Vrijdag 30/10/2020

Het vliegen van de droom

Expositie Panamarenko in de Hayward Gallery in Londen

De Hayward Gallery toont geen retrospectief ("Dat doe ik nooit," zegt de kunstenaar). De tentoonstelling bestrijkt wel een hele carrière, maar enkel aan de hand van sleutelwerken. Met zijn bruinleren jas aan, als een vliegenier uit een ander tijdperk, leidt de kunstenaar ons rond langs twintig wonderlijke machines, getuigen van zijn niet aflatende pogingen om aan de zwaartekracht te ontsnappen. We komen langs de bevreemdende vogelskeletjes die naar de prachtige naam Archaeopterix luisteren ('kiekskes' noemt Panamarenko ze ook), langs de duikboot waarmee je moeiteloos tot in Spitsbergen kunt varen, langs de vliegende rugzakken waarmee je makkelijk over een huis kunt springen, en natuurlijk langs de Aeromodeller, de ondertussen dertig jaar oude zeppelin uit het begin van zijn carrière. Het enorme gevaarte hing vroeger in het Gentse Museum van Hedendaagse Kunst, de voorloper van het SMAK. Hier kan het maar half gemonteerd worden: de 27 meter lange pvc-ballon, al flink getekend door het vele oplapwerk, zit geprangd tussen vloer en plafond, met de rieten cabine ernaast. "Ik heb daar geen moeite mee. Ge moet het u dan maar voorstellen. Ik vind het zelfs beter zo."

Van zijn recentste en grootste werk, de Scotch Gambit, is alleen een schaalmodel en een foto te zien. De futuristische speedboot staat in de grote hal achter het SMAK. Een hal waar Panamarenko trouwens dol op is. "Als je dat helemaal repareert en schoon schildert, en je bouwt daar balustrades in zodat je ook op vijf meter hoogte naar de werken kunt kijken, dan is Jan Hoet zijn museum daar niets tegen. Heb je ooit al een betere ruimte in heel Gent gezien dan de Floraliënhal? Dat is de rijkdom van Gent. Al dat nieuw gepruts mogen ze van mij hebben."

Wanneer we bij de V1 Barada Jet komen, schakelt onze gids van lyrisch naar cynisch. "De sterkte van dat raketvliegtuig is dat er een echte straalmotor op staat, en dat de rest een blok balsahout is die nog groen ziet omdat hij pas uit de jungle komt. Ooit heb ik het als het schoonste vliegtuig van de hele wereld gepresenteerd." Ik vraag hem of hij bijvoorbeeld ook in een Stealth-bommenwerper schoonheid ziet. "Tuurlijk, vast en zeker. Zoals je uit alle dingen schoonheid kunt distilleren - op voorwaarde dat je geen kunstenaar bent die alleen maar schoonheid distilleert uit hetgeen de galeristjes je vertellen en de collectioneurs op hun kast willen zetten. Dat spelletje is zo enggeestig dat het niet lang meer gaat duren. Of dat wordt zoiets als een sigarenbandverzameling, eindeloze repetities van schilderijen die al beter gemaakt zijn. Het is een ruk naar rechts, in de zin van: er is ergens een ware, diepe en ernstige, allang bekende kunst. Dat is absolute nonsens. Dat is rechts denken. Links denken is dat het altijd verandert. En ik geloof ook dat, als er geen opstandige geest in zit, dat je dan gewoon een kloot bent en geen kunstenaar."

Bij zijn vliegende auto, de K3 Jungle Flyer, raakt hij helemaal op dreef. Ik merk op dat de auto, met zijn eierschaalachtige koetswerk, gepolijster is dan de meeste andere werken. "Ik ga het niet speciaal ongepolijst maken omdat je weet dat er mensen zijn voor wie dat synoniem is met poëzie of kunst. Dan ben je verloren. Dan krijg je tien van die vliegtuigen die daar staan. Dan kun je dat in constructie nemen, dan word je een soort Tony Cragg. Of Kiefer. Dat zijn derderangskunstenaars, dat zijn fabrikanten. Je ziet dat gemakkelijk. Ze kunnen er zelf onmogelijk nog iets aan hebben als ze voor de twintigste keer een soort pinnekesdraad-achtig schilderij maken. Diegenen die dat niet zien, zijn gewoon sukkelaars. Het is verschrikkelijk dat zoiets kan, dat dat aangenomen wordt, dat dat tentoongesteld wordt, dat misschien wel tachtig procent van degenen die geïnteresseerd zijn in kunst dat allemaal zo fantastisch vinden. Terwijl dat een heel goedkoop trucje is.

