Maandag 05/12/2022

Het Witte Huis speelt Risk in Centraal-Azië

Nu de eerste grondtroepen in Afghanistan zijn geland, worden veel staten zenuwachtig over het Amerikaans-Britse offensief. Niet alleen zijn ze bang dat ze de terroristen van Osama bin Laden over de vloer krijgen. Nee, ze vrezen vooral dat Amerikaanse tankers in Pakistan via Afghaanse pijplijnen worden gevuld met de rijke olie- en gasvoorraden van de Kaspische Zee. Het 'Grote Spel' om de 'Zijderoute van de 21ste eeuw' is begonnen.

Maarten Rabaey

Niet alleen voor de religieuzen zijn de Taliban een zegen, wanneer deze jonge Afghaanse 'koranstudenten' in 1994 met een paar duizend man vanuit de Afghaanse vluchtelingenkampen in Pakistan hun vaderland binnentrekken. Ze komen de kijvende moedjahedien verjagen, die het maar niet eens raken over de macht na in 1989 de Sovjet-Unie te hebben verdreven. Ook in de kantoren van de Amerikaanse petroleumbedrijven, de inlichtingendienst CIA en zelfs het Witte Huis worden hoopvolle blikken uitgewisseld. Met hun logistiek, de hulp van de Pakistaanse inlichtingendienst ISI en de religieuze invloed van bevoorrecht handelspartner Saoedi-Arabië is eindelijk de opmars begonnen van een Afghaanse beweging die naar Washington zal luisteren, hopen de strategen.

In ruil zullen de Taliban aan de VS de directe toegang garanderen tot de kersverse jonge staten van de ex-USSR rond de Kaspische Zee, een gebied waar landen zoals Turkmenistan onontgonnen gasvoorraden aanbieden tot 21 miljard kubieke meter: zowat 10 procent van het wereldaanbod. Wat soort regime de Taliban installeren, interesseert Washington niet. Zolang ze maar de veiligheid van hun pijplijn verzekeren.

Vanuit de Kaspische Zee is dat voor Washington niet vanzelfsprekend. Voor de hand liggende routes via Rusland en Iran doorkruisen niet alleen conflictgebieden zoals Azerbeidjan, Tsjetsjenië, Georgië en Koerdistan, maar vooral invloedssferen waar concurrenten en geopolitieke rivalen het voor het zeggen hebben. Washington denkt er dan ook niet aan om de ayatollahs van Teheran of Moskou controle te geven over hun levensnoodzakelijke energietoevoer.

"Het voornaamste belang voor de VS is zich ervan te verzekeren dat geen enkele grootmacht controle krijgt over deze geopolitieke ruimte", zei petroleumconsultant Zbigniew Brzezinski toen. De realisatie van een pijplijn van Turkmenistan naar de Indische Oceaan via Afghanistan is volgens de ex-veiligheidsadviseur van ex-VS-president Carter zonder meer van "cruciaal belang voor de VS". Er is maar één probleem: elk land van betekenis denkt net hetzelfde, en in Centraal-Azië is dat een recept voor oorlog. Dat heeft zijn geschiedenis geleerd.

Op het einde van de negentiende eeuw speelde zich in Centraal-Azië al eens een confrontatie af tussen twee keizerrijken op het toppunt van hun macht: het Rusland van de tsaren en het Groot-Brittannië van Queen Victoria, die beiden de strategische handelsroute naar de Indische kolonies betwistten. De strijd werd toen door schrijver Rudyard Kipling 'The Great Game' genoemd, het 'Grote Spel'. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 is Centraal-Azië in een eigentijds Groot Spel beland, een soort 'Risk', waarin zowel de regionale grootmachten Iran, Pakistan en India, maar ook de VS, Rusland en China hun jokers uitspelen.

Als op 26 september 1996 de Taliban Kaboel veroveren, komt de eerste joker van de VS op tafel te liggen: Unocal. Het Californische olie- en gasbedrijf moest de nationale belangen van de VS helpen door zich in de regio in te kopen. Unocal nam zijn taak zeer letterlijk. "Sinds de overname van Kaboel door de Taliban waren oliebedrijven, Unocal voorop, direct betrokken in het 'kopen' van lokale krijgsheren", schrijft de Zwitserse onderzoeksjournalist Richard Labévière in zijn boek Les dollars de la terreur, les Etats-Unis et les Islamistes. "Zoals dikwijls bundelden de CIA en de grote oliebedrijven hun krachten." De liefde is wederzijds, in naam van de nationale veiligheid. "De CIA en de veiligheidsdiensten van Unocal hebben wapens en militaire instructeurs geleverd aan meerdere Taliban-milities, die dan ook eerder voor de 'Dollargod' dan voor Allah vochten", zegt Labévière aan De Morgen. "Deze directe militaire betrokkenheid is mij bevestigd door meerdere ministeries, inlichtingendiensten en olie-experts."

