Donderdag 19/05/2022

'Het voorhoofd van Eddy Demarez doemde op in mijn ergste nachtmerries'

Zestig procent van alle mannen wordt ooit met kaalheid geconfronteerd. Niks aan te doen? Jawel! In Istanbul vond onze verslaggever een remedie. Maar het kostte hem bloed, geld en tranen.

Kaalheid is haast vergelijkbaar met een handicap. Niet mijn woorden, wel die van de hippe filosoof Alain de Botton, die al kort na zijn tienerjaren een flinke 'vleesklak' ontwikkelde. Meer dan twintig jaar later vindt hij dat nog steeds onfortuinlijk. "Dat heeft niks te maken met ijdelheid. De meeste mensen zien er gewoon minder aantrekkelijk uit zonder haar", liet hij optekenen in een Engelse krant. Groot gelijk, toch zeker in mijn geval.

De filosoof heeft zich ondertussen wel neergelegd bij zijn kale knikker, in tegenstelling tot andere grote hedendaagse denkers als Wayne Rooney en Gunther Levi, die actief de strijd aangingen met hun stervende haarfollikels. De zanger van De Romeo's trok hiervoor naar Istanbul, het mekka van de goedkope haartransplantaties en andere cosmetische ingrepen. Onder het motto 'Yes Man' - ik sta immers open voor elke journalistieke uitdaging - trad ik in zijn harige voetsporen.

De gevreesde comb-over

Zondag 22 maart 2015. Zaventem. Met een rolkoffertje in mijn hand en een met bloed besmeurde zweetband rond mijn hoofd laat ik de automatische deuren van de aankomsthal achter me en stap beschaamd op mijn verloofde af. Ze huilt. Nog maar drie dagen eerder was ik naar Istanbul vertrokken met een kop vol haar (laten we mijn terugtrekkende haarlijn en inhammen even buiten beschouwing laten). Nu ben ik helemaal kaalgeschoren en heb ik drie nachten lang nauwelijks een oog dichtgedaan. Ik voel me uitgeput, afstotelijk, vuil en verdoofd. Ook over mijn gezicht rolt een traan. Eentje van bloed weliswaar, afkomstig van de wonde boven mijn haarband. "Je ziet er ziek uit. Alsof je kanker hebt." De woorden komen hard aan. "Komt goed", stamel ik hoopvol. "Komt weer helemaal goed."

Profetische woorden, zo blijkt zes maanden later. Na een half jaar met een zwarte baseballpet te hebben rondgezworven - van de Los Angeles Dodgers, vermoed ik, ik ben niet helemaal thuis in de honkbalwereld - kan ik het gehate hoofddeksel eindelijk ritueel verbranden. Mijn haarlijn, al van het terugtrekkende soort sinds pakweg mijn 28ste verjaardag (ik ben nu 34 trouwens), is zo'n vijftien jaar terug in de tijd geslingerd en is nu klaar om aan de buitenwereld getoond te worden. Van stadium III op de Norwoodschaal (de haarlijn aan de voorkant trekt verder terug, er ontstaan diepe inhammen), die zeven fases van mannelijke kaalheid omschrijft, naar een kop vol haar. En dat in zes maanden tijd met een investering van 1.590 euro. Money well spent!

Toch was mijn citytrip Istanbul allesbehalve een plezierreisje. Na twee maanden alle opties te hebben overwogen, besloot ik in januari van dit jaar mijn haartransplantatie vast te leggen. Op 20 maart zou ik onder het spreekwoordelijke mes gaan voor mijn eerste chirurgische (eigenlijk microchirurgische) ingreep ooit. Een opwindende beslissing! Dat ene haartje van mijn oorspronkelijke haarlijn, dat heldhaftig stand had weten te houden tegen de verschroeiende kracht van DHT - dihydrotestosteron, het hormoon dat verantwoordelijk is voor klassieke kaalheid bij mannen, zou eindelijk weer collega's krijgen. Collega's die het zo'n vijf jaar geleden op een rennen hadden gezet en niet van plan waren te stoppen. Zo had ik in enkele jaren tijd al een drietal centimeter haar verloren, zelfs vijf of zes aan mijn slapen. Om nog een beetje hip voor de dag te komen, camoufleerde ik mijn inhammen met bestaand haar. De gevreesde comb-over was dus al een feit, net als het steeds langer wordende voorhoofd. Soms doemde het gigantische exemplaar van Eddy Demarez in mijn ergste nachtmerries op. Gruwelijk!

