Woensdag 16/06/2021

'Het was een wonderjaar'

2012 was een bewogen jaar voor de familie Hoet. Jan Hoet jr. - zeg maar Junior - sloot in de lente na negen jaar zijn kunstgalerie in Gent. En in juni stortte Hoet sr. op de luchthaven van Hamburg in elkaar. Hij lag drie weken in een coma, men vreesde voor zijn leven, maar hij is weer helemaal de oude. 'Ik heb nog veel werk.'

Jan Hoet (76) is terug. Na wat de Vlaamse kunstpaus dit jaar heeft meegemaakt, is er maar één conclusie mogelijk: de man heeft een ijzeren gestel. Hij leeft met één nier, waarvoor hij regelmatig dialyse moet ondergaan, en overleefde kanker en een hersenbloeding. Eind juni werd hij onwel op de luchthaven van Hamburg. Tijdens zijn repatriëring naar België raakte hij in een coma, waarna enige tijd voor zijn leven werd gevreesd. Na de succesvolle expo met zestig kunstenaars, Sint-Jan in Gent, was de organisatie van de biënnale in de Chinese woestijnstad Yinchuan hem vermoedelijk te veel geworden.

Intussen staan de pretlichtjes weer in zijn ogen. Hoewel hij beseft dat hij het rustiger aan moet doen, loopt Jan Hoet over van de plannen: een striptentoonstelling in Brussel en een expo met outsiderkunst in Geel, plus een internationale onlinekunstbiënnale waar hij curator van is. "Ik heb nog veel werk", zegt hij. "Die mens kan echt niet stil zitten", repliceert zijn zoon met het understatement van het jaar.

Wanneer ik vraag wat dé gebeurtenis van 2012 was, antwoordt Jan Hoet, verrassend genoeg: "De herverkiezing van Obama".

Jan Hoet: "Hij werd aangevallen, deels terecht, maar gezien de duur van zijn beleid, niet terecht. Obama moet kunnen voortdoen om die dingen uit te voeren die hij beloofd had. Daarom wou ik dat hij zeker won."

Junior: "Vier jaar was te kort."

Hoet: "Ja en nee. Er was de voorbije jaren ook de tegenstelling tussen de president en het Congres, een cohabitation zoals Mitterrand die in Frankrijk ook heeft gekend. De Republikeinen hebben inmiddels ingezien dat ze zullen moeten samenwerken of het is met Amerika gedaan."

Junior: "Wij kennen natuurlijk het grootste deel van Amerika niet. Die 90 procent die tussen de Oost- en de Westkust ligt is voor ons onbekend terrein."

Hoet: "Vroeger kenden we zelfs alleen maar New York. Ook in de kunst. Zo hebben we veel gemist."

Welke belang kan Obama voor Europa hebben?

Hoet: "Hij kan zorgen voor meer evenwicht. Dat er een regulering komt op de winsten - dat zal nodig zijn. De kredietcrisis is ontstaan in de VS, misschien komt de oplossing ook vandaar. Zo zie ik het. Ook de kunst wordt beïnvloed door de crisis."

Voorlopig valt het hier mee, als je vergelijkt met besparingen in Nederland en Engeland.

Junior: "Toch merk je ook bij ons dat privécollectioneurs zich inhouden. Daardoor valt een groot potentieel voor kunstenaars weg. En het S.M.A.K. is toch ook een hoop subsidies kwijt."

Hoet: "In mijn tijd heb ik nooit een frank subsidie gekregen van de Vlaamse Gemeenschap. Niets. Tot 2000 heb ik nooit iets gezien. Een budget van 200.000 frank (vijfduizend euro, ER) kreeg ik van de Mondriaan Stichting voor de aankoop van Hollandse kunst. Dat was het. Ik had wel een hoop sponsors en was content met duizend euro."

In tijden van crisis is kunst toch een veilige belegging?

Junior: "Dat geldt alleen voor gevestigde kunstenaars. Andy Warhol is op de veilingen niet gedaald in prijs, maar jonge kunstenaars lijden onder de crisis. Zij zijn een risicobelegging. Wij hebben in de galerie ook lang gedacht dat het geen crisis was. Tot je met de feiten geconfronteerd wordt."

Hoet: "Het heeft er ook mee te maken dat er, in elke museumtentoonstelling, nieuwe namen opduiken. Vroeger was er een soort consensus, een vage consensus, vandaag heb je die zelfs niet meer. Vandaag is alles nieuw."

Junior: "Dat komt door het internet. We zijn perfect op de hoogte van wat gebeurt in Los Angeles en Zuid-Afrika."

