Donderdag 21/11/2019

Het wij-zij-denken overstijgen? En waar zijn de New Deal en de jobs en de 'zij'?

'Ik ben het beu om elke dag te moeten lezen dat bijna Vlaming een racist is en discrimineert en stigmatiseert', schreef Vlaams minister Liesbeth Homans (N-VA) in deze krant (DM 19/4). 'Anders dan bepaalde opiniemakers en politici overstijg ik de polarisering.' Wouter Van Bellingen, Bleri Lleshi en Dorien Van de Mieroop reageren.

Beste minister,

Beste mevrouw Homans,

Gisterochtend las ik met veel verwachting uw opiniestuk: 'Ik overstijg het wij-zij-denken. En u?' Mevrouw de minister, verontwaardiging vind ik een van de mooiste emoties, vooral als het gepaard gaat met verantwoordelijkheidszin en concrete acties. Maar ik was al snel ontgoocheld. In plaats van het momentum van de terreuraanslagen aan te grijpen als hefboom voor een nieuw elan vervielen we weer in de gewoontes van elkaar de zwartepiet toe te schuiven en te polariseren in plaats van te verbinden, door een valse wij-zij-tegenstelling te creëren. Daar hebben de mensen inclusief de mensen met migratieachtergrond vandaag geen boodschap aan. Zij zijn in rouw en nog steeds in shock.

Bij het aantreden van deze Vlaamse regering was er de hoop dat, naast het gevoerde inburgeringsbeleid, meer werk gemaakt ging worden van een doortastend integratiebeleid dat iedereen aan boord houdt. U had en hebt daarbij een belangrijke rol te spelen, die uw rol als minister van Inburgering ver overstijgt.

U bent minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Wonen, Steden, Inburgering, Gelijke Kansen, Armoedebestrijding en Sociale Economie. Een hele verantwoordelijkheid.

We zien vandaag vooral de minister van Inburgering in actie. We hadden ook graag de minister van Integratie meer aan het werk gezien, die de participatie van mensen met migratieachtergrond verhoogt. En ook de minister van Armoedebestrijding, aangezien de helft (!) van mensen met een migratieachtergrond tegen de armoedegrens leeft, terwijl het gemiddelde voor Vlaanderen 11 procent bedraagt. De minister van Stedenbeleid omdat onze steden en straks ook gemeenten meer en meer superdivers worden en hier nauwelijks op voorbereid zijn. Of de minister van Binnenlands Bestuur, die zijn lokale besturen aanspoort tot streefcijfers in hun personeelskader zoals ook de Vlaamse overheid al doet, zodat zij meer een afspiegeling zijn van de samenleving en ook hun dienstverlening beter afstemmen op deze superdiverse samenleving. De minister van Wonen, die zorgt voor betaalbare woningen en geen discriminatie op de huurmarkt. De minister van Gelijke Kansen die de grondrechten: recht op onderwijs, recht op werk, recht op huisvesting...verzekert zoal voorzien in de Grondwet.

En last but not least zou u als viceminister-president het voortouw kunnen nemen in het beloofde integratiepact, de 'New Deal', die deze Vlaamse regering bij haar aantreden voorstelde. Het pact dat engagementen vraagt van iedereen, van onderwijsinstellingen, sociale organisaties, media, lokale besturen én van elke burger. Het pact waarbij iedere partner zijn verantwoordelijkheid neemt om direct en indirect discriminatie en racisme te bestrijden en respect ten aanzien van personen met een andere geloofsovertuiging of seksuele geaardheid te bevorderen. Het pact met de lokale besturen, sociale partners, media, onderwijspartners en ons, y duizenden verenigingen van mensen met een migratieachtergrond met zijn tienduizenden vrijwilligers die dag in dag uit hun verantwoordelijkheid nemen en zich belangeloos inzetten.

De terreuraanslag op 22 maart kan een keerpunt zijn. Neen, moet een keerpunt zijn. Laten we de belofte maken dat we voorbij de schuldvraag gaan en samen het heft in handen nemen. Aan die paradigmashift willen wij meewerken. Tijd om de handen uit de mouwen te steken. Samen.