Erectiestoornissen

Nochtans had ik de schade eerder al proberen te beperken. Na een erg lange zoektocht op internet kwam ik erachter dat er wereldwijd maar twee 'geneesmiddelen' waren die erfelijke kaalheid bestrijden. Finasteride is een van die middeltjes die de omzetting van testosteron in DHT tegengaan, maar heeft een aantal serieuze bijwerkingen. Heel wat gebruikers van dit medicijn tegen prostaatvergroting - want daarvoor dient het eigenlijk - krijgen te maken met potentie- en erectiestoornissen en een lage geslachtsdrift. Kalend én een slappe piemel? Nee, dank u! Bovendien moet je heel je leven lang elke dag zo'n pilletje slikken, omdat het effect haast meteen verdwijnt bij stopzetting van de kuur.

Dan maar Minoxidil proberen. Geen pil dit keer, maar een lotion of een schuim. Ook dit is een soort geneesmiddel, oorspronkelijk gebruikt om hoge bloeddruk te bestrijden, met extra haargroei als bijwerking. Andere bijwerkingen zijn hoofdpijn, huidirritatie, benauwdheid en in mijn geval helaas ook een versneld hartritme. Bovendien is het een bijzonder vettig goedje dat je tweemaal daags met plastic handschoenen in je schedel moet masseren. Of het goed werkt, heb ik niet kunnen vaststellen. Na twee weken was ik het ritueel en de bijwerkingen al beu als koude pap.

Op dat moment had ik het natuurlijk kunnen opgeven en me kunnen neerleggen bij de natuurlijke achteruitgang van mijn haarlijn. Ik had mijn kapsel kunnen millimeteren en me er verder niets meer van hoeven aan te trekken.

Maar dat was zonder mijn eindeloze ijdelheid gerekend. Jarenlang was ik de trotse eigenaar van een weelderige haardos en werd ik door menig kalende man jaloers aangestaard als ik met mijn hand door mijn haar wreef (dat denk ik tenminste, omdat ik tot voor kort zelf ook zo keek naar mannen met de perfecte haarlijn). Het langzame verval ging dan ook gepaard met een flinke deuk in mijn zelfvertrouwen.

Waarom de natuur ons dit aandoet, blijft een mysterie. In tegenstelling tot bij vrouwen heeft leeftijd weinig invloed op onze capaciteiten om het andere geslacht te bezwangeren, dus bestaat erfelijke kaalheid waarschijnlijk enkel en alleen om de man een spreekwoordelijke kloot af te trekken. En wie vindt dat dat allemaal niet zo'n ramp is, moet de Jude Law van in The Talented Mr. Ripley maar eens vergelijken met die in Sherlock Holmes.

Een haartransplantatie leek haast onvermijdelijk, maar in mijn doemgedachten ging zo'n procedure gepaard met vlijmscherpe scalpels, zware verdovingen, pijn, littekens en maandenlang herstel om een rij haren van achteraan het hoofd - met huid en haar - naar voren te brengen. Ik had duidelijk nog nooit van FUE (Follicular Unit Extraction) gehoord, een techniek waarbij haarzakjes achter op het hoofd individueel worden verwijderd met een holle naald om daarna vooraan weer ingeplant te worden. DHT, het allesvernietigende hormoon, heeft namelijk minder effect op de haren aan de zij- en achterkant van het hoofd. Die haren verdwijnen dan ook veel minder snel dan die bovenop. Het enige dat je nodig hebt, is een plaatselijke verdoving, enkele uren tijd, een klein zakje geld en behoorlijk wat goede moed.

4 uurtjes werk

Wie 'haartransplantatie Turkije' googelt, wordt meteen in de diepe, donkere wereld van Turkse cosmetische operatiebedrijfjes geslingerd, die in sommige gevallen zelfs een Nederlandstalige website hebben. Hoeveel Belgen en Nederlanders er jaarlijks naar Istanbul afzakken voor zo'n ingreep, is niet geweten, maar afgaande op de wildgroei aan fora, websites en recensies zijn het er meer dan je je kunt inbeelden.

