Zondag 22/05/2022

GetuigenissenOudermishandeling

‘Het was enorm moeilijk om de politie te bellen voor mijn eigen kind. Ik heb er lang om moeten huilen’

null Beeld iStock
Beeld iStock

Nu we met z’n allen weer meer in ons kot zitten, neemt de kans op huiselijk geweld toe – tijdens de eerste lockdown, vorig jaar, werd één op de vijf Belgen er het slachtoffer van. Over oudermishandeling gaat het zelden wanneer intrafamiliaal geweld ter sprake komt. Toch doen tweeduizend moeders en vaders elk jaar, ofwel elke dag vijf, aangifte nadat ze rake klappen hebben gekregen van hun zoon of dochter. En het zogenoemde dark number ligt nog veel hoger: door schaamte- en schuldgevoelens blijft het probleem onder de radar.

Ayfer Erkul

Wonden aan het hoofd, een gebroken borstbeen, een gekneusde linkerlong en bloedingen in de darmen: de 86-jarige Marcel De Meester stierf drie jaar geleden een vreselijke dood in Leopoldsburg. Bijna werd zijn overlijden geregistreerd als een ongeval – tot de begrafenisondernemer de verwondingen op zijn graatmagere lichaam zag. Vorige maand veroordeelde de correctionele rechtbank van Hasselt zijn 57-jarige dochter en 42-jarige schoonzoon respectievelijk tot twee en zeven jaar cel. Het koppel had de dementerende man, die bij hen inwoonde, jarenlang verwaarloosd en ernstig mishandeld. Er was met zijn lichaam gegooid, hij was uitgehongerd, bij de keel gegrepen, aan zijn oor omhooggetrokken en met vuisten bewerkt. “Oudermishandeling is één van de meest onderschatte en verzwegen gewelddaden”, zei de procureur tijdens het proces.

In 2020 deden zo’n tweeduizend ouders aangifte bij de politie van geweld door hun kinderen. “Het gaat dan om herhaaldelijk uitgeoefende verbale, fysieke, emotionele of financiële controle en dwang”, zegt Willem Beckers, relatie- en gezinstherapeut bij de Interactie-Academie in Antwerpen. “Ouders gaan zich bang en machteloos voelen. Gaandeweg passen ze hun gedrag aan dat gewelddadige kind aan.”

Het aantal aangiftes is de voorbije tien jaar vrijwel constant gebleven, maar volgens experts vormen ze het topje van de ijsberg.

Willem Beckers: “Het werkelijke aantal ligt inderdaad veel hoger, omdat veel ouders niet naar de politie stappen. In het Verenigd Koninkrijk, bijvoorbeeld, wordt geschat dat liefst 7 à 10 procent van de ouders te maken krijgt met geweld van hun kinderen. Het is allesbehalve een marginaal fenomeen.”

‘Kutmoeder!’

In de meeste gevallen gaat het om volwassen kinderen die het ouderlijk huis weigeren te verlaten en geld aftroggelen van hun moeder en vader. Of pubers die hen bedreigen, met vuisten bewerken en kleineren. Zoals bij Agnes (*), een hoogopgeleide vrouw die samenwoont met haar zoon van 15 en haar dochter van 12, Lotte (*). Bij Lotte kan het minste een crisis uitlokken: dat ze haar telefoon moet wegleggen, dat haar broer ‘flauwerik’ zegt wanneer ze de mayonaise niet wil doorgeven, dat ze het avondeten niet lust – “Wat voor viezigheid is dit!”

Agnes: “Lotte is een leuk kind dat graag danst en zingt. Tot ze ergens boos om wordt. Dan flipt ze en vliegt hier van alles in het rond: borden, glazen, boeken. En dan stompt ze mij in de buik of stampt ze hard tegen mijn been. Toen ze jonger was, kon ik haar tijdens zo’n crisis nog oppakken en aan de deur zetten om af te koelen. Daar bleef ze dan nog uren krijsen, maar uiteindelijk kalmeerde ze wel. Dat gaat nu niet meer.”

