Zondag 20/06/2021

Het Werchter van de salontafel

In Milaan ging DM Magazine tussen 342.602 bezoekers uit 165 landen en eindeloos veel nieuwe sofa's, stoelen en tafels op zoek naar de trends. Om vast te stellen dat het na enkele magere jaren weer beter gaat met de sector.

Speels minimalisme met een paar uitschuivers

Milaan, het jaarlijks evenement in april (voluit: de designweek van) is half vakbeurs, half festival. "Het Glastonbury van de designsector", vatte ontwerper Tom Dixon het ooit samen. Zeg maar: het Werchter van de salontafel en de buffetkast.

"Salone del Mobile", zei Jasper Morrison, "zou beter worden herdoopt tot Salone del Marketing." De eminente designer bedoelde niet zozeer de meubelbeurs zelf, preciseerde hij later, maar wél de talloze nevenevenementen in het centrum van Milaan.

Terwijl de designweek de voorbije twintig jaar overrompeld werd door automerken, cola's en vodka's, en fabrikanten van televisietoestellen, koptelefoons en wasmachines, leek de bestaansreden van de week (het introduceren van nieuwe meubels) enigszins bijkomstig geworden.

Zeker toen een jaar of tien geleden ook de mode zich begon te moeien, en de luxemerken zich als aasgieren op het Italiaanse designcircus wierpen. Dat blijft nog wel even zo. Dit jaar viel er bijvoorbeeld prosecco te drinken met ontwerpers Rick Owens en Brunello Cucinelli en creatief directeur Alessandro Sartori van modemerk. En waren er de afgelikte, peperdure presentaties van Louis Vuitton en Hermès.

Please touch

Bij Vuitton, dat samenwerkte met prestigieuze namen als de broers Campana, India Mahdavi en Tokujin Yoshioka, stonden overal (maar echt overal) bordjes met opschrift Please don't touch, en dat vatte de problematiek van modelabels met ambitie in de meubelindustrie goed samen. Je gaat naar Milaan om meubels te ontdekken, en je weet pas of een nieuwe stoel relevant is als je er ook op kunt gaan zitten.

Design dient immers niet alleen om naar te kijken. Een meubel is in eerste instantie een gebruiksvoorwerp. En tactiel: je wilt het poedergelakte staal van een tafelblad kunnen strelen, een stoel in je hand nemen. Je wilt ook zonder waarschuwing door je knieën kunnen gaan om de structuur van een sofa van pakweg Piero Lissoni of Antonio Citterio van naderbij te onderzoeken.

En je wilt je dus ook kunnen vleien in die ogenschijnlijk voor Barbapapa's gemaakte Bomboca Sofa van Fernando en Humberto Campana, een onderdeel van de Objets Nomades-collectie van Vuitton.

Maar dat kon dus niet.

De designweek is heel anders dan de tweejaarlijkse modeweek van Milaan. Er is veel meer volk. Design is minder exclusief: op sommige recepties en feestjes kom je zonder uitnodiging niet meer binnen, maar er zijn genoeg openbare evenementen om iedereen tevreden te houden, van locals tot de designstudenten die elk jaar naar Milaan afzakken, van heinde en Eindhoven (je hoort die week altijd opvallend veel Nederlands). Voor de tentoonstelling van het Japanse Nendo stond een eindeloze rij geduldige bezoekers aan te schuiven: nooit gezien tijdens twee decennia van trips naar de meubelbeurs.

Maar de tijd dat Milaan één groot bierfestijn was, lijkt toch wat voorbij. De buurt van Via Tortona, twintig jaar lang dé partyzone van het designcircuit, en de recentere cluster-evenementen en tentoonstellingen in de buurt van treinstation Lambrate, hebben fors aan belang ingeboet, ondanks een groots opgezet designfestival van Ikea daar. De focus lag meer dan de voorbije jaren op de essentie: meubels in de markt zetten.

Bij grote broer is het beter

Na vele magere jaren lijkt het weer beter te gaan met de meubelindustrie. Die heeft zichzelf in alle stilte heruitgevonden, hoofdzakelijk via overnames en fusies.

De Italiaanse meubelsector werd tot ver na de eeuwwisseling gedomineerd door kleine en middelgrote familiebedrijven, ateliers en fabriekjes. Sinds de jaren 90 is de designsector geglobaliseerd. En de digitalisering van de wereld kwam met extra uitdagingen en investeringen, die de familiebedrijven niet langer konden bolwerken.

Small is beautiful, maar bigger had meer potentieel. De transformatie werd tussen 2003 en 2006 ingezet met de overname van onder meer Cassina, Cappellini en Poltrona Frau door Charme, een Italiaans investeringsbedrijf. Dat verkocht de merken in 2014 opnieuw door aan Haworth, een Amerikaanse gigant van kantoormeubilair.

Die historisch belangrijke, nog altijd de toonaangevende labels vervoegden daarmee Gebrüder Thonet Vienna en lampenfabrikant Nemo, eerdere prooien van Haworth. Dat Cassina het meubilair van iconen Charlotte Perriand en Le Corbusier in cataloog heeft is kortom geen toeval.

