Zondag 04/12/2022

Het 'Vlaamse' onbemande vliegtuig op zonne-energie bleek een luchtbel

Twee jaar geleden investeerde de Vlaamse regering 11 miljoen euro in de Mercator I, een revolutionair 'Vlaams' vliegtuigje dat op zonne-energie door de stratosfeer zou klieven. De bedoelingen leken nobel, maar het enige resultaat tot dusver is een met Vlaamse steun ontwikkeld Brits militair spionagetoestel dat bijna klaar is voor de oorlog in Irak. door Douglas De Coninck

De brokstukken van de Helios liggen op de bodem van de Stille Oceaan. Ergens in de buurt van het Hawaïaanse eiland Kauai, kon de NASA preciseren op 26 juni 2003. De NASA had tot dan toe grote verwachtingen met zijn 'Unmanned Aerial Vehicule' (UAV), een via afstandsbediening bestuurde combinatie vliegtuig-satelliet. Gevoed door zonne-energie moest de Helios tot 30 kilometer hoog kunnen vliegen, zo de stratosfeer in. Het toestel zou dan beelden doorsturen van onder haar passerende stormen, al of niet lukkende graanoogsten, tsunami's en - eventueel - de baard van Osama bin Laden. De beelden zouden stukken goedkoper en scherper zijn dan die van satellieten. De NASA droomde al van een vloot UAV's die de aardbol 24 uur per dag kon voorzien van camerabewaking.

Het probleem met de Helios was het formaat. Spanwijdte: 75 meter, gewicht: meer dan een ton. Veel te log voor de stratosfeer, waar - zoals die fatale dag bleek - ook turbulentie voorkomt. De NASA zette het project stop. Sommige krachtmetingen met Moeder Aarde zijn ook de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie te lastig.

7 juni 2004, Antwerpen, de grote zaal van bioscoop Metropolis. Er stijgt rook op onder het podium, er is applaus als Vlaams minister van Financiën Dirk Van Mechelen aan het touwtje trekt. Gordijn omhoog, en daar staat hij: de Mercator I. Of, alvast toch, een schaalmodel, ontwikkeld door de nv Verhaert Design & Development uit Kruibeke. Deze kmo verbaasde de wereld in 2001 al met de Proba 1, en later de Proba 2, twee satellieten voor het Europese Ruimtevaartagentschap ESA.

Nu presenteert het bedrijf, zoals CEO Paul Verhaert het in zijn speech noemt, "de eerste Vlaamse UAV". Verhaert legt uit hoe dankzij listig gebruik van koolstofvezel en kleine zonnepaneeltjes een ultralicht toestel is ontworpen met een spanwijdte van 16 meter, goed voor niet meer dan 18 kilo vliegtuig. De Mercator I zal dagenlang tot 20 kilometer hoog kunnen vliegen. "Het concept heet Mercator I", zegt de CEO. "Om de Vlaamse cartograaf met wereldfaam te eren."

Het blijft onbegrijpelijk hoe dit de uitreikers van de Nobelprijs kon ontgaan. In zijn toespraak citeert Dirk Van Mechelen de grote Gaston Geens ('Wat ze zelf doen, doen we beter'). Nu blijkt dat een Vlaamse kmo slaagde waar de NASA faalde, mag daar iets tegenover staan. De minister kondigt prompt een kapitaalverhoging van 18 miljoen euro aan bij de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (Vito). Te gebruiken voor "aankoop van een Hale UAV voor 11 miljoen euro". Op 7 januari 2005 verschijnt in het Belgisch Staatsblad een oproep tot openbare aanbesteding voor de "aankoop van een onbemand platform voor aardobservatietoepassingen". Een beetje doorgestoken kaart. De voertaal voor de offerte is Nederlands. Artikel II.1.7 stipuleert dat "de plaats van uitvoering van de werken, levering van de goederen en verlening van de diensten Vlaanderen, maar voornamelijk Mol moet zijn". Dan schieten er buiten Verhaert maar weinig kandidaten over. Zoals verwacht stuurt alleen Verhaert een offerte. Op 14 juni 2005 trekt minister Fientje Moerman naar de luchtvaartbeurs Le Bourget in Parijs om er haar handtekening te zetten onder het contract met Verhaert. Vlaanderen koopt de nog te bouwen Mercator I voor 11.099.826 euro, exclusief btw.

