Zaterdag 25/06/2022

AchtergrondJongeren en politie

Het wederzijdse wantrouwen tussen politie en jongeren blijft groeien: ‘Wat we nodig hebben, is hoger politieonderwijs’

null Beeld Franky Verdickt
Beeld Franky Verdickt

Maar liefst 65 procent van onze jongeren heeft problemen met de houding en het gedrag van politieagenten. Willen we de troebele relatie tussen beide herstellen, moet er in de eerste plaats naar het politieonderwijs worden gekeken, zeggen experts.

Cathy Galle

“Stomme agenten”, fulmineert de zestienjarige voor mij aan de keukentafel, terwijl ze op haar smartphone zit te tokkelen. Haar oudere zus heeft net een artikeltje uit de krant voorgelezen. Daarin klagen de politievakbonden over een groot gebrek aan respect, vooral van jongeren. Beide dochters rollen vrijwel tegelijk met de ogen. “Waarom zouden we respect moeten hebben?” klinkt het fel. “Het is niet dat ik me veilig voel als ik politie zie.”

De hardheid van de woorden doet me toch wat schrikken. Natuurlijk zijn er al langer spanningen tussen politie en jongeren, veelal in grootsteden als Brussel en Antwerpen. Jongeren daar, vaak ook van allochtone origine, klagen erover dat ze geviseerd en nodeloos gecontroleerd en agressief behandeld worden. Een klacht die ook niet uit de lucht gegrepen blijkt. Amnesty International bijvoorbeeld onderzocht in 2018 negen politiezones in ons land. Hun conclusie was inderdaad dat zowel de politie als de politiek weinig inspanningen doen om etnisch profileren te voorkomen, te detecteren en te bestrijden. Van hun kant klaagt de politie vaak over onbeleefd en agressief gedrag van jongeren tegenover hen. Ze worden aangevallen, met stenen bekogeld en wagens worden beklad of zelfs vernield.

Dat er iets goed fout zit tussen jongeren en politie in die grootsteden is duidelijk. Maar blijkbaar heeft dat gevoel zich ondertussen als een olievlek uitgebreid naar andere jongeren. Aan de keukentafel komen allerlei verhalen over vrienden en kennissen van mijn dochters die door de politie ‘zwaar zijn aangepakt’ voor ‘nu eens werkelijk peanuts’. “Als je eens zonder licht fietst dan is dat fout ja, maar moeten ze je daarvoor staan uitkafferen?”, vraagt de jongste.

Ze tonen me ook filmpjes op hun smartphones waarin jongeren onzacht in aanraking komen met agenten. Niet in een of ander ver buitenland, maar hier in hun eigen omgeving. Op één filmpje wordt een jongen van hooguit veertien jaar uitgelachen door twee zich erg arrogant gedragende agenten, nadat het kind begon te huilen bij een controle. “En dan willen die agenten dat wij respect hebben voor hen?”, gaat de jongste voort. “Tuurlijk niet. Als ik ooit iets voorheb, is de politie wel de laatste waar ik naartoe zou gaan.”

Het is een enge vaststelling, dat zelfs tieners die - laat ons eerlijk zijn - amper een agent van dichtbij te zien krijgen, zo negatief denken over de politie. Mijn dochters blijken lang niet de enigen te zijn. In de Waddist-app, een app die elke dag vragen stelt aan jongeren om rechtstreeks bij hen te peilen naar wat ze voelen of denken, gaf vorig jaar 53 procent van de jongeren aan zich soms tot vaak angstig te voelen wanneer ze politie zien.

Dat jongeren in het algemeen de politie niet echt als hun vriend zien, bleek ook al uit de Veiligheidsmonitor van 2018. In die grootschalige bevraging van ruim 400.000 Belgen bleek dat 65 procent van de 15 tot 24-jarigen zegt problemen te hebben met de houding en het gedrag van politieagenten.

En een recente masterproef aan de VUB toont een nog groter probleem. Studente criminologie Lotte De Vos bevroeg 80 jongeren tussen 16 en 23 jaar naar hun relatie met de politie. Haar conclusie? Jongeren hebben over het algemeen een erg negatief beeld van die agenten. Ze omschrijven politieagenten voornamelijk als ‘partijdig’ en vooral ook ‘onbeleefd’. Meer: agenten willen volgens de jongeren nooit met hen in gesprek gaan, maar enkel hun wil opleggen.

Jongeren verzetten zich ook, door de in hun ogen ‘oneerlijke politie’ te filmen met hun smartphone, stelt De Vos. Die filmpjes circuleren volop. Bij alle jongeren, niet alleen bij jongeren uit de grootsteden of jongeren met allochtone roots. Waardoor het imago van de politie bij jongeren in het algemeen verder de dieperik in gaat.

