Dinsdag 20/08/2019

Het wielerseizoen 2005 onder de loep van Walter Pauli

Met Wim Vanhuffel is er eindelijk een Belg die in staat moet zijn de toptien van een grote ronde te halen. Dat was geleden van, jawel, Johan BruyneelFrankrijk moet niets hebben van Lance Armstrong. De Fransen horen graag dat hij schuldig is

Het jaar van Bruyneel en zonen

In maart waren er geen goede woorden te vinden voor Tom Boonen. Hij had immers Milaan-Sanremo verloren aan Petacchi, er waren twijfels of hij 'het' wel zou kunnen. Nu, in oktober, is Tom Boonen - 'Tom' zal straks wel volstaan, net als 'Kim' of 'Justine' - een van de iconen van het land. Misschien daarom, nu vandaag met de Ronde van Lombardije de laatste ProTour-wedstrijd gereden wordt, een overzicht van het seizoen. Even weg van de waan van de winst, het dagsucces, de nieuwste nederlaag. door Walter Pauli

Het jaar 2005 was een merkwaardig wierlerjaar. Op twee Italianen na (veelsprinter Alessandro Petacchi, Pro Tour-winnaar Danilo Di Luca) zijn alle renners die er dit seizoen echt bovenuit staken - Tour-winnaar Lance Armstrong, wereldkampioen Tom Boonen, Giro-winnaar Paolo Salvoldelli en Vuelta-winnaar Roberto Heras - discipelen (geweest) van Johan Bruyneel. Niet voor niets dat de nieuwe ploeg waarmee die man vanaf dit jaar in competitie kwam 'Discovery' heet. Ontdekking. Daarbij verbleekt alle concurrentie.

Het eerste seizoen van Discovery Channel is ook het laatste van Lance Armstrong. Maar de Amerikaan deed wat hij moest doen: de Tour de France winnen voor de zevende opeenvolgende keer. Dat is meteen de meest indrukwekkende rij overwinningen in de geschiedenis. Zeven maal een belangrijke klassieker winnen, het was tot nu toe alleen Eddy Merckx gegeven (Milaan-Sanremo), in mindere mate Herman Vanspringel (wijlen Bordeaux-Parijs). Maar zeven maal de Tour winnen, dan nog op rij, het is... we zouden bijna schrijven, bovenmenselijk, maar dan insinueren we iets waarvan we nog niet helemaal weten of we het mogen insinueren. Daarover straks meer.

In zijn eigen VS is Lance Armstrong a hero, meer dan een sportman, haast een icoon van deze tijden van wellness, bodyculture en uit de kast swingende kosten voor ziekte- en gezondheid. Een kankerpatiënt die de succesvolste Tour-renner (en ook de rijkste renner) aller tijden wordt. Maar in Europa is hij zeker niet de populairste. Dat komt omdat hij ten eerste bijna niet reed - als hij kon, had hij écht alleen de Tour gereden, niet één voorbereidingswedstrijd. Ten tweede reed hij de Tour volgens een intussen uitgepuurd stramien. Zijn vijfde overwinning, in 2003, toen hij het record van die andere grootheden Anquetil, Hinault, Merckx en Indurain evenaarde, was nog spannend. Toen had Armstrong nog tegenstand van Ullrich, toen in zijn mooie Bianchi-trui. Maar zeker Tour zes (2004) en zeven (2005) waren van een meesterschap en een voorspelbaarheid du jamais vu. Dit jaar wist men eigenlijk al voor het einde van de proloog dat er geen strijd zou zijn. Armstrong haalde zijn grote concurrent Ullrich toen bij en liet hem ter plaatse. Armstrong won die proloog niet, maar was toen al de psychologische winnaar van de Tour. Dat de tegenstand in - ocharme - een Vogezenrit even heeft kunnen 'aanvallen', dat alleen was al nieuws, dat alleen zorgde voor enige beroering. Zo weinig was er om échte spanning en suspense mee op te bouwen. Sedert zijn ontstaan, in 1902, was er niet één Tour waarvan de eindwinnaar sneller bekend was dan dit jaar: nog voor het einde van de eerste rit, al mochten we die dit jaar voor het eerst niet meer 'proloog' noemen.

Toch was er geen grote publieksliefde voor Lance Armstrong. Zijn koele, in zijn ogen professionele omgang met het Europese publiek, zijn uiterst gespannen relatie met de Europese media, en vooral L'Equipe, een krant die verbonden blijft aan de organisatie van de Tour de France, zorgt daarvoor. Zeker als Armstrong alleen de Tour rijdt. En natuurlijk, in tijden waarin het wielrennen het dopingjuk maar niet kan afwerpen, de vreemde zaak met de urinestalen uit 1999.

