Maandag 17/06/2019

Het Vlaams Blok maakt de joden het hof

Roeland Raes in 1995: 'Ik zal niet ontkennen dat er antisemieten in onze rangen rondlopen'

Lang waren joden de gedoodverfde vijand van extreem-rechts. Maar al enkele jaren kunnen de liefdesaanzoeken die Philip Dewinter hun richting uit stuurt niet meer op. Veel indruk maken die echter niet op joden, zegt Marc Spruyt, want die kennen immers wat van geschiedenis.

Kort na de gemeenteraadsverkiezingen ontving het Belgisch Israëlitisch Weekblad een recht op antwoord van Philip Dewinter. "Mijnheer de hoofdredacteur, Met verbazing en ontzetting heb ik het artikel 'De Joodse gemeenschap en de gemeenteraadsverkiezingen' in het Belgisch Israëlitisch Weekblad (13 oktober 2000) gelezen. U stelt dat er in de schoot van het Vlaams Blok 'fanatieke nazi-nostalgiekers, racisten en antisemieten, die dromen van een terugkeer naar het Derde Rijk' aanwezig zijn. Uw weekblad blijft een aantal vooroordelen, leugens en insinuaties omtrent het Vlaams Blok cultiveren. Het Vlaams Blok is een democratische, rechtse Vlaams-nationalistische partij die zich op geen enkel moment bezondigt aan antisemitische of anti-joodse uitspraken of geschriften."

De hoeveelste brief Dewinter zo schreef, daarvan is men inmiddels de tel kwijt geraakt. De Antwerpse Blok-hoofdman laat al vele jaren geen kans onbenut om in een goede blaadje te komen bij de zowat twintigduizend joden die in de Scheldestad wonen. Ook toen Roeland Raes onlangs uit de bocht ging, keek Dewinter - bezorgd over zijn kansen als kandidaat-burgemeester - angstvallig in joodse richting.

Wat het Vlaams Blok officieel over joden denkt, is simpel: zo goed als niets, want joden vormen geen probleem, luidt het. Slechts eenmaal waagde de partij het een standpunt over joden op papier te zetten. Dat was in 1992, in een poging enkele vermeende misverstanden over het partijprogramma bij de buitenwereld weg te werken. Senator Jürgen Ceder schreef toen de brochure 10 vooroordelen tegen het Vlaams Blok. In het zestien bladzijden tellende werkstuk wordt de stelling dat het Blok antisemitisch zou zijn op minder dan een halve bladzijde afgehaspeld, al besefte de partij achteraf dat ook dat nog te veel was, wilde ze geen slapende honden wakker maken. "Het anti-semitisme is nog geen verbreid vooroordeel tegen het Vlaams Blok. Het is een vooroordeel in de maak", heette het.

Bij een heruitgave van de brochure in 1999 werd het luik over de joden geschrapt. Dat luidde oorspronkelijk als volgt: "Het Vlaams Blok heeft geen problemen met de aanwezigheid van de Joodse Gemeenschap in Antwerpen en de rest van Vlaanderen. Onze motivatie daarvoor en de schijnbare paradox met onze houding tegenover de Noordafrikaanse vreemdelingen bewijzen eens te meer dat wij het nationaliteitenprobleem enkel vanuit het oogpunt van het gezond verstand benaderen, niet vanuit een dogmatische ideologie. De Joodse gemeenschap vormt geen problemen, maakt zich niet schuldig aan criminaliteit, dringt zich niet op aan onze eigen gemeenschap en cultuur en is, als gemeenschap, sedert eeuwen perfect geïntegreerd in het Vlaamse landschap."

Die ogenschijnlijk vriendelijke taal vormt voor Nathan Ramet geen reden om het Blok niet te wantrouwen. "Het Vlaams Blok heeft nu eenmaal de mentaliteit van onverdraagzamen. Het standpunt dat zij vandaag tegenover joden innemen, komt erop neer dat zij ons tolereren zolang we maar niemand storen. Alsof wij in een soort natuurreservaat moeten leven. Daarin zitten al de kiemen vervat die in andere omstandigheden vroeg of laat tot een anti-joodse houding kunnen leiden."