Hoet: "En ook niet. We zijn niet meer op de hoogte."

Junior: "(tot zijn vader) Gij moest vroeger met de nachttrein naar Berlijn om een kunstenaar te ontmoeten. Nu stuur je een mail."

Hoet: "Dat klopt. Maar nu zijn er veel meer kunstenaars, in die mate dat niemand er nog een zicht op heeft. En wat doet het publiek? Het haakt af."

Zijn er echt meer kunstenaars?

Hoet: "Er zijn er meer. Er is iets opengebroken. De kunstacademies en de conservatoria zijn overbevolkt. Dat komt doordat het algemeen onderwijs te veel gericht is op het rationele en op de economie van morgen. Alles is economisch geconditioneerd. En daardoor weten mensen met hun emoties geen blijf. Het emotionele speelt weer een grotere rol, dat voel je toch."

Is dat een positieve evolutie?

Hoet: "Voor het individu wel. Maar niet in het algemeen. Op een bepaald moment liep iedereen rond me een fototoestel op zijn buik. We hebben opnieuw moeten leren wat fotografie betekent. Vandaag kun je de goede fotograaf nog beter onderscheiden: een George Brassaï, een Carl De Keyzer. Andreas Gursky en Candida Höfer komen uit die formidabele school van Bernd en Hilla Becher. Dat is wat hé. Zoals de studenten van Gerhard Richter en John Baldessari, die zijn ook formidabel."

Er is dus een overaanbod...

Hoet: "... en er is niemand meer die de leiding neemt. Je kunt je niet meer toetsen aan iemand, je kunt je ook niet meer afzetten. Een criticus als Roger Marijnisssen stelde in die tijd (de jaren zestig, ER) in De Standaard zelfs Giacometti en Braque ter discussie. Dat veroorzaakte ongelooflijke reacties. In diezelfde periode kwam Marc Callewaert op: een criticus die wel voor abstracte kunstenaars was als Jef Verheyen en Engelbert Van Anderlecht. Die critici namen beslissingen en kozen gericht voor iets. Dat zijn we nu kwijt.

"Er is geen kritiek meer. En hoe komt dat: iedereen is nu een bondgenoot van elkaar. (verheft zijn stem) Burgemeester Termont is voorzitter van TRACK, onder de bestuursleden is er geen enkele die iets van kunst afweet. Dat is niet serieus meer. En de media zijn ook sponsor. De media zijn te braaf, het zijn promotiebladen geworden."

Maar moderne kunst is ook ingeburgerd geraakt. Door Jan Hoet.

Hoet: "(lacht) Ik heb er mee voor gezorgd dat ze aanvaard is geworden. Ik heb ook gewild dat men inzag dat het kunst was."

Hoe gaat het met de Belgische kunst?

Jan: "Het gaat goed. M HKA en S.M.A.K. tonen veel meer Belgische kunst dan vroeger. Als je bedenkt dat ik in een expo Kunst in Europa na 68 in 1980 twee Belgen had: Panamarenko en Broodthaers. Wij waren strenger toen. Toen gebeurden de verschuivingen ook niet vanuit België, vandaag wel. Luc Tuymans is daar een voorbeeld van. Iemand als Vaast Colson, een hele goede jonge artiest, kennen ze nog niet in het buitenland. Bij David Claerbout heeft het lang geduurd. Maar die staat in het Centre Pompidou en is in Berlijn bekroond. We gaan hem op den duur verliezen, ik bedoel dat we hem niet meer kunnen betalen."

Junior: "Dat is ook met Kris Martin en Michaël Borremans het geval."

Hoet: "Tuymans zit in alle grote buitenlandse musea. New York, Philadelphia, Amsterdam. De basisprijs is nu 1, 1 miljoen voor een doek. Maar Tuymans maakt het onderscheid tussen privé en musea, en doet een toegeving aan de musea. Maar, pas op, hij kan dat niet doen voor musea die hem daarvoor nooit gekend hebben. Ik kocht Raoul De Keyser al in de jaren zestig. Ik heb altijd gezegd: als een artiest beroemd wordt (slaat op de tafel) en ik heb hem niet als eerste gehad, dan heb ik een fout gemaakt."

Wie hebt u gemist?

