Woensdag 27/10/2021

Het weeskind onder 's lands politiediensten heette Bob

Iedereen bleef zich hen herinneren als slecht vermomde Jansen en Janssens die foto's namen op linkse betogingen. Die anonieme maar zo herkenbare R4'tjes met die reusachtige antennes hebben ze nog steeds. Vier autootjes voor meer dan vijftig manschappen in het district-Brussel. Zonder dat dat de gemeenschap een frank meer kostte en lichtjes tegen de zin van de eigen generale staf, werkte de BOB zich de voorbije tien jaar in alle stilte op tot de best presterende recherchedienst van het land. Dat de chaostheorie ook efficiënt kan zijn, was daarmee bewezen, maar loon naar werken kreeg de BOB niet.

Het was 15 november 1996, vrijdagavond. In politieke en gerechtelijke wandelgangen gingen al enkele dagen geruchten over de nakende val van België. Bij de Brusselse BOB waren de leden van de eerste ploeg op weg naar huis toen de gsm's begonnen te piepen. Wég eerste vrije vrijdagavond sinds de zaak-Dutroux. Er was een kantschrift gekomen van het Brussels parket. Huiszoeking bij twee mannen in Vorst. Er was informatie als zouden zij videobanden met kinderporno bezitten. In de vooravond was een hoge piet van het Centraal Bureau voor Opsporingen (CBO) in de bureaus van de BOB persoonlijk op de urgentie van de operatie komen wijzen. Het betrof weliswaar een onderzoek van de gerechtelijke politie, maar zonet was gebleken dat de pers op de hoogte was. De mannen van de GP waren al allemaal naar huis, dus...

Met een diepe zucht waren ze vertrokken. Niemand thuis in Vorst. De slotenmaker forceerde het slot. Waar konden die twee mannen uithangen? Tussen een hoopje post zag de eerste wachtmeester een gsm-factuur liggen. "Wacht, ik ken een trucje", grijnsde hij naar zijn collega's. Hij vormde het op de factuur vermelde nummer, hoorde klinkende glazen en lacherige gilletjes op de achtergrond. Het doelwit bevond zich kennelijk op een feest. "Allo chérie, c'est moi, ik heb een verrassing voor je", sprak de eerste wachtmeester met zoetgevooisde stem. "Wie ben jij?", vroeg het aangenaam verraste doelwit. "Kén je me niet meer? Weet je wat, ik kom je verrassen. Waar zit je ergens?"

De volgende ochtend stond het land op z'n kop. De BOB'ers hadden zich een weg gebaand door het homofiele feestgedruis en de twee doelwitten onder hoongelach en billenkneepjes voorgeleid. Een van de twee herinnerde zich later hoe een speurder hem tijdens het verhoor in de kazerne vroeg of hij wist waarom hij daar zat. Achteraf begreep het doelwit dat zijn ondervragers dat op dat ogenblik zelf ook niet wisten. Een andere BOB'er was binnengelopen met dit voorstel: "Beken! Het is beter om nu te bekennen!" De BOB'ers hadden veel belangstelling getoond voor zijn videocollectie en beslag gelegd op zijn videospeler - omdat ze er in de kazerne zelf geen hadden. "We zijn gerold door de GP", gromde hun overste, toen hij even voor middernacht bij de onderzoeksrechter met wachtdienst navraag had gedaan over het waarom van deze huiszoeking. Hij kreeg een fax in handen. Daar stond: en cause de... Di Rupo Elio. Er zaten kopietjes bij van verklaringen van ene Olivier Trusgnach. Plotseling was alles duidelijk.