Wanneer is het geweld begonnen?

Agnes: “We hebben Lotte geadopteerd uit een weeshuis toen ze nog geen 2 jaar was. Ze was toen al een pittig meisje dat wist wat ze wilde. Als ze iets niet lustte, schoof ze haar bord opzij en zei: ‘Ik wil iets anders.’ Dat kolerige gedrag kon ze een hele dag volhouden. Ik dacht dat het er wel uit zou groeien, maar dat is nooit gebeurd. De woede is gebleven, en ze stampt en slaat nog altijd. Sinds haar lagereschooltijd scheldt ze me ook uit en vernedert ze me.”

“Ik heb haar vaak gestraft. Een week geen tv, vroeger naar bed, geen ijsje als andere kinderen er wel één mogen: de klassiekers. Maar niets werkte. Voor Lotte zijn alle regels onderhandelbaar. Als ik haar zeg dat ze niet met haar telefoon aan tafel mag, begint ze me uit te dagen. Als ik dat ding dan afpak, gebruikt ze geweld om het terug te bemachtigen.”

“Pubers zoeken weleens de grens op en gaan er al eens over, dat weet ik wel. Maar Lotte gaat er vér over. Als ik haar iets weiger, blijft ze soms achter me aan lopen terwijl ze me schoppen geeft. Dan roept ze: ‘Jij hebt mij boos gemaakt! Jij moet stoppen!’ De meeste moeite heb ik nog met haar denigrerende opmerkingen. Dan zegt ze dat ik lelijk ben, stomme kleren draag, niet kan dansen en geen lief kan houden. ‘Kutmoeder, niemand moet jou hebben!’ Dat soort praat, telkens opnieuw.”

“Er zijn maanden geweest dat ze me elke dag wel duwde, sloeg of stampte. Dat ik wanhopig werd en zei: ‘Dit hou ik niet vol.’ In je eigen huis rondlopen en bezorgd zijn dat er op elk moment een discussie kan ontstaan en je weer in de klappen zult delen: dat is niet oké, hè?”

Beeld ter illustratie. Beeld BELGAIMAGE-163524918.jpg
Beeld ter illustratie.Beeld BELGAIMAGE-163524918.jpg

Uw man is niet lang geleden overleden. Was Lotte ook gewelddadig tegen hem?

Agnes: “Zolang hij ziek was, is ze lief tegen hem gebleven. Maar toen het enkele maanden wat beter met hem ging, maakte ze het verschrikkelijk bont. Hij heeft erg geleden onder dat geweld. Geef als man maar eens toe dat je geslagen wordt door je dochter. Hij legde de schuld bij zichzelf, zei dat hij de vaardigheden miste om haar goed op te voeden.”

Hebt u ooit gedacht dat het aan u lag?

Agnes: “Natuurlijk. Ik ben zelf hulpverlener: ik help mensen hun kinderen op te voeden. Maar bij mijn eigen kind lukt het niet. Ik ben erg aan mezelf beginnen te twijfelen. Massa’s boeken heb ik gelezen om Lottes opvoeding te verbeteren. Gegidst door die boeken paste ik haar slaapritueel aan, ging ik andere maaltijden koken, stelde ik voor om spelletjes te spelen aan tafel. Allemaal tevergeefs. Toen ik onze huisregels in een stappenplan met illustraties had gegoten, scheurde ze het voor mijn neus in stukken: ‘Doe ik niet aan mee.’”

Hebt u al eens uw geduld verloren?

Agnes: “Ja. (zucht) Ik ben ook maar een mens. Eén keer kon ik me niet meer inhouden en heb ik haar een tik gegeven. Ze begon nog harder te brullen: ‘Jij mishandelt mij!’ – en ze begon terug te kloppen. Ik heb me daar wekenlang voor geschaamd. Die tik hielp dus ook niet. Gelukkig maar. Als hij haar wel had gestopt, was ik misschien wel even gewelddadig geworden als zij.”