De 75-jarige Ramet is de kranige voorzitter van het Joods Museum van Deportatie en Verzet, dat in de Mechelse Dossinkazerne huist. Van daaruit vertrokken tijdens de Tweede Wereldoorlog 25.124 joden, in beestenwagens gepropt, op transport richting Auschwitz. Weinigen zouden terugkeren. Kinderen, ouderen, zieken en de meeste vrouwen werden kort na hun aankomst vergast. De anderen, voornamelijk mannen, kwamen in werkkampen terecht. Amper 1.207 van deze dwangarbeiders overleefden de nazi-gruwelen.

"Ik heb het antisemitisme aan den lijve ondervonden", zegt Ramet (°1925), die één van de jongste overlevenden van de deportaties was. "Het bloed-en-bodemdenken is tijdens de Tweede Wereldoorlog een moordideologie gebleken. Ik huiver ervan als zo'n man als Dewinter zegt dat hij het ook voor de Antwerpse joden opneemt. Dewinter maakt deel uit van een groep van onverdraagzame, extreem-rechtse politici die banden hebben met oud-nazi's en met typen zoals Le Pen, die de gaskamers een detail in de geschiedenis noemde. Met zo iemand wil ik niet rond de tafel gaan zitten."

Hoe dan ook kan het Vlaams Blok de geschiedenis waarvan het de erfgenaam is niet uitwissen. Toch probeert het dat te doen wanneer het, om de beschuldiging van antisemitisme te ontkrachten, schrijft dat "de Joodse gemeenschap sedert eeuwen perfect geïntegreerd is in het Vlaamse landschap". Alsof er van een jodenvervolging in de Lage Landen nooit sprake is geweest. Een vervolging die nota bene mee het werk was van de Vlaamse nazi-collaborateurs die de partij vandaag nog steeds als idealisten blijft verheerlijken.

Eén van hen kreeg bij de oprichting van het Blok zelfs de prominente functie van hoofdredacteur van het partijblad aangeboden. Een eer die Jan Brans (1908-1986) toekwam, de gewezen hoofdredacteur van de collaborerende VNV-krant Volk en Staat, waarin hij verschillende anti-joodse artikelen publiceerde. Brans, na de oorlog bij verstek ter dood veroordeeld, vormde voor het Blok op 72-jarige leeftijd blijkbaar de geknipte persoon om het partijblad te leiden. De enige anti-joodse tekst die ooit in het Blok-maandblad verscheen, is niet toevallig van zijn hand. Toen tijdens een antiracistische betoging in 1980 ook joden opstapten, hekelde Brans dat als "een brutale poging tot inmenging in de Belgische binnenlandse politiek". Al voegde hij er ook aan toe dat "vreemdelingenangst of antisemitisme uit instinctieve afkeer van anders geaarde en met een andere gelaatskleur of lijfgeur bedeelde mensen, is ook voor ons een verschijnsel van primitief en mensonwaardig racisme".

In kringen van oud-collaborateurs bleef het antisemitisme zelfs vier decennia na de verloren oorlog als een draak de kop opsteken. Periodiek Contact, een tijdschrift van de oud-Waffen-SS'ers, publiceert tussen 1988 en 1991 maand na maand uittreksels uit 'De Protocollen van de Wijzen van Sion', daarbij schaamteloos ingeleid als "het programma ter verknechting van de wereld" (door het internationale jodendom), maar in werkelijkheid een berucht anti-joods verzinsel uit 1901.