De keuzestress hakt in op mijn beslissing. Hoe moet ik nu in hemelsnaam kiezen uit dit enorme aanbod? Ik schrijf drie klinieken aan die extreem hoog scoren op klanttevredenheid en stuur foto's van mijn haarlijn mee. Meteen krijg ik twee mailtjes terug. Dokter Acar vindt dat ik 2.500 grafts kan gebruiken en biedt me een prijs van 2.000 euro aan, enkel in cash te betalen, met twee hotelovernachtingen, luchthavenvervoer, medicatie, Engelse gids en bloedtesten inbegrepen. Zijn concurrent, dokter Aytaç van Transest Hair Transplant & Aesthetic, stuurt me dit terug: "You need rafli 3.000 greft to cover your haırloss wıth a good densıty , your donor is strong. After second week of march ıs avalıble for operatıon." Hoe slechter het Engels, hoe lager de prijs, zo blijkt. Hij vraagt immers maar 1.590 euro voor ongeveer dezelfde formule.

Vreemd genoeg maakt het in Turkije eigenlijk niet uit hoeveel haren getransplanteerd moeten worden. Voor vier uurtjes werk, zoals in mijn geval, of voor elf uur werk zoals bij mijn buurman in de kliniek betaal je evenveel. Enkel de vliegreis naar Istanbul en een paar maaltijden moet je er nog bij rekenen.

Horrorspuiten

Vrijdag 20 maart 2015. Midmar Hotel, Istanbul. Na een goede nachtrust in het vreselijk generische Midmar Hotel, zo'n tien minuten rijden van de luchthaven, zit ik op het afgesproken tijdstip in de lobby te wachten op mijn chauffeur. Vandaag staat mijn ingreep op de agenda.

Zenuwachtig kijk ik om me heen en zie een Indische jongeman met een in zwachtels gedraaid hoofd uitchecken. In zijn hand houdt hij een folder van kliniek Transest. Als ik hem vraag naar zijn ervaringen, knijpt hij zijn ogen toe. "Pijn. Ik heb heel veel pijn gehad. Elf uur lang heb ik daar met pijn gelegen. Had ik dit vooraf geweten, zou ik het niet gedaan hebben."

Zijn reactie verbaast me. Overal lees je dat de procedure pijnloos verloopt, op de inspuitingen voor de verdoving na. "Die spuiten waren pure horror. Niet één of twee keer, maar zeker vijftien keer hebben ze in mijn hoofd gespoten met zo'n dikke naald. Om dan uiteindelijk nog elf uur lang pijn te lijden."

Hij lijkt me wat te overdrijven, maar minder zenuwachtig word ik er niet van. Ik had hem beter niks gevraagd...

Eenmaal aangekomen in de kliniek word ik meteen naar de spreekkamer van Aytaç gebracht. Hij legt me uit wat er vandaag allemaal gaat gebeuren, wat de procedure precies inhoudt en hoe ik mijn hoofd na de operatie moet verzorgen. Ik vraag voor de zekerheid nog even welke gradatie van pijn ik mag verwachten en vertel hem over de ervaring van de Indische jongen. "Ach, hij huilde al toen hij de naald zag. Zwaar overdreven allemaal. Maak je geen zorgen."

Dat doe ik toch. Zeker wanneer ik nog een formulier moet ondertekenen waarop staat dat er in vijf procent van de gevallen shock loss optreedt, waarbij mijn oude haar wel eens zou kunnen uitvallen en al dan niet permanent weg zou blijven. Slik.

Een jonge verpleegster neemt me mee naar een klein kamertje waar ze mijn hoofd kaal scheert en mijn bloed prikt. Omdat ik zo zenuwachtig ben en omdat het koud is in de kliniek, zijn mijn anders dikke blauwe aders in nauwe haarvaatjes veranderd. Vijf keer prikt ze verkeerd en ik begin langzaamaan te vrezen dat heel dit tripje een enorme vergissing was. Uiteindelijk weet ze toch genoeg bloed te trekken om te verifiëren dat ik geen hiv heb. Een opluchting. Na een blik in de spiegel weet ik dat ik moet doorzetten. Ik was kaler dan ik dacht...

