Donderdag 12/12/2019

Het watermerk van Dooreman

Vormgever en typograaf Gert Dooreman werd dit jaar eindelijk beloond met een eigen tentoonstelling in het AMVC-Letterenhuis, waar zijn rijkelijke productie van de laatste decennia helemaal tot haar recht komt. Het bijbehorende boek toont op verbluffende wijze het parcours van deze autodidact, die koppig zijn eigen ‘watermerk’ ontwikkelde. Zijn talloze boekcovers, theateraffiches- en brochures, posters en het banier voor de Antwerpse Boekentoren, evenals zijn tekeningen passeren uitbundig de revue in vijfhonderd reproducties. Vrienden en kennissen sparen lof, kritiek en anekdotiek niet over de typograaf, die een “maniakale documentalist” wordt genoemd. “Een zekere ijdelheid is hem niet vreemd”, schrijft Jan Middendorp. Maar “het bijzondere is dat Dooreman een onbetwistbare geldingsdrang paart aan een grote bereidheid zich dienstbaar op te stellen”. Tom Lanoye, voor wie Dooreman als huistypograaf fungeert, stelt: “Van bij de aanvang vond Dooreman zichzelf een begrip, en vervolgens leed hij onder de dwang om te voldoen aan die zelfgeschapen verwachting.” En hij roemt zijn perfectionisme: “Bij hem ligt de lat altijd op de hoogste stand en hij gaat er zelden onderdoor.” Het boek is - niet verwonderlijk - ook een typografisch hoogstandje. En het ruikt bijzonder lekker. (DL)

Taschen portretteert LA

Een Taschenboek over Los Angeles, dat moest bijna wel iets bijzonders worden. Al was het maar omdat uitgever Benedikt Taschen zelf een groot fan is van de stad. Toch hebben de samenstellers van Los Angeles, Portrait of a City de hooggespannen verwachtingen nog weten te overtreffen. In meer dan 500 foto’s van bekende en anonieme fotografen vertellen ze het verhaal van Amerika’s tweede stad zoals dat nog nooit eerder gebeurd is. Terwijl vrijwel alle andere boeken focussen op één aspect van de gigantische metropool, slaagt Taschen erin om de geest van Los Angeles in een kloeke band te vatten. Het boek is chronologisch van opzet, en bevat fraaie stadsplattegronden, plus essays van historicus Kevin Starr en literair expert David Ulin. Maar het gaat natuurlijk om de foto’s. In kleur en opvallend veel zwart-wit komen de essentiala van LA voorbij: Hollywood, pop- en jazzmuziek, (vreemde) religies, auto’s en architectuur, misdaad, de lichaamscultus en de raciale diversiteit. Sommige beelden zijn larger than life, zoals de stad zelf. Maar gelukkig hebben de samenstellers het niet overdreven, en meestal gekozen voor het ingetogen beeld. Een juweel van een uitgave. (HC)

Muziekscene Manchester

Sommige fotografen zullen voor altijd vereenzelvigd worden met de plek waar ze hun bekendste werk hebben gemaakt, en dat geldt ook voor Kevin Cummins. Al sinds de late jaren zeventig brengt hij de muziekscene van Manchester in beeld. Doordat het talent van de bands uit die grauwe industriestad al snel het provincialisme oversteeg, was hij doorgaans de eerste om groepen voor z’n lens te krijgen die later de geschiedenis in zouden gaan. In Manchester. Looking for the Light through the Pouring Rain maakt Cummins - zesenvijftig, inmiddels - de balans op van zijn carrière, en dat levert een boek op vol beelden die in het collectieve geheugen staan gebeiteld. De klassieke foto’s in de sneeuw van Joy Division, de eerste sessies met de piepjonge Smiths, de met verf besmeurde Stone Roses, en de van alcohol en drugs doortrokken Happy Mondays. De geboorte van Britpop en de opgang van Oasis: keer op keer was Cummins erbij. Stuk voor stuk zijn het bands die niet alleen twee generaties tieners hebben getekend, maar in één moeite door ook de loop van de popmuziek veranderden. Meestal fotografeert hij hen tegen de grauwe, wat vervallen achtergrond van een stad waar de werkeloosheid in de jaren zeventig en tachtig recordhoogtes bereikte. Om die uitzichtloze, door wanhoop getekende sfeer nog meer te benadrukken kiest Cummins doorgaans voor grofkorrelige zwart-witbeelden. Daardoor zijn de foto’s in dit boek niet alleen portretten van individuen, maar ook van hun stad en de periode waarin ze zijn opgegroeid. Dit adembenemende visuele verslag bevat bovendien vier essays die de beelden van historische en sociale context voorzien. Warm aanbevolen.(BS)