Het einde van de consolidatie in de meubelindustrie is allicht nog niet in zicht. Voorlopige balans: de Duitse reus Vitra heeft het Finse Artek opgeslokt, en De Padova werd overgenomen door de keukens en badkamers van Boffi. Enkele weken geleden ging ook het legendarische Zanotta door de knieën: het is nu eigendom van het eveneens Italiaanse, ongeveer even oude Tecno, gespecialiseerd in kantoormeubilair.

Maar al die overnamehonger hoeft geen indigestie op te leveren. "Arclinea was van mijn familie", lachte Federico Fortuna, business development manager van het designkeukenbedrijf, die mij in Milaan door een adembenemende modelkeuken van designer en architect Antonio Citterio gidste. "Vorig jaar hebben we 80 procent van ons bedrijf verkocht aan Investindustrial, een vehikel dat ook B&B Italia en Flos controleert (plus autofabrikant Aston Martin en schoenenmerk Sergio Rossi, onder veel meer, JB). Sommige familieleden hadden het daar moeilijker mee dan andere. Ik ben pragmatisch: liever 20 procent van 100 miljoen omzet, dan 100 procent van 10 miljoen."

We stonden in een hoekje van het vlaggenschip van B&B Italia in Via Durini. Aan de overkant van de straat opent volgend jaar het nieuwe onderkomen van Arclinea, net op tijd voor keukenbeurs Eurocucina: nieuwe eigenaars, nieuwe middelen.

Maar het is niet allemaal goed nieuws: meubelbedrijf De Padova verloor zijn historisch vlaggenschip langs Corso Venezia. Er huist sinds kort een filiaal van Armani Casa, een merk dat zowat het tegenovergestelde is van alles wat de vorig jaar overleden Maddalena De Padova en haar compagnon de route Vico Magistretti sinds de jaren 50 hebben verdedigd. Troost: de nieuwe showroom van het merk, achter in een steegje, is ook niet slecht.

"Toen ik vier jaar geleden mijn eigen groep begon, verklaarden mijn vrienden me voor gek", verklaarde Stefano Core, een gewezen strategic consultant die met zijn Italian Creation Group achtereenvolgens Driade, lichtspecialist FontanaArte en de keukens van Valcucine inlijfde.

Driade, dat opgericht is in 1968 en in de jaren 80 groot succes heeft geoogst met ontwerpen van onder anderen Philippe Starck, leek de voorbije jaren ietwat uitgeblust (de laatste noemenswaardige hit was Fabio Novembre's plastic stoel in de vorm van een masker, een monstruositeit).

"Op zichzelf waren de bedrijven te klein om te kunnen overleven in een markt die veel internationaler is geworden. Als je een omzet van 30 miljoen draait, blijft er weinig over om te investeren. Maar combineer een aantal van die kleine bedrijven, en je kunt door allerlei synergieën meer investeren. Alleen al omdat je meer kapitaal genereert: 70 miljoen voor onze vier merken. We hebben management en distributie gebundeld, maar we zien er tegelijk op toe dat het DNA van elk label gerespecteerd blijft. Voor Valcucine, ons keukenmerk, zijn we bezig met een rebranding. We investeren ook in de fabriek. We willen de productiecapaciteit verdubbelen. En, in het verlengde daarvan, ook de omzet."

Milaan had een opvallend goed jaar, met veel sterk, sober design. Het tijdperk van esthetische overdaad lijkt eindelijk voorbij. Veel fabrikanten kozen voor hun presentaties ingehouden zwart en/of wit. Roze, groen en geel blijven nog even aan zet, maar goud is helemaal out: de barokke kitsch waar we het voorbije decennium al te vaak mee om de oren werden geslagen, ruimt plaats voor een speels minimalisme, gebaseerd op archetypische vormen: het vierkant, de cirkel en de driehoek. Kleurvlakken zijn oké, prints veel minder (een chaise met geborduurde tijger bij Cappellini, in de stijl van de mode van Alessandro Michele voor Gucci, leek geheel naast de kwestie).

We zien, kortom, een terugkeer naar de basics van de stiel. Design is in 2017 heel grafisch, en dus ready-made voor Instagram.

Op verschillende stands leken we met de teletijdmachine teruggeflitst naar de periode tussen 1979 en 1982, toen wijlen Andrée Putman het minimalisme herintroduceerde, en de overdaad van achtereenvolgens hippie en disco bezweerde met zalvende interieurs in beige en zwart/wit, en meubels van zwaargewichten uit de eerste helft van de 20ste eeuw. Putman ontwierp overigens ook de eerste designhotels, en de hotelsuite is op dit moment het grootste ideaal van de luxedesignmerken, de Minotti's, de Flexforms en de Poliforms van de sector.

"De architecturale context is opnieuw belangrijk", zei Vincent Van Duysen in het door hem herontworpen vlaggenschip van Molteni&C, het bedrijf waar de Belgische architect artdirector is. "Het gaat over levenskwaliteit. Meubels moeten niet alleen mooi zijn: je moet er ook mee kunnen leven." Van Duysen was trots op zijn ingebouwde kasten voor Molteni&C. "We hebben ons systeem nog verder ontwikkeld. Ze zijn nu zo mooi dat je ze niet alleen in de slaapkamer of de dressing kunt gebruiken, maar ook in de woonkamer." Er is ook een nieuwe module in het kastenprogramma: "Een make-uphoekje, heel vrouwelijk, met goed verlichte spiegel. Zoiets vind je nergens anders."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234