Zaterdag 19/06/2021

InterviewLust & liefde

‘Het voordeel van verkering op latere leeftijd is dat je geen ideaal meer nastreeft, gelukkig kunt zijn met wat is’

null Beeld Thinkstock
Beeld Thinkstock

De weduwnaar op wie Lena (70) verliefd werd, wilde niet samenwonen, maar gaf haar wel vele jaren lang de vrijheid en genegenheid die ze koesterde. Meer dan een jaar geleden overleed hij. Toch voelt ze nog steeds zijn warmte.

We leerden elkaar kennen op een ­verjaardag, hij was een bedachtzame weduwnaar van 62, die je rijzig zou kunnen noemen, ik een impulsieve stadse ­flapuit van 55. Toen hij zei, ik ga even weg om mijn dochter naar huis te brengen maar ik kom zo terug, was ik al verliefd. Dat ging heel snel en zonder dat ik kon bedenken waarom, want wij waren zo verschillend. En toen hij terugkwam en ik de afwas begon te doen om iets omhanden te hebben, pakte hij een vaatdoek. Met de rug naar de anderen wasten we af en niemand die zag dat er meer gebeurde.

Ik leerde hem het afwaslied van De 3 Heren. Dat ging zo: ‘En de afwasborstel zong een lied, het was zonde om te zeggen, waar zal ik de messen ­leggen en ik gaf je nog geen zoen en we wisten niet hoe vaak wij samen nog de afwas zouden doen.’

En zo, innig met onze handen in het sop, begon de liefde. Ik zei, ik zou je nog wel eens willen zien, en wachtte vervolgens drie weken tot hij eindelijk actie ondernam. We zouden koffiedrinken bij hem thuis, maar het werd een hele wandeling. Met zijn labrador trokken we het bos in, en ik beefde over mijn hele lichaam, want ik begreep dat mijn leven aan het veranderen was. Al snel waren we een koppel.

Zestien jaar apart

“Een latrelatie kost energie, steeds een tas in- en uitpakken en bij aankomst merken dat je toch iets vergeten bent, maar toen ik na vier jaar voorstelde om bij hem in te trekken, zei hij, dat vindt mijn dochter zo moeilijk. En ik dacht, dat meisje heeft haar moeder al verloren, ik leg me erbij neer en intussen deed ik mijn best voor een goede verhouding en verzon uitstapjes met z’n drieën. Maar ook toen ze allang de deur uit was, en ik hem af en toe een kaartje stuurde van bijvoorbeeld twee hondjes verkleed als bruid en bruidegom, reageerde hij niet.

“Al die zestien jaar leefden we apart, ik in een grote stad, hij in een huisje aan de rand van het bos onder een grote walnotenboom. Ieder weekend zocht ik hem op. In de zomer op de fiets, met de kat die ik als een piepklein wit bolletje van zijn buurvrouw, de boerin had gekregen, en die ik in zijn mandje op de bagagedrager bond. En in de winter, bij slecht weer, in de auto met de kat op de achterbank. Elke zaterdagochtend reed ik over de onverharde weg naar zijn huis. Als ik uitstapte, rook ik de koffie en wist ik precies hoe ik hem zou aantreffen: aan tafel gebogen over de zaterdagkrant. Als hij me zag stond hij op, dan pakten we elkaar vast, en ik voelde hoe blij hij was. Natuurlijk hadden we ook seks, maar een zoen op mijn mond gaf hij me nooit. Als ik hem vroeg waarom niet, antwoordde hij: dat is te opwindend. Mijn voeten daarentegen kuste hij wel, hoewel die verre van bijzonder zijn.

“Een beetje vreemd was dat wel, maar een nieuwe verkering op latere leeftijd heeft als voordeel dat je niet langer een ideaal nastreeft, maar in verwondering gelukkig kunt zijn met wat is. Ik ging meestal wat vroeger naar bed dan hij, dan keek hij nog wat televisie en kroop later tegen me aan en voelde ik in mijn halfslaap zijn grote billen tegen mijn buik. Een vriendin zou later zeggen: als ik naar jullie keek zag ik twee mensen die totaal anders waren en elkaar daarmee verrijkten. Toen ik vier maanden als ­vrijwilliger naar Nepal wilde, waar ik eerder had gewerkt, zei hij, oei, vier maanden is wel erg lang, maar hij deed niets om me tegen te ­houden. Eenmaal daar vergezelde hij me via streetview op mijn dagelijkse wandelingen.

Ambulance

“De wederzijdse verrijking zoals mijn vriendin dat noemde, gaf ons vrijheid en wat wil je nog meer? Ook al was hij zelf nogal honkvast, hij was altijd geïnteresseerd als ik bijvoorbeeld in een opwelling spreeuwenzwermen wilde ­zoeken, voor ik het wist pakte hij zijn jas en ging mee. Wel altijd met de auto, nooit met de fiets, want hij was hartpatiënt en niet zo sterk als ik.

“Ruim een jaar geleden, 19 december 2019, huilde ik om de dood van Jules Deelder van wie ik altijd een dichtbundel in mijn tas meedraag. Ben je gelukkig? Gelukkig niet. En weer een dag later zat ik bij de schoonheidssalon, waar mijn lief me een behandeling cadeau had gedaan voor mijn verjaardag. Niks voor hem, zou je zeggen, maar zijn vrouw had ooit in een salon gewerkt, vandaar. Na afloop reed ik naar hem toe om het resultaat te showen. Vind je me mooi, brandde het op mijn lippen.

“Op het erf rook ik geen koffie. Het was rond het middaguur maar hij sliep nog. Het nachtlampje was aan en in zijn hand lag een zakdoek, en toen hij maar niet wakker werd, dacht ik, toch maar even de huisarts bellen. Die zei ­meteen, vindt u het goed als ik een ambulance waarschuw? Nog geen tien minuten later was het in het huisje drukker dan ooit. Bereid u voor op het ergste, zeiden de ambulanciers. En ook: pak rustig een tas in. Haast u niet, ze zullen in het ziekenhuis nog wel even met hem bezig zijn. Maar natuurlijk haastte ik me. Eenmaal aan zijn bed bleek het onmogelijk om nog contact met hem te leggen. We willen hem van de apparatuur halen, zeiden ze en ik vroeg of ze konden wachten tot zijn dochter er was, die in Londen woonde.

“Een dag later zaten zij en ik elk aan een zijde naast zijn bed. Zonder veel woorden, elk met onze eigen, intieme gedachten. Ik streelde zijn haar, hij had zulk mooi dik haar.

“Het afgelopen jaar was moeilijk vol te ­houden, maar af en toe, als ik in bed lig, is het of ik hem gewaarword. Dan voel ik weer zijn grote billen genadig tegen mijn buik.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234