Blote vrouwen, strakke interieurs

Wie is Verne? Blijkbaar verschuilen zich twee fotografen achter het pseudoniem. Al twintig jaar reizen Eugeen Vangroenweghe en Herman Van Hoey voor boeken, bladen, bedrijven en voor zichzelf de wereld rond. Samen zijn zij Verne, niet toevallig genoemd naar de Franse schrijver van reisverhalen en fantastische romans Jules Verne.Shots by Verne is een fraai uitgegeven fotoboek van hun hand. Hoewel hun beeldtaal gevarieerd wordt genoemd, zijn er toch duidelijk rode draden in hun gezamenlijk oeuvre te ontdekken: mooie, vaak blote en hooggehakte vrouwen, gestylede interieurs, strakke modernistische architectuur en oude auto’s bij voorkeur in Havana. Rauwheid en schoonheid trekken beide fotografen aan, maar het is toch de soms te gelikte schoonheid die zegeviert. Zelfs in de prostitutie halen ze graag de poëzie naar boven. Shots by Verne biedt gedesignde fotografie met een hoog Vogue- en Snoecks-gehalte, met gelukkig hier en daar een scherp randje. (ER)

Umberto Eco’s passie

Semioticus, romancier en überintellectueel Umberto Eco vergastte ons de laatste jaren op exquise kijkboeken over zowel de geschiedenis van de schoonheid als de lelijkheid. Dezer dagen geeft hij vrij spel aan een van zijn andere fanatieke passies: opsommingen en lijsten, die in De naam van de roos, De slinger van Foucault en Baudolino al overduidelijk een plaats had gekregen. “Opsommingen en lijsten zie je overal in de maatschappij en in de kunst”, aldus Eco. “Je hebt praktische lijstjes, van boodschappenlijsten tot bibliotheekcatalogi. En je hebt poëtische lijsten, die hun eigen schoonheid hebben. Maar het is onze blik die bepaalt of een lijst praktisch of poëtisch is.” Eco, verzot op spiegeleffecten en intertekstualiteit, geeft in het adembenemende De betovering van lijsten een gewiekst overzicht van de vele soorten lijsten waarvan de mens zich bediende. Hij treft ze in de literatuur onder meer bij Homerus, Rabelais, Süskind, Borges, Pynchon en Perec, maar ook in kerkschatten, in (museum)collecties, in de beeldende kunst en in de architectuur. De omlijstende iconografie van dit boek is zeer raak gekozen. Eco ontsloot een ware fundgrube: “De opbrengst van de zoektocht naar lijsten was verbluffend, duizelingwekkend en nu al weet ik dat heel veel mensen me zullen schrijven met de vraag waarom in dit boek auteur x of auteur y niet wordt genoemd.” Voor zijn liefhebberij kreeg hij zelfs het Parijse Louvre ter beschikking. (DL)

Cyriel Buysse in beeld

Na zijn Cyriel Buyssebiografie Het leven, niets dan het leven (2007) werd Joris van Parys bijna bedolven onder de bekroningen en loftuitingen. Toch viel de iconografie van het boek enigszins zuinig uit. Met het fotoalbumboek De wereld van Cyriel Buysse voert Van Parys een inhaalmanoeuvre uit. Daarvoor putte hij uit twee, hem toegespeelde familiealbums vol onbekende en vaak merkwaardige foto’s van Buysse en zijn omgeving. De snapshots werden aangevuld met bekender fotomateriaal en met citaten uit brieven en interviews, fragmenten uit journalistiek proza, romans en verhalen en jeugdherinneringen. De bijzondere rijkgevulde en kosmopolitische handel en wandel van de vrijzinnige naturalist en volksschrijver Buysse, een fabrikantenzoon uit het Oost-Vlaamse Nevele, komt hier pakkend tot leven. Al even fascinerend is Kijken met Cyriel Buysse, een fotoverhaal waarin fotografe Tania Desmet via de bril van Buysse naar de hedendaagse wereld kijkt. Ze doet dat in een ingetogen reportagestijl, die gelardeerd wordt met pittige fragmenten uit Buysses werk. Desmet nam beelden in het land ‘tussen Leie en Schelde’, maar ook in Nederland, Spanje, Marokko, Groot-Brittannië en in de VS. Want Buysse was al vroeg een fervent reiziger. “Buysse keek, zag en genoot: overal”, schrijft Anne Marie Musschoot in haar voorwoord. Desmet heeft zijn devies uitstekend opgevolgd in haar delicate, bijna discrete foto’s, die een dromerige reis door Buysses oeuvre maken. (DL)

