Zondag 26/01/2020

Het ware gelaat van de rellenmanager

'Ik begrijp de aanslagen van 11 september. Voor velen onder ons was het een moment van zoete wraak, al betreurden we de slachtoffers. De impact van de oorlog in het Midden-Oosten is niet uit onze straten weg te denken. Er komt storm.' Aan het woord is Dyad Abou Jahjah, manager van de Arab European League en het brein achter de moeder van alle betogingen, zondag, in Antwerpen. Alleen: afhankelijk van zijn publiek legt Jahjah andere 'nuances'.

Anne de Graaf

Nadat op 3 april in de Antwerpse straten rellen losbarstten tijdens een verboden betoging van de Arab European League (AEL) tegen de Israëlische invasie in Palestina riep een afgeborsteld heertje een persconferentie bijeen. In een walm van aftershave verkondigde Dyad Abou Jahjah, de 31-jarige leider van de AEL, dat de schuld bij de politie lag, en niet bij zijn organisatie. Misverstandje, dus. "De kern bestond uit opportunistische hooligans", verkondigde de Libanese Belg in onberispelijk Nederlands. "Een geluk nog dat mijn interne ordediensten de zaak onder controle konden houden. Anders was de manifestatie écht uit de hand gelopen."

De verkoopformule werkte. De journalisten schreven, terwijl Jahjahs bodyguards knikkend alles beaamden wat hun leider verkondigde. "Zestig bestuurlijke, veertien gerechtelijke aanhoudingen... jammer, maar de politie heeft zich helaas zelf met dit werk opgezadeld", suste Jahjah de gemoederen. Geen van de aanwezigen durfde hem tegen te spreken, zijn naam was gemaakt. Bij het politiekorps staat de AEL-voorman sinds die dag bekend als 'mijnheer de rellenmanager'.

Jasje, dasje, zonnebankbruin, gepoetste schoenen, groot hoofd en vlotte babbel. Dyad Abou Jahjah ziet eruit als de ideale schoonzoon. En, niet slecht bekeken, hij verpakt zijn product precies als zijn grootste opponent, na de joodse gemeenschap in Antwerpen: Vlaams Blok-voorman Philip De Winter. Al liggen Jahjahs roots duidelijk elders: Abou wordt op 24 juni 1971 geboren in de Libanese stad Bintjbeil. Hij beleeft rustige kinderjaren maar heeft als puber drie jaar met de Israëlische bezetting te maken. Dagelijks staat de dood op de agenda - bij het spelen op straat, op weg naar school en als hij erop uittrekt met de scouts.

De kleine Jahjah laat zich niet uit het lood slaan. Hij behaalt moeiteloos zijn diploma middelbaar, loopt op een drafje door de licentie politieke wetenschappen aan de universiteit van Saïda. Het geweld is zijn mentale motor om hogerop te raken: Jahjah krijgt Frans en Engels onder de knie, talen waarin hij onder studenten pamfletten verspreidt voor de Palestijnse zaak. Tegelijk schrijft hij voor de Egyptische krant Al Ahram. "Het geweld heeft me getekend. Ik heb leed gezien", meldt hij. "Ik heb met mijn studenten achter auto's geschuild voor scherpschutters. Je moet er tussen gezeten hebben om te begrijpen wat ons drijft."

Maar al snel reikt Jahjahs horizon verder dan de grauwe universiteitsblokken van Saïda. Hij heeft op het internet ontdekt dat er mogelijkheden zijn om te doctoreren in België. Aan de faculteit politieke wetenschappen van de UCL (Université Catholique de Louvain) in Louvain-la-Neuve bijvoorbeeld. Hij wil er zich verdiepen in 'internationale conflicten', het onderwerp dat hem al van kindsbeen intrigeert, maar waarover in zijn land helaas geen studies bestaan. Tenzij de dagelijkse straatervaring natuurlijk.

Op 26 mei 1992 belandt Jahjah in Brugge. Hoewel hij de Bruggelingen verkiest vanwege "hun boertig racisme", reist hij meteen door naar Antwerpen, waar hij meer vrienden heeft en de Libanese gemeenschap groter is. Buren van weleer kennen hem als een verzorgde jongeman die niemand lastigvalt maar vooral: als serieuze student. "We namen hem als voorbeeld voor onze zoon", herinnert zich Germaine Lathouwers. "Jahjah, dat was een selfmade man. Een streber. Je zag en voelde dat hij het wilde gaan maken."