Toch beperkt het antisemitisme zich niet tot de generatie die in het vooroorlogse bloed-en-bodemdenken is blijven steken. Na de oorlog nemen groepjes extreem-rechtse jongeren die zwarte draad weer op waar hun vaders hem hebben laten liggen. Vooral in de jaren zeventig tiert het antisemitisme welig. Die periode wordt gekenmerkt door de afwezigheid van een sterke extreem-rechtse partij die het racisme kan kanaliseren in minder aangebrande richtingen. Iedereen gaat zijn eigen gang, zodat ook oude demonen weer vrij en vrolijk uit de doos worden gehaald. In tegenstelling tot vandaag is het extreem-rechts er dan nog niet om te doen haar wrange gedachtegoed verborgen te houden.

In 1976 stuurt de Vlaamse Militantenorde (VMO), op dat moment onder leiding van het latere Blok-parlementslid Xavier Buisseret, haar West-Vlaamse gouwleider Roger Spinnewijn naar de Verenigde Staten om er contacten aan te knopen met de Ku Klux Klan (KKK). Na afloop wordt een gezamenlijke resolutie uitgegeven, die het VMO-blad Alarm afdrukt, en waarvan punt 8 een "samenwerking tegen het internationale jodendom" inhoudt. De VMO riskeerde het zelfs om in 1979 (toen weer onder leiding van Bert Eriksson) de Duitse propagandafilm Jood Süss aan haar militanten te vertonen, een in 1940 op bevel van nazi-propagandachef Joseph Goebbels gedraaide weerzinwekkende prent waarin joden met ratten worden vergeleken. VMO-militanten verspreidden in die periode ook stickers met teksten als 'Bevrijd Europa van de joden'.

Vooral het tijdschrift Haro, met onder meer Siegfried Verbeke en de latere Vlaams Blok-parlementsleden Roeland Raes en Xavier Buisseret in de redactie, was erg bedreven in het bovenhalen van anti-joodse clichés. Toen Haro bekritiseerd werd omdat het te veel aandacht schonk aan zogenaamde 'jodenintriges', verdedigde de redactie dat in 1978 als volgt: "Haro is ontstaan met slechts één doel: het consequent uitdiepen, hernieuwen en propageren van het nationalisme. Alles wat dit consequente nationalisme in de weg staat, zal zonder diplomatieke handschoenen worden aangepakt. Indien wij een of ander zouden sparen of verzwijgen omwille van opportunistische redenen, dan zou Haro niet de minste bestaansreden meer hebben."

Zelfs in middens die niet geheel verstoken zijn van minimale verstandelijke vermogens, zoals de Nationalistische Studentenvereniging (NSV), vond het antisemitisme nieuwe woordvoerders. Legendarisch is het niet-officiële maar zeer beruchte NSV-lied waarin naast "ne marokkaan, ne nikkeriaan, ne vreemde tist" - het klassieke extreem-rechtse repertoire - ook zou worden afgerekend met "ne vuile jood". Auteur van het lied, dat begin 1977 gepubliceerd werd in Verbondsberichten, het interne informatieblad van het NSV, was de toenmalige cultuurpraeses Pieter Huybrechts. Dergelijke fantasietjes beletten Huybrechts niet later carrière te maken bij het Vlaams Blok en het tot Vlaams parlementslid te schoppen.

Uit pure schaamte zou het fameuze NSV-lied door latere praesidea verboden worden, want zelfs bij extreem-rechts kent de gortigheid wel eens een grens. Dat niet iedereen even ingenomen was met dat openlijke antisemitisme blijkt uit een tekst die ene Guy de Paep, lid van het Antwerpse NSV-praesidium, begin 1981 in het NSV-maandblad Signaal publiceerde: "Wie zichzelf gerespecteerd wil zien door anderen, moet de anderen respecteren om wat ze zijn. Woorden als makkak, nigger of vuile jood zijn daarom anti-nationalistisch, wat aan sommige groepen ook verweten kan worden."

