Dinsdag 03/08/2021

'Het was Bin Laden in de bol geslagen'

Hij radicaliseerde in het Libië van Kadhafi, vocht vier jaar in Afghanistan, vaak onder barre omstandigheden. Maar de aanslagen van 9/11 werden een keerpunt voor Noman Benotman. Hij zag geen heil meer in de ramkoers van Osama bin Laden. 'Hoe kan een moslim zoiets rechtvaardigen?'

Het is zomer 2000. Al Qaida-leider Osama bin Laden houdt strategisch beraad in zijn kamp nabij de Afghaanse stad Kandahar. Zo'n vijftig leiders van jihadistische splintergroeperingen nemen deel aan het overleg. Noman Benotman, oprichter van de Libyan Islamic Fighting Group (LIFG), is een van hen. Hij maakt zich grote zorgen over de ramkoers van Al Qaida en probeert Bin Laden ervan te overtuigen dat hij "een desastreus pad" is ingeslagen. Hij refereert aan de bomaanslagen op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania en aan de verklaring van 22 februari 1998, waarin moslims worden opgeroepen deel te nemen aan het 'Internationaal Islamitisch Front voor Jihad tegen joden en kruisvaarders'. Het is, vindt Bin Laden, een islamitische plicht Amerikanen overal ter wereld te vermoorden.

Benotman waarschuwt dat Amerika niet met zich laat sollen, dat Al Qaida's strategie "als een boemerang" zal terugslaan naar de moslimwereld. Hij krijgt geen voet aan de grond. Bin Laden haalt zijn schouders op en zegt dat "een complexe operatie" in gang is gezet, die hij onmogelijk kan afblazen, als hij dat al zou willen. Want vrezen doet hij de Verenigde Staten niet. De Al Qaida-top vindt dat Benotman zwaar overdrijft. Immers, de wraak van de 'Grote Satan' op de aanslagen in Oost-Afrika bestond welgeteld uit 75 kruisraketten. Laten dat er na een volgende actie 200 zijn.

Een jaar later wordt Benotman, die in Londen woont, gebeld door zijn vrouw of een vriend. "Door wie weet ik niet meer. Opdracht was de televisie aan te zetten", vertelt hij in een Turks restaurant in het hartje van de Britse hoofdstad. Op tv zag hij het tweede toestel de Twin Towers binnenvliegen. "In één klap was duidelijk dat het terroristen waren. Twee vliegtuigen binnen twintig minuten, dat kan geen toeval zijn. Of ik niet meteen aan Bin Ladens complexe operatie dacht? Eerlijk gezegd niet. Het zijn radicale Serviërs die wraak nemen vanwege Kosovo, vermoedde ik. Of een van hun eigen idiote radicalen, denk aan die bomaanslag in Oklahoma City. Al Qaida was een optie. Toch dacht ik, om religieuze redenen: no way dat Bin Laden hier achter zit."

Religieuze muiterij

Bin Laden had immers trouw gezworen aan talibanleider Mullah Omar, 'de leider van de gelovigen', alom erkend als het staatshoofd van het Islamitische Emiraat Afghanistan. "Wij hadden Mullah Omar ons woord gegeven, zouden hem vertrouwen, beschermen, gehoorzamen. Uit eerste hand weet ik dat hij Bin Laden minstens drie keer heeft gewaarschuwd voor de kwalijke gevolgen van zijn acties. De taliban wilden Amerika niet verder provoceren. Ze waren uit op een zetel in de VN, wilden de officiële vertegenwoordiger van Afghanistan worden in New York." Mullah Omar afvallen was religieuze muiterij, ging dwars tegen de islamitische hiërarchie in. Benotman had dat niet voor mogelijk gehouden. En verder nog. "Ze waren zo immens, die aanslagen van 11 september. Mijn God, dacht ik, wat is dit voor ideologie? Als moslim zeg ik je: ze tartten elke verbeelding. Hoe kan een moslim zoiets rechtvaardigen? En wat wilden ze ermee bereiken? Een islamitische staat vestigen, zonder grondgebied, zonder leiders, zonder grondwet? Zonder autoriteit? Ze waren tegen de wil van de Afghaanse autoriteit ingegaan. Hadden een natie aangevallen, die ongetwijfeld terug zou slaan. Dat was niet bepaald in het belang van het Afghaanse volk.