In dezelfde periode komt Jahjah de vrouw van zijn leven tegen, althans voorlopig. Ze is Vlaamse, heet Peggy, en, aardig detail, ze bezorgt hem de Belgische nationaliteit als ze trouwen op 21 april 1994. Het paar gaat op de Turnhoutsebaan wonen maar het huwelijk is geen lang leven beschoren. Eind 1998 ruilt Jahjah haar in voor een meisje van Arabische origine maar ook die relatie springt af.

Jahjah stort zich dan maar op zijn doctoraatsstudies in Louvain-la-Neuve. Collega-studenten herinneren zich hem daar "als een keurige buitenlander die niet erg opviel". Maar wat ze niet weten, is dat hij zich in het buitenland dan al verkoopt als 'researcher' of zelfs als 'assistent' aan de UCL. Velen hebben zijn naam nu in de krant gelezen, maar willen niet met hem geassocieerd worden. Assistent Vincent Legrand komt er wel voor uit dat hij Jahjah kent, zij het oppervlakkig. "Hij doctoreert bij professor Claude Roosens. Ik sprak hem wel eens. Het klopt dat hij onderzoekswerk verricht. Maar niet voor de universiteit. Voor hemzelf."

Nog minder is eind jaren negentig bekend dat Jahjah zijn bonen elders te week gelegd heeft. Hij is in stilte bezig met de oprichting van Al Rabita, het Arabische woord voor 'liga', een moslimorganisatie die hij wil inbedden in de schaduw van de Europese gemeenschappen. Jahjah ronselt leden via de Engelse site waarop hij campagne voert voor Palestina en de Arabische belangen in Europa.

Ook die strategie slaat meteen aan. Op kousenvoeten werft de student vierhonderd leden en zevenhonderd sympathisanten. De organisatie vertakt zich als een octopus naar Nederland, Frankrijk en Groot-Brittannië, en schaart zich onder de vleugels van het grote Al Rabita, die na 11 september door de CIA op de zwarte lijst wordt gezet van de te duchten groeperingen. Het lidmaatschapsgeld bedraagt 5 euro, maar Jahjah vergaart blijkbaar meteen genoeg middelen om de wereld rond te reizen en spreekbeurten op touw te zetten over zijn organisatie, maar vooral over zijn werk als 'researcher' aan de UCL.

Weinigen staan er vandaag bij stil wat de man in die periode her en der in de wereld liep te verkondigen. De Morgen vond een speech terug van zijn hand aan het Instituut voor de Studies van de Mensenrechten in Caïro, waarin de 'researcher Jahjah' op 28 januari 2002 verkondigt dat de inspanningen van Paula D'Hondt en Johan Leman (Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding) de spanningen veeleer opdreven dan temperden. "De Nederlanders ondervinden dezelfde moeilijkheden in Antwerpen maar zij hebben het voordeel blank te zijn", verkondigt hij in de Egyptische hoofdstad.

Dezelfde dag meldt hij dat de hele Arabische gemeenschap na 11 september overmand werd door een unaniem gevoel. "Ik kan het niet als blijdschap omschrijven maar veeleer als zoete wraak. Een oprecht gevoel dat de cirkel rond is geworden. Zij hebben ons leren doden. Zij bestempelden de impact van hun bommen als spijtige maar nodige schade. Ze mogen het ons niet kwalijk nemen dat die duizenden burgers in de vliegtuigen en in de WTC-torens door ons beschouwd worden als 'spijtige maar nodige schade'."

Het gevecht op vele fronten werpt vruchten af. Want tussen de minitrips door krijgt Jahjahs droom, de oprichting van een Arabisch zenuwcentrum in Brussel, concrete vorm. Als voorzitter van Al Rabita-Brussel krijgt Jahjah in 1999 zowaar bezoek van de secretaris-generaal van de grote (internationaal erkende) Arabische Liga, Amr Moussa - een gerespecteerde Egyptische ex-minister van Buitenlandse Zaken.

Als een volbloed diplomaat bespreekt Jahjah met de voorzitter de toekomst van de moslimgemeenschap in Europa. Camera's flitsen. De twee mannen reiken elkaar de hand. De manager glundert. Hij krijgt de mondelinge toezegging dat de echte Liga zal nadenken over zijn verzuchtingen.