Moerman stelde niets dan wereldverbeterende taken in het vooruitzicht: olievervuilers opsporen op de Noordzee, geschikte locaties zoeken voor gsm-masten, precision farming en een Vlaamse digitale revolutie in de cartografie. Dat zou ook de missie worden op de maidenvlucht van de Mercator I: het hele Vlaamse grondgebied fotograferen. Volgens een persbericht, 14 juni 2005, zou dat zelfs snel gebeuren: "Vito verwacht de eerste testvlucht in het voorjaar van 2006." Op de website van ESA, dat het project mee financiert, is de toon iets minder ambitieus: "De luchtdoop van Mercator I is voorzien voor de zomer van 2007 met een vlucht van drie dagen boven Vlaanderen. Het toestel zal eerst met een ballon tot een hoogte van 15.000 meter worden gebracht."

Is ons iets ontgaan?

Kristine Verheyden (Vito): "De eerste vlucht kon nog niet plaatsvinden. Er was een probleem met vliegvergunningen. Het is niet eenvoudig om die te verkrijgen voor een toestel zonder piloot. Er is in ons land geen plek te vinden waar geen vluchtroutes overheen gaan."

Kan die vlucht dan niet elders worden uitgevoerd?

"Een afgelegen gebied zonder vliegverkeer, in de States of zo, dat zou inderdaad ideaal zijn."

Wat is nu de nieuwe datum?

"Wij hebben op dit ogenblik geen zicht op een nieuwe planning."

Laten we misschien beginnen met het echte verhaal.

Op 1 september 2005, twee maanden en 16 dagen nadat Moerman het contract heeft ondertekend, meldt de Britse multinational QinetiQ dat het 90 procent van de aandelen heeft verworven bij de Belgische nv Verhaert Design and Development en "een optie op het verkrijgen van de resterende 10 procent op latere datum". Een bedrag voor de overname is nooit genoemd.

QinetiQ is een in 2001 van de afdeling DERA bij het Britse ministerie van Defensie afgesplitste researchgroep. Fans van James Bond kennen DERA. De dienst stond model voor de laboratoria waar 'Q' alias majoor Boothroyd schietende vulpennen, dodelijk pijltjes afvurende sigaretten en exploderende aktetassen uitvond. Na de privatisering in 2001 groeide QinetiQ naar eigen mededeling uit tot "one of the largest defence research organisations in the world".

Op de website van BBC stoten we op een reportage van 24 juni 2003 waarin designer Chris Kelleher bij QinetiQ enthousiast vertelt over de nakende proefvlucht van het allernieuwste speleding, de Zephyr 1. Dat is een ultralicht en op zonne-energie vliegend unmanned aerial vehicule. Twaalf meter breed en iets meer dan 12 kilo zwaar. Kijken we aandachtig naar de foto's op de site van BBC en QinetiQ, en vergelijken we die met die van de onthulling van de Mercator I in Antwerpen, een jaar later.

Het is exact hetzelfde vliegtuigje.

Identieke zonnepanelen, identiek design, een identieke virtuele cockpit, identieke propellertjes en een identiek lanceersysteem (met luchtballon). Met dat verschil dat de Britten een jaar eerder waren.

Plagiaat? Geenszins. Volgens onze informatie werd de 'Mercator I' kort voor de presentatie in Antwerpen via Southampton per schip aangevoerd door QinetiQ. Anticiperend op de toen al geplande overname van Verhaert, en speculerend op lokale overheidssteun, leende QinetiQ een van haar oudere modelletjes van de Zephyr even uit.

Bij Vito zegt men nooit te hebben stilgestaan bij de vraag in hoeverre Verhaert eventueel in onderaanneming een deel van het contract uitbesteedde. "De firma had dat recht", zegt Verheyden. "Het is wel een feit, en zeker geen geheim, dat ze al een tijd samenwerkten met QinetiQ."

Er is één verschil tussen de Zephyr en de Mercator. Niemand zag de Mercator ooit vliegen, laat staan zijn. Hoewel in de aanbesteding stond dat het toestel moest worden geleverd voor 31 juli 2006, zitten ze bij Vito nog altijd te wachten. De Zephyr, die vliegt wél. En goed. Er zijn al verscheidene testexemplaren. Zephyr 1 en Zephyr 2 maakten in december 2005 hun maidenvluchten boven de raketbasis White Sands in de Amerikaanse staat New Mexico. Het ene toestel bleef meer dan 4, het andere 6 uur vliegen op hoogten tot 8.230 meter. In juli 2006 haalde de Zephyr 3 op zijn eerste vlucht 11 kilometer en bleef het toestel 18 uur lang in de lucht, waarvan 7 in totale duisternis. Vorige maand, op 12 september, vestigde de Zephyr 6 een wereldrecord. Voor de allereerste keer bleef een onbemand toestel 54 uur lang onafgebroken in de lucht.