Coronaboetes

Het is iets waar ze zich bij de Jeugdraad ook zorgen over maken. In september vorig jaar publiceerde die een advies om het vertrouwen tussen politie en jongeren te herstellen. Want volgens de raad is de situatie er de afgelopen twee jaar verre van beter op geworden. En daar zijn twee oorzaken voor. De dood van George Floyd door politiegeweld en de hele Black Lives Matter-beweging raakt ook hier bij heel wat jongeren een gevoelige snaar. En dan was er nog corona, die de relatie jongeren en politie nog meer op scherp zette. Want jongeren komen nu eenmaal veel vaker in de openbare ruimte dan volwassenen. Aan de andere kant moest de politie zorgen voor de handhaving van de coronamaatregelen. Datheeft ervoor gezorgd dat heel wat jongeren voor de eerste keer op een negatieve manier in aanraking kwamen met de politie. Uit de politiecijfers blijkt dat ongeveer de helft van de uitgeschreven ‘coronaboetes’ naar jongeren gingen.

Volgens de Jeugdraad moeten er dan ook dringend stappen ondernomen worden om de relatie te verbeteren. In haar advies formuleert de raad een dertigtal ideeën, waaronder een structureel overleg tussen jongeren en politie in samenwerking met het jeugdwerk. Maar ze vragen ook het recht van een jongere om de politie te filmen te vrijwaren. Want dat filmen is volgens de Jeugdraad een belangrijke manier om hun versie van het verhaal te kunnen vertellen of te laten zien.

Het advies viel niet in dovemansoren. Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) kwam onlangs met de kind- en jongerentoets, waarmee ze wil bereiken dat politiemensen tijdens interventies rekening houden met hoe kinderen en jongeren denken en handelen. “We moeten proberen een politie-interventie voor kinderen en jongeren zo draaglijk mogelijk te maken door de aanpak van de politie aan hen aan te passen”, legt minister Verlinden uit. “We willen ervoor zorgen dat die reflex er is bij elke politieman en -vrouw en bij elke interventie. Zo verkleinen we de afstand tussen de politie en de jongeren en bouwen we aan een cultuur van wederzijds respect.”

Politie controleert studenten op het Gentse Sint-Pietersplein. Beeld Wim Naert
Politie controleert studenten op het Gentse Sint-Pietersplein.Beeld Wim Naert

Als eerste prioriteit wil Verlinden dat de bestuurlijke aanhoudingen van minderjarigen en jongeren tot 30 jaar tegen het licht worden gehouden. “Het doel is dat kinderen en jongeren vertrouwen hebben in onze politiemensen, door het politiewerk meer aan te passen aan hun nood”, zegt Verlinden. “Het zal helpen om de vicieuze cirkel van onbegrip en wantrouwen te verbreken.”

Interne bedrijfsopleiding

Maar of dat genoeg zal zijn, is wel de vraag. Om het imago van de politie bij jongeren en bij uitbreiding de rest van de bevolking te verbeteren, zal ook naar de politieopleidingen gekeken moeten worden, meent de Jeugdraad. Ze vraagt om de duur en de kwaliteit van de opleiding aan te passen aan de complexiteit van de job.

Daarmee raakt de Jeugdraad een gevoelige snaar. Want het politieonderwijs is in ons land een oud zeer. De politieopleiding wordt hier namelijk als een interne bedrijfsopleiding gezien. Rekruten moeten over een diploma hoger secundair onderwijs beschikken en slagen voor een ingangsproef. Vervolgens komen ze in dienst, krijgen ze een loon uitbetaald en beginnen ze aan hun opleiding. Die duurt één jaar. De filosofie erachter is dat een politieagent een aantal vaardigheden moet leren in een opleiding, maar de job vooral moet leren in the field.

Een filosofie die al lang niet meer opgaat, meent Sofie De Kimpe, professor criminologie aan de VUB en expert op vlak van politieonderwijs. “Politiewerk is heel complex en vergt volgens mij een degelijke opleiding waarbij je ook leert omgaan met problemen in de maatschappij”, zegt ze. “Dan spreken we over drugsproblemen, diversiteit, omgaan met jongeren enzovoort. Je moet niet alleen een acuut probleem kunnen oplossen als agent, je moet ook begrijpen wat de oorzaak van het probleem is. Maar nu blijft de opleiding te veel een schoppen-kloppen-schietenverhaal. Die beroepscompetenties zijn uiteraard essentieel. Je wil geen agent voor je krijgen die niet goed heeft leren schieten. Maar er is meer dan enkel dat nodig.”

Een stelling waar Paul Jacobs, leraar politie-ethiek op twee politiescholen, het volmondig mee eens is. “Er zit weinig lijn in de huidige opleiding, ze krijgen een beetje van dit en een beetje van dat. Ik heb de indruk dat de intelligentste rekruten wel het totaalplaatje meekrijgen, maar de anderen niet.”