Ook 2005 is helaas weer een dopingjaar gebleken. De schaduw van de zaak-Johan Museeuw/Mario De Clercq, de twee vaandeldragers uit de jaren negentig van het Belgische wielrennen en veldrijden, bleef over het peloton hangen. Een Belgisch peloton, dat het bij de seizoensstart zonder bekende namen als Chris Peers en Jo Planckaert moest doen. (Nu de naam Planckaert valt: in dit seizoensoverzicht staat níets over Francesco Planckaert, nooit renner geweest, altijd clown, en ook niet over Frank Vandenbroucke, ooit renner geweest, nu een clown, maar eerder een Pierrot, met achter zijn komisch gedrag een diepe tristesse). Ook dit jaar waren er in binnenland (zoals ex-nationaal kampioen Ludovic Capelle) en buitenland (vooral in Spanje, maar ook in Nederland, waar ex-Rabobank, nu QuickStep-helper Marc Lotz betrapt werd op epo-gebruik) weer renners die op doping betrapt werden. Tot daar niets abnormaals: er zullen altijd renners doping blijven gebruiken, en betrapt worden. Bij de alcoholtest op de gewone rijweg is dat niet anders, ondanks de superboetes.

Toch is dit geen grand cru voor de dopingjagers geworden. Eerst was er, in het triatlon, de zaak-Beke. Door het recentste vonnis van de bevoegde commissie van de Vlaamse Gemeenschap staat de epo-test ter discussie. Dat zal in het wielrennen niet zonder gevolgen blijven, zo nemen alle sportadvocaten waar ook ter wereld zich voor. Ten tweede door de zaak-Armstrong. Er waren al langer vermoedens, verklaringen ook, dat Lance Armstrong epo gebruikte of gebruikt had: verklaringen van ex-ploegmaats en ex-leden van de ploegstaf, van Greg LeMond. Er was zijn blijvende samenwerking met de internationaal gewantrouwde dokter Ferrari. Het enige wat ontbrak, waren bewijzen. Lance Armstrong werd, toen hij koerste, veel gecontroleerd (en sinds kort ook buiten competitie), en nooit is hij geklist. In tegenstelling tot Jan Ullrich bijvoorbeeld, die zich in 2002 op lullige wijze liet betrappen, niet op echte doping, maar op een ordinaire 'dancing-pil'. Na de Tour, na zijn afscheid als renner, pakte L'Equipe uit met resultaten van urine van de Tour van 1999. Toen werd niets gevonden, maar nu heeft men de nieuwste technieken toegepast op de oude, ingevroren stalen. Bij renners van toen werden wél sporen van het toen onopspoorbare epo gevonden. In eerste instantie werd één naam bekendgemaakt: Lance Armstrong. De grootste vis.

Toch een overwinning. (Een klein beetje) ja, en (heel erg veel) neen. Ja, omdat het altijd goed is dat de waarheid aan het licht komt, en daar ziet het er nu naar uit. Máár. Het is niet omdat er een historische waarheid is dat die ook de juridische waarheid moet zijn. Een woord uitleg bij die kromme redenering. Bij ieder proces zijn regels, termijnen en procedures. In een rechtstaat staan die vooraf vast, worden die niet achteraf aangepast en is iedereen gelijk voor de wet. In een rechtszaak heeft ook iedereen recht op verdediging. Ook Marc Dutroux heeft dat, of eender welke misdadiger die voor het Tribunaal in Den Haag moet voorkomen. Lance Armstrong lijkt dat minder te hebben. Zijn naam wordt vrijgegeven als gepakt, ineens, zonder dat hij was ingelicht, of recht had op een tegenexpertise. Dat is de verdediging waar iedereen proceduraal recht op heeft. Later werd opeens gezegd: "Jamaar, er is nog urine over voor een tegenexpertise." Dat heeft geen zin. Dat is eerst veroordelen, zelfs executeren en dan zeggen: "En heeft de verdediging nog iets toe te voegen?" In Frankrijk vindt men dat niet erg. Omdat Frankrijk niets moet hebben van Lance Armstrong. Omdat de Fransen graag horen dat hij schuldig is (wat best zo kan zijn), omdat dat hun eigen vermoedens bevestigt. Daarom trekken ze zich niets aan van de omstandigheden. Wat er gebeurd is, past niet. Bovendien, zo bleek uit een daaropvolgende ruzie tussen wielerbaas Hein Verbruggen en Dick Pound van het WADA, het wereld antidopingagentschap, werd de informatie over Armstrong op hoogst onprofessionele, zelfs beschamend amateuristische wijze de wereld ingestuurd. Waardoor de dopingstrijd én wetenschappelijk én politiek-ethisch onder vuur kwam te liggen.