"Ik twijfelde al langer, maar na 11 september 2001 wist ik het zeker: de ideologie van Al Qaida is corrupt en extreem radicaal. Het is een ideologie die door een klein groepje mensen in een grot in elkaar is geknutseld. Het was Bin Laden in de bol geslagen. Waarschijnlijk door de collectieve verering en te weinig tegenspraak. Om hem heen hoorde je niet anders dan: go! go! go!, net als voetbalfans die hun nationale elftal aanmoedigen. Zijn ideologie was heilig, gelijk de Koran. Hij gedroeg zich als 'de uitverkorene'. Het ging hem alleen om de groep, de organisatie, niet om de samenleving, niet om volkeren."

Dat was niet de Bin Laden die Benotman eind jaren tachtig had leren kennen aan het front in Afghanistan, vechtend tegen de Sovjetbezettingsmacht. "We streden een rechtvaardige strijd, die door de hele wereld werd gesteund. Door moslimlanden, het Westen, islamitische geleerden. Met Ronald Reagan zeiden we: let's get rid of the Evil Empire."

Vier jaar van zijn leven bracht Benotman in Afghanistan door, hij vocht daar vaak onder zware omstandigheden. Bang voor de dood was hij niet. Altijd lonkte de beloning van het martelaarschap. Schaterend: "Nee, ik verlangde niet naar de maagden in het paradijs. Daar geloofde ik niet in. Een eventuele dood zag ik meer als een soort zelfbevrijding: strijdend voor een goed doel ten onder gaan. Het was ook niet zoiets als een poging tot zelfmoord, in westerse zin. Want als het dat was geweest, had ik niet jarenlang, dag en nacht, aan het front gevochten. Ik deed al het mogelijke om te overleven en zo veel mogelijk vijanden uit te schakelen. Hoeveel ik er met een kalasjnikov heb neergemaaid? Laten we het erop houden dat ik er niet heen ben gegaan om chocolaatjes en rozen uit te delen."

Hoe hij in Afghanistan terechtkwam? "Ik ben geradicaliseerd in Libië, wilde strijden tegen het hardvochtige regime van kolonel Kadhafi. In Libië waren geen trainingskampen. Afghanistan bood een uitstekende gelegenheid ervaring op te doen. Weet je, in mijn jeugd was ik heel anders. Ik kom uit een aristocratische familie. We reisden heel Europa door, gingen vaak op vakantie in Italië. Op de middelbare school ging ik in mijn eentje naar Groot-Brittannië, waar ik zomercursussen Engels volgde en bij Britse gezinnen logeerde. Ik was modern, open, niet religieus, luisterde naar westerse muziek, naar Pink Floyd, hield van motoren. In 1984 ging ik aan de Alfateh-universiteit in Tripoli buitenlandse betrekkingen studeren. Vanwege mijn achternaam ben ik van de universiteit verwijderd, meteen al in het eerste jaar. Het regime zei dat mijn familie niet revolutionair genoeg was. Die idioten geloofden dat ik een gevaar vormde voor de veiligheid. Bijzonder pijnlijk allemaal. Dat gaf de aanzet tot mijn radicalisering."

Na de strijd in Afghanistan trok Benotman met het leiderschap van Al Qaida naar Soedan. "We bouwden daar aan onze bewegingen. Ik werkte aan mijn eigen groep, de LIFG. Van daaruit wilden we de strijd tegen Kadhafi vormgeven. Ik heb daar een jaar gezeten, van midden 1994 tot halverwege 1995. Toen ben ik naar Londen gegaan. Ook daar trof ik weer veel oude kameraden."

U maakte deel uit van de beruchte Londonistan-scene? "Ja, maar ik heb daar niets fouts gedaan. Ik rekruteerde volgelingen voor mijn groep, was bezig met het verzet tegen Kadhafi. Ik bemoeide me niet met de Britse politiek en had ook niets met jihad tegen het Westen." In die periode groeide zijn weerzin tegen de strategie van Al Qaida. "Ik vond het vreselijk als Bin Laden tegen mij over het Westen begon, alsof het een mysterieus spook was. Al Qaida vertelde een eendimensionaal verhaal, over het oorlogszuchtige Westen, over de kruisvaarders, de ongelovigen: ze haten ons, ze zweren tegen ons samen. Al Qaida heeft dat verhaal nodig, het is hun zuurstof, een dodelijk wapen. Ze hebben een sjabloon waar alles in past, je hoeft alleen maar namen en data te veranderen. Bij honderdduizenden gaat het erin als koek. Whow, zo zit het. We hoeven niet te studeren, niets af te weten van de politiek, noch van de geschiedenis. We begrijpen alles, want we zijn moslims. Ik zweer je, zo wordt gedacht. Ik vertel dit op basis van meer dan twintig jaar ervaring in die bedrijfstak."