Van Gogh: de schilder als schrijver

Zonder twijfel is de 6-delige uitgave van de brieven van Vincent Van Gogh hét kunstboek van het jaar. Het is een ronduit indrukwekkend project dat een monumentale, prachtig verzorgde publicatie heeft opgeleverd. Drie onderzoekers werkten vijftien jaar lang aan een nieuwe editie met in totaal 902 brieven van en aande mythische Nederlandse schilder. Niet alleen zijn talloze fouten uit de vorige briefuitgaven gecorrigeerd, we krijgen de brieven nu integraal, uitvoerig geannoteerd en geïllustreerd. De 167 brieven waarin schetsen staan, worden in facsimile en op ware grootte afgedrukt. Het zesde en laatste boekdeel is integraal gewijd aan commentaar, biografie, schilderijen van Van Gogh, plattegronden en Bijbelcitaten. Vincent Van Gogh. De brieven is een boek waarvan je tot nu toe alleen kon dromen en dat de brieven van Van Gogh eindelijk recht doet. Het is goed voor dagenlang lees- en kijkgenot.(ER)

Fotografie in vogelvlucht 1

In De kunst van het kijken. Het verhaal van de fotografie brengt de Britse kunsthistoricus en recensent Ian Jeffrey zijn persoonlijke kijk op de geschiedenis van de fotografie. Het boek is mooi uitgegeven, heeft een rustige en toch gevarieerde lay-out en is handzaam door zijn formaat en zachte cover.Jeffrey begint met Engelsman William Henry Fox Talbot, die in 1835 het eerste fotonegatief maakte, en eindigt met de Amerikaan Joel Sternfeld, die in de jaren tachtig doorbrak. Veel aandacht besteedt hij, terecht, aan vaak nooit eerder gepubliceerde foto’s uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Zijn aandacht gaat voornamelijk uit naar foto’s van menselijke activiteit en arbeid, hoewel ook het formele experiment van Rodchenko en Weston getoond wordt. Jeffrey geeft veel duiding, biografisch én iconografisch, en durft persoonlijke keuzes te maken.In totaal neemt hij zo’n zeventig fotografen op. Van elke fotograaf worden meerdere foto’s opgenomen en toegelicht, alleen jammer dat nogal wat materiaal niet groter dan een postzegel wordt afgedrukt. Bij iemand als Sternefeld, die het uitgerekend moet hebben van het indrukwekkende formaat, heeft dat een jammerlijk resultaat. Ook jammer is het feit dat Jeffreys keuze erg Brits en Amerikaans gekleurd is. En hij de ‘jongere’ generatie niet aan bod laat komen: fotografen als Andreas Gursky, Nan Goldin, Cindy Sherman en Sally Mann ontbreken. Grootheden als Louis Daguerre, Willy Ronis, Martin Parr, Richard Avedon en Annie Leibovitz ontbreken. Maar dat zijn de implicaties van een eigenzinnige keuze, die helaas nergens verantwoord wordt.(ER)

Portretkunst

Twintig jaar portretfotografie in een boek. Dat is het idee achter Portret 1989-2009, het tweede fotoboek van De Morgen-fotograaf Stephan Vanfleteren. Hugo Claus met het profiel van een Romeinse keizer, Eddy Wally met cowboyhoed op, cartoonist Zak met een zak over het hoofd: Vanfleterens portretten zijn erfgoed geworden. In zwart-wit vat hij zijn onderwerpen in foto’s die het midden houden tussen kwetsbaarheid en monumentaliteit. Het boek, dat een tweehonderdtal foto’s verzamelt, begint met een aandoenlijke brief aan koningin Fabiola. De aanleiding is haar constante weigering om door hem gefotografeerd te worden, maar tussen de lijnen door belijdt hij vooral de liefde voor zijn vak. Hier spreekt een fotograaf die nog zijn tijd wil nemen voor de perfecte foto, een fotograaf ook die in twintig jaar tijd tegelijk consequent vasthield aan zijn stijl en een grote evolutie doormaakte. Volle beelden, waarin de achtergrond een prominente rol speelde, werden soberder. Het achtergrondverhaal viel weg, zodat enkel nog de geportretteerde spreekt. De tentoonstelling in het Gentse Wintercircus werd wegens overdonderend succes verlengd en het boek is al door zijn eerste druk van ruim 5.000 exemplaren heen en prijkt al weken in de boeken top tien. (ST)

Schrijversprentenboek

De Nederlandse schrijfster Charlotte Mutsaers werd dit jaar niet enkel vereerd met een tentoonstelling over haar oeuvre, als klap op de vuurpijl kreeg ze deze maand ook nog de P.C. Hooftprijs. Bij de expo, die nog tot eind januari in de Venetiaanse Gaanderijen in Oostende loopt, verscheen het joyeus geïllustreerde schrijversprentenboek Paraat met pen en penseel. Daarvoor stelde Mutsaers haar “zeer goed bijgehouden persoonlijke” archieven open. Het boek toont het dubbeltalent van de auteur van Koetsier Herfst. Je kunt er snuisteren in zowel manuscripten, brieven, foto’s, terwijl ook haar schilderijen en grafiek in vol ornaat te bewonderen zijn. Net als haar geliefkoosde schrijvers als Franz Kafka, Henri Michaux, Jules Renard, Daniil Charms, Jan Hanlo of Francis Ponge, heeft Mutsaers voelsprieten “voor het vreemde, het wrange en het vrolijke, de onverwachte dingen in het gewone leven, het absurde, de onmogelijke contrasten en mogelijkheden van de taal om dat alles op te roepen”, aldus Paul Hefting in zijn essay. De catalogus bevat verder bespiegelingen over haar literaire werk door Bart Vervaeck en Daan Cartens, die poneert dat je niet een beetje van haar werk kunt houden. Het is alles of niets. (DL)