Nochtans kreeg het NSV wel vaker af te rekenen met anti-joodse stuiptrekkingen. Nu eens wat meer, dan weer wat minder, zoals dat gaat in het wisselend gezelschap van een studentenorganisatie. Een teken aan de wand was een ophefmakende brief die ene Gust Peeters, een Antwerpse oud-NSV'er, begin 1983 aan het NSV-blad Branding schreef: "Vanaf mijn eerste inzet in NSV-Antwerpen ben ik geschokt geweest door de primitieve jodenhaat die sommige NSV'ers er op nahielden, ja zelfs koesterden als ideaal. Dit was of is geen exclusiviteit voor NSV: dit verschijnsel is ook bij andere nationalistische groeperingen waar te nemen, soms meer of minder, variërend van antipathie tot virulente xenofobie. Bij de meesten situeert dit zich evenwel op hetzelfde vlak als eventuele afkeer voor Marokkanen, Algerijnen, Turken... dus niet speciaal toegespitst op de joodse gemeenschap." In de periode die Peeters beschrijft (dus de vroege jaren tachtig) werd het Antwerpse praesidium van het NSV geleid door Hans Carpels (toen praeses) en zijn latere echtgenote Marijke Dillen (toen vice-praeses), trouwens nog altijd een parlementslid van het Vlaams Blok.

De opkomst van het Vlaams Blok vanaf het einde van de jaren tachtig remt het openlijke antisemitisme bij extreem-rechts af. De partij fungeerde nooit als luidspreker voor anti-joodse propaganda, maar bood een minder verdacht lijkend racistisch alternatief: in plaats van joden werden Turken en Noord-Afrikanen de favoriete schietschijf. Men zou het wel eens vergeten, maar pakweg twintig jaar geleden was dat nog niet het geval.

Antisemieten konden zonder enig probleem tot de Blok-rangen toetreden, zolang ze de partij er maar niet mee in diskrediet brachten. Wat, zoals de zaak-Raes overvloedig aantoonde, voor de holocaust geldt, gaat dus ook op voor de houding van het Blok tegenover de joden van vandaag. Ook in die dubbelzinnigheid zien vele joden een struikelblok. Philip Dewinter zal het niet graag horen, maar dat er wel degelijk antisemieten in Blok-rangen aanwezig zijn, werd mij door Roeland Raes persoonlijk bevestigd. In een interview dat ik in 1995 met de toenmalige Blok-ondervoorzitter had, zei Raes: "Ik zal niet ontkennen dat er antisemieten in onze rangen rondlopen, maar ik denk dat hun aantal vrij gering is. Zeker wanneer zij dat antisemitisme echt willen uitdragen, zullen zij in het Vlaams Blok zeer moeilijk een spreekbuis vinden."

De Nederlandse journalist Rink Van den Brink noteert in zijn boek De jonge Turken van het Vlaams Blok (1999) een gelijkaardige doch anonieme getuigenis van een bron uit de nationale partijleiding. "Buiten een kleine kring van mensen die in het Vlaams Blok zitten, maar eigenlijk verkapte nazi's zijn, bestaan er geen anti-joodse sentimenten in onze partij", zegt de informant, die wel enkele partijleden bij naam noemt. "Ze komen doorgaans uit kringen van de VMO en NSV en Voorpost. Dat milieu. Het gaat om een aantal nationale mandatarissen: Buisseret, De Man, Verreycken, Raes, Lowie, en enkele tientallen kaderleden, nog geen honderd. Er zit er een aantal bij de academici die de partij in dienst heeft genomen, mensen die soms niet onbelangrijk inhoudelijk werk doen voor ons. Op het niveau van de leden zijn het er wat meer, maar ook dat is geen grote groep, misschien tweehonderd. Dan moet je vooral denken aan ouderen uit het Sint-Maartensfonds (een vereniging van oud-Oostfronters, MS) en jonge gasten die tegen die mensen opkijken."

Zou het toeval zijn dat enkel het Vlaams Blok met dit probleem te kampen heeft?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden