Zaterdag 06/03/2021

Het vierde DeMix-alfabetvan de jongerentaal

DeMix was op 7 september '94 de eerste die in het Nederlandse taalgebied een systematisch jongerenalfabet samenstelde. Deze oefening werd herhaald op 8 februari '96 en op 5 maart '97. Vandaag presenteren wij de vierde uitgave van onze onbetwiste klassieker. De tendensen van dit jaar: oude woorden krijgen nieuwe betekenissen, de technoscène lijkt wat op de terugweg en het Engels blijft oppermachtig.

De taal van jongeren staat meer dan ooit in het centrum van de belangstelling. Het Radio 1-programma Voeten Vegen voert dezer dagen strijd om het woord 'lullerik' in Van Dale te krijgen. Eigenlijk is het een soort protest tegen de stiefmoederlijke manier waarop de woordenboekenmakers de jongerentaal behandelen. Bitter weinig typische jongerenwoorden worden ernstig genomen door de taalkundigen, zo vinden ze. Maar dat heeft zo zijn redenen: jongerentaal is niet te vergelijken met andere taalvormen. Jongeren verzinnen geen nieuwe woorden om zich beter verstaanbaar te maken, maar precies omdat ze zich onverstaanbaar willen maken voor iedereen die niet tot hun groep, kliek of club of klas behoort. Wanneer een woord gemeengoed wordt, verliest het meteen ook zijn aantrekkingskracht en wordt het prompt vervangen door een nieuwe uitdrukking. Dat maakt dat woorden uit de jongerentaal vaak een zeer kort leven beschoren zijn en meestal ook maar in beperkte kring worden gebruikt. Woordenboekenmakers nemen alleen woorden op die algemeen verspreid zijn. Wat Voeten Vegen doet, is dus eigenlijk nogal kunstmatig en tegennatuurlijk. Het jongerenwoord 'lullerik' kwam van de jeugdige luisteraars van hun programma. Iedereen wordt nu gevraagd om het woord te gebruiken, iets wat wij alvast van plan zijn om te doen. De woordenboekenmakers zullen dus op termijn niet meer naast 'lullerik' kunnen kijken en zullen het woord dus wel moeten opnemen. Maar op dat moment is het geen jongerenwoord meer omdat geen enkele jongere het nog zal gebruiken en zeker niet de oorspronkelijke bedenkers ervan. Wie de taal van de jeugd in een woordenboek wil vatten, komt altijd van een kale reis thuis.

Dit alles neemt niet weg dat er geen maat staat op het creatieve vermogen van jong Vlaanderen. Ook dit jaar kunnen we weer heel wat tendensen in de jongerencultuur aflezen uit het DeMix-alfabet. Niets nieuws onder de zon: het Engels blijft dé voertaal, al worden heel wat woorden gewoon vernederlandst (neurtjer, snaken, ringske) of verbasterd (skinky). Dat jongeren hun positie in de wereld bepalen in relatie tot 'de andere', is ook al zo'n open deur. Dat is meteen ook de verklaring waarom er zoveel woorden zijn die personen in al hun hoedanigheden omschrijven (oeli, twingo, zwabber).

Techno lijkt op de terugweg, seks, drugs en uitgaan (en de gevolgen ervan) zijn uiteraard blijvers.

Genoeg geanalyseer: lees zelf en vergeet niet: hoe meer mensen deze woorden zullen gebruiken, hoe sneller ze zullen verdwijnen.Afnégeren: (werkwoord) "Ik voel me keihard afgenegerd" betekent dat iemand je een nare streek heeft gelapt, of je iets werkelijk dom is overkomen. Vorig jaar voelde je je in die siutuatie nog 'afgezopen', dit is iets minder politically correct, zeker.