Seks, drugs en rock-’n-roll

“Muziek heft werkelijk alle barrières op. Hebzucht werkt toch zo ontzettend verbroederend.” Aan het woord is Steven Selfox, een Brits A&R-manager in de muziekindustrie anno 1997 - al zou je hem eigenlijk eerder moeten omschrijven als een aasgier in maatpak, zo blijkt vanaf pagina één. Kill Your Friends brengt een hilarisch, maar onthullend relaas over de muziekwereld, met verhalen over gigantische ego’s, coke, drank, seks en moordzucht. En o ja, muziek komt natuurlijk ook aan bod: verwacht je aan een opeenstapeling van mislukkingen, waardeloze hypes, en muziekindustriëlen die geen flauw benul hebben van kunst: zo is de talentscout Selfox ervan overtuigd dat ‘Paranoid Android’ de doodsteek zal betekenen voor Radiohead en dat Be Here Now het pièce de résistance wordt van Oasis. Die verhalen blijken niet eens half uit de duim gezogen: Niven werkte tien jaar lang voor een platenfirma, tot hij zich - walgend van zichzelf en van artiesten - terugtrok uit de business. Post factum krijgt Geri Halliwell nog een veeg uit de pan, wanneer hij schrijft dat ze voor haar fifteen minutes of fame “naakt door een rivier vol haaien en hiv-positief sperma wil zwemmen”, waarbij ze er geen graten in ziet om ondertussen “de kelen van kinderen, bejaarden en kankerpatiënten door te snijden”. Een roman vol zwarte humor over leugens, bedrog en winzucht. (GVA)

Zintuiglijke landschapjes

2009 was het jaar van Camiel Van Breedam (73). De kunstenaar kreeg drie tentoonstellingen en er werden twee publicaties aan hem gewijd: een vrij klassiek kunstboek, uitgegeven door Mercatorfonds, en een erg aparte publicatie die gemaakt werd door BAI en naadloos aansluit bij de kunstenaar. Van Breedam, wiens assemblages de vorm van monumentale sculpturen en fragiele collages kunnen aannemen, werkt zijn leven lang met sloopmateriaal. Alles probeert hij te redden. Zo maakt hij schoonheid met plafonneerlatjes: fijne, zintuiglijke sculpturen die aan minimalistische landschapjes doen denken.De uitgave 72 x 2 is een fraai kartonnen doosje met opschrift in rood, de favoriete kleur van Van Breedam. Daarin zitten zeven boekjes die afzonderlijk ingebonden maar niet gekaft zijn. Ze worden samengehouden door een wikkel in grof papier waarop een kunstwerk van Van Breedam staat. Van elk boekje is de rug bloot: je ziet de lijm en de rode draad waarmee de katernen worden samengehouden. Uit het ontwerp van Nej De Doncker spreekt de ambachtelijke liefde voor het materiaal. Alle werken die in het Middelheimmuseum te zien waren staan afgebeeld en elk boekje bevat een korte tekst, vol bewondering en verwondering, van Jean-Pierre Rondas. (ER)

Fotografie in vogelvlucht 2

De fotografie bestaat 170 jaar. De kunst van het fotoarchief maakt zowel de professionele fotograaf als de vele liefhebbers wegwijs in de verschillende fotografische procedés: van de daguerreotypie in 1839 tot de digitale fotografie van vandaag. Het is een erg ambitieus werk dat een geschiedenis van de fotografie combineert met uitvoerige, vaak technische maar meestal toegankelijk geschreven informatie over de verschillende fotoprocedés, de diverse dragers, de invloed van chemie op fotografie en de bewaring van foto’s. Het boek is niet in de laatste plaats een pleidooi om zorgzaam om te springen met het belangrijke maar erg delicate erfgoed dat fotografie is. Het uitvoerig geïllustreerde boek werd geschreven door kunsthistoricus Johan Swinnen (Vrije Universiteit Brussel) en fotograaf en onderzoeker Roger Kockaerts, aan wiens baanbrekend werk het laatste deel van het boek een hommage is.In zijn genre is De kunst van het fotoarchief een standaardwerk.(ER)

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234