Dinsdag 19/01/2021

HET VERSCHIL TUSSENBIOLOGISCH EN ECOLOGISCH BOUWEN

We zijn het er zo langzamerhand allemaal over eens: we moeten op een verstandige manier omspringen met energie en met wat er ons nog rest aan natuurlijke omgeving. Een goeie plek om daarmee te beginnen is je huis. Bouw (of verbouw) je beter een biologisch of een ecologisch huis? En wat is eigenlijk het verschil tussen de twee?

"Bij biologie staat de mens centraal, het levende wezen", legt Mark Depreeuw, bouwbiologisch architect, het verschil uit. "Vertaald gaat het om onze derde huid, onze dichte(re) omgeving of het gebouw waarin we wonen. De term 'derde huid' is in die zin een vervolg op onze tweede huid - onze kleding - en onze eerste huid, die we met voeding en hygiëne verzorgen. In tegenstelling tot biologie staat ecologie voor een veel ruimere context van de mens en zijn omgeving."

In de jaren zestig leefde het gedachtegoed van de biologie. Men voelde toen aan dat mensen het contact tussen zichzelf en de natuur aan het verliezen waren, terwijl de mens eigenlijk in die natuurlijke kringloop thuishoort. Jammer genoeg betrof dat maar een bepaalde groep van bewustelingen, en sinds in de jaren tachtig de term 'ecologie' aan populariteit won, moet men vaststellen dat steeds minder mensen nog contact met zichzelf en hun eigen natuur hebben. Ecologie daarentegen maakte dus opgang: we zijn er met z'n allen van doordrongen dat we moeten streven naar een ecologisch verantwoorde aanpak. Maar doen we dan altijd het juiste? Dat is nog maar de vraag.

Om biologie en ecologie uit elkaar te halen, volstaat het om even stil te staan bij de oorsprong van de termen: bios beoogt het welzijn van elke mens apart, terwijl de ecologiespecialisten, zijnde de beleidsmensen en de industrie, destijds begonnen met te verkondigen dat er gerecycleerd moest worden, want dat goed was voor het milieu.

"We leven in een tijd waarin we niet alleen niet meer weten wat goed voor ons is, maar waarin we het ook maar moeten doen met een aantal ersatz-materialen", legt Mark Depreeuw uit. "We eten brood van meel dat zo snel gemalen is dat het dood is. Met alle gevolgen vandien: we krijgen indigesties, voelen ons opgeblazen, enzovoort. Kleding volgt een gelijkaardig verhaal. Ik stam uit de periode dat nylon opgang maakte, nu is er lycra, materialen die zelfs elektrostatisch oplaadbaar zijn. Daaruit kun je hetzelfde afleiden: we omhullen ons levende lijf met een dood materiaal, in plaats van bijvoorbeeld met wol, een materiaal van levende wezens, die dit materiaal zelf ook als huid gebruiken. Nemen we de stap naar onze derde huid - ons huis, kantoorgebouw of school - dan worden er daar bijvoorbeeld synthetische, gipskartonnen platen gebruikt. Eigenlijk is dat een afvalproduct van de mestproductie. En kijk, zo'n verhaaltje wordt wel als 'goed' aangeduid als we het over ecologie hebben, want hier wordt er gerecycleerd, nietwaar? Terwijl synthetische gips in de kern eigenlijk een radioactief materiaal is, want wat is radioactiviteit anders dan het verste afvalproduct, ontbindingsproduct dat geleverd wordt door gestorven materie? Van een dood materiaal maken we dus een omhullend materiaal dat moet dienen als onze gezonde, derde huid." Hoe kunnen we juist bouwen? Makkelijk, we bouwen juist als we het doen met materiaal dat rechtstreeks uit de aardkorst komt, en materiaal dat nauwelijks productie- of verhittingsprocessen moet ondergaan voor het gebruikt wordt. "Kalk en kiezel kun je direct al noemen als materiaal dat dicht aan de oppervlakte ligt", zegt Mark Depreeuw, "zij voeden trouwens ook alle planten. Dit zijn levende materialen, die constant tot onze beschikking staan. Spreken we bijvoorbeeld van petroleumderivaten, los van het milieuvervuilend verhaal, dan gaat het over een dood materiaal dat omgevormd wordt tot schijn- of ersatz-materialen. Zoals aardbeiensmaak die niks meer met aardbeien te maken heeft. Eigenlijk is dat een drama, vooral voor kinderen, die het spoor naar de oorsprong der dingen volledig bijster raken.

"Leem is ook een van die levende materialen. Naast een bouwproduct is leem trouwens ook een heilzaam materiaal: als je bij een kinesist komt, zal hij kompressen van klei leggen. Terpentijn is nog zo'n materiaal, lijnolie van vlas, natuurgips, kristallen, edelmetalen, enzovoort. Kortom, om gezond te bouwen, zouden we moeten bouwen met materialen die heel dicht bij ons staan. Dan zijn we bouwbiologisch goed bezig."