Hoet: "Fabre, Borremans, Tuymans, Braeckman, Van Imschoot, Martin - die heb ik allemaal vroeg gekocht. Wie heb ik gemist? Fred Bervoets! Die gaat stijgen. Dat is een geval apart. Ik had hem al moeten opnemen in de expo Kunst in Europa na 68. In 1980. Hij heeft een ongelooflijke productie. Hij maakt iets dat wrevelig is, dat nog irriteert en daardoor waarschijnlijk altijd maar interessanter gaat worden. Hij zit niet in die design-esthetiek."

Panamarenko hebt u ook vroeg gekocht.

Hoet: "Panamarenko heb ik overal gekocht waar ik begon. Dat is bijna routine, die zat in mijn rugzak. Ik vind Panamarenko een grote artiest. Jongen, je moet maar één lijntje van hem zien."

Junior: "Op het laatst had hij veel assistenten en dan werd zijn werk minder tactiel."

Wat maakt hem tot een groot kunstenaar?

Hoet: "Het leven in een droomwereld van zijn zestien tot nu. Een ongrijpbaar kind."

Junior: "Mijn vader zei mij, toen ik een kind was: 'Als je op Zaventem een Boeing ziet, denk je dat zoiets nooit kan vliegen. En als je een werk van Panamarenko ziet, denk je dat het zo de lucht in kan, en toch kan het niet vliegen.' Dat is de paradox."

Jan Hoet haalt twee schetsboeken van Panamarenko uit de kast. Een persoonlijke aankoop. Uit 1982. Twee schriften met dicht beschreven bladen vol wiskundige formules en tekeningen. Da Vinci, maar dan 20ste-eeuws. "Grafisch heel mooi", zegt Hoet. "Die man had geen tijd om te vrijen, hé. (lacht) Nu wel. Maar hij is dan ook gestopt met werken. Toen zijn moeder op haar sterfbed lag, zei Panamarenko mij: 'Ik denk dat ik nu een vrouw kan nemen.' Curieus, hé? En twee maanden later had hij er een. Een fee. Zolang zijn moeder leefde, kon dat niet. Zij was de bazin."

Is Panamarenko de grootste Belgische kunstenaar?

Hoet: "Eén van de twee. Broodthaers en Panamarenko."

Junior: "Achteraf bekeken hebben wij toch zeer goede artiesten. Bernd Lohaus,..."

Hoet: "... Jef Geys, Jan Vercruysse, Guy Rombouts, Raoul De Keyser."

En Luc Tuymans?

Hoet: "Het gevaar bij Tuymans is dat hij meer lijkt in te vullen nadat hij een tekening heeft gemaakt, terwijl hij vroeger vanuit het schilderen tot het thema kwam. Vroeger zat er meer toeval in zijn werk..."

Junior "... en meer materie."

Hoet: "En vondsten. Zijn recentste werken bij de galerie van David Zwirner in Londen waren allemaal verkocht. En ze waren goed. Maar de kunstenaars staan vandaag allemaal onder druk van de markt. Ze moeten produceren. Ze moeten strategisch denken en calculeren waar ze naartoe willen."

Is dat niet vooral gevaarlijk voor jonge kunstenaars?

Junior: "Ze worden slachtoffer van zichzelf. Ze worden nu op hun prijzen getaxeerd. Kunst is deel van een economie geworden, dat was vroeger niet."

Bent u daarom gestopt met uw galerie?

Junior: "Ik heb een fijne tijd gehad maar het begon mij te storen dat het nog zo weinig over kunst ging. Een kunstenaar wordt door de verzamelaar bijna beschouwd als de leverancier van een product, het gaat niet meer om een oeuvre. Er worden ook, daardoor, geen fouten meer geduld van de kunstenaar.

"Verzamelaars kopen meer en meer met hun oren, niet met hun ogen. Ik kreeg soms een vraag als: 'Heb je nog een foto van Matthieu Ronsse?' Ronsse heeft nooit foto's gemaakt. Zo'n verzamelaar heeft die naam halvelings op een diner gehoord en moet dan ook een Matthieu Ronsse hebben. Zonder er meer van te weten. Ze zien ook het verschil niet meer in kwaliteit.

"Er waren nog enkele collectioneurs met wie ik boeiende discussies kon voeren, maar het waren er weinig. (stilte) Er wordt meer en meer obsessief verzameld: hebben om te hebben. Er wordt in België ook te weinig in de diepte verzameld: één Tuymans, één Borremans, één Claerbout. Men werkt een verlanglijstje af. De ene doet dat in vijf jaar, de andere in veertig. En dat is het dan."

Is dat een recente evolutie? Er wordt toch altijd gezegd dat de Belgische verzamelaars tot de beste ter wereld behoren?