Dan word ik in een blauwe schort naar de operatiekamer geleid, waar twee bedden gescheiden worden door een gordijn. Voorlopig ben ik de enige patiënt. Met handen en voeten - want Engels spreken de verpleegsters nauwelijks - wordt me uitgelegd dat ze zullen beginnen met het verwijderen van de haarzakjes in het donorgebied, achteraan mijn hoofd dus.

Maar eerst moet ik uiteraard verdoofd worden. En plots begrijp ik waar die Indiër het over had. Een dikke naald wordt een keer of zes in mijn achterhoofd gepord en ik moet mijn tanden op elkaar klemmen om niet te kermen. Gelukkig duurt dit tafereel nog geen minuut en kan ik me nadien overgeven aan een heerlijk verdoofd achterhoofd. Wat de verpleegsters dan precies doen, is me niet helemaal duidelijk. Ik hoor een tandartsboor tekeergaan op mijn donorgebied - of oogstveld - en af en toe voel ik ze met een tang een hoop haren uittrekken. Pijnlijk is het allemaal niet, maar een heerlijke sensatie valt het evenmin te noemen. Gelukkig hoeven bij mij enkel mijn inhammen gevuld en een nieuwe haarlijn getrokken te worden.

Na zo'n anderhalf uur zit het boorwerk er dan ook weer op. Achter me, in een ijzeren bakje, zie ik de opbrengst liggen.

Na de lunch krijg ik voor het eerst bezoek van een echte dokter. Met een pen tekent hij een nieuwe haarlijn op mijn voorhoofd en vraagt me of ik daar tevreden mee ben. Dat ben ik. Zo 'harig' zou ik al niet meer geweest zijn sinds mijn 15de. Sterker nog, ik denk dat deze haarlijn verder naar voren staat dan ooit tevoren.

Een gelukzalige gedachte, net op het moment dat die vermaledijde spuit weer tevoorschijn komt. Dit keer vijf prikken, maar wel diep in mijn slapen en dus extra pijnlijk. Even kreun ik, maar niks vergeleken bij mijn Spaanse buurman die net zijn eerste dosis anesthesie krijgt en gilt als een schoolmeisje.

Duizenden gaatjes

Wat nu volgt, is de verhuizing van de oude haren naar hun nieuwe standplaats. Maar eerst moeten er nog duizenden gaatjes gemaakt worden om die follikels in te kunnen stoppen. Met een holle naald gaat de dokter aan de slag. Hoewel ik nauwelijks gevoel heb ik mijn voorhoofd, voelt zijn handeling surreëel aan. Alsof je zelf met een breinaald door het velletje van een appel prikt. Duizend keer. Maar dan in je eigen voorhoofd.

Als hij klaar is, komen plotseling vier verpleegsters het toneel op, die de gaatjes razendsnel vullen met haarzakjes. Na twee uur naar het plafond te staren, heb ik er schoon genoeg van. Gelukkig zit mijn ingreep er dan al op. Mijn Spaanse buurman heeft meer pech. Omdat hij een volledig kale kruin heeft, duurt zijn operatie wel elf uur. Een vreselijk saai lot dat ik me gelukkig niet hoef voor te stellen.

Terug in het hotel moet ik vooral oppassen om mijn hoofd nergens tegen te stoten. In de eerste tien dagen na de transplantatie kunnen de haarzakjes namelijk nog loskomen en uitvallen. Slapen wordt alleszins niet gemakkelijk. Om de zwelling in mijn voorhoofd binnen de perken te houden, moet ik in een hoek van 45 graden liggen. Een bijzonder lastige opdracht, die ik eigenlijk twee weken zou moeten volhouden. Ook moet ik aan de pillen: antibiotica, pijnstillers en corticoïden.

De volgende ochtend, na welgeteld een half uur slaap, word ik wakker in een flinke plas bloed. Mijn kussen is goed voor de sloop, maar het hotel is vermoedelijk wel wat gewend. Om de drie kamers ligt er zo'n sukkel als ik. Booming business, die haartransplantaties!

Nadat ik me voorzichtig gedoucht heb, staat er nog een laatste ontmoeting met Aytaç op de agenda, om me uit te leggen hoe ik mijn 'haar' vanaf nu moet wassen. Hij maakt de zwachtel rond mijn hoofd los, ontsmet mijn achterhoofd en keurt mijn voorhoofd goed. "Ik ben jaloers", zegt hij. "Je krijgt een mooiere haarlijn dan ik." Ik glimlach tevreden. Tot hij zegt: "Kan ik je nog ergens mee helpen? Een nose job? Een liposuctie?"

