Woensdag 05/08/2020

Het warme verhaal van zacht kasjmier

Wat hebben hectisch en broeierig Kasjmir en het zen-paradijs Ladakh in India met elkaar gemeen? Beide streken zorgen samen voor de fijnste en duurste wol op de markt: kasjmier.

Er is wol en dan is er kasjmier. Voor de real deal moet je naar het noorden van India trekken. Eerst naar de Himalaya bij de Changpa-nomaden, waar de kasjmiergeiten leven, en dan naar de groene, Indiase Alpen, vlak bij het Dal-meer in Srinagar, de hoofdstad van de deelstaat Kasjmir. Hier wordt het kasjmier nog op de traditionele manier bewerkt, verwerkt en verkocht. Wanneer we de kans krijgen om het allemaal zelf te zien, om zowel de productie mee te maken als naar de oorsprong van het kasjmier te reizen, zo ergens pijnlijk hoog in het Himalayagebergte in het Ladakh- gebied, moeten we niet lang nadenken. Onze valies, zuurstofflessen incluis, is snel gepakt voor deze pelgrimstocht op zoek naar een van de meest iconische textielsoorten op aarde.

Poort tot de Himalaya

Landen in Leh, hoofdstad van Ladakh en met haar 3.500 meter een van de hoogste steden ter wereld, heeft iets filmisch. Het is er stoffig en droog, extreem heet als de zon uitzit en bitter koud gedurende de heldere nachten. Het is juni en de lucht boven de Himalaya is diepblauw. Van op het balkon van het Grand Dragon hotel, de enige 'luxe' optie in de stad, kijken we uit over de besneeuwde bergpieken in de verte. Voor we 'out of office & into the wild' gaan, moeten we nog alles voorbereiden. Camera's, zuurstofflesjes, wat proviand, veel flessen water, dikke kleren en medicatie voor als er iets verkeerd gaat. Je reist niet zomaar naar de extreem afgelegen Changtang-regio.

Dit deel van het Tibetaans Hoogland, dat zich uitstrekt van Oost-Ladakh tot Tibet, is ook bekend als 'het land van de koude woestijn', en een van de vijf regio's in India met een unieke biodiversiteit. Hier is de zomer kort en de winter arctisch koud, waardoor er een beperkte vegetatie is. Een biotoop waar enkel koppige plantrekkers kunnen overleven. Sneeuwluipaarden bijvoorbeeld, die de eindeloze steppe afschuimen op zoek naar argalischapen of jaks, en wolven die bestand zijn tegen de diepvriestemperaturen tijdens de lange winter.

Dit is het speelterrein van de Ladakhi-Tibetaanse Changpa-nomaden, wiens levenswijze 100 procent gericht is op het winnen van kasjmier van de beste kwaliteit ter wereld. Tijdens de zomer trekken ze naar groene valleien waar hun kuddes van geiten kunnen grazen, soms tot op 5.000 meter hoogte. Onze rit van Leh tot bij de Changpa duurt bijna een dag en we klimmen al slingerend over amateuristisch aangelegde weggetjes naar grotere hoogte. We happen naar lucht terwijl de buitenaardse landschappen ons nog meer doen duizelen.

Feeëriek festival

Onze eindbestemming is het Tso Moriri Lake, een van de hoogste meren ter wereld van deze omvang: 120 km2 groot, op een hoogte van 4.525 meter. Het gehucht Karzok is niet meer dan een verzameling eenvoudige barakken gemaakt uit adobe, een bouwmateriaal bestaande uit zand, water, klei en organische materialen zoals stro en mest. Ze zijn vaak niet eens afgewerkt of geschilderd. Er zijn een paar kleine winkels en twee pensions die bijna nooit een westerse toerist over de vloer krijgen. De eenvoud van dit alles wordt gecompenseerd met de panorama's over het vaak kristalheldere en windstille Tso Moriri-meer.

Via via horen we dat we geluk hebben en er iets in het dorp gaande is. Een klein festival in het dorp brengt alle Changpa-nomaden samen. Er wordt gevierd dat er net een nieuw gebouwtje in het dorp geopend is, waar hun wol naartoe gebracht kan worden. Elke nomade is anders uitgedost, al naargelang het gebied waar hij vandaan komt. Zware en dikke jassen gemaakt uit jakwolvilt, zilveren juwelen bezet met bergkoralen of turkooizen, tot complete jassen van schapenvacht. Vrouwen dragen zware, vilten hoofdtooien, perak, bezet met turkooizen.

De Changpa zijn nog met zo'n 6.600 en zijn semi-nomadisch; ze ruilen hun huizen in de zomer in voor de eindeloze weiden van het Changtang-plateau. Als de zomer voorbij is en de temperaturen diep onder nul gaan, keren ze terug met de geiten naar hun eenvoudige huizen gelegen in kleine gehuchten.