We zouden alvast kunnen beginnen met een 'Samenleving- en Integratietop' zoals de Klimaattop die gisteren van start ging onder auspiciën van Vlaams minister-president Geert Bourgeois, met lokale besturen, bedrijfsleven, middenveld en andere belanghebbenden.

Vandaag zullen we in de federale Kamercommissie over de herziening van de Grondwet, die zich buigt over de 'grondwaarden van de samenleving', alvast deze boodschap van samenleven en de nood aan een gedragen Pact, met vuur uitdragen.

---

Bleri Lleshi is politiek filosoof, jeugdwerker en auteur van o.a. De neoliberale strafstaat, 2014 en Liefde in tijden van angst (EPO, 2016)

Liesbeth Homans is het beu om "elke dag te moeten lezen en aanhoren dat zo goed als elke Vlaming een racist is" (DM 19/4). Mensen die dagelijks racisme meemaken zijn het ook beu, mevrouw. Zoals de moslims die onterecht wordt verweten dat ze dansen bij aanslagen en wier religie en gemeenschap wordt gestigmatiseerd bij daden van enkele extremisten

Homans beweert dat ze geen boodschap heeft aan mensen die polariseren, die het wij-zijgevoel versterken en verzekert ons: "In tegenstelling tot bepaalde politici en opiniemakers overstijg ik die polarisering." Met andere politici bedoelt ze waarschijnlijk Bart De Wever en Jan Jambon, de Vlaamse Donald Trump.

Ze staat nog steeds achter haar uitspraak dat racisme relatief is. Wat volgens haar niet polariserend is. Zeggen dat racisme bestaat, is volgens haar wel polariserend en stigmatiserend. Voor Homans betekent aankaarten van racisme dat je elke Vlaming een racist noemt.

Laat ik stout zijn en polariseren op basis van cijfers uit onderzoek en van mijn ervaringen als jeugdwerker. Want minister Homans, racisme bestaat echt, en neen, hiermee zeg ik niet dat elke Vlaming een racist is. Ik denk zelfs dat de meerderheid van de Vlamingen geen racist is. Maar er bestaat wel degelijk racisme, zowel institutioneel als op straat.

Eind vorig jaar getuigden 10 van de 14 leerlingen (allemaal met migratieachtergrond) in een klas 7 kantoor (bso) dat ze na het basisonderwijs zonder overleg met hen of hun ouders richting bso werden verwezen.

Volgens Homans heeft België 'een van de meest democratische onderwijssystemen'. België heeft een goed onderwijssysteem, maar democratisch is het niet. Het PISA-onderzoek (dat door de OESO wordt uitgevoerd) toont dat ons onderwijs een van de meest ongelijke systemen is. Dat wordt ook bevestigd door Unicef.

Cijfers zijn duidelijk. Zeventig procent van de jeugd van Maghrebijnse origine belandt in het bso. Een leerling heeft 95 procent kans om in het aso te zitten als de moeder een universitair diploma heeft, en 80 procent kans om in het bso te zitten als de moeder alleen maar lager onderwijs heeft. In Brussel en Antwerpen verlaat minstens een op vier leerlingen de school zonder diploma. Wat is hier democratisch aan, mevrouw Homans?

Desondanks meent Homans dat we alle kansen bieden aan mensen met migratieachtergrond. Op de arbeidsmarkt misschien? Vraag het aan de jongeren die 30 keer solliciteerden en nooit zelfs maar een antwoord kregen.

Cijfers van Eurostat tonen dat nergens in Europa zo weinig migranten werk hebben als in België. Dit is te wijten aan racisme en discriminatie. Toch heeft de sociale inspectie sedert de invoering van de antidiscriminatiewet in 2007 slechts één proces-verbaal opgemaakt wegens discriminatie op de arbeidsmarkt. Vanzelfsprekend natuurlijk als je ministers hebt die denken dat ze alle kansen bieden en die racisme relativeren, zonder enige spijt.