Het loonde. Eind oktober 1997 werd in de Turkmeense hoofdstad Ashgabat Unocals natte droom vervuld. Samen met vijf andere bedrijven en de regering van Turkmenistan vormden ze het consortium Central Asia Gas Pipeline, Ltd. (Centgas). Het consortium had grootse plannen: een gaspijplijn van 1.271 kilometer die het rijke Turkmeense gasveld van Dauletabad, met 709 miljard kubieke meter gas, via de Afghaanse route Herat-Kandahar zou verbinden met de Pakistaanse grensstad Quetta en de zeehavens.

Unocal had een meerderheidsparticipatie in het consortium, waarin voorts de Saoedische Delta Oil Company Ltd. een voortrekkersrol speelde. Maar het mooie sprookje duurde niet lang. De verstandhouding met de Taliban liep spaak. Iets meer dan een jaar later, in december 1998, trok Unocal zich al terug uit het project "om zakelijke redenen". Vandaag pakt het bedrijf uit met een verklaring dat "het bedrijf noch de Taliban op geen enkele manier steunde, noch een project heeft in Afghanistan".

Het waren echter niet alleen zakelijke redenen die Unocal uit het Afghanistan-project verdreven. Ook de Saoedische terrorist Osama bin Laden gooide roet in het eten. Nadat hij in augustus 1998 twee VS-ambassades in Afrika had opgeblazen, voerde de VS-luchtmacht vergeldingsacties uit op Afghanistan en Soedan. Bin Laden bleef ongedeerd, maar de verstandhouding tussen Unocal en de Taliban kwam nooit meer goed. Veel reden tot vertrouwen in Unocal hadden de Taliban na de bombardementen niet meer. In Unocals raad van bestuur zetelt namelijk dr. Donald B. Rice, die onder VS-president Bush sr. van 1989 tot 1993 staatssecretaris was voor... de US Air Force.

De opschorting van Unocals contracten betekende echter niet het einde van de olie- en gasprojecten, maar lokte juist meer spelers naar de markt. Zo maakten de Pakistani vorig jaar nog bekend dat ze in onderhandeling waren met de Russische gasgigant Gazprom, die in Moskou verweven is met het Kremlin. Gazprom zou in samenwerking met de Saoedi's van Delta proberen het Unocal-belang in Centgas over te nemen.

De economische sancties die door de VN-Veiligheidsraad werden afgekondigd, onder druk van de VS omdat de Taliban weigerden Bin Laden uit te leveren, maakten weinig indruk. Zelfs de steun van Moskou voor de noordelijke oppositie werd even opzijgezet. Voor harde valuta bleken de mullahs in Kaboel uiterst flexibel. Nog in januari dit jaar verklaarden ze volgens het magazine Asia Pulse "geïnteresseerd" te blijven in een gaspijplijn, maar dan wel niet met om het even wie. "We openden onze economie voor buitenlandse investeerders, maar verwelkomen moslims eerst", zei Taliban-woordvoerder Haji Habib Ullah Fauzi. "We zijn nog steeds geïnteresseerd in de gaspijplijn. We willen alles doen opdat het project zou slagen, zodat onze economie kan herleven."

Naast de Saoedi's lonkten de Taliban zelfs naar een nieuwe, nochtans areligieuze, partner: China. Fauzi zei dat twee Chinese bedrijven al hydro-elektrische projecten in Kandahar opstartten, terwijl er ook al gesprekken aan de gang waren voor de constructie van wegen. Maar ook China is geïnteresseerd om verbonden te raken aan het pijplijnnetwerk van de Kaspische Zee, of zijn concurrenten de pas af te snijden. Peking heeft er nood aan. Nu al slorpt China 10 procent op van de wereldwijde energieconsumptie. In 2010 kan dat naar schatting zelfs 20 procent zijn, een vijfde. Ook China zoekt de voorraden in het buitenland, en staat vooral sterk in Kazachstan, waar het Chinese National Petroleum vier miljard dollar investeerde en 60 procent verwierf van 's lands tweede oliebedrijf. "In die zin kan de Chinese strategie om belangen te nemen in het buitenland, vooral in Centraal-Azië, in concurrentie treden met de energiebelangen van andere grootmachten, in de eerste plaats met de VS", merkte Valérie Niquet van het onderzoeksinstituut Iris vorig jaar op.

In de VS wordt China door de nieuwe Republikeinse regering van George W. Bush inderdaad als een geduchte concurrent gezien in de regio. VS-energiegigant Chevron wil hen voor zijn. Chevron wil een pijplijn bouwen naar Pakistan, via Afghanistan. De multinational heeft ook miljarden dollars geïnvesteerd in Kazachstan, en controleert onder meer 38 procent van de olieconsortia in Azerbeidjan.