Het is nog maar het begin: want om nog meer sérieux te winnen, kiest Jahjah ook openlijk partij in de aanklacht die in België tegen Sharon loopt. Dat is niet naar de zin van het Belgische Sabra & Chatila-comité, dat de belangen behartigt van de nabestaanden van het bloedbad uit 1982 in beide Palestijnse vluchtelingenkampen in Beiroet. Nadat Jahjah een bres heeft geslagen tussen de burgerlijke partijen, schildert het comité hem bijna af als een oplichter: "Wij moeten de voorstanders van de zaak waarschuwen tegen berichten van opdringerige mensen en groeperingen die niet met de zaak verband houden, en/of schaden door verwarring te zaaien. Wij verwijzen in dat verband naar een recent persbericht (van Jahjah, ADG) waarin beweerd wordt dat de advocaten van de aanklagers in de zaak-Sabra en Chatila hun werk niet goed doen. België kan u verzekeren dat de advocaten die de zaak ingeleid hebben hard werken en alle steun verdienen. De Arabisch-Europese Liga probeert duidelijk haar eigen agenda door te drukken, en die is politiek. Zo doen ze net het tegenovergestelde van wat de bedoeling van de rechtszaak was: vermijden dat ze opgevat zou worden als een politieke aanval op Israël. Als de Arabisch-Europese Liga haar doel bereikt, bestaat het gevaar dat de zaak tegen Sharon opgevat wordt als een zet tegen de staat Israël of zelfs tegen het joodse volk."

Het slaat de jonge manager allemaal niet uit het lood. Hij heeft blijkbaar macht en geld genoeg om zich te laten verdedigen door dure advocaten. Bovendien is hij alweer op een ander front bezig, deze keer met de oprichting van de 'Antwerpse moslimscouts'. Volgens de Antwerpse politie komt het project nauwelijks van de grond, maar luidens bronnen bij de staatsveiligheid was die 'nieuwe' scoutsafdeling een vertakking van de Brusselse '1ère Unité de Scout musulman de Bruxelles/Ouest'. Die organiseert sinds jaren opleidingskampen in de buurt van La Roche, waar jongeren in legerkledij worden getest - mogelijk in het vooruitzicht van een selectie voor de strijd in het Midden-Oosten, zo bleek uit observaties ter plaatse.

Een ding is duidelijk: www.assabyle.com/scout, de site van het Centre Islamiste Belge, maakt alle Belgische aspirant-moslimscouts warm voor drills in paramilitaire kleding, survivals en camouflagetechnieken, en, last but not least, een intensieve studie van de koran. Wie de groepsfoto's in de galerij bekijkt, ziet jongeren in kaki die hun gezichten afschermen voor de camera.

Akelig, de parallellen met beelden uit het Midden-Oosten, maar volgens hun geestelijke leider, de Syrische sjeik Ayachi Bassam, is elke overeenkomst met bestaande praktijken zuiver toevallig.

Minder toevallig is misschien dat sjeik Bassam kort voor de oorlog in Afghanistan het huwelijk inzegende van een van de zelfmoordcommando's van de commandant van het Afghaanse verzet, Shah Massoed. Het huwelijk vond plaats dankzij het aan de site gelinkte huwelijksbureau Al Roqia. En ook toeval wellicht: Abd El Sattar, de Tunesische zelfmoordkamikaze, studeerde tegelijk met Jahjah aan de universiteit van Louvain-la-Neuve...

Toen een RTBF-journaliste enkele weken geleden bij sjeik Bassam bleef aandringen op een interview daarover, werd haar auto bewerkt met kettingen.

Geen wonder dus dat Jahjah na 11 september niet meer openlijk met het Centre Islamiste Belge te maken wil hebben. Hij werd nochtans op een warme zomerzondag in 2000, op een pro-Palestina-betoging in de Wetstraat, biddend gesignaleerd naast sjeik Bassam. Maar blijkbaar past het CIB niet meer in zijn pr-stramien. Volgens het staatsblad herdoopt Jahjah zijn organisatie in oktober tot het flatteuzere Arab European League; de statuten verschenen welgeteld een maand na de aanslagen.

Jahjah was naar eigen zeggen op 11 september in Antwerpen. Hij wilde 's anderendaags het vliegtuig naar New-York nemen, maar die vlucht werd afgelast. Hij zag de beelden van de WTC-crash door een etalage toen hij door Antwerpen wandelde.