"Komt daar nog bij dat, als je erin zou slagen om die twee, Kiefer en Cragg, te laten verdwijnen, dat je er dan andere krijgt die nog erger zijn. Dan kun je nog dieper onder de plaveien graven en dan krijg je werkelijk Neue Wilden, Müllheimer Freiheit (Duitse neo-expressionisten van het begin van de jaren tachtig, RP). Dat is de ondergrond van die kunst, die honderden, duizenden griezelige, viezige schilderijtjes die allemaal op elkaar lijken en waarvan ze er iedere keer de naam moeten bijzetten. Een commerce typisch voor de slechte kant van het kapitalisme.

"Kunstenaars zijn meestal opportunistisch. Het is de grootste, reactionairste klasse. Die noemen hun tentoonstellingen 'purgatie'. Doet je dat niet aan iets denken? Purgatie, het zuiver stellen. Als dat niet rechts is. Dat is gewoon zever. Wat er eigenlijk plezant aan is om deze spullen (wijst naar zijn vliegende auto) te maken, is dat ik er ook zelf iets aan heb. Ook in de veronderstelling dat heel dat betonnen kot hier niet zou bestaan, dan zou ik dat in principe toch nog kunnen doen, omdat dat ook op zichzelf staat en omdat het niet gedicteerd is door de sigarenbandgaleriekes."

Ziet u op dit moment nog kunstenaars waar u zich verwant mee voelt?

"O nee. Ik had er wel een paar, maar die zijn zo vroeg doodgegaan. Zoals Broodthaers en Beuys. Dat waren overgangsfiguren maar die overgang komt er nooit."

En op dit moment?

"(denkt een tijdje na) Er zijn er wel een paar verdraaglijke bij, maar de meeste kan ik niet verdragen."

Tijdens de twee weken dat u hier in Londen bent, vliegt u de meeste avonden terug naar huis. Toch schijnt u niet graag te vliegen.

"Ik reis gewoon niet zo graag. Het doel heiligt de middelen niet. Het is niet zozeer dat vliegen dat mij tegenstaat, wel dat je precies aan het doen bent wat iedereen aan het doen is: druk bezig zijn met niks. Mijn vliegen is een ander soort van vliegen, dat is een vliegen van de functie, weten hoe dat allemaal in elkaar zit, weten hoe iets vliegt, en - nog beter - hoe je het zelf zou kunnen laten vliegen, weten wat een ideaal soort van vliegen zou kunnen zijn, een plezant soort van vliegen. Dat heeft misschien allemaal niet zoveel economisch nut, maar het heeft wel een geweldig effect als je dat echt doet, dat in het echt uitprobeert."

Er is geen vergelijking mogelijk met een echt vliegtuig?

"Toch wel, dat is niet slecht. Maar het is ook niet echt plezant. Je zit erin gewrongen, een soort sardienenbus, je kunt weinig of niks zien, je zit zo hoog, je bent weg van alles. Je kunt beter thuis voor je tv zitten, dan zie je ook zo'n beeldeke voorbijschuiven. Dat is niet het vliegen van de droom. Dat vliegen van de droom wordt ook niet echt bereikt, maar je kunt wel proberen het te benaderen."

U had ook met de trein naar Londen kunnen komen.

"Die trein is heel langzaam. Dat is niet de TGV naar Parijs. Die Eurostar, dat is een boemel naar Londen. Dat duurt vijf uur als je van thuis in Antwerpen vertrekt. Gelukkig ligt het station hier vlak bij de Hayward Gallery, anders zou het nog eens een uur langer duren."

Met de Eurostar rij je natuurlijk wel onder de zee. Sluit dat niet aan bij uw andere fascinatie, die voor duiken?

"Die Eurostar rijdt in den donkeren onder de zee. Je weet niet dat je in die tunnel zit, want het is precies of het licht is uitgevallen buiten. Er is niets te zien. Een brug over het Kanaal zou fantastisch zijn geweest, maar het zou goed kunnen dat de trein er gedurende een storm af wordt geblazen. (mijmert) Een brug, dat was nogal wat geweest. Ineens naar Londen. Ik heb daar zelf ontwerpen voor gemaakt, een tekeninkske, een vlottende brug, maar ik heb het niet opgestuurd, ik had er geen hoop op dat ze het gingen aanvaarden. Ze hadden die tunnel al gepakt."

Behalve uw zestigste verjaardag is er dit jaar nog een verjaardag die u aanbelangt. Deze zomer is het precies honderd jaar geleden dat graaf Zeppelin zijn eerste luchtschip testte boven de Bodensee. Is die mislukte proef voor u mooier dan het luchtschip dat zeven jaar later wel kon vliegen? Want ook uw vliegtuigen vliegen niet echt.