Willem Beckers: ‘‘Mij kan het onmogelijk overkomen’: die gedachte is niet alleen onjuist, ze houdt ook schuld- en schaamtegevoelens in stand.’ Beeld rv
Willem Beckers: ‘‘Mij kan het onmogelijk overkomen’: die gedachte is niet alleen onjuist, ze houdt ook schuld- en schaamtegevoelens in stand.’Beeld rv

In de beste families

Willem Beckers is één van de weinige therapeuten die zich in ons land richten op hulpverlening bij oudermishandeling. “In het Verenigd Koninkrijk is de term child-to-parent violence al ingeburgerd”, zegt hij. “In ons land staan zowel het onderzoek als de hulpverlening nog niet ver. Hier gaat de discussie nog altijd over de terminologie: is het oudermishandeling, oudergeweld of kind-oudergeweld?”

Zijn er gezinnen waar dit geweld gemiddeld vaker voorkomt?

Beckers: “Moeders, vooral van eenoudergezinnen, maken 75 procent van de slachtoffers uit. Maar door het grote dark number zeggen de beschikbare cijfers weinig over werkelijkheid. Oudergeweld komt voor in alle lagen van de bevolking en in alle gezinstypes. In mijn praktijk zie ik ouders met een zogenoemde highprofilebaan, jonge moeders en vaders, ouders met een zoon van begin de dertig die nog thuis woont, een alleenstaande vader die onder de terreur van zijn inwonende volwassen dochter leeft... Mij kan het onmogelijk overkomen: die gedachte is niet alleen onjuist, ze houdt ook schuld- en schaamtegevoelens in stand.”

Zijn de daders vooral jongens?

Beckers: “Volgens het beperkte onderzoek gaat het in 75 procent van de gevallen over jongens, ja.”

Hoe doelbewust is het geweld?

Beckers: “Het kan heel doelbewust zijn. In een gezin is het soms lastig samenleven. Dat gezinsleden elkaar proberen te sturen, is een normale, milde vorm van manipulatie. Problematisch wordt het als kinderen telkens weer agressie en dwang inzetten om hun zin te krijgen.”

Waarom doen zo weinig ouders aangifte?

Beckers: “Oudermishandeling is een zwaar woord. Door de schaamte- en schuldgevoelens die ik daarnet aanstipte, durven mensen vaak niet naar buiten te komen met hun probleem. Veel vaders en moeders vinden ook niet dat ze zwaar mishandeld worden: geweld is er bijna bij gaan horen in de relatie met hun kind. En hulpverleners en overheidsinstanties polsen er nog niet automatisch naar. Vaak gebruiken ze gewoon de classificatie ‘huiselijk geweld in het gezin’ of moet de ouder zich zelfs verantwoorden omdat hij zijn kind niet fatsoenlijk opvoedt.”

Geweldloos verzet

Marleen (*) deed wél aangifte nadat haar zoon haar te lijf was gegaan. Pieter (*) is 14, maar een kop groter dan zijn moeder.

Marleen: “Twee keer heb ik de politie moeten bellen. De eerste keer nam de agent hem apart en praatte hij op hem in: ‘Je mag niet zo doen tegen je moeder.’ Maar na een tijdje begon het geweld opnieuw.”

“De tweede keer dat ik de politie erbij haalde, had Pieter mijn keel dichtgeknepen. Ik kon niet meer ademen en vreesde voor mijn leven. Ik had een app op mijn telefoon geïnstalleerd waarmee je de politie, de brandweer of de ambulance direct kunt bereiken. Ik had mijn jongste zoon geleerd om die app te gebruiken ‘wanneer mama niet wakker wordt, of als Pieter mama weer pijn doet’. Maar toen het zover was, klapte hij dicht. Ik heb me kunnen bevrijden en heb zelf gebeld. Toen heb ik ook een klacht ingediend.”

‘Eén moeder staat elke dag aan de gevangenispoort: ‘Ik wil mijn zoon duidelijk maken dat ik hem heb
vergeven’ Beeld Stijn Felix
‘Eén moeder staat elke dag aan de gevangenispoort: ‘Ik wil mijn zoon duidelijk maken dat ik hem hebvergeven’Beeld Stijn Felix

Was het moeilijk om de politie te bellen voor uw eigen kind?