Hij hekelt ook wat hij ‘inteelt’ noemt. “De politie wil alles in close controle houden”, klinkt het. “Als het over ‘omgaan met diversiteit’ gaat, dan gaat een groepje leerlingen naar een museum over de Holocaust. Maar die mogen dan enkel begeleid worden door politiemensen die intern een opleiding van een maand tot begeleider hebben gevolgd. Hetzelfde met de opleiding ‘omgaan met radicalisering’. Men denkt voortdurend: wij weten het beter, wij doen het zelf beter. Dat is een manier van kromdenken die schadelijk is.”

Hij ziet ze zelf binnenkomen, in de politiescholen van Brussel en Asse, waar hij les geeft. Jonge mensen die niet het minste benul hebben van hoe het er in een grootstad als Brussel aan toegaat en wat de situatie van de jongeren daar is. En tijd om hen die skills bij te brengen is er in dat jaar opleiding niet. “Komt nog bij dat men in grootsteden het concept van de wijkpolitie in heel wat wijken heeft opgeheven”, zegt Jacobs. “In die wijken bestaat de enige politieaanwezigheid uit patrouilles die controleren en heel repressief optreden. Er is vooral ingezet op speciale interventie-eenheden, cowboys die zwaarbewapend door de wijken trekken. Terwijl het belangrijkste wapen van een politieman nog altijd zijn tong is. Praten, contacten leggen, mensen tegemoetkomen. Dat is belangrijk. Hoe wil je duidelijk maken aan jongeren dat de politie hun vriend is, als ze dat nooit hebben ervaren in het echte leven. En zo zit je in een vicieuze cirkel.”

Met een kind- en jongerentoets, zoals minister Verlinden invoerde, zal je ook niet ver geraken, meent de lesgever ethiek. “Je moet kunnen werken aan de attitude, die gasten de tools geven om met de complexiteit van de job om te kunnen. En je hebt leidinggevenden nodig die eigen mensen durven corrigeren. In Londen bijvoorbeeld werd de korpschef onlangs wandelen gestuurd. Hij had binnen het korps zijn doelstellingen op vlak van werken rond racisme en homofobie niet gehaald. Dat zijn duidelijke signalen, die we bij ons missen.”

Boerderij op de maan

De beste manier om het imago van de politie op te krikken, niet alleen bij jongeren, is het politieonderwijs upgraden, meent professor De Kimpe. En dat kan op twee manieren. “Ik hoorde ooit een treffend citaat: als je een boerderij wil oprichten op de maan, maak je dan van de boer een astronaut of moet je de astronaut leren boeren? Dat gaat ook op voor ons politieonderwijs. Het zou een legitieme keuze zijn om enkel nog mensen die al een bachelor- of masterdiploma hebben toe te laten in je politieopleiding. Al ben ik zelf meer voorstander van het omgekeerde: een hoger politieonderwijs. In heel wat andere Europese landen, denk aan Finland, Engeland, Duitsland of Noorwegen, bestaat dat al. Wie politieagent wil worden, volgt er een bacheloropleiding van drie jaar aan een politiehogeschool. In Noorwegen heeft men zelfs een numerus clausus moeten invoeren voor de opleiding.”

Hoger politieonderwijs heeft heel wat voordelen. Uit recent onderzoek van de Nederlandse professor Jan Terpstra van de Radboud Universiteit in Nijmegen naar dat hoger politieonderwijs, blijkt dat wie zo’n bacheloropleiding heeft gevolgd, veel beter in staat is om om te gaan met maatschappelijke problemen, een groter probleemoplossend vermogen heeft en ook veel beter kan communiceren en omgaan met data en informatie.

Er zijn in ons land al pogingen geweest om het politieonderwijs te upgraden. De belangrijkste was midden 2016, toen Jan Jambon, destijds minister van Binnenlandse Zaken voor N-VA, een plan in die zin klaar had. Maar bij de val van de regering in 2019 over de Marrakech-kwestie viel dat project helemaal stil. En zo verging het ook alle eerdere pogingen. Want iets veranderen bij de politie gaat moeizaam, weet professor De Kimpe. “Ik ben het al bij drie opeenvolgende ministers gaan uitleggen en die vonden dat telkens een goed idee. Alleen is hun ambtstermijn telkens te kort om er iets aan te kunnen veranderen.”

Het is een heel complex dossier dat ook geld zal kosten. Bovendien kwamen er binnen de politie de afgelopen decennia alleen maar veranderingen na een zware crisis, denk aan de eengemaakte politie die een rechtstreeks gevolg is van de zaak-Dutroux. De Kimpe: “Ik vrees dat we opnieuw een crisis van die omvang nodig hebben vooraleer men de noodzaak beseft van een beter politieonderwijs.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234