Maar nu, in juni, zijn ze hier in de wilde natuur van Changtang. Ze leven in eenvoudige, zelfgemaakte tenten genaamd rebos, vaak gemaakt uit vilt van jakwol. Een perfecte bescherming tegen de wind en de koude nachten. Hun kuddes geitjes zwerven overdag in de valleien, langs vruchtbare rivieren en kabbelende stroompjes, en komen naar huis voordat de duisternis over de Himalaya valt. De hele familie helpt mee, zelfs de jongsten. Die zorgen voor de kleine geiten die achterblijven terwijl de volwassenen grazen. We brengen dagen met de nomaden door, proberen te communiceren en delen thee in hun warme tenten als de wind opsteekt en onze handen en camera's bevriezen. We brengen hen koekjes, eitjes en fruit en zij bieden ons meer thee en een inkijk in een manier van leven die stilletjesaan vervaagt. De jonge generatie van Changpa verkiest meer en meer een modern leven in de stad, met de smartphone in de hand. Voorlopig zijn de Changpa nog kalme en boeddhistische nomaden, die een extreem simpel leven leiden, ver weg van die moderne wereld.

Respect voor de geit

Naast het Tso Moriri-meer ligt het kamp van een nomadenfamilie met honderden geiten. Vandaag is het tijd om de kasjmier te winnen. Een voor een nemen de Changpa de geiten op hun schoot, terwijl ze op de grond zitten. Ze kammen ze, zodat ze de beste en meest delicate wol bekomen. De geiten worden niet geschoren, geplukt of gedood. De Changpa houden van hun geiten. De beestjes zijn hun leven, hun levensonderhoud. Telkens wanneer een geit gekamd is, wordt het dier met een beetje verf gedoopt en opnieuw losgelaten om de kudde weer te vergezellen. Tijdens het scheren, wordt er jakboterthee met sloten gedronken en koekjes uitgedeeld.

We brengen de hele dag met deze nomadenfamilie van drie generaties door. Elke generatie heeft zijn eigen tent, maar er wordt constant voor elkaar gezorgd.

De jongste telg, helder gezicht, stevige blos op de ronde wangen, kan amper lopen maar probeert al grootvader met het kammen van de geitjes te helpen. Wanneer de wol gewonnen is, verkopen ze die aan een coöperatie die eigendom is van de overheid en die een vaste prijs per kilo betaalt. Ik probeer aan een van de dames te vragen of ze een moderner en comfortabeler leven wil, maar het antwoord is een stevige nee. Dit is hun leven, hier in de Himalaya, met hun kasjmiergeiten, ver weg van een hectische wereld waar ze totaal geen besef van hebben of willen hebben.

We trekken nu een heel eind naar het noordwesten, om te kijken hoe de productie van kasjmir verloopt. Srinagar is niet de meest toeristvriendelijke bestemming van Azië. Af en toe zorgen politieke spanningen tussen de Indiase regering en de Kasjmiri ervoor dat er van toerisme hier weinig sprake is. Maar echte wereldreizigers liggen daar niet echt wakker van, die gaan wel wanneer de rust is teruggekeerd en ze dit stukje groen India voor zichzelf hebben. Frisse lucht, eindeloze meren bezaaid met lotusbloemen met groene bergen daarachter.

Dal Lake is een glinsterende schijf met kleurrijke lotusbloemen die als sproeten op het water liggen. Het meer is bezet door drukke bootjes die van alles vervoeren, van selfienemende toeristen tot hopen fruit. Langs de kant liggen house boats waar pensions en hotelletjes in verborgen zitten. Van eenvoudige hostels tot luxueuze edities, vaak compleet met de hand gemaakt en gesculpteerd uit lokaal hout.

Vanuit de tuinen van het koloniale Grand Lalit Srinagar Hotel hebben we de illusie dat Kasjmir de rustigste plek in India is. Het paleis/hotel is begin de 20ste eeuw gebouwd door een maharadja en is door zijn neef, ook een maharadja, ingericht met de meest opulente meubels, bekleding, etnische tapijten en kunstwerken gemaakt door lokale ambachtslieden.

Net voor die ambachtslui zijn we hier samen met de West-Vlaamse Veronique Vermussche, eigenaar van het knitwear-merk Tuinch. Zij heeft de juiste contacten om ons tot dicht bij de oorsprong van kasjmier te brengen. We duiken de oude stad in, waar vroeg in de ochtend alle winkeltjes hun houten, met de hand bewerkte deuren openzwieren en de smalle straatjes plots tot leven komen. Oude, krakkemikkige, houten huizen, die in eerste instantie verlaten lijken, veranderen in workshops en ateliers waar de Kasjmiri borduren of naaien en zachte stoffen tot kleine kunstwerken transformeren.