Normaal zal een politieman het nooit laten gebeuren dat een eigen dossier zijn climax bereikt middels een huiszoeking van de concurrentie. Hier gebeurde het wel. De pers begon haar onthullingen over Di Rupo op zaterdagochtend met de melding dat de Brusselse BOB huiszoekingen had verricht. "Dus zei iedereen: het zijn weer die onnozelaars van de BOB geweest", herinnert zich een speurder van toen. "Zij hadden een dossiertje in elkaar gebokst om ons te discrediteren. Dit was een extreme situatie, maar zulke stoten heb je elke dag. Niet alleen tussen BOB'ers en GP'ers, maar ook intern. In andere beroepen zullen collega's over elkaar wel eens gaan zeuren bij hun bazen, zal er misschien eens een kwaaie nota worden opgesteld. Bij ons moet je altijd uit je doppen kijken. We zijn zo vergroeid met het gerechtelijk werk dat bijna alle afrekeningen beslecht worden met kleine complotjes, valse sporen, gemonteerde dossiers, zoals wij dat noemen. Men zou eens moeten berekenen hoeveel politiemannen klachten met burgerlijkepartijstelling lopen hebben tegen andere."

De eerste wachtmeester heeft de truc met de zoetgevooisde stem nooit meer toegepast. Hoewel hij inmiddels in de zaak-Di Rupo op alle fronten werd vrijgepleit, staat hij al meer dan een jaar op non-actief en zit hij aan de Prozac.

Weinig huwelijken overleven een loopbaan bij de BOB. De stress is gigantisch. "Ik heb ooit eens maandenlang achter zo'n zware bende aangezeten", vertelt een opperwachtmeester. "Ze deden in auto's en drugs, er was al minstens een dode gevallen. Na wekenlang zeuren kreeg ik de onderzoeksrechter zover een tap te zetten op mijn verdachte. Dat was eigenlijk niet legaal. We konden in de procedure met de op band gezette telefoongesprekken niets beginnen. We wilden alleen de datum en de plek van een transactie kennen. Om dan te kunnen toeslaan. Daarom moesten we beurtelings in zo'n kamertje bij Belgacom gaan luisteren. Ik had net problemen thuis, had mijn vrouw een weekendje samen beloofd, te beginnen met een etentje. Bij het aperitief rinkelde mijn gsm (lacht). Ik betaal nu alimentatie."

Ze vertellen ze graag, dit soort verhalen. Die keer toen ze op weg naar huis een al maandenlang gezochte dealer op het trottoir opmerkten. Een simpele arrestatie die uitmondde in een gewapend treffen in de straten van Schaarbeek. "Schat, ik kom wat later."

Een BOB'er uit Charleroi had aan die zwendel in gestolen auto's zijn eerste grote zaak. Toen werd dat lijk teruggevonden. "Ik was net met vakantie vertrokken. We lagen de eerste dag op het strand en de gsm ging. Liefste, zei ik, er is een klein probleem, ik moet terug. Als ik daar nu aan terugdenk... In feite was dat een vrij banale zaak. Maar je hebt bij wijze van spreken jarenlang het verkeer staan regelen en dan kom je opeens in zo'n dienst terecht waar je achter gangsters mag aanzitten. Als de sfeer goed is, en bij ons was die goed, dat zet je alles opzij.

"Er blijft weinig van over, nu. Al maanden gingen er geruchten. De fut was eruit. Sla de kranten van de afgelopen maanden open en tel het aantal grote dossiers van de BOB. Niks hoor. We zitten hier maar wat. Neem het nieuwe tuchtstatuut. Bij een zware fout kun je niet alleen ontslagen worden, maar verlies je ook je pensioenrechten. Weet je wat ik doe als ik straks opgeroepen word omdat Turken en Koerden elkaar ergens in Brussel staan af te slachten? Niets. Toekijken van op een afstandje. Dat is het veiligste. Onder deze voorwaarden neem ik geen beslissingen meer in een fractie van een seconde."

BOB'er word je door als gewone rijkswachter een brevet te behalen. Zes maanden opleiding. En zelfs al zit je dan nog steeds op de graad van wachtmeester - het laagste wat er is -, dan ben je in zekere zin toch een mijnheer. Het uniform mag de kast in en tijdens operaties te velde mag je bevelen uitdelen aan geüniformeerde collega's. Je krijgt een dagpremie van vierhonderd frank - voor "algemene kosten", waarmee onder meer gedoeld werd op het trakteren van pintjes aan informanten - en daarbovenop tweeëneenhalf keer je normale uurloon voor weekendwerk en een supplement voor nachtwerk. Het was zeker niet slecht betaald. Wás.