Marleen: “Enorm. Ik heb er lang om moeten huilen. Maar het ging ook om de veiligheid van mijn andere zoon: als er iets met mij gebeurt, zal Pieter dan ook hém aanvallen?”

Weet u waarom hij u de eerste keer sloeg?

Marleen: “Hij moest die dag naar mijn ex, die hier tweeënhalf jaar geleden vertrokken was, maar hij wilde zijn vader niet meer zien. Dat had hij ook tegen de jeugdrechter gezegd, maar die had beslist dat mijn ex zijn zonen onder toezicht mocht ontmoeten. Pieters boosheid keerde zich tegen mij. Hij werd brutaal. Ik vond dat hij te ver ging en zette hem op zijn plaats – zolang hij bij mij woont, gelden mijn regels.”

Waarom wilde Pieter zijn vader niet meer zien?

Marleen: “Omdat hij gewelddadig is. In de twintig jaar dat we samen waren, ben ik twee keer bij hem weggegaan. Hij mishandelde mij en onze kinderen. Een keer heeft de breuk vier jaar geduurd. Ik keerde terug nadat hij had beloofd dat hij zou veranderen. Maar algauw begon hij me opnieuw te vernederen en te slaan. ‘Hoer!’ riep hij. ‘Je kunt je beter prostitueren, dan komt er tenminste geld binnen!’ En dat terwijl hij zelf al jaren van een ziekte-uitkering leefde. Hij sleurde me soms bij mijn haren over de grond, waar de kinderen bij waren. Hij duwde me tegen de hoek van een kast – hij wist dat ik een slechte rug heb. En hij greep me bij de keel. Net zoals Pieter nu. Die herhaalt het gedrag dat hij zo vaak gezien heeft.”

Wat doet u na zo’n aanval?

Marleen: “De eerste keer heb ik eigenlijk niets gedaan. Ik heb geprobeerd om hem te kalmeren, en dat lukte uiteindelijk. Daarna heb ik met hem gepraat: ‘Je bent te ver gegaan.’ Hij gaf zijn fout ook toe. ‘Mama,’ zei hij, ‘ik zal het niet meer doen.’ Maar een tijdje later deed hij het opnieuw.”

Hoe reageert zijn jongere broer dan?

Marleen: “Die zit vaak in een hoek angstig toe te kijken. Hij is verstandelijk een beetje achter en heeft soms moeite om situaties te begrijpen. Het geweld heeft hem getraumatiseerd. Als hij en Pieter alleen thuis zijn, probeert hij niet in de weg te lopen. Hij is bang voor hem.”

Welke situaties kunnen Pieter door het lint doen gaan?

Marleen: “Alle situaties. Vaak gaat het om pietluttigheden: dat hij de afwas niet wil doen als het zijn beurt is, dat hij de hond niet wil uitlaten. De jongens hebben maar een paar taken in huis, maar zelfs die kunnen hem te veel zijn. ‘Hoer!’ roept hij dan. ‘Je eist het onmogelijke van me. Je bent een slechte moeder.’”

Hebt u hulp voor hem gezocht?

Marleen: “Hij is naar een psychologe gegaan. Daar speelde hij de vermoorde onschuld, wat zij gelukkig gauw doorzag. Ik heb tegen haar gezegd dat ik zielsveel van mijn kind hou, maar dat ik hem nu wel graag het huis uit wil. Ze heeft me aangeraden om hem te laten colloqueren, maar dat is me te drastisch. Voor andere vormen van psychiatrische opvang lopen de wachttijden op tot anderhalf jaar.”

Agnes, hebt u hulp gezocht voor Lotte?

Agnes: “Op haar 10de is ze even bij een kinderpsycholoog in behandeling geweest. Maar Lotte vond dat er niets mis met haar was en wilde na een tijdje niet meer gaan. Ik was zelf ook niet helemaal tevreden: die begeleiding draaide vooral rond mijn verantwoordelijkheid. Op Lottes woedeaanvallen is niet grondig ingegaan.”