Een trotse Paul Davey, topman bij QinetiQ, zei na afloop: "Deze test heeft bewezen dat een autonome UAV op zonne-energie kan opereren voor de vereiste duur bij het ondersteunen van militaire operaties."

De UAV, zo is te begrijpen, wordt ontwikkeld met het oog op low cost battle-space awareness, militaire spionage. Met zo'n tuig, onzichtbaar hoog in de lucht, kunnen de generaals tot op 15 centimeter precies zeggen waar de bom moet vallen en waar de opponent zich verstopt. Bestaande onbemande spionagevliegtuigen, zoals de B Hunter, kunnen dat ook, maar zijn kwetsbaar. Een beetje rebel schiet er met de losse pols zo één uit de lucht met zijn kalashnikov. Zeker in het soort oorlogen zoals de VS ze de laatste jaren voeren - Afghanistan, Irak - kan spionage vanuit de stratosfeer een wereld van verschil maken.

"De Mercator en de Zephyr zijn in feite zustertoestellen", geeft afdelingshoofd Frank Preud'homme bij Verhaert zonder al te veel aandringen toe. "Het ene heeft een vooral militaire applicatie, het andere een civiele. Verhaert stond in voor de systeemopzet en zowel hardware als software voor het grondstation. Het vliegtuig zelf is van QinetiQ."

Wat de mensen op 7 juni in Metropolis te zien kregen, was wel degelijk een Zephyr?

Frank Preud'homme: "Ik was daar niet bij, ik weet niet wat daar is gezegd. Wat daar werd getoond, was inderdaad een schaalmodel van de Zephyr van QinetiQ. Het is niet vanzelfsprekend om zo'n gevoelige apparatuur overal rond te slepen."

Vlaanderen betaalde 11 miljoen euro voor een 'Vlaamse' UAV. Het enige wat van de grond kwam, is een Brits militair spionagevliegtuig.

"In de luchtvaart liggen de militairen altijd voor met nieuwe technologieën. Dat is zeker niet alleen bij dit project het geval."

Bestaat de Mercator I eigenlijk wel?

"Zeker. Hij staat in een loods in Kruibeke. Gemonteerd en al."

Gaan we hem ooit zien vliegen?

"Er zijn nog een paar praktische problemen. Door de nood aan zonlicht kan een testvlucht alleen in de zomer. Die van 2007 hebben we helaas gemist."

Dus dan wordt het 2008?

"Wij hebben in deze geleerd om wat voorzichtiger te zijn met prognoses."

In de film Fahrenheit 9/11 liet Michael Moore zien hoe in de ochtend van 11 september 2001 enkele bestuursleden van The Carlyle Group in een hotel in New York de tv-beelden zaten te bekijken en meteen beseften dat ze de komende jaren nog véél rijker zouden worden. The Carlyle Group is een van 's werelds giganten van het militair-industrieel complex. Onder de hotelgasten die ochtend: de voormalige Amerikaanse president George Bush senior, zijn ex-minister van Buitenlandse Zaken James Baker, de gewezen Britse premier John Major en Shafiq bin Laden, de halfbroer van Osama.

Door toedoen van Moore vormt Carlyle al jaren het mikpunt van verdenkingen tot hele complottheorieën over de betrokkenheid van de CIA bij 9/11. Of toch tenminste, via schimmig lobbywerk, bij het doordrukken van de oorlog in Irak.

In december 2002, drie jaar voor de eerste Zephyr opsteeg, verwierf The Carlyle Group 33,8 procent van de aandelen van QinetiQ. Wat later, in oktober 2006, werd de invloed van de Amerikanen bij Qinetiq iets zichtbaarder met de aanstelling van George Tenet als 'independent non-executive director'. Tenet was tot 2004 hoofd van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA. Tenet is de man die president Bush - zelf ook ooit in dienst van Carlyle - op grond van dubieuze CIA-bevindingen deed verkondigen dat Irak massavernietigingswapens aan het ontwikkelen was.

De Mercator I zal nooit kunnen vliegen zonder hulp van QinetiQ. Het is afwachten in hoeverre olielozingen in de Noordzee en een digitale kaart van Vlaanderen bij de top daar kan opwegen tegen de urgentie van een goede afloop in Irak. De vraag die rijst, is in hoeverre de door Vlaanderen gefinancierde technologie is gebruikt voor het Zephyrprogramma.

Bij QinetiQ kregen we op dat punt geen commentaar.

Bij de nv Verhaert zegt Frank Preud'homme dat "dat moeilijk te berekenen is".

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234