Waar Benotman voor vreesde, gebeurde. In oktober 2001 vielen de VS en bondgenoten Afghanistan aan, op jacht naar Al Qaida en de taliban. "Het was een ramp, de hele wereld stond achter Amerika. Ik probeerde leden van de LIFG, die in Al Qaida-kampen waren, het land uit te krijgen. Iedereen die in de buurt was van Bin Laden werd in die oorlog getrokken, of ze wilden of niet. Ze werden doelwit. We zouden allemaal zijn vernietigd als Amerika in 2003 niet de aandacht had verdeeld over twee fronten en Irak binnenviel."

Enorme blunder

Hij zegt de invasie in Irak nog altijd niet te begrijpen. "Ik ben nog steeds in verwarring, zelfs na het lezen van alle rapporten die erover zijn gepubliceerd. Geloofde Washington echt dat er massavernietigingswapens lagen, of dat er een link was met Al Qaida? Wilden de Amerikanen na Afghanistan nog meer spierballen laten zien, waren ze in een oorlogszuchtige stemming? Er is nog veel grijs gebied, maar glashelder is dat het een enorme blunder was."

Volgens Benotman was Al Qaida op sterven na dood, maar kon het door die invasie herleven. "Het paste perfect in dat eendimensionale verhaal van Bin Laden. Prima om een brute dictator te verwijderen en ongetwijfeld had de heersende Baathpartij veel bloed aan de handen. De naïeve Amerikanen dachten dat de bevrijde Irakezen hen zouden omhelzen. Maar door daar met grondtroepen in te trekken en te blijven voelde het als een bezetting. Niet alleen Al Qaida en islamisten fulmineerden tegen die bezetting, maar de hele Arabische wereld, zelfs linkse Arabieren. Toen de VS wraak namen op Al Qaida in Afghanistan, gaven ze geen kik, maar de bezetting van een moslimland zette alles op zijn kop. Vergeet niet dat in die tijd, 2003-2004, islamisten in de Arabische landen nog niet onder de Al Qaida-paraplu zaten. In oktober 2003 richtte de Jordaanse militant Abu Musab al-Zarqawi een Al Qaida-tak op in Irak en ook elders in de wereld doken op Al Qaida geïnspireerde groepjes islamisten op. Die pleegden aanslagen, ook in het Westen, in Madrid, Londen."

Bin Laden is dood, moslimjongeren in het Westen lijken minder geïnteresseerd in het jihadisme en in de Arabische revoluties speelt Al Qaida geen rol. Is de beweging uitgerangeerd? Helaas niet, verzucht Benotman, die uit de LIFG is gestapt en actief is in antiradicaliseringsprojecten van de Britse Quilliam Foundation. "In Jemen is Al Qaida veel sterker dan enkele maanden geleden, sympathisanten bezetten dorpjes en steden in de zuidelijke provincies. Ze werken samen met het Soedanese leger, zijn sterk vertegenwoordigd in de islamitische beweging Al Shabaab in Somalië. Ook in Algerije en Mali, Al Qaida in the Islamic Maghreb, zijn ze gegroeid. Die tak profiteert van de oorlog in Libië, allerlei wapens gaan die kant op. In Irak was het even rustig, maar tijdens ramadan was er de ene zelfmoordaanslag na de andere. Er zijn nog altijd trainingskampen in Oost-Afghanistan.

"Al Qaida leeft bij de gratie van chaos, oorlog en conflicten. Besef ook dat jihadisten de vijand nauwgezet bestuderen. Dat deed ik ook met de LIFG. We hielden seminars, analyseerden veiligheidsdiensten. Die lijken de terroristen, zeker in het Westen, nu steeds een stap voor te zijn. Maar dat blijft niet zo. Jihadi's zinnen op alternatieve acties en zullen uiteindelijk weer de zwakke plekken in het afweersysteem weten te vinden."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234