Heilige stilte

Onze eerste stop is een atelier waar de pure plukken kasjmier van de Changpa gesponnen worden tot bruikbare draden. De regio Kasjmir ligt zelf niet hoog genoeg voor de echte kasjmiergeiten, die verkiezen een kouder klimaat. De spinsters zitten op de grond in een half verduisterde kamer, terwijl de onbewerkte wol in fijne draden wordt gedraaid. Het snorrende wiel zoemt hypnotiserend, terwijl de dames in stilte hun bekwame vingers over de wol laten glijden.

Wanneer de wol wordt opgepikt, gaat ze over in de bedreven handen van de wevers, meestal mannen. Terwijl ze aan het werk zijn, is er opnieuw alleen het geluid van het weefgetouw en de delicate wol die langzaamaan tot een stuk textiel transformeert. Geen radio's, geen mobiele telefoons die afgaan, geen gebabbel. Er hangt een meditatief sfeertje in het oude atelier, waar enkele zonnestralen binnenvallen en wat dansende pluisjes wol in de lucht oplichten. Veronique, die ons vergezelt, moet lachen. "Het doet me denken aan de momenten waarop ik naar India of Nepal vlieg. Vaak ben ik omringd door strenge zakenmensen in donkere maatpakken. Wanneer ik mijn breinaalden bovenhaal en met deze wol begin te breien, vliegen de kasjmierpluisjes de lucht in en landen ze vaak op de schouders van mijn medepassagiers. Ik vind het een komische situatie en hou ervan om overal een stukje te breien. Het is net zo meditatief als deze ambachtslieden aan het werk zien."

Wanneer we in het atelier van de borduurmannen terechtkomen, begint Veronique te breien. Nu en dan gluren de mannen van achter hun brilletjes naar het breiwerk van de Vlaamse, terwijl ze zelf extreem delicate borduursels op sjaals aan het zetten zijn. Sommige ontwerpen zijn zo complex, dat het maanden duurt eer alles af is.

Onze laatste stop is langs de Jhelum, de rivier die door Srinagar stroomt, waar groepjes mannen aan de was zijn: ze dopen stukken stof in de snelstromende rivier om de kleuren te fixeren en slaan dan stukken handgeweven kasjmier hardhandig tegen de rotsen. Ze discussiëren, lachen, staan met hoog opgerolde broekspijpen in het water en trainen hun spieren. De expliciete, luide handelingen van het wassen, het eindproces van de wol, staan in groot contrast met de meditatieve stiltes die we daarnet in de ateliers waarnamen. Het lijkt alsof deze mannen het maagdelijke kasjmier wakkerschudden en klaarmaken voor de reis rond de wereld die het waarschijnlijk zal maken, tot in de meest exclusieve boetieks, en rond de hals van celebs en fashionista's.

PRAKTISCH

-

Vliegen:

We vlogen met Qatar Airways van Brussel op Delhi, vanaf 476 euro, taksen inbegrepen. Er zijn dagelijkse vluchten met Jet Airways van Delhi naar Srinagar en Leh die beide een tweetal uur duren. Meer info via qatarairways.com en jetairways.com

-

Rijden:

Tijdens de zomermaanden is de Zojila-pas tussen Srinagar en Leh open en kan er gereden worden (in plaats van te vliegen tussen de twee bestemmingen via Delhi). De route is 434 km lang en het duurt ongeveer een dag.

-

Organiseren:

een Belgische specialist in de Himalayagebieden is MyHimalaya van de Vlaming Rik Van Belle. Hij kan zowel trips voor Kasjmir als Ladakh uitwerken, al dan niet in combinatie. Meer info: myhimalaya.be

-

Logeren:

de beste kamers met Himalaya-uitzicht in Leh vind je in het Grand Dragon Hotel. Heerlijke, Indische buffetjes 's avonds, ontbijten in de rustige tuin en het enige hotel met deftige wifiverbinding. Vanaf 99 euro voor een dubbele kamer, thegranddragonladakh.com. Nimmu House is een voormalig koninklijk paleis met een boomgaard van 5000m2 errond, waar riviertjes voor afkoeling zorgen. Een dubbele kamer in volpension vanaf ongeveer 145 euro,
ladakh.nimmu-house.com.
Misschien een van de meest luxueuze tentenkampen in India: Chamba Camp kijkt uit over het dromerige Thiksey klooster dat op een half uurtje van Leh ligt. Een nachtje hier kost een stevige 840 euro maar dan wel alle transport, activiteiten, eten, drank en gidsen inbegrepen, tutc.com/chamba-camp-thiksey

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234