“Sinds vorig jaar gaat Lotte naar een kinderpsychiater, en die lijkt wel te begrijpen wat er aan de hand is. De conclusie is dat ze lijdt aan allerlei trauma’s en veel kenmerken van autisme heeft. Zelf word ik nu begeleid door een specialist in geweldloos verzet. Die leert me dat ik kalm moet blijven, maar voet bij stuk moet houden. Het lijkt te werken, er zijn veel minder crisissen.”

Beckers: “De hulpverlening zet nog te weinig in op het psychisch welzijn van ouders. Daarom focus ik vooral daarop in mijn praktijk. Samen met ouders en het netwerk rond hun gezin zoek ik uit hoe we uit de impasse kunnen raken. Ingesleten patronen doorbreken, relaties verbeteren om weer tot een leefbare situatie te komen: het is mogelijk, dat zien we.”

'Het was enorm moeilijk om de politie te bellen voor mijn eigen kind. Ik heb er lang om moeten huilen.' Beeld stijn felix
'Het was enorm moeilijk om de politie te bellen voor mijn eigen kind. Ik heb er lang om moeten huilen.'Beeld stijn felix

Moedige moeders

Bij het Family Justice Center (FJC), een netwerkorganisatie in Mechelen die de expertise van verschillende diensten rond intrafamiliaal geweld bundelt, hebben hulpverleners de noodzaak van ouderondersteuning ook ingezien. Al drie jaar zet het FJC de schouders onder de praatgroep Moedige Moeders. Vier sessies lang kunnen moeders die het slachtoffer zijn van geweld door hun kinderen er elkaar ontmoeten en aan hun weerbaarheid werken. “Sommigen worden doorverwezen door de politie, anderen door het OCMW”, zegt verantwoordelijke Karen Casier. “Nu we langzaamaan wat bekender worden, weten vrouwen ons ook zelf te vinden.”

Karen Casier: “Soms is de schaamte gewoon te groot. Voor de laatste praatgroep hadden we acht aanmeldingen, maar uiteindelijk was amper de helft op de afspraak. Eén van die vrouwen heeft twee inwonende zonen die haar mishandelen. Ze zijn 21 en 23 jaar oud, maar vertikken het om thuis te vertrekken. Soms gaan ze uit werken, maar als ze hun dan vraagt wat voor job ze hebben gevonden, bijten ze haar toe: ‘Trut! Jij hoeft dat niet te weten!’ Veel fysiek geweld is er niet, wel wat geduw en getrek. Maar ze wordt constant vernederd door haar zonen.”

“Die vrouw wist niet wat grenzen zijn. Ze liet voortdurend over zich heen lopen. Dankzij Moedige Moeders verzet ze zich nu eindelijk tegen haar zonen. ‘Stop,’ heeft ze hun al gezegd. ‘Ik wil niet dat jullie me nog een hoer noemen. Geen vuile praat meer.’”

“De oudste deelnemer was een vrouw van 78 met een 51-jarige inwonende zoon. Haar verhaal was bitter. Ze heeft twee partners gehad die haar allebei mishandelden, maar een klacht heeft ze nooit ingediend. Toen haar tweede man was overleden en de kinderen het huis uit waren, verhuisde ze naar een comfortabel appartement. Niet veel later klopte haar oudste zoon daar aan. Hij trok bij haar in en werd algauw agressief. ‘Ik ben maar een kleine vrouw en ben bang voor hem’, zei ze. ‘Zo bang dat ik elke nacht de slaapkamerdeur op slot doe.’”

Kan ze die zoon niet uit haar appartement laten zetten?

Casier: “Zo eenvoudig is dat niet voor haar. Hij blijft haar kind, zegt ze. Ze wil niet dat hij door haar onder een brug moet slapen. Wij proberen haar op het hart te drukken dat er genoeg opvangmogelijkheden zijn, maar we zijn nog niet tot haar doorgedrongen.”