Afrippen: (werkwoord) Vroeger betekende rippen enkel stelen. "Ik heb 'm afgeript", zeg je nu als je van iemand geld geleend hebt en niet van plan bent om het terug te geven, of als je iets verkocht hebt er er veel te veel geld voor hebt gekregen. Eigenlijk is dit een letterlijke vertaling van 'to rip off', iemand oplichten, iemand bestelen. Alore tricolore: (uitroep) Te vergelijken met: 'vooruit met de geit'. Wordt gebruikt als er een beslissing moet genomen worden, of als om het definitief afscheid aan te kondigen. "ALore tricolore, ik ga naar huis, vrienden." Alsjeblief: (uitroep) 'Alsjeblief zeker' werd aanvankelijk gebruikt na het horen van een straf verhaal, maar is intussen al geëvolueerd tot stopwoord dat aan het einde van elke zin kan. Ampe: (zelfstandig naamwoord) Afgang, gezichtsverlies, zoals in: "dat mijn lief het heeft afgemaakt, is een serieuze ampe". Bakkes: (zelfstandig naamwoord) "Geef ze allemaal iets en zet het op mijn bakkes", betekent dat je een rondje betaalt. Je kunt het natuurlijk ook op iemand anders bakkes laten zetten. Intussen hebben de Brusselse BOB'ers in de televisiereeks Heterdaad op VRT de uitdrukking al overgenomen.

Bliepen: (werkwoord) Naar een house- of technoparty gaan.Boenker: (zelfstandig naamwoord) een houseplaat. Uiteraard. Ook 'stoemper' genoemd.

Bremzen: (Werkwoord) Schijten. We hebben een licht vermoeden dat deze term afkomstig is van onze oosterburen. Die zeggen "Er war nicht zu bremsen" en dan bedoelen ze: "Hij was niet te houden."

Clinton, van - gaan: (uitdrukking) Van Clinton gaan. Een stijger met stip in het DeMix-alfabet. Wellicht geen lang leven beschoren: orale seks (laten) bedrijven.

Coupe frietvet: (zelfstandig naamwoord) Een vettig kapsel, meestal niet alleen te wijten aan een overdadig gebruik van gel. Een variant: "Als je een boterham op zijn hoofd legt, moet je hem niet meer smeren." Dik: (bijwoord/bijvoeglijk naamwoord) Alles wat goed is, is tegenwoordig 'dik'. Bijvoorbeeld 'een dikke plaat' is een goede plaat.

D-Jane: (zelfstandig naamwoord) Een vrouwelijke deejay.

Dwiep: (bijvoeglijk naamwoord/bijwoord) Dook vorig jaar al op maar dan als zelfstandig naamwoord: een dwiep was een kwiet of een murfel. Nu kom je ook zinswendingen als: "Dit is echt een dwiepe plaat" of "deze rave is maar dwiep".

Egoridist: (zelfstandig naamwoord) Iemand die met zijn eigen grappen lacht. Let op de correcte Latijnse achtergrond ego (ik) en ridere (lachen) en de parallel met egoïst.

Framboos: (zelfstandig naamwoord) Een on-ge-lo-fe-lijk knap meisje. Eentje om in te bijten. Er werd ons verzekerd dat dit woord maar zeer zelden gebruikt wordt, precies om de kracht ervan gaaf te houden. Een meisje dat wel mooi is, maar niet echt super, zal dus nooit een 'framboos' genoemd worden.

Frisco: (bijvoeglijk naamwoord): koud. "'t Is frisco" of: "het is koud buiten". Ingewikkeld wordt het als je zegt: "Deze frisco is frisco".

Hendek: (uitroep): Uitroep van verwondering. "Hendek, ik ben mijn jas vergeten."

Ie se sè, da se sè!: (uitroep). Eindelijk gerechtigheid. Twee jaar geleden 'leenden' de scenaristen van de TV1-soap Thuis het woord 'murfel' uit het DeMix-alfabet, nu komen ze er op eigen kracht in. 'Ie se sè, da se sè' is een verwelkoming die Benny, een personage dat spoorloos verdween met de miljoenen van Luc, gebruikte. Tussen de laatste 'se' en 'sè' moet de naam van diegen die je begroet: "Ie se sè, da se den chief sè. Het belang van de laatste 'sè' mag dus niet onderschat worden.