Om zijn doel te bereiken kan Chevron op de onvoorwaardelijke steun rekenen van het Witte Huis. Daar loopt namelijk iemand rond die het bedrijf zo genegen is dat er ooit een olietanker naar haar werd genoemd: Condoleezza Rice. De jonge Afro-Amerikaanse werd in januari aangesteld op een sleutelpost. Als National Security Adviser, nationaal veiligheidsadviseur, is ze verantwoordelijk voor de voortdurende evaluatie van het Amerikaanse buitenland- en defensiebeleid. Het is Rice die de president moet adviseren over regio's waar het Pentagon troepen moet ontplooien. Rice is zo goed gezien bij Chevron, omdat ze er tot aan haar aanstelling een directeurspost bekleedde. Chevron staat bij het Center for Public Integrity uit Washington overigens bekend als de grootste financierder van haar politieke campagne.

Als geen ander (begin jaren negentig zetelde ze onder Bush sr. ook al in de nationale veiligheidsraad als experte USSR) kent Rice het belang van de Kaspische Zee. Ze maakte er zelfs geen geheim van om in dat dossier ook voor haar ex-werkgever te lobbyen. "Ik ben zeer trots op mijn associatie met Chevron, en ik denk dat we zeer trots mogen zijn op het werk dat VS-oliebedrijven doen voor ontginning in buiten- en binnenland, zodat we verzekerd zijn van een veilige energievoorziening", verklaarde ze begin dit jaar op Fox TV.

Nog voor het huidige Afghanistan-offensief waarschuwde Peter Lewis van het Woodrow Wilson International Center for Scholars, dan ook al voor de buitenlandpolitiek van de regering-Bush. "Door welke lens zullen ze hun buitenlandse politiek gaan benaderen? Olie. Bush was een oilman. Wat was (vice-president) Cheneys ervaring? Voorzitter van Halliburton, het grootste oliedienstverleningsbedrijf, dat heel veel werk doet - zoals pijplijnen bouwen - voor Chevron. Ik denk dat het aannemelijk is dat allen ontvankelijk zullen zijn voor de belangen van hun ondernemingen."

Als het niet goedschiks kan - zo verzoende de VS een conflict in Azerbeidjan omwille van de oliebelangen rond de Kaspische Zee - kan dat desnoods kwaadschiks. Het Pentagon staat in elk geval paraat, zo verklaarde generaal Anthony C. Zinni, opperbevelhebber van het US Central Command, dat het gebied controleert van Egypte tot Centraal-Azië, al vorig jaar voor de Senaat: "De hoofdzaak onder de VS-belangen in onze 'Area of Responsability' is (...) het verzekeren vanononderbroken, veilige toegang tot de energievoorraden rond de Arabische Golf."

Volgens Guillaume Dasquier, de hoofdredacteur van het Franse webmagazine Intelligenceonline probeerde de CIA maanden voor 11 september alsnog op vreedzame manier de weg te effenen voor Chevron. In het France 3-programma Pièces à conviction had hij het donderdagavond onder meer over "een geheime ontmoeting tussen leden van de Amerikaanse, Turkse en Iraanse inlichtingendiensten in een poging om een 'gentlemen's agreement' te sluiten met Taliban-leider mullah Omar". Dat mislukte, en volgens Dasquier zocht de CIA sindsdien naar een aanleiding om af te raken van de Taliban.

Op 11 september gooiden de zelfmoordkamikazes van Bin Laden zich als een hond in dit kegelspel. Ten dienste van welke speler zal de toekomst moeten uitwijzen, maar Labévière zegt niet verwonderd te zullen zijn als Saoedische belangengroepen uit de bus komen. "Met hen onderhield Bin Laden altijd de meeste contacten, niet alleen financieel, maar ook ideologisch."

Een van de gevolgen is alvast dat, net zoals Bin Laden Unocal buitenwerkte door aanslagen te plegen op de VS-ambassades in Afrika, Halliburton en Chevron op korte termijn geen pijplijn zullen bouwen. Tenzij de VS opnieuw voet aan de grond krijgen in Afghanistan. De eerste pasjes daartoe werden net gisteren gezet door elite-eenheden. "We zijn inderdaad weer in een nieuwe fase aanbeland die de Amerikaanse petroleumbedrijven te baat zullen nemen om en force terug te keren naar Afghanistan", zegt Labévière. "Noem het gerust 'Operatie Herovering'."

Vroeg of laat zal de CIA volgens Labévière wel de rekening moeten betalen van het mislukte Taliban-experiment. "Sinds het Irangate-schandaal hebben VS-agenten hun werkmethodes zo veranderd dat ze hun actieterrein privatiseerden om niet meer te kunnen worden gevat door het Congres. Ex-special forces waren in Afghanistan actief ten dienste van Unocal. Ze draaiden er hun hand niet voor om om te werken met de Afghaans-Arabische huurlingen van Bin Laden. In het Afghanistan van de Taliban, met medeplichtigheid van Pakistan en Saoedi-Arabië, is dan ook de voorwaarde geschapen voor een toekomstig Bin Laden-gate."

'Ex-special forces waren in Afghanistan actief ten dienste van Unocal. Ze draaiden er hun hand niet voor om om te werken met de Afghaans-Arabische huurlingen van Bin Laden'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234