Dinsdag 24/05/2022

InterviewVakantieliefde

‘Het was of ik volstroomde met iets warms en zachts, het moet liefde geweest zijn’

null Beeld Sasa Ostoja
Beeld Sasa Ostoja

Corine Koole sprak met twee mensen die in een zomer smoorverliefd op elkaar werden. Hoe ging het verder? En hoe kijken ze daar nu op terug? Vandaag: Ron en Marieke* en hun zomer van 1994.

Corine Koole

Ron

“Ik was 25 en woonde ’s winters in Andorra en ’s zomers in het Spaanse Salou, waar ik samen met wat vrienden jeepsafari’s organiseerde: met toeristen maakten we een dagtocht door het woeste achterland, over onverharde wegen, bergpassen en dwars door kleine rivieren. Onderweg maakten we daar een video van die we ’s avonds tijdens het eten weer aan de deelnemers verkochten: een geweldige handel.

“Marieke dacht dat ik elke dag wel een meisje oppikte. Maar eigenlijk was ik een verlegen jongen en toen ik haar ontmoette, op de dag dat ze aankwam en we met een aantal anderen een wedstrijd van het WK voetbal keken, was ik op slag verliefd maar ik kon het niet benoemen, laat staan uiten.

“Met haar blonde haar, haar bescheidenheid, haar vrolijkheid was Marieke te mooi en te bijzonder voor deze plek van massatoerisme. Aan Marieke was niets gewoon. Ook toen ze een paar dagen later voor een safari in mijn jeep kroop, kon ik haar niet de speciale aandacht geven die ze verdiende. Maar ik had gelukkig de tijd. Haar vakantie duurde twee weken, en als ik klaar was met werken liep ik vaak naar het strand om met haar nog wat rond te hangen.

“Op een avond was het feest in het bergdorp dat we met de jeeps altijd aandeden voor de lunch en waar wij dus de gevierde jongens waren. Ik weet nog dat ik haar meevroeg, haar alleen. Ze zei ‘ja’. Achter in de jeep sloeg ik een arm om haar heen, en het was of ik volstroomde met iets warms en zachts, het moet liefde geweest zijn, een instantliefde die me overviel op het eerste moment dat ik aan haar werd voorgesteld en die nu verder ontvlamde.

“We reden net over een van de prachtige bergkammen waarvan de meeste strandtoeristen geen idee hebben dat ze bestaan. Beneden lag het dorp, waar straks de cava uit de fontein zou spuiten. Mijn arm rustte losjes op haar schouder, en Marieke sloeg die niet af. De cava die avond was gratis, je hoefde maar naar de fontein te lopen om je glas te vullen, en ineens leken de obstakels om haar te zoenen te verdwijnen. De rest van de week, tot haar vertrek, was ze een van het team. Ze ging mee op safari en verkocht blikjes frisdrank aan de toeristen, en ’s avonds sliep ik in het hotelbed naast haar. Toen ze vertrok, zwaaide ik haar uit bij de bus. Ik had mijn donkerste zonnebril uitgezocht, zodat niemand mijn vochtige ogen zag; ik had als blonde reus een reputatie op te houden.

“Gaan we schrijven? Ja, we gaan schrijven. Veel meer communicatiemiddelen waren er in 1994 niet. Ansichtkaarten, brieven, bellen. Een van haar meest geweldige eigenschappen is haar eerlijkheid, en op een dag liet ze weten een vriendje te hebben. Zelf leerde ik de vrouw kennen die later mijn echtgenote zou worden. Het schrijven werd minder, het contact verflauwde; zelfs de grootste liefde moet gevoed worden om in leven te blijven. Maar drie jaar later stond ze ineens voor mijn neus, in de bar waar ik werkte. Alles wat ik drie jaar eerder had gevoeld was er weer. Dat en ook teleurstelling: waarom was ze niet eerder teruggekomen? Ik was inmiddels getrouwd, mijn oudste dochter was net een maand oud.

“Zelf was ze ook teleurgesteld. Na Salou was ze teruggegaan naar Engeland voor haar studie, ik had beloofd langs te komen, maar me lafjes nooit aan mijn belofte gehouden. Het was beter een herinnering te koesteren dan te toetsen aan een tegenwoordige tijd. Daar stonden we, tegenover elkaar. Van binnen brandend. En toch zat er niets anders op dan weer afscheid te nemen.

“Tijdens ruzies met mijn vurige Argentijnse echtgenote dacht ik er soms aan hoe Marieke altijd alleen maar lief en goedlachs was. Ik ben haar nooit vergeten en gelukkig was de voorzienigheid genadig en gaf ze ons nog een kans, vele jaren later, in 2010, toen er Facebook was. Op foto’s zag ik haar steeds vaker zonder haar vriendje staan en besloot haar een bericht te sturen.

“We spraken af in een restaurant, ze kwam binnen en straalde. Onveranderd. Er was geen moment van onwennigheid, we hoefden niet eerst te snuffelen aan elkaar om te weten wat we allang wisten: wij horen bij elkaar, wij zijn bestemd voor elkaar. Niemand met wie ik zo kan lachen als met Marieke, dat was al zo op de jeep, waar we iedere dag dezelfde grappen maakten met de toeristen, waar wij dan weer enorm veel plezier om hadden.

“Die avond na het restaurant heb ik bij haar geslapen en ook al ging ze een week later een half jaar naar Curaçao, ik heb geen seconde gedacht dat onze relatie gevaar zou lopen. Dat is nu tien jaar geleden, we wonen samen aan de Noordzeekust, als ik met haar op mijn bootje zit, is het een knappe jongen die ­iemand kan vinden die gelukkiger is dan ik.”