Ieps: (bijwoord/uitroep) Enkel gebruikt als alternatief voor 'okee'. "Iep, ieps, 't is al goed, ik ga met je mee naar die fuif."

Isi: (zelfstandig naamwoord) Een verwijfde gast is een 'echte isi'. De oorsprong is onduidelijk, maar in het Engels betekent het woord sissy ongeveer hetzelfde en het is niet uitgesloten dat de Japanse modemaker Issey Miyake - bekend om zijn matrozenpakjes en parfums - er ook wat mee te maken heft.

Johnny: (bijvoeglijk naamwoord): Kwam vroeger uitsluitend voor in de combinatie 'Johnny & Marina', maar krijgt nu een nieuwe betekenis: iets kan ook 'johnny' zijn en is dan 'slecht'. "Die cola is compleet Johnny", bijvoorbeeld.

Josti: (zelfstandig naamwoord) Nieuwe benaming voor een nerd of een dwiep, een wat schlemielachtige jongen.

Kassen: (werkwoord) Komt in verschillende betekenissen voor zoals: op een flipperkast spelen, een videospelletje doen of geld halen uit de bankautomaat.

Krellendicht: (bijvoeglijk naamwoord) Na een zware zuippartij zit je meestal krellendicht. Vorig jaar dook ook het woord 'pottentoe' op.

Lebs: (zelfstandig naamwoord) "Die is lebs", betekent dat iemand lesbisch is.

Lepelen: (werkwoord) Naast elkaar slapen als twee ineengevlochten S-en.

Loos: (bijvoeglijk naamwoord) Slecht, stom. "'t Is loos", betekent: er is stront aan de knikker, of: het loopt hier fout. Deze betekenis staat ook in Van Dale. Oneigenlijk gebruik van dit woord leidt echter tot uitdrukkingen: een 'loze' is een stomme en je hebt ook 'loos eten', als de schoolkost weer niet te vreten is.

Lullerikken, lullerik: (werkwoord/zelfstandig naamwoord) Woorden gebruiken die je zelf eigenlijk niet begrijpt. Wordt gedaan door een lullerik, een persoon die zich slimmer of belangrijker wil voordoen dan hij/zij is, "die lullerikken er maar op los". Dit woord werd door de luisteraars van Voeten Vegen gekozen. Het is hun ambitie om het woord in Van Dale te krijgen.

Maxke: (zelfstandig naamwoord) Een paar sportschoenen, liefst witte kleur, van het merk Nike Air Max. Ze zijn ontzettend populair bij jonge gabbers en gabberina's.

Neurtjer: (zelfstandig naamwoord) Eten (van het Engels to nurture=voeden). Je hoort wel eens: "'t Is weer loos neurtjer".

Oelie: (zelfstandig naamwoord) Een belachelijk iemand.

Osram: (zelfstandig naamwoord): Een kunstmatig gebruind iemand. De naam verwijst naar de zonnelampen van het Duitse lampenmerk 'Osram'.

Plakker: (zelfstandig naamwoord) Iemand die een jaar moet overdoen of heeft overgedaan, is een plakker.

Pot'ndarm: (bijvoeglijk naamwoord) Vroeger was je 'pottentoe' (zie ook 'krellendicht'), maar nu is daar ook een verwijzing bijgekomen naar de mogelijk effect van een gratis vat op het darmstelsel. Wie Joe Pottoe is, spreekt voor zichzelf.

Reppig: (bijvoeglijk naamwoord): Iemand die lelijk is, is reppig. Ook een auto kan 'reppig' zijn. Kortom: alles wat afstotelijk is, is ook reppig.