Nadat Aytaç mij nog een belachelijke haarband heeft aangemeten, stuurt hij me terug naar mijn kamer, waar ik anderhalve dag niets anders doe dan afleveringen van Suits bingewatchen en roomservice bestellen. Geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om de stad - nochtans een bijzonder indrukwekkend exemplaar - te gaan verkennen.

Ik wacht rustig op de taxi richting luchthaven en probeer ieder menselijk contact te vermijden. Maar op Atatürk Airport krijg ik het al lastig: iedereen lijkt met open mond te staren naar de open wonde op mijn schedel. Of beeld ik me dit in? Ook in het vliegtuig probeer ik de nieuwsgierige blikken van medepassagiers te negeren. Deze schaamte zal ik nog tien dagen moeten verdragen, tot ik eindelijk een hoofddeksel mag dragen.

Omdat ik als freelancejournalist van thuis uit werk, hoef ik me gelukkig geen zorgen te maken over het verdict van collega's-met-een-mening. Om heel eerlijk te zijn, weet ik niet of ik dit gedaan zou hebben mocht ik een kantoorjob hebben. Zo veel zelfvertrouwen heb ik nu ook weer niet.

Adieu hoofddeksel

De eerste tien dagen zijn echt een pain in the ass. Ik slaap slecht, mijn verdoofde voorhoofd is bezaaid met droge korsten die ik tweemaal daags vochtig moet maken met een speciale shampoo en ik durf mezelf niet te vertonen in het openbaar.

Op dag tien vallen de korsten haast letterlijk van mijn schedel en krijg ik plots zicht op een resultaat. Waar ik vroeger kaal was, heb ik nu korte haartjes die uit een vuurrode huid groeien. Achteraan geneest de wonde opmerkelijk sneller. Na drie weken valt daar al nauwelijks meer iets op te merken.

Dat het nog gênanter kan, wordt duidelijk in week vier. Volgens mijn schema - en ik ben exact op tijd - valt 60 tot 90 procent van het getransplanteerde haar na vier tot zes weken weer uit. Een natuurlijke en normale schrikreactie van de verpotte haartjes. Maar het zorgt er wel voor dat je er nooit dommer hebt uitgezien. Alweer ben ik blij dat ik het hoongelach van mijn niet-bestaande collega's kan vermijden.

In de daaropvolgende twee maanden verbetert de situatie nauwelijks. De roodheid op mijn voorhoofd neemt niet af en ook het verdoofde gevoel verdwijnt niet. Maar plots komt er hoop. Na maand drie merk ik een aantal kleine haartjes op, die het begin van een nieuw kapsel inluiden.

En dan zijn we vertrokken. Geleidelijk aan raakt het gebied waar ik tot voor kort kaal was, gevuld met haren. Bovendien lijken ze allemaal - behalve eentje die naar beneden groeit - een goede groeirichting te hebben. Niet onbelangrijk!

In maand vijf, nu zo'n dertig dagen geleden, durf ik voor het eerst zonder hoofddeksel naar buiten. Wat een verademing! En niemand die er iets van lijkt te merken. Op het eindresultaat is het wel nog even wachten - dat zou acht maanden tot een jaar duren - maar na zes maanden ben ik al behoorlijk tevreden. De pet van de Los Angeles Dodgers kan eindelijk de open haard in. Ik weet het nu wel heel zeker: nooit zal ik nog een hoofddeksel dragen!

België boven

In de voetsporen treden van Gunther Levi is natuurlijk nooit zonder risico, maar in dit geval wel een zeer grote gok. Zeker als je weet hoeveel horrorverhalen er over cosmetische chirurgie in landen als Turkije de ronde doen. "Soms raakt het haar onherstelbaar beschadigd en is een nieuwe transplantatie onmogelijk", zegt Bart Verbeeck, manager van Prohairclinic in Heist-op-den-Berg, waar je ook terechtkunt voor een FUE-haartransplantatie. België is - na de VS en Canada - zelfs het absolute topland in de FUE-techniek. "Alleen mag je er hier geen reclame voor maken. Waarschijnlijk wist Gunther Levi dus niet eens dat het hier ook kan."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234