Vervolg op de volgende pagina

Vervolg van de vorige pagina

De belangrijkste reden waarom niet alle rijkswachters BOB'ers willen worden, is de historische allergie voor deze mensensoort binnen en buiten het korps. Vroeger werden ze de stillen genoemd. De BOB'ers vormden een werkinstrument voor een generale staf die alles wou weten over iedereen. Ze rapporteerden alles wat hen niet beviel, ook over geüniformeerde collega's. Men leerde hen in tweevoud rapporteren: een proces-verbaal voor justitie en een confidentieel rapportje voor de eigen officieren, die de inlichtingen dan doorspeelden aan de generale staf.

Bij de oprichting van de bewakings- en opsporingsbrigade in 1947 was bepaald dat ze de democratische evenknie zou worden van de GP. Die was op haar beurt in 1919 opgericht om zaken op te lossen die te ingewikkeld werden geacht voor de gendarmerie. De rijkswacht sloeg dus terug, en kweekte in alle districten eenheden van discrete, gezagsgetrouwe en uiterst gedisciplineerde rechercheurs - rijkswachters zonder uniform, maar daarom niet minder herkenbaar. Op betogingen waren ze opvallend onopvallend. Besnord, altijd met z'n tweeën, regenjas, beige R4 met een immense radioantenne op het dak.

Vandaag zie je ze sporadisch nog, maar in haast alle districten leidt de 'sectie info' inmiddels een bijna marginaal bestaan naast de ploegen die zich bezighouden met drugs, moordenaars en verkrachters. De evolutie is ongemerkt verlopen, in de marge van het imperialisme van een rijkswacht die altijd maar meer terrein won onder het motto dat de rekruten in de rijkswachtschool ingepeperd krijgen: 'Wij zijn beter dan de anderen.'

Hoewel de zaak-François, het Heizeldrama en het Bendedossier in de jaren tachtig allemaal redenen waren om daar zeer sterk aan te twijfelen, slaagde de rijkswacht er keer op keer in de blamage om te vormen tot een beloning. Hoe meer er misliep, hoe meer middelen de rijkswacht kreeg. Zelfs de rampzalige operatie-Othello resulteerde bijna in alweer een nieuwe winsituatie. "De ontsnapping van Dutroux en de dood van Sémira zijn er te veel aan geweest", zuchtten enkele betogende BOB'ers maandag. In de voorstellen van de werkgroep onder leiding van Tobback-pion Lodewijk De Witte krijgt de rijkswacht voor het eerst de rekening gepresenteerd. De Witte ging uit van de situatie zoals ze op papier staat en die wil dat rijkswachters, hoe hard ze ook gewerkt hebben, minderwaardig zijn aan hun collega's van GP en gemeentepolitie.

"Of dat meteen ook betekent dat het afgelopen is met de duistere macht van de rijkswacht, weet ik nog zo niet", zegt senator Hugo Coveliers (VLD). "Ik twijfel daar zelfs zeer sterk aan. We krijgen nu een federale en een lokale politie. Die lokale politie wordt ondergebracht in niet dertig, maar - onder druk van de PS en haar burgemeesters - meer dan tweehonderd interpolitiezones. Die korpsjes worden geacht driekwart van het gerechtelijk werk op te knappen, maar je kunt er gif op innemen dat ze daar nooit aan zullen toekomen. Dus krijg je een federale politie die heel snel het laken naar zich toe zal trekken. De rijkswacht bestaat dan misschien niet weer, maar dat netwerk van hoge officieren wel. Als dat zich in de federale politie gaat nestelen, draait het uit op de ultieme overwinning van de rijkswacht."

De BOB speelde in de opmars van de rijkswacht en de daaropvolgende discussies over de politiehervorming geen rol - tenzij die van weeskind. De generale staf investeerde de laatste jaren in fonkelnieuwe dienstauto's, helikopters, metrobrigades en een hippe outfit voor de mensen van het Disaster Victim Identification Team... Bij de BOB werd de chaostheorie in de praktijk gebracht. Laat de zaken op hun beloop en kijk wat er gebeurt.