Dat neemt niet weg dat Johan Bruyneel een onwaarschijnlijk sterk jaar heeft neergezet. Als er iemand anders met de titel van 'sportdirecteur van het jaar' gaat lopen, begrijpen wij het niet meer. Eerst en vooral: met Lance Armstrong het onmogelijke doen. En dat met een Tour-ploeg die niet op zijn sterkst was, want de onverslijtbare Slava Ekimov was vlak voor de start zwaar gevallen. Een Tour waarin wéérom de ploegentijdrit gewonnen werd (met dank aan CSC, waarbij kopman David Zabriskie in zijn gele trui in de laatste kilometer ten val kwam, anders had de Riis-brigade gewonnen). Georges Hincapie, haast even onverslijtbaar, won zijn klassieker - GP Plouay - en ging in de Tour met de zege lopen in een van de mooiste bergritten, op Plat d'Adet. Een andere rit ging naar Armstrongs Italiaanse luxehelper Paolo Salvoldelli. Die won een rit in de Tour, maar verwonderde vooral in de Giro, waar hij van de rit over de verschrikkelijke Stelvio gebruikmaakte om de Ronde van Italië naar zijn hand te zetten, en zijn tweede roze trui naar huis te brengen. Intussen staat ook de jonge garde klaar: Stijn Devolder voor de klassiekers (al mag die iets minder rekenen dan in Parijs-Tours), en Jaroslav Popovych heeft al de Ronde van Catalonië gewonnen.

Bovendien, zoals gezegd, zijn ook veel andere grote overwinningen voor ex-ploegmaats van Armstrong. Roberto Heras wint zijn vierde Vuelta - in de Tour is hij geen schim meer van zichzelf, in Spanje stijgt hij boven alles en iedereen uit. Hij rijdt zelfs vooraan in tijdritten, ondermeer door de sterke wind, tegen een onwaarschijnlijke snelheid. En er is Tom Boonen. Eind 2002 met slaande ruzie vertrokken bij Armstrong. Maar Boonen zat al vooraan te rijden (zij het zonder te winnen) in Parijs-Nice en Milaan-Sanremo. Toen volgde, voor kenners, misschien wel zijn mooiste overwinning van het jaar, in de E3-Prijs te Harelbeke. Dáár, als sprinter in de aanval, kilometerslang een gaatje van geen halve minuut verdedigen, dáár voltrek zich al de wisseling der generaties. De rest is geschiedenis: de dubbel Ronde van Vlaanderen - Parijs-Roubaix, vervolgens twee ritten in de eerste Tour-week, wat lichamelijk leed, maar bij zijn eerste echte kans om wereldkampioen te worden, in Madrid, patat erop. Doe het maar na. Boven heeft het atletisch vermogen, het flegma, het zelfvertrouwen en het sex-appeal van Roger De Vlaeminck, en bovendien de brains die Roger nooit bezat.

Alleen kan men zich de vraag stellen hoe hongerig Boonen kan blijven, hoe gemotiveerd. Peter Van Petegem won de dubbel Ronde van Vlaanderen - Parijs-Roubaix toen hij de dertig ver gepasseerd was, en het was het hoogtepunt van zijn carrière, een gouden moment in de late zomer. Boonen is nog altijd een rookie. Of hij vindt drive in het verleggen van grenzen, dezelfde koersen zo vaak en zo duidelijk mogelijk winnen - zoals Johan Museeuw met 'zijn' kasseikoersen - of hij zoekt andere grenzen op: Parijs-Nice, waarom niet, Luik-Bastenaken-Luik. Dan moet hij weten dat Sean Kelly, Freddy Maertens, Beppe Saronni of Laurent Jalabert, allemaal toprenners met zijn profiel (massasprinters die grote klassiekers wonnen en ook vrij moeilijke kleinere rondes) ooit allemaal een grote ronde wonnen: de Vuelta en Saronni zelfs de Giro. De enige voorwaarde daarvoor is dat alles meezit. De eigen vorm, de concurrentie én het parcours: niet al te bergachtig, wat de laatste jaren in de Vuelta en de Giro een probleem wordt. Waar de grenzen van Boonen liggen, zal hij zelf moeten ondervinden en zal hij ook maar kunnen leren als hij en zijn ploegleiders aanvaarden dat het niet allemaal van de eerste keer kan lukken, dat er ook tegenvallers bij zullen zijn.

