Dinsdag 12/11/2019

Het wapen van de Congolese geschiedenis

Gillian Mathys, onderzoeker aan de vakgroep nieuwste geschiedenis van de UGent, voert historisch onderzoek naar het grensgebied van Rwanda en Congo. Ze legt uit hoe de strijdende partijen in Kivu het verleden manipuleren. Beeld UNKNOWN

In de huidige analyses krijgen we drie verklaringen voorgeschoteld voor het huidige conflict in Kivu: een die de etnische kaart trekt, een die Nkunda's motieven vooral ziet in de bodemrijkdommen van de regio en een die zich focust op een expansionistisch Rwanda dat Nkunda steunt om invloed in Noord-Kivu te verwerven. Deze verklaringen reduceren het conflict tot een enkele oorzaak, terwijl elk conflict een amalgaam van oorzaken heeft. Ze gaan voorbij aan het feit dat niet enkel leiders of politieke/economische elites spelers zijn, maar dat ook de bevolking gemobiliseerd moet of kan worden. Bovendien worden historische processen en de manipulatie van de geschiedenis door de verschillende hoofdrolspelers genegeerd.

Vruchtbare voedingsbodem
Dat grondstoffen de brandstof vormen van dit conflict kan moeilijk worden ontkend. Ze zijn een aanwijzing dat aanhoudend structureel geweld politieke en economische winst oplevert, zowel voor Nkunda als voor andere militaire spelers en voor lokale, regionale, nationale en zelfs internationale groepen met economische belangen. Toch maken grondstoffen niet het hoofddoel uit van Nkunda's rebellenleger. Ook al gebruikt hij Goma en zijn inwoners als pasmunt voor het opstarten van gesprekken met de Congolese regering over onder meer het (her)onderhandelen van de contracten met China, Nkunda stuurt ook aan op politieke participatie, iets wat zich al uitte in de steun aan bepaalde politieke kandidaten. Bovendien profileert Nkunda's CNDP zich niet alleen als een militaire, maar ook als een politieke organisatie mét programma, waarin mensenrechten cynisch genoeg veel aandacht krijgen.

Er zijn nog factoren die erop wijzen dat de drang naar grondstoffen alleen het aanhoudende conflict niet kan verklaren. Nkunda heeft zijn opmars naar Goma niet alleen volbracht. Usual suspect blijft in dit geval Kagame, maar ook Nkunda's medestrijders mogen niet vergeten worden. In contrast met het Congolese regeringsleger zijn deze manschappen wel gedisciplineerd en bereid om risico's te nemen. Waarom zij wel en anderen niet? Mensen houden geen jaren van oorlog vol alleen maar omdat ze betaald worden of omwille van materiële redenen. Het moet zijn dat Nkunda een voldoende vruchtbare voedingsbodem gevonden heeft voor zijn retoriek en ideologie.

Maar wat is die voedingsbodem? Meestal wordt daarvoor verwezen naar Nkunda's eigen verklaringen de Congolese Tutsi's te willen verdedigen. Daarbij wordt gefocust op zijn strijd tegen het FDLR (ex-Interahamwes en andere Hutu's, vaak te jong om actief aan de genocide te hebben deelgenomen), dat samen vecht met het Congolese leger. Zijn strijd tegen het FDLR 'verklaart' dan ook meteen Kagame's steun. Door te focussen op de Rwandese kant van de zaak, verliest men echter uit het oog dat Nkunda een Congolees historisch product is, en niet alleen het gevolg van een spillover van Rwandese problemen. Bovendien vergeet men dat etnische verschillen an sich geen verklaring zijn voor het uitbreken van etnisch geweld. Aan dergelijke conflicten gaat een geschiedenis vooraf waarin verschillen gekristalliseerd worden en gekoppeld aan economische en politieke doelstellingen.

Waar Nkunda wonderwel in slaagt, is het gebruiken van dergelijke voorgeschiedenis(sen). Zijn voorstelling van de geschiedenis van de Tutsivervolging in Kivu mag dan tendentieus zijn, ze slaagt er blijkbaar wel in om mensen voor zijn project te werven.

Historisch sentiment
Een recente ontwikkeling doet vermoeden dat Nkunda's beweging er nu ook in slaagt breder te mobiliseren. De steun van regionale Hutupolitici lijkt daarop te wijzen. Is het platte politiek of economisch opportunisme van deze laatsten of zien we hier de kiemen van een beweging die effectief een politieke rol wil spelen, ook op centraal niveau? En waarom dan?

Voor de adepten van de derde verklaring, die van de Rwandese expansiepolitiek, is het waarom van Nkunda's greep naar de politieke macht gelieerd aan Kagame's vermeende plannen om Kivu onder zijn controle te krijgen. Een dergelijke theorie, ook als blijkt dat ze een kern van waarheid bevat, heeft ook gevolgen. Zoals Kagame zich achter het FDLR verschuilt om Nkunda niet aan te pakken, zo grijpt de Congolese regering deze aantijgingen aan om de verantwoordelijkheid voor de humanitaire catastrofe in Kivu van zich af te schuiven. Als die aantijgingen zulke gevolgen hebben, moet er dan niet wat dieper over worden nagedacht?

Net omdat dergelijke aantijgingen inspelen op historische sentimenten (deze geruchten hebben een geschiedenis die teruggaat op de koloniale periode en werden in de loop der jaren door verschillende groepen uitgespeeld), hebben ze ook reële gevolgen en stigmatiseren ze bepaalde delen van de bevolking in Kivu. Zo werd vanuit Goma bericht over het viseren van Kinyarwandasprekers, en meer bepaald Tutsi's, met geweld tot gevolg. Niet enkel hun identiteit op zich en hun associatie met Nkunda, maar ook de verhalen over annexatie door Rwanda maakten dat deze mensen het doelwit werden van geweld.

Dit is geen apologie voor Nkunda. Evenmin wettigt dit zijn acties, de daaruit voortvloeiende humanitaire catastrofe en zijn oorlogsmisdaden. Maar enkel focussen op wat hij fout doet, is geen oplossing. Oplossingen kunnen er pas komen als er ook naar het verleden en het waarom wordt gekeken. Dan wordt duidelijk dat Nkunda (los van het feit of hij al dan niet banden heeft met Kagame), een symptoom is van de zwakte van Kinshasa, dat er niet in slaagt de bevolking het gevoel te geven dat het haar op effectieve wijze vertegenwoordigt. Dit leert ons, zoals de geschiedenis ons had kunnen vertellen, dat verkiezingen geen synoniem zijn voor democratie. Zolang een centraal bestuur zijn kerntaken niet kan uitvoeren, om welke reden dan ook, zullen schimmige figuren zoals Nkunda Congo teisteren.


Vandaag in De Gedachte in De Morgen ook nog:

'De Amerikaanse autoindustrie is hersendood': THOMAS L. FRIEDMAN columnist van The New Ork Times, is genadeloos voor de cynische managers van General Motors en Chrysler.

'De grote liefde van Europa': IAN BURUMA, professor democratie, mensenrechten en journalistiek aan het New Yorkse Bard College, verklaart de Obamamanie op het oude continent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234