Junior: "Absoluut. Er zijn nog goede. Er is een nieuwe generatie goede collectioneurs die vanuit een andere invalshoek verzamelen. Tussen 25 en 35, ze kopen jonge kunstenaars, soms twaalf werken per jaar.

"Maar ik werd langs twee kanten leeggezogen. Zowel de kunstenaars als de verzamelaar vragen veel aandacht. Dat werd na negen jaar wat veel. Met mijn ideeënbureau kan ik nog veel met kunst bezig zijn, maar minder eng: per project kies ik nu een kunstenaar. Ik was jaloers op mijn vader: als die een kunstenaar beu was, kon hij hem een paar jaar niet tonen. Als galeriehouder zit je vast aan je pakweg tien kunstenaars. Je hebt ook financiële verplichtingen. (tot zijn vader) Ook dat had gij niet, hé?"

Jan Hoet is altijd zo vrij als een vogel geweest.

Hoet: "(lacht) En vroeger was ik nog vrijer. De politiek was tegen mij, hé. (verheft zijn stem) Nu wil de politiek greep hebben op alles."

Junior: "Kunst is een deel van citymarketing geworden, in heel de wereld."

Hoet: "Ik heb nog geweten dat de Gentse burgemeester Van Den Daele over zijn bureau sprong, me bij de keel greep en riep: 'Manneke, ge zijt hier nog niet benoemd, hé!' Ik ben toen bang geweest. Dat moet in 1975-'76 zijn geweest. Die man wou mee bepalen wat ik kocht. Nadat ik Beuys had gekocht, heb ik drie jaar niets meer gekregen. Geen frank. En dan heb ik met Nieuwjaar een kaartje rondgestuurd met een foto van een lege museumzaal."

Junior: "Met daaronder: 'Overzicht van de aankopen van dit jaar.' Niets, dus (lacht)."

Hoe kijken jullie terug op 2012?

Hoet: "Een wonderjaar, omdat er nog altijd veel creativiteit is."

Ik bedoel eigenlijk: persoonlijk.

Hoet: "Een mirakeljaar, ongelooflijk. (algemeen gelach) Maar ik heb er persoonlijk weinig van geweten. Ja, het was gedaan met mij. Ik ben dan stilletjesaan weer bij bewustzijn gekomen toen ik mijn kamer lag in het UZ in Gent. Maar ik besefte mijn toestand niet. Ik dacht: nu kan ik eindelijk weer eens rechtstaan. En voor ik het wist, lag ik op de grond.

"Het heeft een week geduurd voor ik weer op mijn benen kon staan. Ik had dan ook drie weken in een coma gelegen. En tweeënhalve maanden afwisselend coma en intensieve zorgen. Toen ben ik lang verward geweest: ik sprak Duits of Engels met mijn familie. I'm coming from L.A.. Natuurlijk was ik niet in Los Angeles geweest (lacht). Of ik dacht dat ik in Wenen was, of in Leuven. Altijd verkeerd.

"Ik dacht dat mijn eigen schilderijen in de televisie zaten. Ik wou dat de verplegers die eruit haalden en die deden dat niet. Raar toch. De dokters dachten toen dat ik dement zou worden. Dat is niet gebeurd."

Intussen bent u weer niet te stoppen

Hoet: "Ik heb nog veel werk. Ik wil nog tentoonstellingen maken. En veel voordrachten geven. Ik ga iets doen rond stripverhalen in De Loketten van het Vlaams Parlement: Original, Made in Belgium. In maart 2013. Het gaat over drie generaties striptekenaars: Hergé, Bob De Moor, Morris, E.P. Jacobs. Schuiten en Vance. En de jongste generatie met Judith Vanistendael, Brecht Evens, enzovoort. Allemaal originele platen. Ja, strips zijn een passie, van jongs af aan. Ik heb zelf nog stripverhalen getekend, met Rony Heirman, voor ik directeur werd."

U keert ook terug naar Geel?

Hoet: "Daar wil ik iets doen rond psychiatrie en kunst. In juli, op verschillende plaatsen. Het hospitaal, de kerk, buiten. Tegenwoordig wordt de kunst van psychiatrische patiënten beschouwd als echte kunst. Maar waarom wordt ze dan niet in de musea getoond? Ik durf tenminste te zeggen dat de psychiatrische patiënt altijd vanuit een conditie vertrekt, terwijl de kunstenaar zelf vrij is. De psychiatrische patiënt is niet vrij. Ik ben niet bang om dat te zeggen. Dat betekent niet dat ik dat niet goed vind.