"Na de demilitarisering van de rijkswacht, een kleine tien jaar geleden, is de BOB gewoon een eigen leven gaan leiden", zegt Coveliers. "Zonder dat de generale staf zich erom bekommerde, heeft de BOB dat imago van spion op betogingen afgeworpen en is ze een vrij performante recherchedienst geworden. Als je weet van waar ze komen en wat ze gerealiseerd hebben, is het normaal dat die mensen vandaag razend zijn. Mij lijkt het nochtans zo simpel: zet alle politiemannen bij elkaar, kijk naar wat ze kúnnen en leg op basis daarvan functieomschrijvingen vast. Maar nee, al die politiemannen moesten plots in één dienst. Ik herken niet veel meer van de Octopus-akkoorden. Wat nu ter tafel ligt, stemt nog hooguit voor de helft overeen met wat we afgesproken hadden."

Het specifieke probleem van de BOB is te vatten in één woord: officier. Bij de rijkswacht dekt dat een totaal andere lading dan bij de gerechtelijke politie. Officier is daar een louter juridische term, die elke inspecteur met vijf jaar ervaring automatisch krijgt. Hij of zij is dan "officier van gerechtelijke politie" en mag huiszoekingen en arrestaties verrichten.

Bij de rijkswacht is een officier iets heel anders. Daar hangt nog steeds een strikt militaristisch aureool rond dat begrip. Het verhaal van de BOB is er dan ook een van enkele honderden goedmenende politiemensen die al jaren, onder het goedkeurend oog van de magistratuur, hun boekje te buiten gaan. Slechts een minderheid van de manschappen draagt de titel van officier van gerechtelijke politie en binnen het korps wordt rigoureus het onderscheid gemaakt met de "echte" officieren. "In de werkgroep-De Witte liet de generale staf zich vertegenwoordigen door een kolonel en door onze personeelsdirecteur", klinkt het bij het Federaal Comité van de BOB. "Toen ze aan het hoofdstuk 'officier van gerechtelijke politie' toekwamen, zijn ze naar verluidt moeilijk beginnen doen. Strikt genomen worden al die wachtmeesters en eerste wachtmeesters nu wel officier van gerechtelijke politie, maar de speurders in de brigades niet. En voor de BOB'ers is binnen de federale recherchedienst een apart statuut gecreëerd waardoor ze helemaal onderaan in de hiërarchische piramide zitten."

Dat belet niet dat het hier gaat om dezelfde mensen die al jarenlang vanuit het hele land door procureurs en onderzoeksrechters worden aangesproken voor de ingewikkeldste onderzoeksdossiers. Om tal van redenen. De macht der gewoonte. Slechte ervaringen met de GP. De logistiek van de rijkswacht.

"Stel dat je iemand wilt schaduwen", geeft een Brusselse onderzoeksrechter als voorbeeld. "Dan ben je echt wel beter af met de BOB. Bij de GP hebben ze dan wel dat Rotor-team, maar als de rijkswacht haar schouders onder de zaak zet, krijg je de mannen van het Speciaal Interventie-Eskadron. Dat is andere koek. Dat is pure James Bond. Die mannen gáán ervoor, altijd. Je mag ze in het holst van de nacht bellen. Het blijven rijkswachters, dus ook een beetje militairen. Ze zijn gedrild. Zeuren nooit over overuren of weekendwerk. Kijken je dankbaar aan als je zegt: mooi werk."

Sinds hij in de VRT-serie Heterdaad in de huid van adjudant John Nauwelaerts kroop, laat acteur Jo De Meyere geen gelegenheid meer voorbijgaan om de beroepsernst en de levensstijl van de BOB'ers te loven. Voor de opnamen begonnen, liepen alle acteurs twee maanden stage bij de sectie moord in Brussel. "Jo heeft al eens gezegd dat hij graag van baan zou veranderen", zegt Dirk Tuypens, Reggie Bax in de serie en militant van de PvdA daarbuiten. "Nu, het is waar. Wat we tijdens onze stage zagen, waren mensen die lééfden voor hun werk. Het is een soort idealisme dat je maar zelden ziet. Ik vond een beetje té, soms, en blijf achter met de vraag of de realiteit echt zo romantisch is als ze ons lieten zien en als Heterdaad laat zien. De mensen van de BOB komen, denk ik, ook in die grijze zone van louche tipgevers, begaan wel eens beroepsfouten. Het gaat de laatste weken steeds meer lijken op de Vlaamse Power Rangers. En als ik dan zie waarom ze actie voeren, dan heb ik toch niet echt het gevoel dat het hier gaat om een diepgaand sociaal conflict."