Marieke

“Al na een paar woorden merkte ik dat er iets was tussen ons wat je nog het best zou kunnen omschrijven als prettig en warm, een merken dat alles vanzelf gaat als je samen bent.

“Ik ontmoette Ron op mijn eerste vakantieavond in Salou aan de Costa Brava, toen we met gezamenlijke kennissen een WK-wedstrijd gingen kijken in de kroeg. We hadden een kort gesprek. De woorden zelf waren van weinig betekenis, het was de sensatie die ze teweegbrachten die het intens maakte. In de dagen erop toen hij iedere avond na zijn werk naar het strand kwam, werd het nog intenser. Ik verbeeldde me niks, ­iedere week kwamen er busladingen vol vrouwen en meisjes naar de Costa Brava, een lange blonde man als hij had ze voor het uitzoeken. Toch genoot ik van zijn aandacht en toen mijn vriendin na een week met heimwee naar huis ging, nam hij al snel haar plek in naast me in bed.

“Nog steeds hield ik mezelf voor dat ik in hem nooit mijn grote liefde gevonden kon hebben. Ik studeerde in Engeland, na mijn vakantie zou ik weer teruggaan. En ook al huilde ik in de bus toen ik vertrok, ik wist dat ik treurde om een vakantieliefde. Hoe hevig de liefde ook, de duur ervan was begrensd. Hij beloofde me op te zoeken, maar op de dag dat hij zou komen, liet hij weten de boot te hebben gemist. En ik was teleurgesteld maar begreep het ook. Onze levens waren te verschillend. Hij woonde in Spanje en Andorra, en ik in Nederland en Engeland.

“Toch besloot ik hem op te zoeken toen ik drie jaar later met een vriendin in Barcelona was. Hij werkte in de buurt van Salou in een bar. Ik ging erheen uit nieuwsgierigheid, en om te zien wat het nu was waarom ik die man met wie ik slechts twee weken mijn leven had gedeeld en ook nog eens onder artificiële omstandigheden – want wat zegt ­iemands gedrag werkelijk over hem als de zon schijnt en de cava uit fonteinen spuit – maar niet uit mijn hoofd kon zetten. Als ik hem weer zou zien, zou ik misschien eindelijk kunnen lachen om mijn flirt van toen en echt door kunnen met mijn leven.

“Hij stond achter de bar, lang blond haar, gebruind, veel lachen. Natuurlijk wilde ik helemaal niks afsluiten, dat was mijn verstandige ik die dat dacht, eigenlijk hoopte ik op een continuering van al het moois in Salou. Hij keek me verschrikt aan. Ik had meteen door dat ik voor niks was gekomen. Ja, het klopte, zei hij, hij durfde het niet aan, naar Engeland, en hij had geen idee waarom. In ieder geval was hij nu getrouwd. Hij liet me een foto zien van een baby. Wat een onbenul was ik geweest, voor de tweede keer stelde hij me teleur, hoeveel bewijzen had ik nog nodig om te weten dat het tussen ons nooit iets zou kunnen worden? Een beetje beschaamd ging ik weg. Laat maar zitten, en door met je leven, sprak ik mezelf toe.

“In de jaren die volgden kreeg ik een vriendje, Salou deed ik in een doosje met een strik erom. Soms opende ik dat doosje, rook eraan en keek erin en sporadisch hadden Ron en ik nog weleens contact via Hyves. Zo wist ik dat hij een heel mooie vrouw had en inmiddels drie prachtige dochters. Maar waarom dan bleef ik wekelijks aan hem denken? Misschien kwam het ook omdat we allebei zijn opgegroeid in eenzelfde soort rijtjeswoning in een middelgrote stad, middenklassekinderen herkennen elkaar, alsof de mensen met wie je opgroeit in je hele wezen kruipen en een bedding vormen voor alles wat je in de rest van je leven meemaakt.

“Begin 2011, Facebook had inmiddels zijn entree gemaakt, stuurde hij ineens een bericht. Ik was er niet goed aan toe, mijn relatie was net uit en ik was daar verdrietig over, maar toch besloot ik met hem af te spreken. Hij woonde weer in ­Nederland, en drie weken later ontmoetten we elkaar in een restaurant.

“O, ja, dat was het eerste wat ik dacht toen ik hem zag. O, ja. Dat is hem. Onmiddellijk werd ik overvallen door de verliefdheid die ik zeventien jaar geleden zo hevig had gevoeld. Het was of ik van het ene op het andere moment samenviel met de ik die ik toen was geweest en daarna zonder resultaat was blijven zoeken.

“Dit was de man die begreep wie ik was, waar ik vandaan kwam, die ik niets hoefde uit te leggen, maar met wie ik bij wijze van spreken meteen kon instappen op een gedeeld niveau. Zonder ingewikkelde kennismakingsrituelen met alle verwarring en complicaties van dien. Hij lag in scheiding, vertelde hij, en zelf zou ik twee weken later voor werk een half jaar naar Curaçao gaan, maar die avond werd duidelijk dat we elkaar nooit meer zouden laten gaan. En nu, tien jaar later, zijn we nog iedere dag zeer gelukkig.

“Vorige week kwam hij terug uit Spanje, waar hij zijn nu volwassen dochters had opgezocht, we hebben gegeten en gelachen, zo gezellig. Bij ons zit er nooit een ruzietje of rafelrandje bij. Wij kenden elkaar al voor we elkaar die eerste keer in Salou ontmoetten, het duurde alleen even voor we dat beseften.”

* Ron en Marieke zijn pseudo­niemen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234