We treffen Jahjah aan in een reisbureau in de Ommeganckstraat. De werkloze manager heeft zich laten voorrijden door een taxi. De deuren van het kantoor gaan onmiddellijk op slot. Jahjah is gekomen, zonder bodyguards deze keer. Zijn gsm rinkelt onafgebroken. "Dreigtelefoons. Het houdt niet op. Zopas een dreigpakket in de bus gekregen. Met een bundel epistels, geschreven door een halve gare, een boek van pater Leman, en een boekje: Les Flamands Roses. Ik ben niet bang."

Maar u schrok wel van 11 september...

"Ik dacht eerst, shi-i-it, dit is een ongeluk. Maar toen er nog een tweede vliegtuig invloog, had ik wel door wat er aan de hand was. Ik veroordeel die aanslagen natuurlijk. Maar ik kan ze wel begrijpen. Nuance."

In een van uw bijdragen in de Egyptische krant Al Ahram spreekt u van zoete wraak...

"Ik heb gezegd dat ik die aanslagen kan begrijpen. Zoals ik aanvoel dat het nog niet gedaan is. Maar, tja, wat is een gevoel?"

Klopt het dat u zich distantieerde van Al Rabita, omdat de CIA die organisatie na 11 september op de verboden lijst zette?

"We veranderden onze naam in Liga. Dat klopt, maar de vertaling was voor iedereen makkelijker. Maar het antwoord is: nee. Onze organisatie heeft niet te maken met die Pakistaanse groepering."

Nochtans luidt het op de hoofdzetel van Al Rabita in Londen dat men u goed kent... Zeer goed, zelfs. Men linkt u in één rechte lijn aan sjeik Bassam, de leider van het Centre Islamiste Belge, die de kampen van de Brusselse moslimscouts in de Ardennen organiseert. En dubieuze sites uitbaat...

"Ik heb die sjeik nooit gezien. En mijn scouts zijn nooit in de Ardennen geweest. Ik kreeg trouwens steun van cultuurminister Bert Anciaux. En van de Marokkaanse Federatie in Antwerpen."

Kreeg u ook steun van Al Rabita International? Er werd volgens de CIA 1 miljard dollar aan die organisatie betaald uit een niet nader genoemde bron in Saoedi-Arabië.

"Goed mogelijk. Maar de rekening van mijn organisatie zit bij de BBL. De staatsveiligheid weet heel goed dat er niet meer dan 2.000 euro (80.000 frank) op staat. Mag ik een oproep doen voor middelen...? Nogmaals: ik heb niks met Al Rabita te maken."

Toch had u duizenden dollars veil voor de verdediging van een van de nabestaanden van het bloedbad in de Palestijnse kampen. Dat hebt u zelf gezegd.

"Klopt. Maar dat betekent niet dat mijn kas onuitputtelijk is"

U organiseert nochtans grote persconferenties, laat petjes maken, wimpels en vlaggetjes drukken. U reist de wereld rond, verplaatst zich per taxi en financiert een eigen interne ordedienst plus uw twee lijfwachten.

"Als je de zaken goed beheert, kom je ver. Vergeet niet: we krijgen veel giften."

Hoe moeten we ons die 'interne ordedienst' van u voorstellen?

"(cynisch) Dat zijn handlangers van Osama bin Laden natuurlijk, die bij mij logeren in Antwerpen. Nee, dat zijn mensen die erin geslaagd zijn de rellen van begin deze maand binnen de perken te houden. Mensen die wel de juiste waarden kennen."

De Antwerpse politie rekende gisteren alvast niet op de interne ordedienst van Jahjah. Gisteren wierp ze barricades op en bracht ze waterkanonnen en een heli in gereedheid om een tweede uitgave van 3 april te vermijden. Ondanks de weigering van de rechtbank gingen bij het korps alsnog stemmen op om Jahjah toestemming te geven om zondag te betogen. Misschien geen slechte tactiek, als je leest wat hij eind januari in Caïro verkondigde. "Ik ken de getto's. Ik weet wat er leeft. Als de wind er nu opsteekt, dan waren de Antwerpse rellen van 1991 vergeleken met wat komen gaat een fris briesje op een zonnige zondagmorgen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234