Ja, mevrouw Homans, racisme is niet relatief en het ontneemt kansen. Als u het beu bent om klachten, onderzoeken en opinies over racisme te lezen, moet u misschien iets anders doen in het leven. Om het racismeprobleem aan te pakken moeten we eerst het probleem erkennen. Iets wat onmogelijk blijkt voor u.

---

Dorien Van De Mieroop is professor Nederlandse taalkunde aan deK U Leuven

Ze mogen dan klein zijn, ze hebben veel macht en overtuigingskracht. Maar wie zijn 'ze'? Wel, dat moet u zelf maar even afleiden, want een woordenboek zal u niet vooruithelpen. En wat een lezer zelf maar even moet afleiden, kun je als schrijver goed manipuleren. En dat trucje blijkt Liesbeth Homans goed onder de knie te hebben.

In haar opiniestuk (DM 19/4) kaart Liesbeth Homans het 'wij-zij-verhaal' nog maar eens aan. De inhoud bevat enkele, laat ons zeggen, 'opmerkelijke' constataties. Zo zou de arbeidsmarkt mensen met allochtone roots alle kansen bieden... terwijl iedereen weet dat je maar beter een oerdegelijke Vlaamse naam bovenaan je CV hebt staan, wil je enige kans maken om uitgenodigd te worden voor een sollicitatiegesprek. Maar goed, de inhoud wil ik hier even terzijde laten.

Wat me namelijk vooral trof in Homans' opiniestuk, is het veelvuldige voorkomen van die 'wij', terwijl de andere kant, 'zij', amper aan bod komt. Maar wie zijn 'wij' en 'zij'? Het zijn immers voornaamwoorden die geen specifieke abstracte betekenisvoorstellingen oproepen (zoals 'tafel' dat bijvoorbeeld wel doet) en het zijn precies die woordjes die taal en context aan elkaar verbinden. En net omdat ze inherent vaag zijn, kun je met hun betekenis aardig spelen.

Dat doet ook Liesbeth Homans in haar opiniestuk. Uiteraard maakt ze gebruik van de traditionele truc om met 'wij' afwisselend naar 'Vlamingen' en 'beleidsmakers' te verwijzen, waardoor ze haar opinie al snel gelijkstelt met een algemeen gedeelde mening van de Vlaming. Interessant genoeg worden dé Vlamingen gelijkgesteld met de zogenaamde 'discriminerende Vlamingen'. Daardoor wordt dus meteen impliciet het label 'Vlaming' ontnomen van onze landgenoten met de naam Mohammed, Hafida of Zuhal - nu ja, misschien die laatste niet, mocht u Terug naar eigen land gezien hebben. Maar wat op het eerste gezicht vreemd lijkt, is dat het kleine woordje 'zij' amper voorkomt, terwijl het net draait om het 'wij-zij'-verhaal volgens Homans.

Wel wordt er gratuit met labels allerhande gegooid. Zo zien we verschillende categorieën gaande van 'nieuwkomers' en 'migranten' over 'iedereen van vreemde herkomst' tot 'figuren die verantwoordelijk zijn voor aanslagen en criminele feiten' de revue passeren. En het is toch wel significant - betekenisvol dus - dat het precies die laatste zijn waarnaar die ene 'zij' die wel in Homans' tekst voorkomt, verwijst.

En die betekenis blijft hangen natuurlijk, aangezien het 'wij-zij'-verhaal en het 'wij-zij'-gevoel meermaals herhaald wordt in Homans' argumentatie. Wie is het er niet mee eens dat terroristen zich 'buiten onze maatschappij' plaatsen en niet overlopen van sociale 'verantwoordelijkheidszin'? Of dat ze hun 'kans tot actief burgerschap' niet bepaald grepen? Maar wat hebben al die andere categorieën - 'iedereen van vreemde herkomst' - daarmee te maken? Zolang die categorieën automatisch uitgesloten worden van de 'wij'-groep en de 'zij'-groep niet precies gedefinieerd wordt als alléén de terroristen, is het nog een erg lange weg naar het échte 'wij-verhaal' waarvan Homans pretendeert te dromen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234