In de jaren zeventig vulde een immense machine een hele zaal bij de Brusselse BOB. Daar zaten honderdduizenden steekkaarten in. Het was een ingenieus systeem van lopende banden, kettingen en opbergmappen. Geheime informatie, gerangschikt per burger, voorzien van codes en sleutels voor wie er toegang toe had. Toen mocht de BOB van de generale staf wél wat kosten.

"Daarom vind ik: wie het voorstelt alsof die collectieve degradatie als een verrassing komt, is een onnozelaar", zegt een Vlaamse BOB-adjudant die bewust van alle acties wegblijft. "Toen we achter zogenaamde subversieve elementen aanzaten, gaf de generale staf ons wél middelen. Gingen we op zoek naar drugs, dan kleefde aan elke actie zo'n sfeertje van: drugs zijn staatsgevaarlijk, wij moeten de vaderlandse jeugd beschermen. Vandaag is alleen het strafwetboek nog van tel - wat voor een politiedienst maar normaal is ook. Daar ligt de reden waarom niemand zich de laatste jaren nog wat aantrok van de BOB, en waarom er voor niets geld was.

"Wie gaat er met de eer lopen als wij een grote zaak oplossen? De onderzoeksrechter natuurlijk, over wie de pers dan schrijft dat hij zich in de zaak heeft 'vastgebeten'. In werkelijkheid doet zo'n onderzoeksrechter niet meer dan kennisnemen van wat je komt melden. Aan het eind vraagt hij dan: wat moet ik nu doen? Dan dicteer je hem zijn kantschriften en kun je weer op pad. Ik kan honderden voorbeelden geven van straffe dossiers die van begin tot eind exclusief door jonge BOB'ers zijn uitgevoerd. Vaak gaat dat om gewone eerste wachtmeesters, die niet eens humaniora hebben gedaan. Natuurlijk: er wordt voor gezorgd dat er op cruciale momenten iemand met de graad van officier van gerechtelijke politie naast zit om handtekeningen te zetten, maar in Brussel is dat bijvoorbeeld heel vaak een Franstalige in een Nederlandstalig onderzoek of omgekeerd. Vrij belachelijk.

"Wij werken allang niet meer voor de generale staf, maar voor justitie. Wanneer je dan toelaat dat je tijdens de onderhandelingen vertegenwoordigd wordt door de rijkswacht, dan kun je het resultaat wel raden. Je computers op straat zetten, jongens toch... We hadden ze om te beginnen nooit hoeven te kopen. Vijf jaar geleden al hadden we alle troefkaarten in handen om de beleidsmakers met de neus op de feiten te duwen. We hadden de justitie moeten gijzelen toen de generale staf begon te beknibbelen op nacht- en weekendwerk. Plots mocht dat niet meer, met als gevolg dat we al onze premies kwijtraakten en de gemiddelde BOB'er vandaag nog minder verdient dan zijn collega in uniform." Het blijft het beeld van de week. In het hele land zetten BOB'ers hun computers, printers en gsm's op de stoep. Met eigen geld gekocht. De financiële sectie van de Brusselse BOB - in haar beste dagen 54 man sterk - heeft sinds 1988 geen ander schrijfmateriaal gehad dan tien tikmachines van het merk Olympia. Er zijn vier dienstauto's, R4'tjes. Vijf jaar geleden werd binnen de sectie berekend dat de manschappen samen minstens vijf miljoen hadden geïnvesteerd in hun elementairste logistieke noden. Deze sectie werd toen tot in het buitenland geroemd en gevreesd. Meer deskundigheid inzake de bestrijding van witteboordencriminaliteit was in België niet te vinden. De zaak-Assubel, de zaak-de Bonvoisin, het aandelenspoor in de zaak-Cools, NMBS-fraude, de zaak-Feluy, het koppelbazennetwerk rond Carmelo Bongiorno, de zaak-Sobelair... Er ging geen week voorbij of in het tv-journaal zag je dezelfde mannen tijdens huiszoekingen vrachten papier in een van de vier dienstauto's stouwen - R4'tjes nog steeds.