Met Boonen had Patrick Lefevere een verzekering voor een goed jaar. De Italiaanse kern van zijn ploeg is er pas op het einde van het seizoen doorgekomen: Paolo Bettini won op de valreep zijn klassieker, het Kampioenschap van Zürich, Filippo Pozzato en Luca Paolini waren daarvoor één en twee geworden in de HEW-Classic. Het was een mooie herfst voor de Italianen, meer dan voor de Spanjaarden (Oscar Freire begon sterk in Tirreno-Adriatico, maar ging daarna door het ijs). Neem daar Salvoldelli bij, Giro-winnaar in eigen land, Gilberto Simoni die weer renner was, Danilo Di Luca die een bijzonder sterk voorjaar (winst in de Amstel Gold Race, Waalse Pijl en Ronde van Baskenland) omzette in een overwinning in de ProTour, Alessandro Petacchi die zijn status van topsprinter héél hoog hield, op zijn falen op het WK in Madrid na, Ivan Basso die misschien de te kloppen man wordt voor de volgende Tour, dan blijft de hemel azuurblauw boven het Italiaanse peloton. Bettini mag zich reppen om zijn status van vedette te handhaven.

Wel is het merkwaardig dat QuickStep ondanks dat palmares niet in de toptien van de Pro Tour-ploegen staat. Davitamon-Lotto staat daar wel. Die ploeg reed mooie resultaten bijeen, vooral via Robbie McEwen, sterk in Giro en Tour, maar ook in kleinere klassiekers als Parijs-Brussel. Ook met de oude Nico Mattan in Gent-Wevelgem, nationaal kampioen Serge Baguet of ook wel Wim Vanhuffel, elfde in de Giro, en eindelijk een Belg die op eigen kracht en zonder in een lange vlucht mee te schuiven, bekwaam moet zijn de toptien van een grote ronde te halen. Dat was geleden van, jawel, Johan Bruyneel.

Daarmee doet het Belgisch wielrennen het niet zo slecht. Beter dan Nederland, waar Thomas Dekker zich aankondigt als een groot talent, maar de generatie van Michael Boogerd en Erik Dekker stilaan aan haar pensioen toe is. Dat geldt ook voor 'onze' Marc Wauters, hun Rabobank-ploegmaat. Ook de Duitsers zullen met de handen in het haar zitten. T-Mobile dankt Erik Zabel af, omdat die altijd tekort komt. Dat klopt, maar door er waarlijk méér dan altijd te staan, heeft hij dit jaar én de Henniger Türm én Parijs-Tours gewonnen. Zeker voor een Duitser twee héél mooie klassieke overwinningen. Maar T-Mobile, het is bekend, zweert bij Jan Ullrich. Heel Duitsland denkt nu al dat Ullrich volgend jaar de Tour kan winnen. Dat is helemaal niet zeker. Hij klimt niet outstanding, zijn tijdrijden is niet meer imponerend en het is al sinds 1997 geleden - négen jaar volgend seizoen - dat hij de Tour won. Toen klom hij wel goed, ja. Hij reed op Arcalis zelfs Pantani en Virenque indrukwekkend uit het wiel. Maar die laatste namen zeggen al welke tijd het toen was: de tijd voor de 'dopingtour' van 1998, toen er wel meer renners geweldig klommen. Nadien ging Ullrich veel minder snel bergop. Veel succes met die Ullrich, trouwens. Hij verdient al jaren een fortuin, eerst om Armstrong uit te dagen, maar nu al om het Tour-podium te halen. En in tegenstelling tot de vreugde bij mannen als Basso als ze in Parijs naast Armstrong mogen staan, is dat niet zo bij Jan Ullrich. Al negen jaar lost die de verwachtingen niet in. Toch blijft hij een vedette. Zo geduldig, zo lankmoedig kenden we Duitsland niet, en zeker niet zijn sportpers. En ja, eens benieuwd wie de kopman van Bruyneel zal zijn in de Tour volgend jaar. Ullrich mag nu al uitkijken. Maar wie brengt hem dat aan zijn verstand?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden