht gespeeld. Aan de top gaat het zo. Voor mij is dat nieuw. Vroeger met Utrecht was een gelijkspelletje tegen Ajax gewoon fantastisch. Nu is het onvoldoende. Dat is belastend, want je zit in een ritme van zondag-donderdag-zondag. Elke keer presteren. Er is op dit moment weinig ruimte naast het voetbal.

"Maar vergis je niet: ik vind het leuk aan de top. Elke wedstrijd favoriet en elke wedstrijd kansen om te scoren."

Je begon aan het seizoen met elf goals in zeven wedstrijden. Dus nu is de norm: elke match een goal. Ook dat is de top.

"Juist. Na zondag zeggen ze dus: 'We hebben Dries niet gezien.' En akkoord: ik weet zelf ook dat het minder was. Maar ik weet ook waarom. Veertig goals maken is niet meer van deze tijd. Ploegen pakken je anders aan. En dan scoren andere spelers meer.

"Het belangrijkste is dat je zoiets van je afzet. Geen kranten lezen dus. Dan doe je jezelf tekort. Zoals ik ook in die zeven wedstrijden met elf goals geen kranten heb gelezen. Want dan lees je ook alleen dingen die niet kloppen."

Dan heb je wel de column in de Volkskrant gemist. Er stond: 'Dries Mertens is pas sinds februari van dit jaar een Rode Duivel en eigenlijk is het jammer dat het zover is gekomen. Was Dries maar van ons.'

"Ik heb het niet gelezen. Wel gehoord. Maar ik ben Belg. En ik wil met België mooie dingen neer zetten."

Ben je ondertussen ook niet wat Nederlander? Wie je hoort praten, denkt van wel.

"Na vijf seizoenen in Nederland is dat accent normaal. Ik kan het uitschakelen als ik wil. (met Leuvens accent) Met mijn vrienden heb ik maar 'efkes' nodig. Je moet je taal echt aanpassen in Nederland. Hier in Eindhoven gaat het nog. Maar in Apeldoorn, helemaal in het noorden, begrijpen ze 'ge' echt niet. Eén keer 'ge' en het is 'Excuse me, what do you say?' Tegen vrienden die me bezochten, praatten ze daar meteen Duits. Echt schandalig."

Wat zeggen je vrienden als ze jou een interview horen geven aan de NOS?

"Doe eens normaal, jongen." (lacht)

Kom je nog vaak in België?

"Neen, dat gaat niet. Ik woon nu hier in Eindhoven. Dat moet zo, want ik kan niet in de file staan. Tien minuten stilstaan en ik word gek. Ik weet niet hoe het komt. Ik vind het zo saai."

Wat ook in die column stond: als PSV over een half jaar landskampioen wordt, mag er wel een bloemetje naar AGOVV. Klopt dat? Heeft die club je echt voor het profvoetbal gered?

"Ik weet het niet. Vijf jaar geleden moest ik in ieder geval naar Nederland. Iedereen zei me dat. Ik speelde bij Aalst, de supporters hadden me uitgeroepen tot Speler van het Jaar en ik amuseerde me geweldig. Ik wilde daar best blijven, ondanks de degradatie naar vierde klasse. Maar trainer Etienne De Wispelaere zei me dat ik mijn tijd verspilde. Dat ik hogerop moest. Gunther Jacob, mijn manager, is toen bij AGOVV uitgekomen. Het klikte van de eerste dag."

Stel dat je effectief met Aalst naar vierde klasse was gegaan. Was jij nu dan gymleraar zoals je vader en was voetbal enkel een hobby?

"Ik weet het niet. Misschien was ik zo'n leven comfortabel gaan vinden en had ik de drive verloren om het te maken. Dat zou kunnen.

"Maar al die tijd, ook bij Eendracht Aalst, bleef het idee altijd: ik wil voetballer worden. Willen, zonder dat het moest. Als het niet lukte, dan wilde ik er alles voor gedaan hebben. Ik ben blijven werken, en zolang je dat doet, beland je als voetballer op het niveau dat je in je hebt. Denk ik."

Voor je ouders is 'profvoetbal' nooit een ernstig toekomstplan geweest, neen?

"Vooral niet voor mijn moeder. Voor haar was het school. Maar ik begreep haar wel: als het niks wordt als voetballer moet je een alternatief hebben. Je moet verder met je leven. Ik heb het overigens geprobeerd. In Gent heb ik een tijdje de opleiding tot regent Lichamelijke Opvoeding gevolgd, maar dat viel niet te combineren met het voetbal. Gymleraar lijkt me overigens een geweldig beroep. Kinderen dingen aanleren, dat heb ik altijd graag gedaan."

Je ma is professor. Met een specialiteit in 'bedplassen'.

"Ja. Ze is daarin één van de allerbeste ter wereld. Ze kan bijna alle kinderen ervan af helpen. Negentig procent van de gevallen. Straf hoor."

Heb jij er iets mee, met de academische wereld?

"Ik heb nooit in mijn bed geplast, neen. (lacht) Met zo'n ma kon dat niet. Maar we volgen het wel. Ik ben iemand van de praktijk, niet zozeer van theorie. Maar trainingsleer vind ik bijvoorbeeld wel interessant. Op dit niveau, aan de top, is elke speler ook een stuk trainer. Dus de theorie achter een training boeit me wel. Wat je doet op het trainingsveld moet je lezen. Achter elke oefening zit een idee.

"Dus ja, ik vind wat mijn ma doet best wel boeiend. Vraag me niet hoe haar vakgebied precies heet, maar als ze een grote publicatie haalt, dan weten we het wel. Ze heeft ooit The Lancet gehaald, voor een prof zowat het hoogste, en dat hebben we uitgebreid gevierd. Precies zoals we mijn goals voor PSV vieren. Zij is trots op wat ze doet, net zoals ze trots is op mij."

Ze heeft het naar verluidt wel moeilijk om jou als voetballer te zien.

"Nu is het beter. Nu zit ik bij PSV, een topclub, en begrijpt ze dat dit een carrière is. Een echt beroep. Maar vroeger vroeg ze steeds: 'Dries, wat ga je later eigenlijk doen?' Soms vraagt ze dat nu nog wel eens, hoor."

En jij antwoordt dan?

"Reizen. (lacht) Dat wil ik doen. De hele wereld rond. Ik wil alles gezien hebben. Het wordt geen echte wereldreis, maar gewoon van het één naar het ander. Deze winter ga ik al naar Dubai. Wil ik ook een keer gezien hebben."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234