"Het is niet omdat het verongelukt, dat het mooi is. Maar het behoort wel tot het verstaanbare. Van zo'n spaceshuttle moet je met je pollen afblijven, dat kost miljarden. Maar het is interessanter zelf een vliegende schotel te maken dan werk te zoeken bij de Nasa. Ze hebben het ontdekken van het vliegen, het ontdekken van ruimtereizen afgepakt van de mensen. Onder het mom van: dat bestaat al allemaal, dat kun je toch geen zes keer uitvinden. Terwijl je dat wel kunt voor jezelf. Ook Nasa of de vliegtuigmaatschappijen keren in hun musea terug naar die pioniers - Lilienthal, de gebroeders Wright, graaf Zeppelin, Santos-Dumont, die met zijn zeppelins rond de Eiffeltoren vloog - maar ze vergeten dat die mensen daarmee geleefd hebben. Met dat industriële, met die vliegtuigmaatschappijen en zo is niets mis, maar individueel kun je er wel niets mee aanvangen."

U zegt altijd dat u het niet erg vindt dat uw vliegtuigen niet vliegen. Maar bent u nooit eens echt gefrustreerd geweest dat het niet lukte?

"Ik zou er heel gefrustreerd door geraken als het waar was wat u zei, maar er waren verschillende dingen die hebben kunnen vliegen maar waar ik dan niet mee durfde te vliegen. Het is een heel iets om een held te zijn en van alles ineen te steken, maar (lacht) er is nog een andere held voor nodig om daarmee te vliegen. Als je een ballon maakt en je vult die met gas, dan stijgt dat op hé! Dat wil zeggen: g'hebt prijs! En daar doe ik niet aan mee, dat is gevaarlijk."

Stel dat u er echt mee vloog: houden de vliegtuigen dan op een droom te zijn?

"O nee, absoluut niet. Sommigen hebben dat vroeger beweerd: als die dingen echt zouden werken, dan zou ik niets anders zijn dan een ingenieur. Het is absurd om dat te denken, dat zijn domme gedachten. Als die dingen niet werken, dan is dat toevallig, of omdat dat niet anders kan. En als ze wel werken, dan is dat ook toevallig, en omdat het wel kan."

Maar hoe minder ze werken, hoe meer ze tot de verbeelding spreken.

"Vast en zeker. Want je voorstelling is niet alleen een ontsnapping uit de werkelijkheid. Het is ook het omgekeerde. Je droom wordt teruggebracht tot de werkelijkheid. Je leert hoe hij in fantasieland zou kunnen werken. Je komt in de daad - in de andere richting kom je in het abstracte waarin alles in feite concept wordt. Maar hier kom je in de daad, kom je in materialen, kom je in functies die je moet kennen."

U hebt nog altijd niet echt geantwoord op mijn vraag van daarnet. Bent u nog nooit eens echt gefrustreerd geraakt?

"(bijna mompelend) Ja ja natuurlijk. Je bent nooit zo compleet constant. Soms denk ik wel eens: je zou zoiets moeten hebben om te demonstreren hoe goed bijvoorbeeld zo'n Bernouilli kan vliegen, om te tonen wat voor een fantastische machine dat is. Al is het maar alleen om over de wei van een boer mee te vliegen en niet verder, want dan ligt er weer een autoweg, waar je dan niet over mag of je moet eerst een brevet hebben of zo.

"Deze zomer nog ga ik dat doen, in Oostende, bij een boer die tachtig hectare grond heeft, en een schuur die hoog genoeg is, want het is een luchtschip. Het is een kopie van de Bernouilli die hier getoond wordt. De Bernouilli 2 wordt in maart in Antwerpen gemaakt. Het wordt een technische verbetering van de eerste, met een grote zeilschipmast waar twee ballons aan hangen, twee grote schroeven en twee kleine 120 cc-motoren erop."

Hij gaat honderd procent zeker vliegen?

"Ik kan al die dinges laten vliegen."

Als er deze zomer veel volk komt kijken in Oostende, gaan ze dus zeker een Panamarenko zien die vliegt?

"Ik zal ervoor zorgen dat als er veel volk komt kijken, ik er op voorhand al mee gevlogen heb. Ik weet niet of het van het eerste begin zal lukken. Er zijn dikwijls zo van die kleinigheden. Maar eigenlijk is er geen echt probleem."

Hoe hoog gaat u met de Bernouilli?

"Zo hoog als ik wil. Duizenden meters. Maar zo hoog ga ik niet. Ik ga maar tien meter van de grond, maar wel een hele dag lang."

Als ik er tienduizend frank op zou willen verwedden dat het niet lukt, wat zegt u dan?

"(lacht) Het moet dit jaar gebeuren? En het moet niet van de eerste keer gebeuren?"

Dit jaar. Maar als het mislukt, krijgt u nog een tweede kans.

"Oké, leg die tienduizend frank maar al opzij, die zijt ge sowieso al kwijt (schatert). En dan zult ge er niet mee staan lachen."

De tentoonstelling loopt tot 24 april 2000 in de Hayward Gallery, South Bank, Londen. Elke dag open van 10 tot 18 uur (dinsdag en woensdag tot 20 uur). Toegangsprijs 6 pond. De catalogus kost 21,95 pond. Tel. 0171/960.42.42.

'Als die dingen niet werken, dan is dat toevallig. En als ze wel werken, dan is dat ook toevallig'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234