"Ik heb ook niets tegen design, maar design is geen kunst. Kunst is nooit functioneel, dat onderscheid moeten we blijven maken. (klopt op de tafel) Design kan kunst beïnvloeden en omgekeerd. Het kan ook zijn dat de psychiatrische patiënt de kunstenaar beïnvloed. Maar er is een verschil. Open mind versus closed circuit: die oppositie is belangrijk. Ik zal in Geel kunstenaars en outsiderkunst regelrecht met elkaar confronteren. Een expo als statement."

Het derde project is online.

Hoet: "In maart doe ik een onlinebiënnale, voor Art Plus. Daar heb ik curatoren voor gezocht uit de hele wereld. We gaan wel een voorbeeld geven van een virtuele ruimte, waarin we de geselecteerde werken zullen tentoonstellen."

Hoe is de biënnale van Yinchuan afgelopen?

Junior: "Ik heb daar een maand aan gewerkt, maar ben uiteindelijk in conflict gekomen met de Chinese curator. De selectie is grotendeels getoond, behalve Tuymans, die bang was dat zijn schilderij niet zou terugkeren. Matthieu Ronsse heeft ook afgehaakt."

Hoet: "De conflicten waren al aan het smeulen. Ik was op dat vlak milder dan mijn zoon. Ik trok het me niet aan welke Chinese kunstenaars ze er uiteindelijk bijhaalden, als ik míjn selectie er maar door kreeg."

Junior: "Voor veel kunstenaars was er ook geen budget voorzien, ook niet voor mij. Aan Jan Van Imschoot vroegen ze om zijn doeken op te rollen en mee op het vliegtuig te nemen. Dan wordt het wel moeilijk."

Hoet: "De Chinezen hebben geen voeling met kunst. Zolang het realistisch is, is het goed. Ze zien kunst puur als product."

En een kunstenaar als Ai Weiwei dan?

Hoet: "Die probeert de westerse media te manipuleren. Als wij een tiende zouden frauderen van wat hij doet, zouden wij ook in de bak vliegen. Ai Weiwei is geen goede kunstenaar. Een Franse nouveau realiste met een scheut Rodchenko en Duchamp: wat stoelen aan elkaar vastmaken... Ai Weiwei is een decorateur, een handige man."

2012 was ook het jaar van Sint-Jan.

Hoet: "Daar was ik zeer content mee."

Een kritische tentoonstelling in Sint-Baafs. Hoewel u gelovig bent?

Hoet: "Men moet een onderscheid maken. Er is het geloof en er is het instrument de kerk. Voor mij zijn dat twee verschillende dingen. Paulus heeft de kerk gemaakt, als daad van overtuiging. Maar de opvolgers hebben het niet altijd zo gezien. Er zijn een paar goede priesters, zoals bij alle mensen. Veel onderpastoors hebben goed werk geleverd. Maar de kerk is uitgegroeid tot een hiërarchisch machtssymbool. Caravaggio, Pontormo, Veronese, allemaal kunstenaars die last hebben gehad met de kerk."

Junior: "Welke kunst zie je nog in de kerk van de twintigste eeuw? Meeuwen in piepschuim?"

Hoet: "Maar we mogen niet vergeten dat onze eerste kennismaking met de kunst via de kerk is gegaan."

Junior: "In de foto's van Dirk Braeckman voor Sint-Jan zat naakt. We waren een beetje bang voor de reactie, hoewel er massa's naakt op schilderijen in de kerk te zien is. Weet je wat de reactie van de bisschop was? 'Jammer dat het langs de achterkant gefotografeerd is.' (gelach)"

Hoet: "Zeer menselijk is dat. Dat neemt niet weg dat het naakt in de kerk lang verborgen moest blijven. De broekjes die in de Sixtijnse Kapel later werden bijgeschilderd, de vijgenbladeren bij Giotto. Ook Adam en Eva in Het lam Gods van Van Eyck mochten lang niet gezien worden. Seksualiteit ligt altijd moeilijk.

"Ik vond het vooral ongelooflijk om te zien hoe je kunst van nu kunt doen functioneren in zo'n grote kerk. Ook Matisse is daarin geslaagd: hij heeft een meesterlijke kapel ontworpen, hoewel hij een agnost was. Maar ja, hij was verliefd op een non. Wat verliefdheid toch kan doen! Zie naar Picasso. Een onmogelijke mens, maar hij slaagde erin om de zeven vrouwen met wie hij iets gehad heeft tegelijk op één plek uit te nodigen. En ze zijn allemaal gekomen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234