Na de zaak-Dutroux begon een partijtje touwtrekken over de Brusselse financiële sectie. In het parlement werden brieven voorgelezen van Brusselse magistraten die steen en been klaagden omdat hun "beste mensen" plots allemaal voor Neufchâteau zaten te werken. De bevoegde ministers beloofden een oplossing.

"Ik heb toen in de krant gelezen dat er een speciaal rechercheteam was gevormd dat voor Bourlet en Connerotte zou werken en dat over de meest geavanceerde technologieën kon beschikken", lacht een gewezen speurder van de antenne-Neufchâteau. "Mijn eerste reactie was: waar zitten die mannen? Toen bleek dat het over mijn eigen dienst ging. We hadden verdorie niet eens een stoel, tenzij een met drie poten. Ze hebben ons toen wel tien computers gegeven van het CBO. Acht daarvan waren stuk, en uit de twee die werkten, kwam zo'n ronkend geluid. De lettertjes stonden in het scherm gebrand. Echt brol. Ik heb járen geleden al eens voorgesteld om het eigen materiaal mee naar huis te nemen en die Olympia's van onder het stof te halen. We hadden tóén in opstand moeten komen. Maar ja, altijd had er wel iemand een belangrijk dossier lopen. Nu even niet, klonk het dan. Anderen vielen terug op de oude reflex: wat gaan de officieren zeggen? Bang hé. Het blijft een militaire organisatie."

Topspeurders laten werken op zelf aangekocht computermateriaal is niet gezond voor de rechtsstaat. Eind vorig jaar werd het hele fraudedossier van de gewezen Brusselse burgemeester Michel Demaret met één druk op de verkeerde knop vernietigd. Enkele maanden daarvoor ontdekte de Brusselse onderzoeksrechter Jacques Pignolet dat het hele Neufchâteau-dossier op diskette was gezet en dat daarvan in de buitenwereld kopieën waren gaan circuleren.

Minister Luc Van den Bossche heeft weet van BOB-brigades waar het computermateriaal werd aangeleverd door bedrijven. Het zou bijna verbazen als dat vermoeden onjuist zou zijn. Veel BOB'ers moeten zien rond te komen met veertigduizend frank per maand. "Dus ontstaat er een situatie waarin een eerste wachtmeester dingen kan doen - of niet doen - die de toekomst van een minister of het voortbestaan van een groot bedrijf kunnen bepalen", zegt een adjudant. "Vruchtbaarder dan dit kan de bodem voor corruptie niet zijn. Dat daar tot nu toe geen vodden van gekomen zijn, kan maar twee oorzaken hebben. Ofwel zitten er nog ongelofelijk veel lijken in de kast, ofwel zijn al die BOB'ers bijzonder integere mensen. De tweede verklaring is volgens mij - hout vasthouden - de juiste. De angst voor de hiërarchie heeft in de meeste brigades een schooljongensmentaliteit doen ontstaan. Maar hoe zal het morgen zijn?"

Sinds enkele dagen worden de processen-verbaal met de balpen geschreven. "Alles gaat plat", roepen actie voerende BOB'ers de journalisten toe. Wie even doorvraagt, verneemt dat in sommige districten het recentere computermateriaal veilig en wel in bureaus bleef staan. "Het was natuurlijk vooral bedoeld als signaal, als symbolisch protest", zegt een Brusselse eerste wachtmeester die zich zichtbaar zorgen maakt over de afloop zijn dossier. "En ja, als het echt belangrijk is, gaan we natuurlijk weer tikken."

De demilitarisering is nog niet zover doorgedrongen dat rijkswachters al zouden weten hoe een staking in zijn werk gaat.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234