Dinsdag 26/01/2021

Het VN-moment van Colin Powell 6 februari 2003

Begin 2003 hadden de VN-wapeninspecteurs, na maanden zoeken, nog steeds geen bewijzen gevonden van massavernietigingswapens, de zogenaamde wmd's. Hans Blix, de chef van het VN-team, vroeg om meer tijd, maar de VS drongen bij de Veiligheidsraad aan om een invasie in Irak goed te keuren. Want, zo zei Colin Powell, destijds minister van Buitenlandse Zaken, wij hebben wel bewijzen dat Saddam wmd's heeft.

Powell toonde satellietfoto's en zei dat de gebouwen op de beelden mobiele laboratoria waren waarin biologische wapens werden geproduceerd. Hij sprak over in beslaggenomen aluminium buizen die bedoeld waren voor Saddams kernwapenprogramma.

Bovendien heeft Al Qaida banden met Saddam, zo ging de minister verder. Powell toonde foto's van zogenaamde trainingskampen en zei dat Iraakse extremisten in Afghanistan waren getraind door Osama bin Laden. Niet veel later bleek niets van de informatie van Colin Powell te kloppen.

De foto's uit Abu Ghraib

Voorjaar 2004

Wie herinnert zich niet de gruwelijke foto's van gefolterde Irakezen in de gevangenis van Abu Ghraib? Soldaat Linndie England die poseert met een gevangene op handen en voeten aan de leiband. Of soldaat England en haar collega Graner die poseren achter een 'piramide' van naakte Iraakse gevangenen. De wereld reageerde geschokt op het misbruik van de gevangenen.

Nadat het schandaal aan het licht was gekomen, werden zeventien soldaten ontslagen. Elf van hen werden door militaire rechtbanken ook veroordeeld tot gevangenisstraffen. Later zou blijken dat de soldaten de gevangenen dan wel hadden misbruikt, maar dat de echte folteringen gebeurden door CIA-agenten en onderaannemers die de gedetineerden ondervroegen. Die laatsten zouden nooit gestraft worden. Het schandaal rond Abu Ghraib zou uiteindelijk tot het ontslag leiden van VS-defensieminister Donald Rumsfeld.

De Slag om Fallujah, deel 1 en 2

April 2004 en november-december 2004

In maart 2004 konden Iraakse opstandelingen in de stad Fallujah vier leden van het privébeveiligingsbedrijf Blackwater in een hinderlaag lokken. De Amerikanen werden gedood, uit hun voertuig gesleurd, geslagen en in brand gestoken. Daarop werden hun lijken opgehangen aan een brug over de Eufraat. Foto's van het incident gingen de hele wereld rond en in de VS werd woedend gereageerd.

Het VS-leger viel de stad binnen, maar stuitte op grote tegenstand van de bevolking en het verzet, dat werd geschat op een twintigtal groeperingen. Een van die groepen was het gloednieuwe Al Qaida in Irak, geleid door Abu Mussab al-Zarqawi. De eerste slag om Fallujah was de grootste gevechtsmissie sinds de invasie in Irak. Een maand later trokken de Amerikanen zich terug.

In november werd een nieuwe poging gedaan om Fallujah te veroveren. De stad was intussen een broeinest geworden van extremisten, die vanuit heel Irak en uit het buitenland waren toegestroomd. Uiteindelijk veroverden de Amerikanen Fallujah, maar de stad was herleid tot een ruïne.

Het mea culpa van de 'New York Times'

Mei 2004

Terwijl de toenmalige president Bush het Westen probeerde mee te slepen in een oorlog tegen Irak, ging het gros van de Amerikaanse media voor honderd procent mee in zijn oorlogsretoriek. Op kop stond natuurlijk de conservatieve zender Fox News, die dag in dag uit enkel het Amerikaanse standpunt belichtte. De zender MSNBC toonde opnieuw de Amerikaanse vlag in een hoek van het scherm en zelfs doorgaans kritische media als de New York Times schaarden zich achter de oorlog. Journalisten als Peter Arnett van NBC, die wel kritisch probeerden te berichten, werden ontslagen. De media trokken ook in groten getale zelf naar Irak: het was daar dat de term 'embedded journalist' voor het eerst werd gebruikt.

Toen begin 2004 langzaam duidelijk werd dat Irak helemaal geen gemakkelijke klus zou zijn en gruwelfeiten als Abu Ghraib aan het licht kwamen, begon de kentering bij de meeste media. De New York Times publiceerde in mei 2004 zelfs een heuse mea culpa, waarin de hoofdredactie verklaarde sommige beweringen, zoals die van de massavernietigingswapens, zonder gedegen journalistiek onderzoek gepubliceerd te hebben.

Al Qaida in Irak: de terreur van Al-Zarqawi

2003-nu

Al Qaida bestond niet voor de Amerikaanse invasie in Irak. De groepering werd pas opgericht door Abu Mussab al-Zarqawai nadat de Amerikanen het land waren binnengevallen. Al-Zarqawi was een Jordaanse salafist die ooit nog een trainingskamp had geleid in Afghanistan. In Irak vormde hij al snel een groepering met vooral buitenlandse extremisten en begon hij aanslagen te plegen tegen Amerikaanse troepen en sjiitische doelwitten. Eind 2004 zwoer hij trouw aan Al Qaida en kreeg hij van Ayman al-Zawahiri, de huidige leider van Al Qaida, de titel van Emir van Al Qaida in het Tweestromenland. Einddoel van Al Qaida in Irak (AQI): de oprichting van een islamitische staat.

Dat Al-Zarqawi zelf in staat was tot gruwelijke feiten, bleek uit de ontvoering en dood in mei 2004 van Nick Berg, een Amerikaanse zakenman. Berg werd onthoofd door Al-Zarqawi zelf en de beelden van de executie werden op het internet gezet. Al Zarqawai werd in juni 2006 gedood bij een luchtaanval. AQI is verzwakt maar bestaat nog en voert nog steeds succesvolle zelfmoordaanslagen uit in Irak.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234