Ziet u dat vaak, die bekommernis van moeders om het kind dat hen mishandelt?

Casier: “Ja. We hebben hier een moeder gehad die net niet was vermoord door haar 19-jarige zoon. Hij wilde haar wurgen. De politie heeft hem opgepakt en hij zit nu in de cel. Maar wie staat elke ochtend en elke middag aan de gevangenispoort voor het bezoekuur? Zijn moeder. ‘Alleen zo kan ik duidelijk maken dat ik hem heb vergeven,’ zegt ze.”

Nemen moeders ook de verdediging op van hun kind?

Casier: “Eén van mijn eerste dossiers bij het FJC was dat van een moeder met een 20-jarige zoon die haar mishandelde. In haar dossier zaten foto’s van haar rug, die bont en blauw was – net een landkaart. Die jongen had een fiets tegen haar rug gegooid. Toen ik zei dat dat niet oké was, berispte ze me: ‘Hij is wel mijn zoon, hè. Je mag niet slecht spreken over hem.’”

Volgen jullie de moeders nog nadat ze de vier sessies van de praatgroep hebben afgewerkt?

Casier: “Ja. Het zijn er intussen een 25-tal. Nog niemand van hen heeft maatregelen genomen, en nog niemand is naar justitie gestapt. Allemaal wachten ze liever tot hun kinderen uit eigen beweging vertrekken. Eén van die kinderen, een volwassen man, is intussen verhuisd. Zijn moeder belde me: ‘Karen, ik heb goed nieuws: mijn zoon gaat met een vriend samenwonen. Nu hoef ik hem niet meer te zeggen dat hij me niet mag slaan.’”

Komt er ook een groep voor Dappere Papa’s?

Casier: “De vaders bereiken we helaas nog niet. Bij hen lijkt de schaamte nog groter te zijn.”

Karen Casier: ‘De vaders bereiken we helaas nog niet. Bij hen lijkt de schaamte nog groter te zijn.’ Beeld rv
Karen Casier: ‘De vaders bereiken we helaas nog niet. Bij hen lijkt de schaamte nog groter te zijn.’Beeld rv

De Muur van onbegrip

Oudermishandeling werkt isolerend. Agnes en Marleen durven hun vrienden en familie niet te vertellen wat zich thuis allemaal afspeelt. Lichten ze wel een tip van de sluier, dan stuiten ze op een muur van onbegrip.

Agnes: “Mijn broer vindt dat ik Lotte te veel regels opleg. Hij begrijpt niet dat toegeven de eerste stap is naar nog meer chaos. Mijn ouders kappen me af als ik over het agressieve gedrag van mijn dochter praat: ‘Dat is toch normaal? Ze heeft veel meegemaakt.’ Dat ontken ik ook niet. Ze is afgestaan bij de geboorte, geadopteerd, haar vader is ziek geworden en gestorven...”

Marleen: “Mijn ouders en mijn broer helpen me wel, maar mijn vriendinnen begrijpen niet wat ik meemaak. ‘Dat zou mij nooit overkomen,’ zeggen ze wanneer ik vertel dat Pieter me weer eens geslagen heeft. ‘Ik zou zo’n puber wel weten aan te pakken.’ (stil) Ze hebben geen idee.”

Hoe zien jullie de toekomst?

Agnes: “Sinds haar vader dood is, sta ik er alleen voor met Lotte. Bang ben ik niet – ik kan haar nu nog wel de baas. Maar ik maak me wel zorgen voor later.”

Marleen: “Wat zal er gebeuren als ik Pieter niet meer van me kan afslaan? ‘Het spijt me,’ zegt hij telkens weer, maar dat doet hij alleen om zijn telefoon terug te krijgen of om toch met zijn vrienden te mogen weggaan. Drie jaar geleden vertrouwde ik hem nog. Ik zou mijn hand voor hem in het vuur gestoken hebben. Dat is voorbij. Ik hou van hem, maar ik ben ook bang voor hem.”

(*) Agnes, Lotte, Marleen en Pieter zijn schuilnamen.

© HUMO

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234