Daartegenover staat het bouwen met materialen die uit de diepte van de aarde komen, die uitgegraven of naar boven gepompt worden en dode materialen zijn. Het gevaar dat het ecologisch gedachtengoed in zich draagt, is dat, door zo gefocust te zijn op dat recycleren, men ook die dode materialen toelaat en blijft toelaten.

"Een voorbeeld: chemisch gips is het recycleren van afval. En er zijn de producten van vliegas, het afval van de verbrande steenkool die men gebruikt in elektriciteitscentrales. "Laten we er bakstenen van maken", opperde iemand net voor de bouw van de Antwerpse Liefkenshoektunnel, en zo geschiedde. De vliegasstenen werden gebruikt in de plaats van beton. Ecologisch klinkt dit fantastisch, want er werd gerecycleerd, maar er is ondertussen nog maar eens gebouwd met een dood materiaal, dat de energie van de mensen die erdoor zullen passeren, wegneemt. Het gebouw van de Vlaamse Gemeenschap in Antwerpen is een typevoorbeeld van het gebruik van dode materialen: een betonnen gebouw, met graniet aan de buitenkant. Tien jaar geleden was er een heel actuele term voor het ziektepatroon dat zich ontwikkelde bij mensen die veel tijd in zo'n dood gebouw doorbrachten, het sick building syndrome.

De vloeren en wanden in dat gebouw zijn van gegoten beton. In de fysica noemt men zoiets 'de kooi van Faraday' en iedereen herinnert zich wellicht nog wel dat zo'n kooi geen energieveld heeft. Vertaald naar de mens: er is in zo'n ruimte ook geen biologisch veld, een veld dat ons energie geeft, waardoor we ons kunnen opladen, ons goed of beter voelen." "Het biologisch verhaal noem ik graag de binnenkant van het probleem, en ecologie benoem ik graag als het gedachtegoed dat zich concentreert op de buitenkant. Gedachteloos recycleren en denken dat dat voldoende is."

Ondertussen heeft men bouwecologie nog een andere naam gegeven, die het helemaal moeilijk maakt voor een leek om te weten of hij of zij op de goeie weg zit: men heeft het ecologisch bouwen nu duurzaam bouwen gedoopt.

"Waarom men het zo noemt? Misschien omdat duurzaam bouwen appelleert aan het juiste gevoel, en bovendien een indicatie geeft als zou men ook een goeie investering doen. Iemand die echter aandachtig de brochures over 'duurzaam', en zogenaamd 'gezond' bouwen doorneemt, en over de nodige basisinformatie beschikt, merkt al snel dat daar een aantal materialen in opduiken die voor de gezondheid af te keuren zijn. Synthetisch isolatiemateriaal bijvoorbeeld, de PE-verpakking (polyethyleen.FOS) en de recycleerbare schuimisolatie. Er is heel wat milieuhinder en energie nodig om dat product te ontwikkelen uit aardolie, evenals om het product later te recycleren. Bovendien is bewezen dat synthetische materialen in de spouwmuur van een woning een elektrostatisch veld creëren. Men heeft ontladingen kunnen meten tot 60.000 volt. Je kunt testen of die ontladingen in een ruimte aanwezig zijn: wacht tot het donker is, neem een envelop met een kleefstrip, trek die strip er af en kijk of dat al dan niet vonken teweegbrengt. Kortom, vooral binnen dat duurzaam bouwen is men helemaal de verkeerde richting aan het inslaan, en dit keer heet het zelfs dat we gezond bezig zijn." Samengevat in twee extreme voorbeelden: ecologisch ben je goed bezig als je een huis bouwt met betonvloeren en -muren, een stalen bekleding voor muren en daken, een perfecte kooi van Faraday dus. Daar wordt nog eens synthetische isolatie aan toegevoegd, waardoor het geheel dampdicht en dus statisch oplaadbaar wordt. Eventueel worden er aan de buitenkant granieten platen tegen gezet of synthetische gipsen, die misschien maar licht radioactief zijn, maar ernstige gezondheidsproblemen kunnen meebrengen. Anderzijds ben je biologisch goed bezig als je bijvoorbeeld een gebouw van leem zet. Met de nadruk op bijvoorbeeld, want ook op andere manieren kun je bouwbiologisch goed bezig zijn. In Vlaanderen zijn daar al enkele voorbeelden van, zowel privé-woningen als grotere gebouwen zoals scholen.

Mark Depreeuw hielp bijvoorbeeld als bouwbiologisch architect een schoolgebouw in Lier verwezenlijken. De isolatie bestaat er uit strobalen. De leem die letterlijk gewonnen werd op het bouwperceel, werd gebruikt voor de binnenbepleistering.

Hoe meer we verder bouwen met dode materialen en hun geproduceerde of gerecycleerde versie, hoe meer we bezig zijn met ecologie in plaats van met biologie. Het is maar dat we het weten, en dat we het verschil leren zien. Een stuk duidelijke basisinformatie is in deze onduidelijke tijden goud waard. Letterlijk, want goud is een edelmetaal, een bouwbiologische tien op tien.

Farida O'Seery

we hullen ons levende lijf in dood materiaal, in plaats van bijvoorbeeld wol, een materiaal van levende wezens, die dit zelf ook als huid gebruiken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234