Ringeske: (zelfstandig naamwoord) Gsm-gebruikers "doen een ringeske" als ze hun zaktelefoon gebruiken. In Amerika zeggen ze: "I'll give you a call" of "I'll give you a ring."

Rushdie: (zelfstandig naamwoord) Een rushdie is iemand die van huis is weggelopen en die nu ergens verblijft waar niemand hem kan vinden. Verwijst naar de schrijver Salman Rushdie, die al jarenlang ondergedoken leeft omdat de Iraanse geestelijke leiders hem ter dood veroordeeld hebben.

Scheefgaan: (werkwoord) Wanneer de drugs niet bekomen, m.a.w. verschijnselen als ijlen, panische angst en braken.

Skinky: (bijvoeglijk naamwoord) Da's skinky! voor leuk, tof, origineel. Dit is uiteraard een samentrekking van de 's' uit 'is' en 'kinky' in de uitspraak "Dit is kinky". Kinky is Engels en betekend gewaagd, vreemd. Bij kinky seks mag je je van alles voorstellen.

Snaken: (werkwoord, spreek uit: sneken) Stelen, pikken. Een snaker's paradise is een grootwarenhuis zonder detectives of andere controle.

Snelle, op de - (uitdrukking) Wanneer je uitgaat en je komt iemand tegen die aan een stuk doorpraat en daarbij veel gebarentaal gebruikt, dan zit die hoogstwaarschijnlijk onder de speed of "op de snelle".

Sneuk: (zelfstandig naamwoord) Snoep. In het West- en Oost-Vlaams bestaat het werkwoord 'sneukelen', wat 'snoepen' betekent.

Spertel: (bijvoeglijk naamwoord): dronken. Als je veel drinkt, ben je 'spertel'. Steken: (werkwoord) Oorspronkelijk alleen gebruikt in de zin van 'een pak friet gaan steken', maar tegenwoordig heeft men het hier meer en meer over andere handelingen, zoals 'een cinema gaan steken', een 'fuif gaan steken'.

T(h)eke: (zelfstandig naamwoord) In veel jongerenetablissementen is Ice Tea veruit de populairste drank. Er moest dus een afkorting gewonden worden en vermits een thee iets totaal anders is, werd het een 't(he)ke'. Als je een t(h)eke bestelt in een Volkshuis, krijg je echter iets warms. Opletten geblazen.

Toeken: (werkwoord): Een jaar overdoen. Een toeker is dus hetzelfde als een 'plakker'.

Twingo: (zelfstandig naamwoord) Het bolvormige model van Renault staat synoniem voor ieder zwaarlijvig persoon. Margriet Hermans is dus Twingo, maar ze kan niet in een Twingo. Uitvijzen: (werkwoord) Versieren. Zoals in "ze staat weer iemand uit te vijzen".

Videren: (werkwoord) In één teug leegdrinken. Je kan bijgevolg ook een kleine vidatie doen. Komt van het Frans: vider (leegmaken).

Vissen: (werkwoord) Wie vroeger met z'n lief naar bed wilde gaan, vroeg of ze mee naar boven wilde gaan om samen huiswerk te maken. Nu hoor je meer en meer: "Schat, ga je mee vissen?".

Windmond: (zelfstandig naamwoord) Iemand met een stinkende adem.

Zwabber: (zelfstandig naamwoord) Een nepgabber, weliswaar met kale kop en het juiste plunje aan, maar die er slechts bij is voor de show. Een nepgabberina is bijgevolg een zwabberina.

Astrid Wittebolle en Tom Cochez

Bijdragen van: Inge Claes, Else & Niki Van Bavel, Björn Seelde, Ruud Goossens, Riet Fredericks, Sabine Lahou, Kathleen Forceville, An Vanden Bosch, Jonathan Cornille, Sara De Maeyer, Wim Pintens, Tijs Wylleman, de luisteraars van Voeten Vegen en enkele anonieme informanten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234